In het spoor van de jonge Rembrandt Weddesteeg

Eerste stappen in het spoor van Rembrandt gaan naar diens geboortehuis. Of wat daarvan over is

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en bericht daarover een jaar lang wekelijks in de Volkskrant.

Ansichtkaart uit 1906 van de Weddesteeg in Leiden. Rechts het trapgeveltje van Rembrandts geboortehuis.

Waar kon ik anders beginnen dan in de Weddesteeg?

Ik trok de deur achter me dicht en wandelde de stad in, op de toren van het stadhuis af – en ervoorbij. Onderweg blikkerden de 17de-eeuwse trapgevels in de zon. Na de blauwe steen in het wegdek van de Breestraat, het kruispunt van de vier kwartieren waarin de middeleeuwse stad was verdeeld, liep ik met steeds lichtere pas, omdat de Breestraat langzaam afloopt in de richting van het Noordeinde. Aan het einde van het Noordeinde sloeg ik rechtsaf de smalle steeg in.

Duisternis. Alleen hoog boven me schitterde het hemelsblauw. Links de hoge muur van een oude kazerne, verderop rechts, net boven ooghoogte, herinnerde een steen in de gevel van een affreus appartementencomplex aan wat hier ooit was gebeurd:

HIER werd geboren
op den 15 den juli 1606
REMBRANDT VAN RIJN

Toen Rembrandts 300ste geboortejaar eraan kwam, daagde er vaag wat bij de Leidenaren. Rembrandt was op zijn 25ste naar Amsterdam verhuisd, de machtigste stad van de Republiek in aanbouw, om er rijk en beroemd te worden. Nu had de gemeente Amsterdam het kapitale huis aan de Sint Antoniesbreestraat gekocht waar de schilder tussen 1639 en 1658 had gewoond en gewerkt. Het werd gerestaureerd en als museum ingericht. Het Rembrandthuis trekt sindsdien horden toeristen uit de hele wereld.

Zo ging het niet in Leiden. Het geboortehuis van Rembrandt werd door een commissie van geleerde heren bezocht. In de vuile, duistere steeg troffen deze deftige lieden een vervallen paardenstal aan. Er bestaat nog een vlekkerige zwart-witansichtkaart uit die tijd waarop een deel van het interieur te zien is: een verbrokkelde tegelwand en een zwartgeblakerde haard.

Een verslaggever van het Leidsch Dagblad ging op 17 mei 1906 kijken, met die ansichtkaart in de hand. Een stalknecht liet hem binnen. Beneden stond een glimmende, hard zwarte paardenkoets gestald, ‘een nieuwerwetsch rijtuig als een welgedane parvenu’. Daarna klom de journalist de trap op en waande zich in een spookhuis. ‘Het heele kamertje is vol kleeden van lijkwagens, die over stokken als rouwvaandels neerhangen.’

De geleerde Leidenaren lieten een bescheiden gevelsteen aanbrengen, maar trokken verder hun neus op voor het geboortehuis van de beroemdste zoon van de stad. Het kwam, net als alle pandjes in de Weddesteeg, na verloop van tijd in handen van drukkerij Nederlandsche Rotogravure – en dat bedrijf liet het pand in 1927 met de grond gelijkmaken.

Niemand protesteerde. Heel even kreeg Leiden spijt. Op de plek van het huis werd in 1963 een fantasiegevel uit de Gouden Eeuw aangebracht, waarachter niets schuil ging. In 1980, toen drukkerij Rotogravure werd opgedoekt, werd ook die loze façade weer gesloopt.

De hele Weddesteeg ging tegen de vlakte. Alleen de gevelsteen uit 1906 werd gespaard en weer ingemetseld in het affreuze appartementencomplex.

Als ik kom aanlopen, zie ik net twee verdwaalde Aziaten naar de gevelsteen wijzen en druk met hun hoofd schudden. Als het niet zo treurig was, zou ik in lachen uitbarsten.

Verderop loopt een man met een flamboyante zwarte hoed het bruggetje over het Galgenwater op en verdwijnt aan de overkant uit het zicht.

Waar is Rembrandt?

Niet hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.