INTERVIEW

Eerste maestro in Teheran sinds 1979

Als eerste maestro sinds de Islamitische Revolutie in 1979 dirigeert Riccardo Muti in Iran. De Volkskrant reist mee van Italië naar Teheran en terug. En ziet hoe twee culturen door een mijnenveld laveren.

Leden van het orkest in de kleedkamer inTeheran voor aanvang van het door Riccardo Muti gedirigeerd concert. Hoofddoeken zijn voor de vrouwen verplicht. Beeld Silvia Lelli

Teheran, woensdag 5 juli 2017, 13.00 uur

Hoog boven het podium van het Vahdat-theater in Teheran hangen twee portretten. Wat kijken ze wijs en sereen, ayatollah Khomeini, in 1979 de aanjager van de Islamitische Revolutie, en ayatollah Khamenei, de huidige Hoogste Leider van Iran.

Geen krimp geven ze, als de befaamde dirigent Riccardo Muti operamuziek inzet van Giuseppe Verdi. 'Patria oppressa' klinkt het, onderdrukt vaderland, het zijn beroemde maten uit de opera Macbeth. Tientallen vrouwen musiceren mee. Die in het orkest dragen een vlammend rode hoofddoek, de koordames een vrolijke gele.

Samen met maestro Muti (75) repeteren ze voor een historisch concert. De Italiaan wordt de eerste topdirigent sinds 1979 die een concert leidt in de Islamitische Republiek Iran. In het theater dat werd gebouwd onder de verdreven sjah, waar Maurice Béjart danste en Elisabeth Schwarzkopf zong, neemt hij het stokje over van de legendarische dirigent Herbert von Karajan.

Het verklaart alvast de roedel Italiaanse journalisten die door de zaal zwerft. Krant, radio, tv: allemaal doen ze verslag van het concerto storico in Iran.

Ravenna, voorjaar 2017

Tot tien dagen voor vertrek bungelt Muti's missie aan een draadje. Nee, ja, absoluut niet, of misschien toch: gek worden ze ervan in Ravenna. Daar, aan Italiës noordoostkust, heeft de maestro zijn hoofdkwartier.

Hij wil naar Iran voor het project Le vie dell'Amicizia, de wegen der vriendschap. De eerste aflevering, in 1997, voerde hem naar Sarajevo, de stad die nasmeulde van de Balkanoorlog. In 2002 dirigeerde hij op Ground Zero in New York. Als vredesduif vloog Muti naar steden als Jeruzalem, Caïro en Damascus.

Steevast neemt hij het Jeugdorkest Luigi Cherubini mee. Ter plekke delen de Italianen hun lessenaars met lokale muzikanten. Daarna gaat het, hop, met z'n allen op het vliegtuig, om het concertop het zomerfestival van Ravenna te herhalen.

Maar Iran laat zich lastig paaien. Het zijn niet de ayatollahs die dwarsliggen, zeggen ingewijden. Waar Muti tegenaan loopt, zijn conservatieve facties die de opendeurpolitiek van de Iraanse president Rohani saboteren.

Klassiek in Iran

Op klassiek gebied valt in Teheran heus wel wat te beleven. Zo kreeg Bachs Johannes-Passion er in 2007 haar Iraanse première. En sinds Hassan Rohani in 2013 werd gekozen tot president, maken steeds meer klassieke musici in Teheran een tussenstop. De afgelopen jaren speelden er orkesten uit China en Korea. Maar dirigent Daniel Barenboim kwam in 2015 met zijn Staatskapelle Berlin het land niet in. Hij heeft onder meer een Palestijns paspoort. Maar zijn andere, het Israëlische, brak hem op.

Teheran, woensdag 5 juli, 13.22 uur

'Silenzio!', brult Muti. De maestro roept het tachtigkoppige koor van Italianen en Iraniërs tot de orde. 'Niet kletsen en stommelen als je gaat zitten. Willen jullie een echt operakoor worden of niet?'

Teheran, woensdag 5 juli, 14.45 uur

Aan het hotelbuffet scharrelt Silvia Groppo haar lunch bij elkaar. De vijftiger speelt contrabas in het operahuis van Genua. Ze behoort tot het clubje routiniers dat Muti voor alle zekerheid heeft meegenomen. Ze is kritisch, het niveau van de Iraniërs valt tegen. Verdi's melodieën nazingen kunnen ze niet. Naar andere musici luisteren doen ze niet. 'Ik hoop maar dat het wat wordt.'

Teheran, woensdag 5 juli, 22.30 uur

Na de zoveelste bustocht door snikheet Teheran, bewaakt door een geheimagent-achtige Iraniër in crèmekleurig pak, arriveren de Italiaanse journalisten bij de residentie van hun ambassadeur. Een paradijselijke plek: tot 1938 had een Perzische prins hier zijn lustoord. Nu is het ommuurde park een oase van koelte en rust in de dampende metropool van zeventien miljoen mensen.

Hier geldt de Italiaanse wet. Dus werpen de vrouwen hun hoofddoek af en staan de mannen al bij de tafel met wijn en whisky. Terwijl een fontein murmelt, licht Riccardo Muti zijn missie toe. Bellezza en pace wil hij brengen, schoonheid en vrede. En hoe kan dat beter dan met muziek van Giuseppe Verdi, die de ziel van Italië verklankt?

Teheran, donderdag 6 juli, 19.01 uur

O jee, lege rijen. Het vriendschapsconcert had al bezig moeten zijn. Muti's staf loopt te ijsberen. Een zaal met zevenhonderd stoelen vullen, dat moest toch lukken? Een peuleschil vergeleken met de oorspronkelijke opzet, een buitenconcert voor vierduizend mensen in de Nationale Tuin. Na de dubbele IS-aanslag op 7 juni ging die massabijeenkomst meteen van tafel.

Opluchting als blijkt dat Iraniërs het met tijd gewoon wat ruimer nemen dan Italianen. Kalm druppelen ze binnen, mannen in pak en vrouwen in fleurige creaties. Amper een chador te bekennen. Bij een waaghals haakt de sluier ternauwernood aan de paardenstaart.

Teheran, donderdag 6 juli, 19.25 uur

Muti heft het stokje. Een roffel leidt de twee volksliederen in. Daarna is het ruim baan voor Verdi. Solo's komen uit de keel van een tenor, bariton en bas. Het is Muti's enige compromis. Een vrouw alleen mag in Iran nu eenmaal niet zingen voor een zaal waarin ook mannen zitten. Gek genoeg zijn duetten en koorzang geen probleem.

Tekstboekjes blijven achterwege en wellicht is dat geen toeval. Wie z'n operaklassiekers niet kent, krijgt niets mee van patria oppressa. Ook de christelijke smeekbede in Simon Boccanegra passeert dan ongemerkt.

Luid applaus, doorslaand succes. Maestro Muti, de oude vos, heeft in een paar repetities zijn signatuur gezet: een volmaakte balans tussen precisie en passie. Na het concert wordt de foyer meteen schoongeveegd. De slagwerkstudent die zegt dat hij de avond van zijn leven had, krijgt niet eens de kans zijn naam te spellen.

Koor en orkest stappen na een haastige maaltijd op de bus naar Imam Khomeini International Airport. Over twee dagen herhalen ze het concert in Ravenna. De pers krijgt op het hart gedrukt niets te publiceren voor de musici in Italië zijn geland. Liggen conservatieve Iraanse facties op de loer?

Ravenna, zaterdag 8 juli, 10.50 uur

In Ravenna komen Hanieh (25) en Hasti (20) schaterlachend aangelopen. De meiden dragen hun cellokoffer op de rug. In Teheran werden ze afgeschermd, nu mogen ze een kwartiertje los van de groep. Ze spreken namens het Symfonieorkest van Teheran.

Als muziekprofessionals verdienen ze anderhalf miljoen toman per maand, ruim 400 euro. 'Ik woon bij mijn ouders', zegt Hasti, 'dan is het nog wel te doen. Maar veel collega's nemen een tweede baan om te overleven.'

Een carrière in het buitenland? Niet voor mij, zegt Hanieh. 'Ik blijf in Iran om de klassieke muziek vooruit te helpen. In streng religieuze steden als Mashhad en Isfahan mag ik als vrouw weliswaar niet spelen, maar president Rohani is de kunsten goedgezind.'

Ravenna, zaterdag 8 juli, 21.20 uur

Het concert in het Kunst- en Sportpaleis begint maar twintig minuten te laat. De Italiaansen komen op zonder hoofddoek, sommigen tonen hun blote schouders. Met de tekstboekjes wappert het publiek zichzelf koelte toe.

De slotovatie klatert al tien minuten wanneer Muti de strijkers op de voorste rij een hand geeft. Voor een violiste met hoofddoek maakt hij een buiging. In Iran ging dat nog mis. Gewoontegetrouw stak Muti zijn hand uit en bracht de moslima daarmee ernstig in verlegenheid. Als troost krijgt ze nu zijn bloemen. De vrouw kijkt links, kijkt rechts - en accepteert schuchter het boeket. Het applaus van vierduizend Italianen zwelt aan.

Ravenna, zaterdag 8 juli, 23.00 uur

Afscheidsfeest onder de volle maan. Bij de toegang tot het buitenterrein staan obers met glazen vruchtensap. Ai, dat gerucht deed al de ronde: uit respect voor de gasten schenkt men geen alcohol. De journalistenclub loopt mopperend naar de pershoek. Dit is Italia, no? Tot iemand het tafeltje met flessen rood en wit ontdekt. Uit het zicht van de Perzen wordt gretig geproost. Alla salute, cincin!

Ravenna, zondag 9 juli, 00.15 uur

Silvia Groppo, de contrabassist uit Genua, loopt moe maar tevreden rond. Ze geeft toe: de Iraanse musici zijn bekwamer dan ze dacht. 'Ze hebben flinke vooruitgang geboekt. Nu maar hopen dat het beklijft.'

Tussen de eigen muzikanten eten Hanieh en Hasti ingetogen van hun risotto. Weg is de spontane lach. Er zijn controleurs meegereisd, fluistert een stem uit het Iraanse kamp. Wie zich in Ravenna niet naar behoren gedraagt, heeft straks in Teheran een probleem.

Symfonieorkest van Teheran

Sinds 2015 krijgt het orkest weer staatssteun, maar de instrumenten zijn slecht onderhouden.

De geschiedenis van het Symfonieorkest van Teheran gaat terug tot 1933. In z'n gloriedagen begeleidde het vioolvirtuozen als Yehudi Menuhin en Isaac Stern. In 1979, na de Islamitische Revolutie, viel het orkest uit elkaar. Het krabbelde op, maar werd opnieuw ontmanteld onder de vorige president, de hardliner Mahmoud Ahmadinejad. Sinds 2015, twee jaar na het aantreden van de hervormer Hassan Rohani, krijgt het weer staatssteun. Chef-dirigent is Shahrdad Rohani (63; geen familie). Hij leerde het vak in Wenen en Los Angeles. 'Het orkest heeft twee problemen', zegt hij. 'De meeste instrumenten stammen van voor de Revolutie en zijn slecht onderhouden. Daarnaast hebben we dringend behoefte aan een goed klinkende concertzaal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden