'Eerst wat fysieke arbeid, dan naar boven om te tikken'

Jac. Toes (47) is de winnaar van de Gouden Strop 1998, de prijs (inclusief 25 duizend gulden) voor het beste Nederlandstalige misdaadboek....

KOUD WAS de Gouden Strop in ontvangst genomen, of Jac. Toes spoedde zich met zijn uitgever naar het café om het glas te laten vullen. 'De barkeeper vroeg wat we te vieren hadden, ik vertelde van Fotofinish. Goed boek, heb ik gelezen, zei de man, Dick Francis, is het niet? Toen stond ik meteen weer met beide benen op de grond na dat euforische gedoe van de prijsuitreiking', zegt de schrijver in zijn huis in Oosterbeek.

Toes schreef drie boeken over het duo Fred Benter (advocaat) en Donald de Wacht (journalist), voordat hij zich begin vorig jaar aan Fotofinish zette. 'Ik werd gebeld door de stichting voor Kunst en Cultuur Gelderland met het verzoek of ik iets wilde doen voor de serie Gelderse Cahiers, waaraan ook Jeroen Brouwers, Koos van Zomeren, H.H. ter Balkt en Jan Siebelink hadden bijgedragen. Het moest iets met Gelderland te maken hebben.'

Het telefoontje kwam mooi op tijd. Enkele dagen eerder was een envelop in de bus gegleden met daarin een foto waarop Toes hijgend en hardlopend te zien is op een bebladerd bospad achter het oude Vitesse-terrein. Toes had in december 1996 deelgenomen aan de Derde-Kerstdagloop, een fotograaf had in opdracht van de organisatie foto's van de atleten gemaakt en die later - vergezeld van een acceptgirokaart - opgestuurd. Wie weleens aan zo'n wedstrijdje heeft deelgenomen, kent het verschijnsel.

Achter de dik aangeklede Toes ('het was berekoud') waren op de foto nog meer hardlopers te zien. Een van de atleten kwam hem vaag bekend voor. Met een vergrootglas werd de foto nader bestudeerd. Was dat niet de man met wie hij ooit gebakkeleid had over het een of ander? Stel je voor dat de man op wraak was uitgeweest tijdens het hardlopen, een klapje van achteren was dan toch zo uitgedeeld?

Het idee voor een spannend verhaal was geboren. In Fotofinish, aanvankelijk gepubliceerd in de serie Gelderse Cahiers, krijgt advocaat Stan Dewende tijdens het hardlopen te maken met een mysterieuze volger, die hij overigens pas gewaar wordt als de gebruikelijke foto ook bij hem in de bus ploft. Bij volgende wedstrijdjes wordt hem vergiftigde sportdrank aangereikt en belandt hij na een duw in de Rijn. Wie zit er achter deze hardloopsabotage?

Nadat het boek - het eerste exemplaar werd uitgereikt aan ex-atleet Jos Hermens - was verschenen, waren de recensenten het over één zaak roerend eens. Toes had de sfeer van deze recreatieve hardloopwedstrijdjes - er zijn er wekelijks tientallen in het hele land - uitstekend getroffen. 'Het boek laat zich lezen als de isotone dorstlesser na een enerverende training', oordeelde het vakblad Runner's World.

Twee marathons heeft de schrijver zelf op zijn naam staan, al is de 42.195 meter niet echt zijn afstand. Hij deed ooit 42 minuten over de tien kilometer, en loopt nu 'in zijn leeftijd'. Ik ben 47, dus mag ik er 47 minuten over doen. Het is nog steeds 45 minuten, het verval valt mee.'

Draven doet hij in de directe omgeving van Oosterbeek, in de heuveltjes nabij het voormalige klooster Mariëndaal, langs de stuwwallen van de Nederrijn - 'Ik vind het een heerlijke manier om me te ontspannen, ook als het even niet goed loopt met de schrijverij en ik vastzit.' Om zich te documenteren voor Fotofinish liep hij wat meer wedstrijden. 'Ik nam een recordertje mee, naar loopjes als de Huissense Stratenloop, de Bridge-to-Bridge-loop, de Derde-Kerstdagloop.'

Vier boeken schreef Toes, en zoals vrijwel elke schrijver heeft hij nog een niet gepubliceerde eersteling ('een onderwijsthriller, een moord op een conciërge, maar het boek loopt weg op pagina 158') in een lade liggen. 'En die komt daar dus ook nooit meer uit, mijn uitgever weet niet eens dat het manuscript bestaat.'

Hij begon aan het begin van de jaren negentig met het schrijven van thrillers, maar is al veel langer in het genre geïnteresseerd. 'Ik had in de jaren zeventig vooral belangstelling voor de Engelsen, was weg van Len Deighton, met die cryptische eerste romans van hem, daarna kwam John Le Carré vanzelf.'

Op zijn 23ste was Toes al docent Nederlands, vrijwel vanaf het begin aan wat nu het Gelders Lyceum heet in Arnhem. 'Ik zat ook stevig in het actiewezen hier, met grote acties rond Dodewaard, Kalkar en de munitietreinen. Ik heb samen met een vriend de Arnhemse stadsradio opgericht, een alternatieve zender, zoals er zoveel waren in die tijd. Om de zendtijd te vullen, en om niet alleen ideologische praatjes te brengen, hebben we ook gewone programma's gemaakt - muziek, natuurlijk, maar ook een thrillerrubriek van mij. Geronnen bloed, een wekelijks radiopraatje.'

Begin jaren negentig zette hij zich serieus aan het schrijven. Het manuscript van Dubbelspoor zond hij een aantal uitgeverijen toe. De Boekerij hapte toe, al moest het eerst de nodige aanpassingen ondergaan. 'Ik heb wel zeven versies gemaakt, geloof ik.'

Het debuut werd goed ontvangen, kreeg zelfs een nominatie voor de Gouden Strop. 'Daar zit nog een mooie anekdote aan vast. Ik had mijn boek ook aangeboden bij Het Spectrum, waar Tomas Ross indertijd manuscripten las. Die wees Dubbelspoor af, terwijl het later dus genomineerd werd voor de Strop. Tomas was eveneens genomineerd, we stonden na de bekendmaking naast elkaar. Vond ik wel grappig. Hij mompelde iets over de ellende van het redacteur-zijn, dat je soms dingen afwijst die eigenlijk heel goed zijn. Overigens won uiteindelijk Bob Mendes.'

Toes gaf in die jaren nog les, maar dat werk ging hem meer en meer tegenstaan. 'Ik kreeg een geweldige inzinking in 1995, het onderwijs was voor mij een echte uitputtingsslag. Ik werd levensbedreigend depressief, het was een complete burn-out. Ik hield in die periode ook op met schrijven, wat een geweldig teken aan de wand moest zijn. Toen ben ik uit het onderwijs gestapt.'

Nu vult hij zijn dagen met schrijven. Boeken, korte verhalen, journalistiek werk voor bladen als HP/De Tijd.

's Ochtends eerst wat fysieke arbeid. Stofzuigen, de wasmachine vullen, dweilen, iets repareren. Dan naar boven: tikken.' 's Middags op pad voor de research, met de auto, fietsend, of lopend natuurlijk.

Elk boek moet vooraf in synopsisvorm op papier staan. Toes begint niet lukraak, zoals Ed McBain, die altijd op pagina 1 met een lijk begint, en dan verder wel ziet waar het verhaal hem naartoe leidt. 'Dat werkt bij mij niet. Ik moet alles weten, ik kan anders geen maat houden.' Advocaat Benter en regionaal journalist De Wacht, de helden uit de eerste drie boeken, die binnenkort waarschijnlijk in het Duits worden vertaald ('In potentie krijg ik er vijftig miljoen lezers bij. . .'), keren niet terug.

'Ik heb die jongens alles laten meemaken, maar hun running gags zijn een beetje uitgeput. Ze hebben toch hun beperktheden. Later komen ze misschien nog wel 'ns terug, nu niet. Benter is een mengeling van een paar advocaten die ik ken, hier in Arnhem. De Wacht heeft iets van een voormalige journalist van de Arnhemse Courant, die nu overigens bij NRC Handelsblad werkt. Ik weet niet of ze zichzelf erin herkennen.'

Zijn boeken verkopen goed in de regio. 'Arnhemmers vinden het aardig over hun eigen streek te lezen.' Aangesproken op straat wordt hij nooit, fanmail is er evenmin, 'helaas'. Na zijn debuut in 1993 verschenen van nog twee thrillerschrijvers uit de regio goede spannende boeken. Henk Apotheker schreef Zelfverdediging en De Vrije Singel, Jan Kremer De Connectie. Critici spreken van de 'Arnhemse School'.

'Henk Apotheker en ik zaten in 1995 in de trein na de uitreiking van de Gouden Strop aan Tim Krabbé. Henk was toen genomineerd, maar had niet gewonnen. We voelden ons flink beflikkerd, we hadden vooraf hoge verwachtingen. We hadden in Amsterdam al de nodige troostborrels achter de kiezen. Uit pure balorigheid hebben we toen de Arnhemse School opgericht, die wel eens korte metten zou maken met de Nederlandse literatuur. Ach, het was een grap die een eigen leven is gaan leiden.

'Onze romans spelen zich af in de regio, daarnaast is er een ironische kijk op de lokale autoriteiten. Wat we alledrie bovendien delen is de tristesse over de teloorgang van de Arnhemse binnenstad, die de laatste dertig jaar verkwanseld is aan projectontwikkelaars. De slag om Arnhem was maar een voorafje.'

De laatste tien jaar is in heel Nederland een ander klimaat ontstaan, met spannender decors. 'Er ís nu corruptie bij de politie en tegelijkertijd heeft de criminaliteit internationale dimensies aangenomen. Je kunt nu dramatische plots creëren, zonder onzinnig over te komen.'

Er is voldoende kwaliteit. Toes is daarom nog steeds ontstemd over de CPNB, die jaarlijks steevast een buitenlandse auteur (James Ellroy, Robin Cooke, Elizabeth George, Philip Margolin) uitnodigt het boekje te schrijven dat als geschenk wordt aangeboden tijdens de Maand van het Spannende Boek. 'Dat Gedumpt van Ellroy sloeg nergens op. Het is helemaal geen spannend boek. Er zijn zeker tien auteurs in Nederland die een beter geschenkboekje kunnen schrijven. Maar voor volgend jaar is weer een buitenlander gecontracteerd.'

Van de Arnhemse School mogen volgend jaar daarom harde acties worden verwacht, zegt Toes op quasi-dreigende toon. 'Die buitenlandse auteur laten we volgend jaar bij zijn bezoek in het water zakken. Grapje natuurlijk. Je kunt niet de schrijver aansprakelijk stellen, het is de schuld van de CPNB.'

Dan is het tijd om hard te lopen. De Muur van Oosterbeek wacht.

Rolf Bos

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden