Eerst nieuws brengen, dan nuanceren

Hoe pikken media het belangrijkste nieuws uit rapporten als dat van de commissie-Oosting over de Teevendeal? En krijgt het publiek de kanttekeningen bij zulk nieuws nog mee?

Marten Oosting voorafgaand aan het Tweede Kameroverleg met de onderzoekscommissie Oosting. Beeld anp

Oordeel: geen doofpot op Justitie. Dat viel 25 mei om 11 uur te lezen op Teletekst, het ANP en de websites van alle grote kranten. De heropende commissie-Oosting concludeerde dat in de nasleep van de Teevendeal behoorlijk was 'geklungeld', maar dat er 'geen aanwijzingen zijn voor het doelbewust tegengaan van het achterhalen van het bonnetje'.

Feiten helder, zaak afgedaan. Of toch niet? Wie het rapport leest, kan met de feiten die Oosting presenteert evengoed concluderen dat wel degelijk sprake is van een doofpot.

Een hoge ambtenaar wéét waar het bonnetje te vinden is, maar deelt die informatie alleen met de grote baas - en niet met de verantwoordelijke voor het Teevendeal-dossier. De grote baas zegt dat hij zich er niets van kan herinneren. Niemand anders wordt geïnformeerd. De ambtenaar die de kennis heeft, doet daar niets meer mee.

Al snel na de uitkomst van Oosting-II komen de twijfels. In de Volkskrant staat de dag na publicatie nog een reconstructieverslag onder de kop 'geen doofpot' (tussen aanhalingstekens), terwijl in het hoofdredactioneel commentaar al wordt gezinspeeld op een andere conclusie: er is wel degelijk informatie achtergehouden. Is dat dan niet gewoon een doofpot?

Toch is het beeld 'Oosting: geen doofpot' bij velen blijven hangen. Ook omdat journalisten die er later afstand van namen, meededen aan het verspreiden ervan. Waarom gaat dat zo? Hoe handelen media bij het verschijnen van dit soort rapporten? En kan het anders?

Lekken

Veel media azen al ver voor de officiële openbaarmaking op de conclusies van het rapport. De Telegraaf is de eerste die publiceert. 'Bonnetje lag voor het grijpen', kopt de krant op vrijdag 20 mei, vijf dagen voor de verschijningsdatum. 'Het was geen cadeautje, die primeur, we hebben er ons best voor moeten doen', zegt chef Wouter de Winther. 'Ik was trots dat onze verslaggever dat als eerste boven tafel had.'

Wie de 'ingewijden' zijn met wie De Telegraaf heeft gesproken, blijft naar Haags gebruik geheim. Maar dezelfde dag wordt het tweede Oosting-rapport besproken in de ministerraad: er zijn dus in politiek Den Haag veel mensen die de strekking kennen. De meeste media hebben in de wandelgangen al opgevangen dat de commissie aankoerst op 'geen doofpot'.

Toch wacht de rest nog met publiceren: het is te vroeg, klinkt het. 'De conclusies van Oosting waren nog niet in brede kring bekend, maar we hoorden al wel: er is geen nervositeit. Geen doofpot dus', zegt politiek verslaggever Frank Hendrickx van de Volkskrant.

Persbericht

Maandag en dinsdag sorteren alle Haagse redacties voor. Bij het AD maken Jan Hoedeman en Tobias den Hartog een voorbeschouwend stuk met alvast de belangrijkste conclusies. Ze gooien het dinsdagavond online, vlak nadat alle kranten naar de drukker zijn. 'Je wilt niet het risico lopen dat je primeur weg is.' Ook de Volkskrant schrijft zo'n voorbeschouwing. De kop boven het stuk van woensdag luidt: 'Bonnetjesaffaire: doofpot of geklungel?'

Zowel het 300 pagina's dikke onderzoeksrapport als het bijgevoegde persbericht, van maar liefst 13 A4'tjes, wordt om half 9 die ochtend onder embargo vrijgegeven aan de media. Dat betekent dat journalisten een kleine tweeënhalf uur hebben om zélf het rapport in te duiken, voordat de eerste berichten online de lucht in moeten.

Om 11 uur verschijnt het rapport officieel. Het verhaal dat Oosting tijdens de persconferentie houdt, is al niet nieuw meer voor de parlementaire journalisten in de zaal. 'Niet om onszelf te complimenteren of zo, maar toen we de inleiding van het rapport lazen, leek dat al erg op wat wij 's morgens in de krant hadden', zegt Volkskrant-journalist Frank Hendrickx.

Het is goed spitwerk, waarbij de journalisten gebruikmaken van hun uitgebreide netwerken. Toch zien sommigen de nadelen. 'Framing is hét kenmerk van politieke communicatie', zegt politiek commentator Kees Boonman van EenVandaag. Immers: de hoofdrolspelers uit zo'n rapport hebben er vaak geen belang bij om het onder een vergrootglas te leggen. 'Je benadrukt wat je wílt dat blijft hangen, waardoor minder welgevallige informatie naar de achtergrond verdwijnt.' Dan kun je wel 'meerdere Haagse bronnen' hebben die stellen dat Oosting mild oordeelt, als die bronnen betrokkenen zijn, hebben ze ook belang bij het downplayen van zo'n onderzoek.

Ook rapporten als dat van Oosting worden geframed, stelt Boonman. 'Ze worden begeleid door mensen die politieke communicatie dondersgoed snappen. In dit geval bijvoorbeeld door Bert Kreemers, secretaris van de commissie. Hij was in de Srebrenica-tijd voorlichter bij Defensie en weet precies hoe zoiets werkt.'

Kreemers doet al jaren dit soort onderzoeken voor de overheid, waaronder ook dat van de commissie-Hoekstra over Bart van U., de moordenaar van Els Borst. 'Het gaat hier om puur feitenonderzoek over een ernstige zaak, waar van enige framing totaal geen sprake was', verduidelijkt Kreemers.

Voor Kreemers staat waarheidsvinding boven alles, zegt hij in een reactie op de uitspraken van Boonman. 'In de Srebrenica-tijd ben ik zelfs ontheven uit mijn functie als woordvoerder, juist omdat ik niet wilde meewerken aan framing. Dat was een bewuste keuze, ik wil zo niet te werk gaan.'

Voor het rapport-Oosting hield Kreemers zich niet bezig met de woordvoering. 'Sowieso: deze commissie bestaat uit een oud-ombudsman en twee oud-rechters. Een gezelschap dat niet bepaald uit is op framing. Voor een doofpot heb je iemand nodig die de pot vasthoudt terwijl de ander er een deksel op drukt. Daarvoor was de chaos op V en J veel te groot.'

Mainstream mening

Op de dag van publicatie, stipt om 11.00 uur, publiceren alle media de conclusies, op basis van het persbericht en wat ze tot dan toe hebben gelezen. 'Oosting: geen doofpot bij Teevendeal', kopt NOS Teletekst. 'Geen doofpot Justitie bij zoektocht bonnetje Teevendeal', meldt NRC. Het AD spreekt over een 'foutenfestival' op het ministerie. 'Geen doofpot bonnendeal, wel chaos', meldt het ANP.

Volgens NRC-verslaggever Christiaan Pelgrim is het logisch dat alle media eerst op de eigen conclusies van Oosting inzoomen. 'De grote vraag was: wie heeft de zoektocht naar het bonnetje stopgezet, was er een doofpot? Het nieuws is dan wat Oosting geconstateerd heeft. Ingewikkeld genoeg, want je moet ook de voorgeschiedenis melden. Gelukkig was er een persbericht, dat maakte het overzichtelijker.'

Tijd is de grote concurrent van journalisten, zegt EenVandaag-commentator Boonman. Hij ziet daarin meteen een probleem: 'De veiligste route is dan om, zeker in de eerste uren, mee te gaan in de mainstream mening. Dus als een persbericht een bepaalde lijn uitzet, volg je die in eerste instantie. Daardoor zet je direct een kader neer, waarbinnen de rest van de berichtgeving moet passen.'

Wat meespeelt, is de hoge status van commissies in Den Haag. Conclusies van zo'n gezaghebbende commissie leg je als journalist niet zomaar opzij. Uit de rondvraag onder parlementair journalisten blijkt dat vrijwel niemand twijfelt aan de expertise, deskundigheid én neutraliteit van oud-ombudsman Oosting en zijn compagnons.

'Die onrustige mediathermiek van stellen dat er tóch een doofpot is, ik vind dat een beetje makkelijk', zegt AD-journalist Jan Hoedeman. 'Denk je nu echt dat die commissie er belang bij heeft een doofpot buiten beeld te houden? Oosting wint bij wijze van spreken de Champions League van onderzoekers, als hij erin zou slagen een doofpot boven tafel te krijgen. Hij is fris en kien genoeg om te ruiken als het niet deugt. Ik heb geen aanwijzing om te veronderstellen dat de commissie flutwerk heeft geleverd.'

'Ik vraag me af of Oosting kritisch genoeg is', zegt Frank Hendrickx. 'Maar dit zijn hooggeleerde heren, die zijn aangesteld om dit werk te doen. Hun conclusies zijn een politieke realiteit.' Zijn collega Remco Meijer: 'Dé waarheid bestaat natuurlijk niet. Ik geloof dat de commissie 40 mensen heeft gesproken en zes miljoen e-mails heeft doorzocht. Ze zijn een heel eind gekomen, maar het blijft natuurlijk een reconstructie. Je weet nooit zeker wat zich precies tussen de hoofdpersonen heeft afgespeeld. Wij waren er niet bij en Oosting ook niet.'

Losse eindjes

Snel na de eerste mediastroom zetten journalisten en commentatoren toch vraagtekens bij de haastig overgenomen conclusie. Losse eindjes in het verhaal worden zichtbaar, tegenstrijdigheden ontdekt. Waarom kon de voormalige justitiebaas Pieter Cloo zich cruciale informatie ineens niet herinneren? Moet hij dan niet toch onder ede worden verhoord? En waarom deed hoofd financieel-economische zaken Coen Hoogendoorn vrijwel niets om het bonnetje boven water te krijgen, terwijl hij wist waar dat zich bevond? Waarom is Fred Teeven niet opnieuw verhoord? En waarom concludeert Oosting dat er géén doofpot is, als de keurig gepresenteerde feiten anders uitwijzen?

'Die nuance komt in de eerste klap van het nieuws niet mee', erkent Telegraaf-chef Wouter de Winther. 'Vervolgens blijkt dat op de conclusies van Oosting wel het een en ander valt af te dingen. We hebben daarna online zo snel mogelijk kanttekeningen geplaatst. Je hoopt dat mensen dat meekrijgen.'

In hoeverre dat gebeurt, is nog maar de vraag. 'Het is heel simpel: die eerste klap is een daalder waard', zegt de Amsterdamse hoogleraar politieke communicatie Rens Vliegenthart. 'Het beeld dat je met de eerste berichtgeving over een onderwerp creëert, is daarna bijzonder moeilijk bij te stellen. Bij de gemiddelde lezer zal blijven hangen: geen doofpot, punt. Ofwel: niets aan de hand.'

Het Achtuurjournaal (ruim 1,8 miljoen kijkers) opent die avond met: 'Geen doofpot op het ministerie van Veiligheid en Justitie.' Dat wordt ondersteund door tientallen nieuwsberichten. Kritische commentaren die daarná worden geschreven, verschijnen niet meer op de voorpagina maar verderop in de krant. Zo lazen 14 duizend Volkskrant-lezers het nieuwsbericht over de Teevendeal dat woensdagochtend om 11 uur wordt geplaatst. Het hoofdredactioneel commentaar van de volgende dag wordt online 3.000 keer gelezen, de 'losse eindjes'-analyse in de zaterdagkrant 'slechts' 1.500 keer.

Verschil tussen verslaggeving en een hoofdredactioneel commentaar

Vliegenthart: 'Als je het andersom had gedaan, eerst 'doofpot' en dan 'het valt wel mee', was het een compleet ander verhaal geweest. Dan was juist de ellende blijven hangen. Bij vervolgdiscussies denken mensen vaak: het was toch al duidelijk, hoe relevant is dit dan?'

Dat besef leeft wel degelijk onder journalisten. 'Een voorpaginastuk van een grote kwaliteitskrant zet de toon van de publieke opinie', zegt Pelgrim. Middagkrant NRC tekende daarom eerder de embargoverklaring en kreeg het Oosting-rapport een avond van tevoren. 'Om te voorkomen dat ik een stuk zou schrijven nadat ik het haastig had doorgelezen', zegt Pelgrim.

Maar ook dat stuk volgt nog steeds de lijn van Oosting. De kop luidt: Bonnetje Teevendeal onvindbaar door falen van top Justitie. Zonder aanhalingstekens. Met die kop zet de krant dus de toon. Maar met die toon is NRC een dag later veel minder gelukkig. Dan luidt de kop van het hoofdredactioneel commentaar: Geen sprake van doofpot op Justitie? Maak dat de kat wijs.

'Dat verschil is een logisch verschil tussen verslaggeving en een hoofdredactioneel commentaar, waar best een pittige mening in mag staan', aldus Pelgrim. 'We hadden die dag ook een artikel waarin Kamerleden vraagtekens zetten bij de conclusies. Daar lag het dus toch best dicht bij elkaar.'

Zou het niet beter zijn als media langer de tijd namen? Bij Trouw besloten ze in de aanloop naar het rapport niet mee te gaan in speculaties. 'Zeker bij zo'n complex dossier is het fijn om zelf het overzicht te hebben', zegt verslaggeefster Nicole Besselink. 'Stel dat we het boek een dag van tevoren hadden gekregen, dan kom je in je eerste berichtgeving veel verder. Al lezende kom je toch details tegen die het allemaal scherper stellen.'

In de Haagse pikorde staat Trouw juist om deze eigenschap niet bovenaan. Er zijn gradaties, maar de meeste media vinden het belangrijk om zo snel mogelijk te publiceren. 'Onze corebusiness', noemt Wouter de Winther het. 'Wij proberen altijd het nieuws als eerste te hebben. Daar kent iedereen ons ook van.'

En volgens de meeste verslaggevers bijten snelheid en nuance elkaar niet. 'We zijn na het nieuws vrij snel overgeschakeld op: wat zijn nu nog de rafelranden', zegt Remco Meijer. Hendrickx: 'We geven de feiten uit het rapport weer en laten de kritiek van Kamerleden zien. De lezer kan zelf zijn conclusie trekken.'

Eerst het nieuws brengen, dán nuanceren, dat is hoe vrijwel alle grote media het doen. En blijven doen. Op hoop van zegen dat de lezer het hele verhaal meekrijgt.

N.B.: Dit verhaal is aangepast wegens gebrek aan wederhoor. Nieuw zijn de passages met citaten van Bert Kreemers. De zin die daarna komt is aangepast. Hier stond eerst: Op de dag van publicatie is het resultaat van die framing zichtbaar. Nu staat er: 'Op de dag van publicatie, stipt om 11.00 uur, publiceren alle media de conclusies, op basis van het persbericht en wat ze tot dan toe hebben gelezen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden