Eerst Europa, dan pas Italië

Het broeit in het jonge Italiaanse avant-garde theater. In eigen land zijn de mogelijkheden echter beperkt. De makers gaan naar Frankrijk, en naar de Rotterdamse Schouwburg....

Het is niet iets dat je snel weer vergeet, het openingsbeeld van Hey Girl!. Een tenger meisje op een tafel maakt zich heel langzaam los uit een lichtroze smurrie, het kalkwitte licht dat in de ruimte hangt streelt de steeds duidelijker wordende contouren van haar rug en terwijl het kind - want dat is het bijna nog – haar eerste stappen zet, druipt, trilt en glibbert het spul onophoudelijk door, en dat zal het gedurende de hele voorstelling blijven doen, van de tafel op de vloer.

Fraai is het, ook al in het licht van de verdere ambiance van de voorstelling: de Église des Célestins in Avignon, één uur ’s nachts. Het is als de tijd die voortvloeit, zegt Romeo Castellucci (1960) over het roze goedje (‘siliconenrubber’). De Italiaanse regisseur stond het drillende horloge van Salvador Dalí voor ogen. Want Castellucci is ook afgestudeerd aan de Academie voor Beeldende Kunsten (schilderen en decorontwerp); beelden en vormen zijn altijd van importantie bij hem, en zeker in deze voorstelling, zijn jongste.

De titel is belangrijk – zelfs uitgangspunt van dit stuk – maar voor het overige is de weinige tekst tamelijk ondergeschikt. Hetgeen Hey Girl! uiteraard uitermate geschikt maakt voor het festivalcircuit – een taalbarrière is er niet.

Nu zijn zijn stukken sowieso vrij veel op reis en ook in Nederland is Castellucci een geziene regisseur sinds hij eind jaren negentig heftig van zich liet horen met Giulio Cesare, waarin onder anderen twee anorexia meisjes en een keelkankerpatient hun opwachting maakten.

Na Avignon volgt voor Hey Girl! De (Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, het jaarlijkse internationale theaterfestival dat morgen van start gaat – waar het tezamen met nog twee producties een ‘Italiaans hoofdstukje’ vormt. Er wordt namelijk nogal wat nieuw en divers theater gemaakt in Italië, en er is niet heel veel dat ons bereikt; voor artistiek leider Annemie Vanackere van de Rotterdamse Schouwburg reden om aandacht aan de regio te schenken. Naast een grote naam als Castellucci zijn er iets onbekendere groepen te gast: de Compagnia Scimone Sframeli en het jonge collectief Orthographe.

De Compagnia Scimone Sframeli maakte een paar jaar terug indruk met Festa in het Brusselse Kunstenfestivaldesarts; ditmaal brengen ze La Busta, ofwel De Envelop, een absurdistisch stuk van de hand van Spiro Scimone – samen met Francesco Sframeli oprichter van het gezelschap.

Beiden zijn in 1964 geboren in het Siciliaanse Messina en de eerste stukken schreef Scimone in plaatselijk dialect. En toch, net als het werk van die andere rijzende Siciliaanse ster Emma Dante (afgelopen zomer nog in het Holland Festival), kregen ze binnen Italië al vrij snel erkenning.

La Busta is evenwel ‘gewoon’ in het Italiaans (Nederlands boventiteld) en doet in de verte denken aan Becketts Waiting for Godot. In een streng, sober decor komt het tot een treffen van vier vreemde snuiters; te beginnen met een man die een envelop heeft gekregen en wil weten van wie. Daartoe vervoegt hij zich bij een zekere secretaris – al had hij liever de voorzitter gesproken, maar die zou drukke bezigheden elders hebben.

De secretaris houdt er een hondachtig schepsel op na dat zich zo nu en dan op raadselachtige wijze in het gesprek mengt, en dan is er uiteindelijk nog een kok van de partij.

Hoe grappig het soms ook is, er hangt van meet af aan een zekere dreiging over de scène. Terwijl de personages reppen van koffie, sigaretten, whisky en lekker eten is er sprake van een eindeloos en onvrijwillig wachten – op iets dat niet goed gaat zijn. Vermoed je aanvankelijk in een bureaucratische hel te zijn beland, het kan allemaal nog veel erger, in een omgeving waar uiteindelijk intimidatie en geweld de overhand krijgen.

Van een heel andere, veel dromerigere sfeer is Tentativi di Volo, of Proefvluchten, van Orthographe, een stel jonge theatermakers over wie Romeo Castellucci zich enigszins heeft ontfermd; zo programmeerde hij ze eerder voor de Venetiaanse Biënnale. Productiehuis Rotterdam is co-producent van hun nieuwste voorstelling, op initiatief van het Münchense Spielart Festival voor (jong) internationaal theatertalent. De groep creëert een camera obscura in de Krijn Boon Studio van de Schouwburg en is daar tot op de dag van vandaag druk doende mee; van tevoren een kijkje nemen behoort niet tot de mogelijkheden. Hoe dan ook staat vast dat dit beeldend theater gaat opleveren, in de traditie van Castellucci en zijn gezelschap, dat Socìetas Raffaello Sanzio heet, naar de befaamde schilder.

Italië is rijk aan jong avant-garde theatertalent, zegt Castellucci daags na de opvoering van Hey Girl! in het Festival van Avignon. ‘Maar een cultureel beleid is non-existent. Dat wil zeggen: er is sprake van een oud machtssysteem, waarbij alle publieke gelden steeds weer terecht komen bij dezelfde instituten: de gevestigde stadstheaters. Niets komt er vrij voor nieuwe initiatieven. Een hechte familie is het, waar niemand tussenkomt, een volkomen achterhaald, anachronistisch gegeven. En of nu links of rechts aan de macht is, in dit opzicht verandert er niets. Het nieuwe, contemporaine theater wordt erdoor in gevaar gebracht, en dat is droef. Jonge kunstenaars die wat te zeggen hebben, moeten de Europese circuits langs. Dat is de enige manier voor hen om te kunnen werken.’

Daar heeft Castellucci zeker een punt, meent Silvio Marchetti, cultureel attaché en directeur van het Italiaans Cultureel Instituut in Amsterdam. ‘Italië wordt vaak beschouwd als een wat naar binnengekeerd, traditioneel, conservatief land, dat is een imago dat ons aankleeft, vermoedelijk ook vanwege de katholieke godsdienst. Maar we hebben wel degelijk het een en ander te verdedigen op het gebied van de avant-garde – te beginnen met de Futuristen, begin twintigste eeuw.

‘Dat waren kunstenaars die in verzet kwamen tegen de gevestigde orde, de status quo toen, en voor mijn gevoel is dat nu ook weer aan de hand. Er broeit momenteel van alles in de Italiaanse samenleving en de nieuwe, jonge theatermakers vertalen dat naar de scène. Tegelijk is het waar dat het geld naar de gevestigde theaters gaat, en dat is een groot probleem. Er zijn theaters, en dan niet in de laatste plaats operahuizen natuurlijk, want dat is toch de eerste podiumkunst in Italië, denk ik – die bijna sacrale status genieten. Daar geld weghalen ten bate van kleine, onbekende initiatieven die zich nog helemaal niet hebben bewezen – dat is eigenlijk ondenkbaar.’

‘Frankrijk, zeker Parijs, is dan een goede voedingsbodem gebleken voor onze kunstenaars, er bestaat beslist culturele affiniteit over en weer. En ja, een beetje merkwaardig misschien, maar pas als de Italiaanse artiesten naam hebben gemaakt in het buitenland, kijkt hun eigen land naar hen om, zo lijkt het.’

Romeo Castellucci is inmiddels al weer bezig met een volgend Frans (mega-)project: de enscenering van Dantes Goddelijke Komedie, alle drie de delen – gepland voor het Festival d’ Avignon 2008. Hij kreunt: enorme klus. Niettemin is hij hiermee weer terug bij zijn gewone werkwijze: nadenken, schrijven, werken met cahiers vol aantekeningen.

Voor Hey Girl! verliet hij voor het eerst dat pad; het stuk dat volgende week in Rotterdam is te zien, vormt dan ook een geïsoleerde entiteit binnen zijn oeuvre. Het begon met de titel; samen met de actrice, Silvia Costa, werkte hij in twee maanden vanuit het niets deze voorstelling uit. Het was intensief, soms te, zegt hij. ‘Het is dan ook bepaald niet zo dat ik hiermee een nieuw pad ben ingeslagen, veel te zwaar. Wel is het zo dat ik nog denk aan een Hey Boy!, als een tweeluik.’ Hij pauzeert even, zegt: ‘Zoals het duoportret door Piero della Francesca van Federico da Montefeltro en zijn vrouw.’

Daar zijn de beelden weer. In Hey Girl! verschijnt aan het eind Jan van Eycks Man met rode tulband ten tonele. Het is eigenlijk een tunnel door de iconografie, aldus Castellucci. De titel om te beginnen, zou je kunnen zien als een hedendaags Avé Maria, een moderne annunciatie. ‘Anderzijds is het een afschuwelijk banale kreet: hoe vaak krijg je dit als meisje niet naar je hoofd? Wat moet je ermee? Hoe vervelend is het?’ Castellucci zelf schoot het nota bene te binnen toen hij moest afremmen voor een stoplicht en een aantal meisjes overstak.

‘Het is ook kritiek op de macht van de taal. Voor mij staat zo’n kreet voor het isolement van het stadsleven, de anonimiteit waarmee we allemaal te maken hebben. Je zou dit stuk ook kunnen zien als een dag uit zo'n leven, een portret van eenzaamheid.’

Het hoeft bovendien niet per se feminien te zijn. ‘Hey Girl! dat ben ik. Ook. Zoals Flaubert zei: Madame Bovary, c’est moi.’ Er komen niettemin veel ‘heldinnen’ langs, als Marie-Antoinette, Maria Stuart, Jeanne d’Arc, vergezeld van attributen als een enorm zwaard, een flesje Chanel No 5, een lippenstift. ‘De objecten, de vormen worden personages’, zegt de regisseur. Een uur na middernacht, in een laat veertiende-eeuwse kerk wil dit wel werken. Hoe dat gaat uitpakken om negen uur ’s avonds in een strakke moderne Rotterdamse Schouwburgzaal is de vraag.

Castellucci glimlacht. Hey Girl! stond en staat op tal van locaties, meestal industrieel, die hij elke keer weer moet verkennen. ‘Spannend. Maar ze kan wel wat strengheid gebruiken.’ Want het blijft oppassen dat de openingsscène niet sterft in schoonheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden