Eerherstel voor een van de wonderlijkste megabands van de jaren zeventig

Emerson, Lake & Palmer versneden klassieke muziek verrassend met hamerende rock, jazz en psychedelica. Hun nieuwe verzamelaar maakt nog eens duidelijk hoe bijzonder dat was.

Het muzikale basisidee van Emerson, Lake & Palmer valt eigenlijk vrij eenvoudig samen te vatten: Bach op synths. Beeld Hollandse Hoogte

Het popjaar 2016 was al een tranendal vanwege de vele grote doden die vielen te betreuren, maar de Britse band Emerson, Lake & Palmer werd wel erg hard getroffen. In maart dit jaar overleed de componist en toetsenist Keith Emerson (71), vorige week de zanger en bassist Greg Lake (69). En zo was drummer Carl Palmer (66) ineens de enige overlevende van een van de wonderlijkste megabands van de jaren zeventig.

Emerson, Lake & Palmer was een van de wonderlijkste megabands van de jaren zeventig.

Hoe wonderlijk precies, dat valt nog eens goed na te luisteren bij een nieuwe verzamelaar en een reeks goed gedocumenteerde heruitgaven die de afgelopen weken verscheen - noem het een gelukkige maar tragische timing. Luister je nu nog eens rustig naar het eerste muziekstuk, Tarkus, van de gelijknamige plaat uit 1971, een in zeven delen opgeknipte rocksymfonie van ruim 20 minuten, dan kun je je bijna niet voorstellen dat deze gekunstelde en toch ook wat manische muziek destijds als 'rocksensatie' de wereld rondging, werd uitgevoerd in stadions en op festivals voor een publiek van soms een mannetje of 200 duizend en op bijna vijftig miljoen platen de winkels uit vloog.

Het muzikale basisidee van Emerson, Lake & Palmer valt eigenlijk vrij eenvoudig samen te vatten: Bach op synths. De toetsenist Keith Emerson, een enthousiaste piano- en Hammondorgel-leerling die zich al op jonge leeftijd had gestort op de klassieke muziek, hoorde in een platenzaak eind jaren zestig het album Switched-on Bach van de componist Wendy Carlos, en sloeg steil achterover. 'Wat, in hemelsnaam, is dit?', vroeg Emerson de platenzaakbaas. Die antwoordde het jochie naar waarheid: 'Bach op een synthesizer.' Emerson was verkocht, ontdekte dat de briesende synthesizer in kwestie een net ontwikkelde Moog was, en ging sparen.

Het meanderende folkliedje Lucky Man werd in 1970 direct een dikke hit.

Voor zijn eerste grote band, The Nice, herschreef Emerson klassieke composities van Leonard Bernstein en bijvoorbeeld Antonín Dvorák tot dreunende rockarrangementen, te spelen op vooral zijn geliefde hammondorgel. Met die curieuze mengmuziek werd The Nice best populair - en naar later zou blijken een belangrijke invloed voor metalbands als Iron Maiden - en dus achtte Emerson zijn kunstje voor herhaling vatbaar.

In 1969 speelde The Nice een dubbelconcert met de psychedelische rockband King Crimson en tijdens de soundcheck bloeide er iets moois op tussen Emerson en de King Crimson-bassist en zanger Greg Lake. Emerson speelde een riff op zijn orgel, Lake gooide er een baslijn onder en páts: muziekchemie. Er werd een drummer gezocht, die werd gevonden in de gelauwerde rockdrummer Carl Palmer, en in 1970 werd Emerson, Lake & Palmer opgericht, een zogeheten 'supergroup', want gevormd door leden van verschillende bands van statuur.

Intussen was de spaarrekening van Keith Emerson aardig volgelopen en kon de eerste Moog-synthesizer worden aangeschaft. Het bakbeest met dat warme en ronde elektronische geluid was al voorzichtig gebruikt door The Beatles, op bijvoorbeeld de plaat Abbey Road, maar bij Emerson, Lake & Palmer groeide de synthesizer uit tot protagonist. Op de platen Emerson, Lake & Palmer (1970), Tarkus (1971) en Pictures at an Exhibition (1971) ging Emerson vol op het orgel, sprintjes trekkend tussen Hammond en Moog en bijgestaan door mystieke sprookjesrockzang van Greg Lake en technische maar woeste drumpartijen van Carl Palmer. Behoorlijk heftige muziek dus, waarin componisten als Modest Moessorgski en Béla Bartók werden versneden met hamerende rock, jazz en psychedelica, in lange en onrustige muziekstukken en af en toe een kleine adempauze bij wat meer meanderende folkliedjes als Lucky Man, dat in 1970 dan ook direct een dikke hit werd.

Want zou je in onze tijd zeggen dat Emerson, Lake & Palmer opereerde in een nichemarkt, in de vroege jaren zeventig gold: hoe vreemder en weerbarstiger, hoe beter. De complexe en radio-onvriendelijke plaat Tarkus werd doodleuk nummer één in de albumcharts van Groot-Brittannië en scoorde ook al hoog in de Verenigde Staten: men vond het allemaal prachtig. Muziekliefhebbers konden in het nog vrij jonge poptijdperk natuurlijk ook goed voor de dag komen met een paar platen van Emerson, Lake & Palmer in de kast: 'Zie je wel dat ik een uitstekende muzieksmaak heb, ik luister toch ook gewoon naar Moessorgski?'

Metal en Super Mario

De pionierende progrockband Emerson, Lake & Palmer was van grote invloed op de heavy metal en bands als Iron Maiden, die net als 'ELP' elementen uit de klassieke muziek in hun rock verwerkten. Maar ELP was ook een inspirator voor de Japanse gamescomponist Koji Kondo van Nintendo, zo zegt Kondo zelf. En verdomd, wie goed luistert naar de soundtracks van de oude Super Mario-games herkent daarin inderdaad de plonkende toetsen van Keith Emerson.

Emerson, Lake & Palmer werd - naast Led Zeppelin en natuurlijk de Stones - een van de grootste Britse rockbands van de jaren zeventig, vooral ook dankzij de exorbitante liveshows waarmee het trio pionierde. Keith Emerson was dankzij zijn onorthodoxe toetspraktijken door de synthesizerfirma Moog benoemd tot een soort testspeler en hij kreeg de nieuwste prototypes tot zijn beschikking, om die maar wat uit te proberen. Voor de plaat Brain Salad Surgery uit 1973 kreeg Emerson een eerste meerstemmige Moog-synthesizer genaamd de Apollo in beheer, en dat apparaat ging dus in wereldpremière bij Emerson, Lake & Palmer. En het trio was ook de eerste band die een constellatie aan Moog-synthesizers meezeulde op wereldtournee. Ook daarin was Emerson, Lake & Palmer dus baanbrekend.

Maar het trio werd, mede door de gigantische verkoopsuccessen, ook wat overmoedig. Keith Emerson was altijd al een showman geweest, in zijn leren broek met hemdje dansend achter de toetsen, maar midden jaren zeventig ging de band shows geven als een soort circus-act en daar kwam nogal wat kritiek op.

Beeld Rechtenvrij

Moest dat nu allemaal, die vliegende piano's, die rookbommen en die rare messenact waarbij Emerson dolken tussen de toetsen stak, zogenaamd om die langer aan te kunnen houden? De Britse BBC-presentator en 'popprofessor' John Peel had Emerson, Lake & Palmer al eens 'een verspilling van talent en elektriciteit' genoemd en in kringen van de betere popsmaak werd 'ELP' nu ook steeds vaker weggezet als lachwekkend en vooral erg pretentieus.

En dat deed de band geen goed. In 1976 nam Emerson, Lake & Palmer de overambitieuze plaat Works op, met eigen composities en bewerkte stukken van Bach en de Amerikaanse componist Aaron Copland. Met die plaat én een compleet orkest en koor ging de band op wereldtournee - alweer een sterk staaltje pionierswerk. Maar met een orkest de wereld rondreizen bleek toch wat duurder uit te pakken dan verwacht, en na afloop van de tournee en een daverend slotoptreden in Montreal voor 80 duizend man zat de band ineens met een miljoenenschuld: het begin van onderlinge ruzies en het verval van Emerson, Lake & Palmer.

Zo stolde de band in de tijd, als aanjager van de symfonische en progressieve rock, maar toch ook als een curiosum. En dat vond de gevierde hedendaagse Britse progrocker Steven Wilson onterecht en erg verdrietig. In 2012 bracht Wilson de klassieke platen van Emerson, Lake & Palmer uit in nieuwe mixages, en uitgebouwd met nooit eerder uitgebracht werk. Deze platen, nu ook beschikbaar in de nieuwe heruitgaven, zijn een mooi en verdiend eerbetoon. De zenuwslopende plaat Tarkus bijvoorbeeld wordt vergezeld van een bonus-cd, waarop het niet eerder uitgebrachte maar prachtige liedje Oh, My Father valt te ontdekken. Een kleine, gevoelige en ontroerend mooi gezongen ballade van Greg Lake, die destijds kennelijk niet overeind was gebleven in de storm van de Hammondorgels, synthesizers en drumorkanen. Een postuum en meditatief eerherstel voor de ons zo droevig ontvallen Emerson en Lake.

De verzamelaar The Anthology en de originele platen van Emerson, Lake & Palmer, inclusief bonus-cd's met nieuwe mixen en niet eerder uitgebracht werk, zijn uitgebracht bij BMG.

Emerson, Lake & Palmer in vijf essentiële tracks

Hoedown (1971): Emerson, Lake & Palmer ten voeten uit, in een nummer als een paniekaanval van de plaat Trilogy uit 1972. Hoedown is een bewerking van een balletstuk van de componist Aaron Copland en groeit in handen van toetsenist Keith Emerson uit tot een brute synthesizereruptie, waarin ook nog wat polka en andere volksmuziek valt te ontwaren. Na Hoedown, hard op de luidsprekers, moet je een kwartier op adem komen.

Lucky Man (1970): Vaste prik in onze Top2000, en een voor 'ELP' zeldzaam rustige folksong waarin vooral zanger Greg Lake schittert. Het nummer was het slotstuk van de titelloze debuutplaat uit 1970, en bedoeld als bedachtzaam einde van een verder vrij wild album. Greg Lake schreef het nummer al op 12-jarige leeftijd, en dat is natuurlijk bijzonder schattig.

Knife-Edge (1970): In Knife-Edge, ook van de debuutplaat, werkt de combinatie van klassieke toetsen met harde rock uitstekend, vooral in de trage en dreigende opening en de mooi uitgewerkte riffs van basgitaar en orgel. Ook fijn: Knife-Edge is een behapbaar ELP-lied, van een keurige vijf minuten.

Karn Evil 9 (1973): Ga er maar even voor zitten. Het stuk Karn Evil 9 van de plaat Brain Salad Surgery is opgeknipt in vier delen en drie 'impressies', en duurt bij elkaar een krap half uur. Pretentieus, volgens de een. Experimenteel en geniaal, volgens de ander. In de nerveuze en erg technische jazzrock is soms ook wat Frank Zappa te horen een groot voorbeeld voor Keith Emerson.

Peter Gunn (1979): Een late en opmerkelijke wereldhit voor Emerson, Lake & Palmer, deze live gespeelde cover van een tv-tune van componist Henry Mancini. Fijne orgelsolo, maar vooral: wat een overweldigend drumwerk van Carl Palmer. Zijn doodsklappen ramden veel jonge popliefhebbers eind jaren zeventig zó de heavy metal binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden