Review

Eerherstel Van Everdingen met oogstrelende expositie

Alles aan deze expositie is even mooi, oogstrelend en zorgvuldig uitgewerkt, in dienst van een terecht eerherstel van de Alkmaarse schilder. Ceasar van Everdingen behoorde tot de meest gewaardeerde kunstenaars van de Republiek.

'Bacchus en Venus', vervaardigd tussen 1650 en 1660.

Er zijn veel eigenaardigheden waaraan men de 17de-eeuwse Alkmaarse schilder Caesar van Everdingen kan herkennen (dat hij de helft van zijn modellen zonder wimpers schilderde, om iets te noemen), maar het meest in het oog springend zijn toch zijn borsten. Ik bedoel: de ontblote borsten van de vrouwen op Van Everdingens doeken. Die zijn talrijk en goed geschilderd en zeer fraai: vol, romig, met een fluwelige textuur en tepels als muizenneusjes; sommige lijken de zwaartekracht te tarten. Van Everdingen was een waarlijk visionair kunstenaar in de zin dat hij de siliconentiet afbeeldde ver voordat die was uitgevonden. Aan deze visionair wijdt het Stedelijk Museum nu een monografische tentoonstelling, de eerste.

Vleiend penseel, Caesar van Everdingen (1616/17-1678)
Beeldende kunst.
Stedelijk Museum Alkmaar.
T/m 22/1.
Catalogus 24,95 euro.

En hoe. De expositie, waaraan men vier jaar werkte en die mede tot stand kwam met geld van de Turing Foundation, is de beste die ik zag sinds het Jheronimus Bosch-overzicht in het Noordbrabants Museum afgelopen februari. Van de chique grijzen en goudtinten van de zalen en de met halfdoorzichtig materiaal bespannen doorkijkjes tot de boven ooghoogte opgehangen (want: als schoorsteenstuk gemaakte) schilderijen, alles is even mooi, oogstrelend en zorgvuldig uitgewerkt. Tel daarbij op een selectie die nagenoeg compleet is, plus een serie textielcreaties van mode-ontwerper Edwin Oudshoorn die een verrijking zijn, en je hebt een nagenoeg perfecte tentoonstelling. Een voorbeeldig eerherstel schreef ik over De Lairesse-tentoonstelling in Enschede. Dat geldt ook hier.

Dat eerherstel is op zijn plaats. In zijn tijd behoorde Van Everdingen, die zowel portretten schilderde als mythologieën, tot de meest gewaardeerde kunstenaars van de Republiek. Hij maakte onder meer twee schilderijen voor de Oranjezaal in Huis ten Bosch ter ere van de overleden Frederik Hendrik (waarom hangt het niet in de expositie, wilde koning Willem-Alexander het niet uitlenen?) en tekende voor de decoraties op de luiken van Jacob van Campens orgel in de Sint-Laurenskerk in Alkmaar (tegenover het museum). Toch voorkwam dat niet dat hij na zijn dood snel werd vergeten. Te Frans waarschijnlijk. Te uitgesproken classicistisch vermoedelijk ook.

De typering classicistisch mag hier overigens tussen vette haken worden gezet. Die heeft weliswaar betrekking op Van Everdingens manier van schilderen, die 'gelyk en mals' is, doorwerkt en gladjes dus, en op het feit dat hij graag thema's ontleende aan Ovidius en andere antieke bronnen, maar zeker niet op het uiterlijk van zijn cast. Die oogt namelijk verre van antiek, eerder aards. Alsof de zoon van de kaasboer uit de kleren is gegaan en de dochter van de timmerman een bloem in het haar gestoken en een kleed om haar benen heeft geslagen, zo oogt die cast. De kunstenaar schilderde alledaagse figuren in een onalledaagse setting. En dat deed hij geweldig.

De allerbeste Van Everdingen is Bacchus en Venus uit de Staatliche Kunstsammlungen in Dresden, een schilderij waarin visueel welbehagen tot een hysterisch niveau wordt opgevoerd. Alles erop is lekker geschilderd - de bloemen, de schelpen, het naakte jongetje met de kruik, de lonkende Venus, de smachtende dame die tegen haar aankruipt - alles. De rijkdom aan texturen is zo groot dat je over de rare dingen in het schilderij heen kijkt, zoals de benen van Bacchus: hoe die aan diens lijf vastzitten, of beter, hoe ze er niet aan vastzitten. De arme wijngod zou direct omvallen als hij zou opstaan - helemaal niet erg. Schilderen draait immers om waarachtigheid, niet om waarheid. En over die driehoekige tafel op Vermeers melkmeid hoor je ook niemand.

Van Everdingen en Oranje

Ook Caesar van Everdingen mocht meedoen aan het decoreren van de Oranjezaal.

In 1648 vroeg Amalia van Solms, weduwe van de stadhouder Frederik Hendrik, bijgenaamd 'de stedendwinger', twaalf schilders om tere ere van haar overleden echtgenoot een decoratief programma te bedenken voor de Oranjezaal van het Haagse Huis ten Bosch. Tot deze groep behoorden Rembrandts oude ateliergenoot Jan Lievens, alsook architect Jacob van Campen en de Antwerpse schilder Jacob Jordaens. En Caesar van Everdingen dus. De schilder verhuisde voor de gelegenheid van Alkmaar naar Haarlem, waar andere deelnemers atelier hielden (zoals Salomon de Bray) en tekende voor twee grote schilderijen en een in situ aangebrachte gewelfschildering. Het laatste was aan de onderzijde ruim 7 meter breed en was getiteld Allegorie op het huwelijk, met Venus, Juno, Jupiter en Ganymedes, hoegenaamd een allegorie op het huwelijk van Frederik en Amalia. Een van de voornoemde schilderingen toonde de geboorte van de stadhouder. Daarop zien we baby Frederik Hendrik omringd door Mars, Minerva, zijn moeder, Louise de Coligny, en zijn vader, de kort na Frederiks geboorte vermoorde Willem van Oranje. Onder de commode schilderde Van Everdingen een leeuw. Dat strookt niet met de moderne mores omtrent verantwoord ouderschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden