Eerbetoon aan de passiemoord

Rennende voeten, angstige blikken, een strop om een nek: door de sfeervolle close-ups en de filmische aanpak valt er veel te genieten in Erik Krieks stripboek dat is gebaseerd op moordballades.

Beeld -

Diep in het bos. Bij de gebroeders Grimm beleven Roodkapje, Hans en Grietje en de zeven geitjes daar hun bangste momenten. Maar het kan grimmiger, tussen die donkere dennen, en dodelijker. 'In the pines, in the pines, where the sun never shines' zijn regels uit een Amerikaanse murder ballad die rond 1870 door een onbekende auteur zijn opgeschreven. Het lied werd beroemd dankzij bluesmuzikant Lead Belly, zelf veroordeeld wegens moord, en is later ook met veel succes vertolkt door Nirvana. Samen met vier andere songs over schuld en boete vormt In the Pines de basis voor een stripboek van Erik Kriek dat een eerbetoon is aan de zwarte romantiek van moorden die zijn gepleegd uit hartstocht, diep in het bos, of bij storm op zee.

Beeld -

Mooie Polly

Krieks boek In the Pines - 5 Murder Ballads opent met een aantal bosgezichten waar geleidelijk het daglicht tussen de stammen doorbreekt. Kraaien vliegen op en een man hakt een graf met een houweel: de toon is gezet. Pretty Polly en de scheepstimmerman is de eerste songtekst die Kriek in beelden omzet, en die is gebaseerd op een verhaal dat al sinds het begin van de achttiende eeuw rondspookt. Will Clayton is een arme sloeber die verliefd is op een meisje met wie hij nooit zal kunnen trouwen, al heeft hij wel een affaire met haar: mooie Polly. Omdat hij jaloers is op haar andere minnaars, lokt hij haar diep het bos in om haar de hersens in te slaan. Daarna monstert hij aan op een schip in de hoop zijn zonden op de woelige baren te kunnen vergeten. Helaas, hij wordt gek, verkleedt zich als vrouw en begint mede-opvarenden te vermoorden.

Filmische aanpak

Als je het zo leest, is het nogal drakerig, maar het gaat erom hoe Kriek een en ander heeft gevisualiseerd. Het eerste wat daarbij opvalt, is de montage. Om spanning te brengen in het verhaal switcht de tekenaar heen en weer van bos naar zee en terug, waardoor je niet weet welke wending de plot zal nemen en je op het puntje van je stoel blijft zitten. Deze montagevorm keert in verhevigde mate terug in de ballade Taneytown, waar een achtervolgingsscène (drie blanke mannen jagen op een zwarte jongen) wordt doorsneden met beelden uit de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, in een ritme dat mooi aansluit bij de muziek die erbij hoort. Kriek maakt daarbij gebruik van smalle, liggende tekeningen die zich snel laten lezen en vaart brengen in het verhaal. Maar lees niet te vlug, want door de filmische aanpak en de sfeervolle close-ups (rennende voeten, angstige blikken, een strop om een nek) is er veel te genieten. Elk van de vijf verhalen is getekend in zwartwit met een steunkleur, een andere kleur voor ieder hoofdstuk. Diep in het bos is het groen, niet dennengroen maar zeegroen, misschien om de decors aan elkaar te linken.

Murder ballads

Erik Kriek is een liefhebber van Americana, waarvan hij al eerder getuigde met zijn succesvolle verstripping van H.P. Lovecraft, die in zes talen is verschenen. Het nawoord in zijn moordballadeboek is geschreven door een andere Americana-fan, Jan Donkers, die memoreert dat ook Nick Cave zich uitvoerig met het genre heeft beziggehouden en stelt: 'Murder ballads waren (en zijn nog steeds) een belangrijk bestanddeel van het Great American Songbook.' Om van de lezer ook een luisteraar te maken, is een cd toegevoegd met de muzikale versie van de verstripte nummers, plus de song In the Pines, uitgevoerd door de Blue Grass Boogiemen. Erik Kriek is hierop zelf te horen als zanger.

Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden