Eenzame zwerver, gered door het toneel

Hij is een briljant acteur, door collega’s op handen gedragen. Dat ze soms niet van hem op aan kunnen, nemen ze voor lief. Binnenkort gaat Pierre Bokma (52) zijn geluk beproeven in Duitsland.

Het is dat gemak, dat snelle omschakelen, dat hem als acteur zo geliefd maakt. Vraag de grote regisseurs van dit land naar Pierre Bokma en ze dwepen met hem. Theu Boermans: ‘Hij kruipt echt in een rol, transformeert tot die persoon.’ Ivo van Hove: ‘Pierre is bereid elke keer opnieuw op onderzoek uit te gaan. Hij levert nooit een fotokopie af van de dingen die hij eerder heeft gedaan.’ Gerardjan Rijnders verzucht dat Bokma’s kwaliteiten ‘niet in woorden’ zijn te vangen. ‘Dan zou ik alleen maar in clichés vervallen.’

Op dit moment toert Bokma door Nederland met De Koopman van Venetië van de Theatercompagnie, in een regie van Theu Boermans. Het publiek in de Utrechtse stadsschouwburg huivert wanneer hij als de bespuugde, inhalige Jood Shylock met veel gekletter zijn messen slijpt om een pond vlees uit de borst van aartsrivaal Antonio te snijden. De wraaklust druipt van zijn gezicht. Even daarvoor heeft Bokma de zaal nog plat gekregen in zijn andere rol, die van Chinese koopman. In zijden pak en voorzien van zwarte pruik en neptanden probeert hij met schelle stem de mooie Portia tot de zijne te maken.

Ten voeten uit
Dat snelle transformeren is Pierre Bokma ten voeten uit, zeggen de mensen die met hem hebben gewerkt. Het maakt dat hij zich met hetzelfde gemak verplaatst in Richard III van Shakespeare (beloond met een Louis d’Or in 1994), als in de strenggereformeerde softwareondernemer Peter van der Laan in de film De Uitverkorene – vorig jaar goed voor een Emmy Award. Hij vertolkte Hamlet, Romeo en Macbeth, won een Gouden Kalf voor zijn rol als bruidegom in Weisz’ film Leedvermaak (1989) en floreerde als Kootje in de remake van ’t Schaep met de 5 Pooten, waarvan vanaf 2 januari een nieuwe reeks wordt uitgezonden.

En nu heeft hij zijn vertrek naar Duitsland aangekondigd. Als regisseur Johan Simons aantreedt als intendant van het theater Münchner Kammerspiele, volgt Bokma hem, in zijn zoektocht naar nieuw avontuur. In oktober 2010 zal hij voor het eerst in een Duitse productie te zien zijn. ‘Ik vind het bijzonder dat iemand met zo’n carrière en status iets heel nieuws begint’, zegt Simons.

‘Ik wil even een vrije vogel zijn’, had Bokma artistiek leider Ivo van Hove te verstaan gegeven toen hij in 2003 na zestien jaar zijn biezen pakte bij Toneelgroep Amsterdam. Daarna werkte Bokma bij het veel kleinere gezelschap Orkater en deed hij projecten bij NT Gent en Het Toneel Speelt. Van Hove: ‘Ik denk dat die zoekende periode nog steeds niet voorbij is voor hem. Duitsland is een nieuwe wereld waar hij nog helemaal niets betekent, dat is prettig.’ Bokma is niet van plan in Duitsland op zijn Nederlandse roem te teren, zegt Simons. ‘Ik was laatst met Pierre in München en daar stelde ik hem voor als ‘de beste acteur van Nederland’. Toen we later op straat stonden, bleek dat hij kwaad was. Hij siste mij toe dat ik dat nooit meer mocht doen.’

Toneelfamilie
Maar er zou wel eens meer achter zijn vertrek kunnen zitten dan alleen ‘een nieuwe uitdaging’. Gerardjan Rijnders, die bij Toneelgroep Amsterdam ruim tien jaar met Pierre Bokma samenwerkte en hem nog steeds op afstand volgt, signaleert dat de acteur nu iets mist. ‘Pierre bemoeit zich graag met de rollen van andere acteurs, wil jonge acteurs graag helpen. Hij heeft een toneelfamilie nodig, met vertrouwde collega’s in een ensemble. Dat ad-hocbestaan dat hij nu leidt, daar is hij niet gelukkig mee. Dat zie je aan hem.’

Maria Goos, scenarioschrijfster en een vriendin van Bokma – ‘de beste acteur ter wereld’ – beaamt dat. ‘Toneelgroep Amsterdam met Gerardjan Rijnders, dat was zijn thuis. Sinds hij daar weg is, is daar niet iets soortgelijks voor in de plaats gekomen. Werk, toneel, dat is de enige vastigheid in Pierres leven en het is moeilijk als zelfs dat houvast wegvalt.’

Simons denkt dat juist de Duitse toneelwereld op dat vlak veel te bieden heeft. ‘Het gaat in Duitsland niet om het spelen van die ene mooie rol, maar om het gezamenlijk maken van stukken. Er heerst een grote saamhorigheid.’ Die warmte van een vast gezelschap heeft Bokma nodig, zegt Rijnders: ‘Juist omdat hij dat nooit heeft gehad, een thuis, of een familie, is die toneelfamilie een belangrijk middelpunt voor hem.’

Redding
Hij heeft het ook wel eens over zichzelf gezegd, ‘het toneel is mijn redding’. Frans Weisz: ‘Ik weet niet waar hij zou zijn zonder. Die tweeënhalf uur van de voorstelling staan de afspraken vast. Maar in zijn privéleven ontbreekt de regisseur.’

Want als Bokma niet op het toneel staat, struint hij graag nachtcafés af. Hij is, ook voor zijn vrienden, niet zelden onvindbaar en wisselt even gemakkelijk van telefoonnummer als van verblijfplaats of vriendin. ‘Pierre is een eenzame zwerver’, zegt Maria Goos. ‘Van een normaal sociaal leven is geen sprake. Je kunt met hem heel moeilijk een afspraak maken. Je weet nooit of hij komt of niet.’ Zo miste hij vorig jaar ook het huwelijk van vriend Frans Weisz. ‘Ik had hem gevraagd als getuige, maar plotseling kon hij niet. Moest spelen in München, geloof ik.’

Een vaste woning heeft Pierre Bokma niet. Jarenlang woonde hij in bij een tante in Amsterdam Oud-Zuid. In het verleden sliep hij ook zo nu en dan een nachtje in de Stadsschouwburg. Goos: ‘Nu schijnt hij wel een tijdelijk appartement te hebben, maar volgens mij is niemand daar ooit geweest.’

Kinderen
Kortstondige relaties leidden ertoe dat Bokma nu drie kinderen heeft, van 10, 10 en 9, bij drie verschillende moeders. ‘Dat is een ongebruikelijke situatie’, zegt Goos, ‘maar als ik hem tegenkom met zijn kinderen, zie ik een hartstikke leuke vader. Dat had eigenlijk niemand van hem verwacht, maar hij is stapelgek op ze. Hij is nu zelfs op zoek naar een koophuis, geloof ik, omdat hij een plek wil waar hij de kinderen kan ontvangen. Geloof ik, zeg ik erbij, want bij Pierre weet je het maar nooit.’

De basis voor zijn zwerversbestaan is gelegd in zijn jeugd. Goos: ‘Zelf zegt hij altijd: ik ben een handvol scherven. Zo’n onrustige kindertijd tekent je toch wel.’ Bokma’s moeder kwam uit een streng katholiek nest en was pas 16 toen ze zwanger werd. Om de schande te verbergen vertrok ze naar Parijs om te bevallen. Daarna volgde voor Pierre een aaneenschakeling van pleeggezinnen en internaten. Jeugdvriend Hans Wilbrink herinnert zich het internaat St. Jan waar Bokma een tijdje verbleef. ‘Geen rigide instituut, er hing een vrije, speelse sfeer. Pierre zocht bij ons thuis huiselijkheid. Bij zijn eigen ouders viel niet veel te halen. Zijn moeder en stiefvader zag hij maar af en toe.’

Bokma’s leven neemt een nieuwe wending als hij zich, na enkele jaren militaire dienst, in 1978 aanmeldt bij de toneelschool in Maastricht. Hij raakt er bevriend met acteurs als Peter Blok en Gijs Scholten van Aschat en de latere regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen. Bokma is een opvallende verschijning in Maastricht. ‘Een goed versierder’, zegt actrice Carine Crutzen, die twee jaar boven Bokma op de toneelschool zat. ‘Veel meisjes waren verliefd op hem, omdat hij zo ongrijpbaar was.’ Ook Maria Goos herinnert zich dat nog. ‘Hij had altijd wel een vriendin.’ Maar ook als acteur was Pierre toen al van ‘de buitencategorie’, zoals Goos het noemt. ‘Hij was de grote belofte, dat zag iedereen.’

Grote rollen
Na de toneelschool verovert Bokma schijnbaar moeiteloos de grote rollen. In 1983 speelt hij bij het Publiekstheater een hoofdrol in De Nacht, de Moeder van de Dag van Lars Norén, een zwart familiedrama. Het betekende zijn doorbraak bij het grote publiek. Crutzen staat een uitvoering in Maastricht nog levendig voor de geest: ‘Daarna kwam hij binnen in de Dikke Dragonder, destijds dé kroeg van de toneelschool. Iedereen begon spontaan te applaudisseren.’

In feite is dat applaus tot op de dag van vandaag niet verstomd – Bokma is nog altijd de lieveling van het Nederlandse toneelpubliek. Zijn schaduwzijde krijgen alleen mensen achter de schermen te zien. Want werken met Pierre is niet altijd gemakkelijk. Hij komt te laat, vergeet afspraken, heeft van grilligheid zijn levenshouding gemaakt.

Ronald Klamer, regisseur bij Het Toneel Speelt: ‘De ene keer is hij ontzettend chagrijnig en ziet hij je niet staan, om de volgende keer weer vrolijk te verschijnen.’ Gerardjan Rijnders: ‘In de jaren dat ik met hem heb gewerkt, heeft hij wel vijf keer zijn oma begraven; dan moest hij weer naar Parijs, dan weer naar Ierland. Daar word je als regisseur doodmoe van. En natuurlijk zijn collega-acteurs gefrustreerd. Moet je voorstellen, een actrice die net een hele week kinderoppas heeft georganiseerd en dan blijft je tegenspeler weg.’

Filmregisseur Mike van Diem reserveerde, ver voor de andere rollen in Karakter verdeeld waren, de rol van De Gankelaar voor Bokma. Een paar weken voor de eerste draaidag liet Bokma weten, nota bene via zijn agent, dat hij ervan afzag – hij had een hoofdrol bemachtigd in De Gordel van Smaragd. ‘Geen fraaie actie van Pierre natuurlijk’, blikt Van Diem terug.

Over de schreef
Bij Rijnders ging Bokma een keer écht over de schreef. Tijdens de première van Hamlet besloot Pierre spontaan om Petra Laseur, zijn moeder in het stuk, op het toneel een klap in het gezicht te geven. ‘Daar op het toneel had hij even besloten dat dat wel goed was voor de voorstelling, die klap. Ik was woest. In de pauze heb ik toen flink tegen hem staan schreeuwen in de kleedkamer. ‘Dat flik je me niet!’.’

Maar zo hard is hij niet vaak aangepakt, want alle regisseurs zeggen Bokma’s onvoorspelbaarheid op de koop toe te nemen. ‘Je vergeeft het hem omdat hij zo’n ontzettend goede acteur is. Die slechte eigenschappen kun je daartegen wegstrepen’, zegt Klamer. Ook Van Hove kan niet lang kwaad op Bokma blijven. ‘Natuurlijk was hij wel eens te laat. Maar dan had hij zulke wonderlijke verhalen, dat je eigenlijk niet meer boos op ’m kon zijn.’

Soms leidt het tot scheve gezichten, als hij Bokma weer eens de hand boven het hoofd houdt, beseft Frans Weisz. ‘Ik pik van hem dingen die ik verder alleen van mijn eigen zoon kan hebben. Daar zijn andere acteurs soms jaloers op.’ Maar bij Bokma ben je van kwaliteit verzekerd, zegt Rijnders, en dat verklaart de voorkeursbehandeling. ‘Als een mindere acteur je zoiets flikt en je moet maar afwachten of die kwaliteit er komt, dan is het over. Dat is het verschil.’

Het is maandagavond elf uur als Shylock in de Stadsschouwburg Utrecht roemloos ten onder is gegaan. Eenzaam blijft de schrepele Jood op het toneel achter in een tornado van rondvliegende plastic zakken. Ook nu het voorbij is en het publiek al staat, schopt hij nog wild vuilniszakken aan de kant. Pierre Bokma speelt Shylock niet, hij ís Shylock. Terwijl de andere acteurs uit De Koopman van Venetië opgelucht lachen en buigingen maken, kijkt Bokma nog met die woeste, stuurse Shylock-blik de zaal in. Onverstoorbaar laat hij het slotapplaus over zich heen komen.

\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden