recensie ry cooder in carré

Eenvoudige, bonkige traditionals krijgen bij Cooder een gospelinjectie of een Hispanic-glinstering (vier sterren)

Ry Cooder is na bijna tien jaar weer in Carré. ‘Mooi geluid hier.’ Zeker, maar dan vooral dankzij zijn eigen bezielde spel. 

Ry Cooder in Austin, Texas, 2017. Beeld Getty Images

8/10, Carré, Amsterdam.

Ry Cooder (71) kijkt na een paar liedjes goedkeurend naar het hoge gewelf van Carré. ‘Mooi geluid hier’, zegt hij. ‘Dat is eigenlijk het enige dat ons iets kan schelen.’

Knipoog, natuurlijk. Cooder is ook heus gevoelig voor de aanblik van al die mensen in het Amsterdamse theater, dat hij in de jaren tachtig al bespeelde en in 2009 voor het laatst.

‘Het ziet er nog hetzelfde uit. Mooie plek.’ En hoor, na twee stukken van zijn prachtige nieuwe album The Prodigal Son zet hij een oudje in: Go Home, Girl van het album Bop Till You Drop (1979), een plaat waarop hij vanavond vaker zal teruggrijpen. Alles dat hij in Carré speelt, nam hij op in 2018 of vóór 1980.

Het is waar, van dat mooie geluid. Alles klinkt warmbloedig en prachtig: het bezielde spel van de meestergitarist uit Los Angeles (die vanavond trouwens ook prima zingt), de beheerste begeleiding van zijn band (met zoon Joachim op drums) en zeker ook de in gospel gedrenkte achtergrondzang van The Hamiltones.

De drie zangers melden zich al in het tweede lied: Everybody Ought To Treat A Stranger Right, nieuw in Cooders catalogus, maar zoals vaak bij hem is het een bewerkt brokje blueserfgoed, door Blind Willie Johnson opgenomen in 1930.

Voor velen is Ry Cooder primair de dienstbare held die oude Cubaanse muzikanten en zangers liet schitteren in zijn Buena Vista Social Club, maar hij is bovenal superieur rootsgitarist en Amerikaans muziekarcheoloog. Dát komt hij vanavond laten horen met een meesterlijk optreden, even ontspannen als bevlogen.

Hij graaft in de bluestraditie, stoft oude liedjes af (Vigilante Man van Woody Guthrie, Jesus On The Mainline van Mississippi Fred McDowell) en zingt er nieuwe bij die hij zelf schreef, maar die vaak óók klinken als archeologische vondsten, appendices bij het archiefwerk, zoals Jesus and Woody (2018).

Eenvoudige, bonkige traditionals krijgen bij Cooder een gospelinjectie of een Hispanic-glinstering onder de oppervlakte. Het stokoude Jesus on the Mainline stijgt op tijdens de overstuurde saxsolo die Sam Gendel eraan toevoegt. The Hamiltones geven de titelsong van The Prodigal Son een bronstige swing.

Politiek? Ry Cooder wil nog weleens uitgesproken zijn (zoals op het vanavond genegeerde album Election Special uit 2012), maar vanavond zit de boodschap subtiel verstopt in stokoude songtitels en een enkele tekstregel, toegevoegd aan een lied waarvan zelfs de Cooder-vertolking (1970) al oud is. How Can a Poor Man Stand Such Times and Live? bevat plots een passage over de man ‘who stole the elections from right under my nose’.

In Carré spreekt vooral de muziek. We hadden het niet anders gewild.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.