Interview

Eenmansband Jack Garratt: 'Mijn publiek is mijn band'

De concerten van Jack Garratt, deze week in Nederland, zijn een uitzonderlijke belevenis. Hij staat in zijn eentje op het podium, maar zijn band is groter dan groot. Hoe dat zo gekomen is, legt hij zelf uit.

De Britse multi-instrumentalist Jack Garratt, die vanavond als eenmansband optreedt in het Amsterdamse Paradiso Beeld Daniel Cohen
De Britse multi-instrumentalist Jack Garratt, die vanavond als eenmansband optreedt in het Amsterdamse ParadisoBeeld Daniel Cohen

Jack Garratt heeft geen band nodig. Zijn publiek is zijn band, zegt Garratt maandagmiddag vlak voor zijn show in Keulen, net na de vanzelfsprekend vrij eenvoudige soundcheck. Ja ja, het zal wel, denk je dan. Dat heeft die Garratt natuurlijk bedacht om het merkwaardige feit te verklaren dat hij straks moederziel alleen op het podium staat: als drummer, bassist, toetsenist en zanger samengepropt in één wonderlijk muzikaal personage. Een eenmansband op tournee. Dan heb je wat uit te leggen.

Maar 's avonds, halverwege zijn concert in de beangstigend uitverkochte popzaal Gloria, sla je jezelf voor je kop. Páf, tuurlijk! Hij zei niet zomaar wat. Het publiek is écht zijn band. Zie hoe hij die stampvolle zaal zijn nummers binnensleept, hoe hij vraagt om feedback en participatie. Meedoen, kom erbij! Zie hoe hij het publiek laat beslissen welke cover van Britney Spears eens uit te proberen, en hoe hij dat dan het beste kan doen. En kan iedereen dat refrein dan nog even meebrullen?

Jack Garratt zit in een megaband. Met elke avond duizend nieuwe bandleden, die twee uur lol hebben om de muziek die ze eigenlijk een beetje zelf staan te maken. Alsof alle muzikale energie uit de zaal wordt gekanaliseerd richting dat Britse popwonder met hipsterbaard, dat als een soort medium elektronische pop- en danceliedjes in elkaar staat te poltergeisten. Liedjes als een samenzwering van soul en r&b, gospel en dance, hiphop en dubstep. En welja: blues en folk.

Hoe doet zo'n jongen dat? Dat is niet eens zo ingewikkeld, zegt Jack Garratt, terwijl zijn linkerhand zijn baard kamt en de rechter met een flesje water jongleert (veel dingen tegelijk doen is een manier van leven). Hij kan het uitleggen in drie snelle stappen. Waarmee iedereen toegang krijgt tot - volgens Britse popcritici - hét popgeluid van 2016, dat vanaf vanavond langs drie Nederlandse poppodia knalt.

Het Geluid van 2016

De muzikale carrière van de Brit Jack Garratt begon aarzelend, bij een deelname in 2005 aan de Britse voorronde voor de Junior Eurovision Song Contest in België. Garratt speelde daar als jongen van 14 het liedje The Girl en dat sloeg niet aan. Hij werd laatste. Maar Garratt ging volhardend door in de muziek en maakte in 2009 een eerste plaat getiteld Nickel and Dime: een album vol bluesliedjes. Ook die plaat deed het slecht. Garratt besloot op een andere manier muziek te gaan maken en ál zijn muzikale voorbeelden in zijn liedjes door te laten klinken: Stevie Wonder, Prince, Jackson Browne, gitaarblues en hedendaagse dance en r&b.

In 2014 bracht Garratt de EP Remnants uit, die in Groot-Brittannië goed werd ontvangen. Als 'opkomend talent' kon Garratt al snel spelen op festivals als Reading en in 2015 werd hij door de BBC uitgeroepen tot 'Geluid van 2016' - een prestigieuze titel in Engeland. In februari verscheen Garratts debuutalbum Phase, met daarop de hits Worry, Breathe Life en de nieuwe single Surprise Yourself.

' Mijn moeder is muzieklerares'

Jack Garratt (24) groeide op in de rustige Britse streek Buckinghamshire ten westen van Londen. Bij liefhebbende ouders. 'Mijn ouders vonden muziek een belangrijk opvoedkundig middel. Muziek was kunst, waarvan kinderen kennis moesten nemen.'

En dan liefst niet één soort muziek, die de ouders toevallig zelf leuk vonden. 'Nee, alles. Mijn moeder geeft muziekles op school en heeft een klassieke achtergrond. Maar ze leerde mij en mijn broer en zus ook jazz kennen. En uiteraard popmuziek. Van David Bowie en Stevie Wonder. Vooral bij die laatste voelde ik iets bijzonders, als kleine jongen al. Ik vond het mooi, maar wist dat ik het nog niet kon begrijpen. Dat er meer in die muziek zat dan ik op dat moment kon bevatten. Maar Stevie Wonder werkte als een magneet op me.'

Net als de muziek die zijn vader aanleverde. 'Blues en rock uit de seventies. En gitarist Stevie Ray Vaughan. Bij hem voelde ik weer die enorme aantrekkingskracht: dat hartverscheurende geluid van zijn gitaar. Daar zat ook een hele wereld achter en een complete muziekgeschiedenis die ik niet kende. Het betoverde me. Zonder verder iets van de achtergrond te weten. Toen ik 8 was, duwde mijn vader me een gitaar in de handen. Daar kon ik zelf mee aan de slag. Toen later YouTube opkwam, ging ik als een gek op zoek naar video's van Stevie Ray Vaughan. En ik leerde hem naspelen. Hé, dat gaat lekker, dacht ik. Je kunt jezelf dus muziek leren spelen! Ons huis stond natuurlijk vol met muziekinstrumenten, vanwege het beroep van mijn moeder. Dus ik kroop achter de piano. Achter de drums: ook leuk. En ik ging trombone spelen. Mooi instrument vond ik dat. Een instrument dat een directe lijn legt tussen je oren en je handen, zonder knoppen, waarop je geen akkoorden hoeft te spelen. Waar je hersens dus niet tussen hoeven zitten - zo voelde ik dat.'

En zo ongeveer werd Jack Garratt een multi-instrumentalist. 'Ik wilde herrie maken op zo veel mogelijk verschillende instrumenten. En dat ben ik altijd blijven doen.'

' Liedjes schrijven is multitasken'

Leuk: al die instrumenten en die herrie. En nu? 'Toen ik 14 werd, besloot ik maar eens een liedje te gaan schrijven. Eens kijken of ik me het liedschrijven ook zelf kon aanleren. Maar ik vond wel dat ik liedjes moest schrijven mét al die instrumenten. Dus niet alleen een tekst en melodie bedenken achter de piano of met de gitaar, nee: zelf een hele song in elkaar zetten, met alle muzikale partijen.'

De techniek hielp hem. 'Ik kocht zo'n digitale achtsporenrecorder, waarmee je liedjes ook op een cd kunt branden. Ik leerde eigenlijk spelenderwijs hoe ik moest produceren en mixen. In mijn eentje. En als ik dan een liedje had bedacht en ik had drums nodig, ging ik die natuurlijk zelf even inspelen. Mijn broer speelde bas, die zat in een bandje. Maar als hij er niet was, pakte ik zijn bas en speelde de baslijnen in. Voor het zingen had ik ook niemand nodig: dat kon ik zelf wel. Zo ging het gewoon, vrij onbewust allemaal. Ik had nooit het idee dat ik eens wat vrienden om mee heen moest verzamelen om muziek mee te maken. Ik vond dat multitasken wel leuk, lekker alleen bezig zijn. Voor mij werd het de enige manier om muziek te maken en liedjes te schrijven. Als een eenmansband, zo je wilt.'

Veelbetekenend, nu hij er nog eens over nadenkt: 'Al mijn grote muzikale helden zijn soloartiesten. Ik ben door niet een band geïnspireerd geraakt. Niet door de Beatles, niet door de Stones. Al mijn voorbeelden zijn liedschrijvers die alleen werkten. Ik vond Paul Simon al leuker dan Simon & Garfunkel, snap je? Ik bewonderde Michael Jackson en Stevie Wonder om de manier waarop ze hun liedjes arrangeerden. En hoe ze hun eigen stem gebruikten om gelaagde vocale partijen te vormen, hun eigen achtergrondkoortje te zijn.

'Het nummer They Won't Go When I Go van Stevie Wonder vond ik zo briljant, dat kon ik echt uren analyseren. Hoe zijn stem de melodie vormt, met honderd keer zijn eigen stem ernaast en dan die prachtig gearrangeerde synthesizers. Maar ook hoe al die versiering dient om die stem juist nog meer op te tillen, nooit om de spotlight van de vocale melodie over te nemen. Zo probeer ik mijn stem nu ook te gebruiken, in van die door mijzelf gezongen gospelkoortjes en zo.'

Een ander lichtend baken in een kolkende zee van muziek: Randy Newman. 'Het nummer Losing You opende mijn ogen. Als je dat voor het eerst beluistert, denk je: o ja, dat is een break-upliedje. Een stel gaat uit elkaar. Maar dan kom je erachter dat het een diepere laag heeft en het eigenlijk gaat over ouders die hun kind hebben verloren. Dan krijgt dat nummer met terugwerkende kracht zo'n enorme emotionele lading. Toen ik daarachter kwam, bevroor ik echt. O mijn god, dacht ik. Dat een liedje zo ingenieus kan werken, dat het zó slim met het gevoel kan spelen. Dat wilde ik ook in mijn liedjes stoppen. Dat in een song ineens de invalshoek verandert of dat er een plotselinge melodieuze bocht wordt gemaakt. Prachtig! En dat kon ik allemaal zelf doen, in mijn eigen studio en met mijn eigen instrumenten.'

' Dan ook maar alleen het podium op'

Voor Jack Garratt doemde een klein probleem op toen hij zijn eerste serieuze liedjes, die in 2014 verschenen op de plaat Remnants, ook eens voor publiek wilde spelen. 'Ik deed wat het meest voor de hand lag. Ik ging die elektronisch geproduceerde liedjes vertalen naar akoestische gitaar. Maar daar voelde ik me helemaal niet goed bij. Wat sta ik nou te doen, dacht ik dan. Zo is dit liedje helemaal niet bedoeld, sta ik het nu zo te spelen omdat ik per se geen band wil? Het sloeg nergens op. Er zat maar één ding op: ik moest die elektronische liedjes live presenteren als elektronische liedjes. Daar ben ik toen maar eens aan gaan werken.'

Garratt zag opnieuw voorbeelden. De Britse elektronische popheld James Blake bijvoorbeeld. 'Ik zag hem live spelen als een trio, met een drummer en een gitarist. Ze maakten dance als een jazzbandje, geweldig vond ik dat. Dat wilde ik ook. Maar hoe? Ik had geen drummer en geen gitarist. En ook geen zin om die er ineens toch maar bij te gaan slepen. Oké, dacht ik: dan gaan we op het podium ook maar multitasken. Ik leerde mezelf te drummen met één hand en baspartijen te spelen met de andere hand, op het keyboard. En als ik dan toch zo bezig was: er paste eigenlijk ook nog wel een gitaar bij. Die kon ik gewoon om mijn nek hangen. Ja, dan kun je best veel tegelijk spelen, hoor.'

Maar vanzelf ging het niet. Om een beeld te schetsen van de werkzaamheden van eenmansband Jack Garratt: aan zijn huidige opstelling, vanavond te zien in het Amsterdamse Paradiso, heeft Garratt met twee ontwerpers een half jaar gewerkt. 'Een groot drumstel en een elektronische percussieset, waarin ik geluiden en samples van mezelf kan stoppen. Stressen, maar het geeft krankzinnig veel voldoening.'

Hem live bezig zien in dat laboratorium, zoals maandagavond in Keulen, is een feest. Maar ook bijna vermoeiend. Garratt geeft zich volledig over aan zijn instrumentarium en zingt, drumt en bast als door demonen bezeten. Binnen de lijntjes kleuren is er niet bij: Garratt laat de metertjes links en rechts in het rood schieten en zo hoort dat ook, vindt hij. 'Je gaat niet keurig de liedjes van je plaat spelen. Je maakt op het podium muziek alsof je een liedje voor de eerste keer speelt. Met het publiek.'

Hij moet na elk nummer bijkomen. Uithijgen. En terwijl hij dat doet gaat hij het gesprek met het publiek maar weer aan, in een typisch Britse en dus behoorlijk grappige stand-upcomedy-act. 'Live spelen is voor mij het belangrijkst geworden. Juist omdat ik geen band heb en ik voor feedback dus te rade moet gaan bij mijn publiek. Wat vinden zij van die muziek die ik sta te maken? Dat hoor ik in de zaal en direct na de show, via sociale media. Die zijn voor mij van levensbelang. Als je in een band zit, hoor je na een show van je medebandleden of het goed was of niet. Ik hoor niks. Ik loop alleen naar de kleedkamer en ga op de bank liggen. Was het goed? Geen idee. Ja, de tourmanager komt even binnen en zegt: leuke show. Maar die tourmanager stond niet naast me op het podium. Ik ben alleen: alleen op tournee, alleen op het podium. Maar dat eenzame gevoel werk ik dus weg door in contact te treden met mijn volgers.'

Kritiek boort zich in het hoofd van Garratt. 'Je leest honderd toffe reacties en een heel negatieve. En die kun je na maanden nog spellen, woord voor woord. Maar je leert ervan. Ik begin pas, het kan allemaal nog veel beter en daar werk ik aan. Maar één ding weet ik wel, na twee Britse tournees, een Amerikaanse concertserie en nu een Europese. Ik weet dat mijn publiek niet komt kijken naar een eenmansband, naar die rare jongen die in zijn eentje een hele band vormt. Die eenmansband is nooit een gimmick geweest. Ik presenteer mezelf ook niet als 'the amazing one man band', ofzo. De reacties op Facebook of Twitter gaan altijd over een liedje dat tof was. Of over een tekst waar iemand iets bij voelde. Dat zegt voor mij genoeg. Ik ben goed bezig.'

De cd Phase van Jack Garratt verscheen bij Island/Universal. Garratt speelt vanavond in Paradiso, Amsterdam, 12/5 in Doornroosje, Nijmegen, 13/5 in de Maassilo, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden