Bespreking Tarkovski in Filmmuseum Eye

Een zo ongefilterd mogelijke ervaring van de films en beelden van Tarkovski, dáár gaat het om in Eye

Vraag niet naar de betekenis, maar onderga zijn werk als visuele poëzie, is de les van de expositie over de grote Russische filmer Andrej Tarkovski in Eye.

Andrej Tarkovski, op de set van De Spiegel, 1973. Beeld K2 - Vladimir Murashko

In een van de krachtigste momenten in het oeuvre van de Russische meestercineast Andrej Tarkovski (1932-1986) brandt een riant houten landhuis af tot op de grond. Het dak spuwt rook, de vlammen vreten zich vanuit de woonkamer een weg naar buiten, de wanden verkruimelen tot een skelet en uiteindelijk zakt het hele bouwsel verteerd en verslagen in elkaar. Tarkovski wijdt een onafgebroken opname van zeven minuten aan het tafereel; vlak voordat het huis de bodem raakt, knipt hij resoluut weg naar de volgende scène, waardoor je de klap weliswaar niet ziet, maar hem des te sterker door je lijf voelt dreunen.

Het brandende huis, de finale van Tarkovski’s zwanenzang Het offer (1986), is ook zonder verdere uitleg een ontzagwekkend en aangrijpend beeld. En toch zal menig toeschouwer willen begrijpen waarom dat huis brandt, wat hoofdpersonage Alexander (Erland Josephson) in de film met die brandstichting denkt te bereiken en wat Tarkovski er zelf mee wilde zeggen. Zo’n fikkend huis op een kale vlakte komt al snel over als een metafoor of symbool. Maar symbool voor wàt? 

Tarkovski, aan wie het Amsterdamse filmmuseum Eye nu een grote expositie heeft gewijd, kon behoorlijk wanhopig worden van zulke vragen. Zijn hele carrière wilde men van hem weten wat water en vuur in zijn films uitdrukken, hoezo hij van kleur overschakelt op zwart-wit (of andersom), welke diepere betekenis er schuilt in de dromen van zijn personages, of waarom ze zo vaak gaan zweven. En telkens verzuchtte de meester dat zijn films niet ‘ergens’ voor staan, dat ze op het gemoed gericht zijn in plaats van op het verstand. Niet dat Tarkovski niets te melden had; de onafgebroken zoektocht van de mens naar zingeving, de plek van geloof in een materialistische wereld, het zijn vaste thema’s in zijn werk. Maar dan wel als onderstroom, die de toeschouwer eerst moet meevoeren en dan pas, eventueel, aan het denken zetten. ‘Je hoeft niets uit te leggen in een film, je moet eerder trachten de gevoelens van het publiek direct te beïnvloeden’, zei Tarkovski al in 1962, ten tijde van zijn debuutfilm De jeugd van Ivan.

Ongefilterde ervaring

Die uitspraak zou ook het motto kunnen zijn van Andrei Tarkovsky The Exhibition. Een zo ongefilterd mogelijke ervaring van de films en hun beelden, dáár gaat het om in Eye. Samensteller Jaap Guldemond werkte nauw samen met Andrej Tarkovski jr. en diens Andrei Tarkovsky International Institute in Florence. Guldemond kreeg van Tarkovski’s zoon een schat aan archiefmateriaal in bruikleen, van originele scenario’s en Tarkovski’s beeldschone polaroids, tot familieportretten en nooit eerder vertoonde set-foto’s.

Toch moet je geen uitgebreide blik op Tarkovski’s privéleven verwachten. Geen anekdoten over de vaak moeizame ontstaansgeschiedenis van zijn films. Geen verslag van de constante worstelingen met het Sovjet-regime, die Tarkovski in 1984 naar het Westen deden overlopen. En vooral: reken niet op een diepgravende exegese van de betekenis van Tarkovski’s werk.

Neem de scène met het brandende huis uit Het offer. Die is in Eye te zien op een scherm dat aan het eind van de semi-chronologisch opgezette tentoonstelling staat, en toch springt het beeld al snel in het oog dankzij de open  zaalinrichting met schermen en vitrines. Naast het scherm met Het offer hangt een bordje met een citaat van Tarkovski en een korte beschrijving van de film, maar verdere duiding ontbreekt doelbewust. In Eye mag het brandende huis zijn en blijven wat het is: een brandend, smeulend, stervend huis.

‘Op het doek wil ik mijn eigen wereld scheppen, zo volmaakt mogelijk, en zoals ik haar voel en zie’, schreef Tarkovski in zijn boek De verzegelde tijd (1984). Je zou Tarkovski misschien beter als een architect kunnen beschouwen dan als een verhalenverteller. Of als een dichter, zoals hij zichzelf het liefst omschreef.

Andrei Tarkovsky op de set tijdens het filmen van The Sacrifice (1986). Beeld Bart Jansen

Museaal decor 

Wat dat betreft profiteren zijn films soms flink van hun nieuwe museale decor. Kijk bijvoorbeeld naar het tweeluik dat samensteller Guldemond maakte van De spiegel (1975). Op het linkerscherm zie je de vervreemdende, beeldschone scène waarin het vrouwelijke hoofdpersonage in slow motion haar haar wast, terwijl het water langs de muren gutst en het plafond in dikke natte plakken naar beneden komt. Rechts dezelfde actrice, nu vanaf de rug gezien voor een raam. Beelden die in de oorspronkelijke film van elkaar gescheiden zijn, vormen hier een visueel gedicht over het haar van de vrouw, en over het licht dat in het haar opgloeit en glinstert. 

Laat je je blik vervolgens dwalen van De spiegel naar de schermen met fragmenten uit Stalker (1979), dan valt op hoe graag Tarkovski de achterhoofden van zijn acteurs filmde en hoeveel kwetsbaarheid uit die beelden spreekt. Op zulke momenten brengt de Eye-expositie de poëzie van Tarkovski effectief aan het oppervlak.

Dat had alleen veel sterker gekund. Elk van Tarkovski’s films biedt een terugkeer naar de wereld die hij zo zorgvuldig probeerde te scheppen, een tussen werkelijkheid, droom, herinnering en gedachte vervloeiend domein met zijn eigen wetten en elementen. Het waait, nevelt en regent hier zoals het alleen bij Tarkovski kan doen. En nergens sneeuwt het zo mooi, van de Bruegeliaanse winterlandschappen uit Andrej Roeblov (1966), Solaris (1972) en De spiegel  tot de sneeuwvlokjes die plotseling neerdwarrelen in de vervallen kathedraal uit Nostalghia (1983).

Jammer dat de expositie zich niet meer vrijheid in de omgang met de beelden permitteert en je niet nóg associatiever naar Tarkovski’s werk laat kijken. Wat was het mooi geweest wanneer in Eye de wind van de ene film naar de andere had gewaaid, als Tarkovski’s regen op tien schermen tegelijk uit de hemel was gevallen of als het vuur uit Het offer was overgeslagen naar de brandende schuur uit De spiegel. Dan had je echt met oog en geest middenin Tarkovski’s wereld gestaan.

Als het om die onderdompeling gaat, helpt het ook niet dat het geluid van de verschillende fragmenten almaar door elkaar klinkt. Dan kun je in de ruimte die Eye aan het metafysische sf-epos Solaris heeft gewijd  de film waarvan de regisseur zelf het minst hield en die daarom in Eye apart van de rest is geplaatst – nog het meest tot een Tarkovskiaanse bezinning komen.

Dat Andrei Tarkovsky The Exhibition meer is dan een fijne, maar wat veilige smaakmaker, is vooral te danken aan het omlijstende archiefmateriaal. Zo ligt in de vitrines een nooit eerder vertoond kiekje van de lange rij mensen die bij een Moskous filmtheater wachten op de première van De spiegel, een foto die Tarkovski graag aan zijn Sovjet-critici toonde als bewijs dat zijn films wel degelijk populair waren. Elders tref je hem op de set in de weer met een brandslang, of staat hij olijk te glimlachen naast de draagconstructie waarmee een actrice zogenaamd door de lucht zweeft. Prachtige, aangenaam aardse beelden zijn het. Alsof je in de coulissen van een universum kijkt.

Andrei Tarkovsky – The Exhibition, t/m 16/12 , Filmmuseum Eye, Amsterdam.

De vijf mooiste Tarkovski-scènes

De jeugd van Ivan (1962)

Tarkovski had zelf niet zoveel met zijn regiedebuut. De jeugd van Ivan, over een Russisch weeskind dat zich in de Tweede Wereldoorlog bij de partizanen voegt, is dan ook zijn conventioneelste, minst dubbelzinnige werk. Maar wanneer Ivans officier in het berkenbos met zijn geliefde Masha afspreekt, levert dat wèl een van de opmerkelijkste zoenen uit de filmgeschiedenis op – hij wijdbeens boven een greppel, zij bungelend in zijn armen.

Beeld Filmbeeld

Solaris (1972)

Deze bewerking van Stanislav Lems gelijknamige sf-roman (1961) kon Tarkovski persoonlijk nog minder bekoren. Het verhaal over een God-achtige planeet die de diepste verlangens van zijn onderzoekers materialiseert, bleef wat Tarkovski betreft te veel in genreformules steken. Toch is de openingsscène, waar astronaut Kelvin de schoonheid van de natuur opsnuift voordat hij de ruimte inschiet, vintage Tarkovski. Langzaam inzoomend op wuivende waterplanten, glijdend langs bedauwd gebladerte en een mistig bloemenveld, brengt Tarkovski film én publiek in een vertraagde staat van zijn.

Beeld Filmbeeld

De spiegel (1975)

Spiegels en spiegelbeelden zijn vaste motieven bij Tarkovski, zo ook in zijn meest autobiografische werk. Wat gebeurt er wanneer je enkele minuten onafgebroken in de spiegel kijkt? Ben je daarna nog dezelfde mens? Tot zulke bespiegelingen inspireert De spiegel, wanneer het jonge hoofdpersonage opeens de confrontatie met zijn eigen spiegelbeeld aangaat. Prachtig, hoe de film op een gegeven moment bijna, maar toch net niet naar de andere kant van de spiegel verhuist, en hoe het spirituele besef van de jongen samenvalt met het veranderende licht in de kamer.

Beeld Filmbeeld

Stalker (1979)

Is de Zone een mystieke plek of een radioactieve vuilnishoop? Het geloof van de personages wordt in Stalker net zozeer op de proef gesteld als dat van de toeschouwer. Zo ook in de verbijsterend mooie eindscène. Het halfverlamde dochtertje van de held blijkt over telekinetische gaven te beschikken: terwijl haar hoofd op tafel rust, schuift ze met haar ogen drie glazen naar de rand. Het was Tarkovski zelf die de glazen aan dunne touwtjes over de tafel trok, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Je moet de touwtjes als het ware weg-geloven, nog vóór je ze kunt zien.

Beeld Filmbeeld

Nostalghia (1983)

Van alle kunstvormen kan film de tijd het krachtigst op zijn staart trappen, meende Tarkovski. Kijk bijvoorbeeld naar de finale van zijn voorlaatste film, Nostalghia. Om een belofte aan zijn onlangs gestorven vriend Domenico na te komen, voert hoofdpersonage Andrej een ritueel uit dat schijnbaar zinloos is, maar volgens Domenico de wereld zou kunnen redden. Andrej wandelt van de ene kant van een mineraalbad naar de andere, om aan de overzijde een brandend kaarsje te planten. Wanneer onderweg de wind het vlammetje dooft, moet Andrej helemaal van voren af aan beginnen. Tarkovski filmt de ceremonie in één tergend traag, zich volkomen in het nu voltrekkend shot van negen minuten, dat je met ingehouden adem doet toekijken. Je zou bijna bang worden zelf het kaarsje uit te blazen.

Filmbeeld Tarkovsky Nostalghia filmstill Beeld filmbeeld

Tarkovski-box

Op 8 oktober brengt filmdistributeur Lumière een blu-ray-box met vijf films van Tarkovski uit. Door de afwezigheid van bonusmateriaal, tekstboekjes en het suffe ontwerp maakt de box een nogal liefdeloze indruk, en het is ook jammer dat Tarkovski’s laatste films, Nostalghia en Het offer, ontbreken. Gelukkig staan de digitaal gerestaureerde versies van de overige speelfilms er mooi op, zij het misschien niet altijd zoals de meester het zelf had bedoeld. Tijdens de persbezichtiging van de expositie in filmmuseum Eye wees Andrej Tarkovski jr. erop dat de films van zijn vader door verkeerde restauratieprocédés soms te scherp worden en van kleur veranderen: scènes die oorspronkelijk sepia waren, zijn nu opeens zwart-wit. Zo vergaat het in de Lumière-box de openingsscènes van Stalker. Tarkovski jr. raadde iedereen aan de films in Eye te komen kijken, waar ze op 35 mm te zien zijn. En dus in de juiste kleurstelling en niet te scherp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden