Een wezen zonder tijd en plaats

Judith Janssen

Deze meest basale vraag in de filosofie is een dankbaar onderwerp voor uiteenlopende denkers. Minder geijkt is het als een muziektheoreticus zich wijdt aan een idee over de wereld an sich. Harry Mulisch waagde het om een wereldtheorie te ontwerpen gebaseerd op een tonenstructuur, maar hij was niet de eerste noch de enige die geloofde dat de aarde in al zijn fysieke uitingen terug te voeren is tot de verhoudingen van een akkoord. Het harmonische ideaal, het 7-tonensysteem, ligt daarin ten grondslag aan de natuur en is de materie waaruit het universum is opgebouwd.

Muziek en wiskunde zijn niet slechts bedoeld om wetenschap of kunst te bedrijven, maar een weerslag van de metafysica. En wordt dat idee doorgevoerd, dan is ook een identiteit - de mens als natuurlijk fenomeen - merkbaar als een harmonische akkoordenreeks met een vaste grondstructuur.

Elmer Schönberger (1950) schrijft voor Vrij Nederland over muziek en publiceerde verschillende toneelstukken, waaronder het populaire Kwartetten, dat inging op de keuzes van het leven en de gevolgen van een afhankelijkheid die niet altijd gewild is. Ook in zijn romandebuut, Vic, met name, problematiseert Schönberger de mogelijkheden van een individu en verbindt deze thematiek op geheel eigen wijze met een kunst- én filosofievorm als de muziek.

De roman begint echter - hoe argeloos dan nog! - als een thriller. In de eerste scènes is er zelfs een lijk: Vics vader is gestorven. Het was geen dramatische dood en Vics broer is niet erg aangedaan. De blijvende afwezigheid van zijn vader - 'dood is dood' - houdt hem minder bezig dan een andere verdwijning; die van zijn broer Vic. Deze is voor het eerst in de jaren waarin hij voornamelijk rondreisde en slechts af en toe wat liet horen, écht verdwenen en niet meer traceerbaar. Het laatste dat van hem rest, is een kaartje uit Spanje ('Big Brother - ik zit aan een baai met uitzicht op de oceaan. . .').

Het eerste deel van het verhaal bestaat uit de zoektocht van deze broer, die via oude vrienden van Vic werkelijk dichter bij diens verblijfplaats lijkt te komen. Er duiken foto's op, er blijkt een duistere firma met hem samen te werken en een krankzinnig geworden schoolvriend weet meer dan aannemelijk is. Een aantal geheimzinnige personages doet zijn intrede, maar verdwijnt weer.

In het tweede deel tilt Schönberger zijn roman naar een ander, filosofischer niveau. De handeling verplaatst zich naar New York waar een groepje zwervers in een eenvoudige staccato-stijl - Schönberger kan zich feilloos aanpassen aan het sociolect van zijn personages - mijmert over hun eigen bestaan én over dat van ene Vic, die zij bij zijn bijnaam Triumph noemen. Vic is een energieke violist (net als de Vic uit deel één) die uit het buitenland komt en zijn dagen naast het bedelen vult met gedachtespelletjes voor een groots, muzikaal en morfologisch project.

In deel drie volgen we wederom Vics belevenissen, maar nu is de man in Nederland, slechts tientallen kilometers van zijn broer verwijderd, en vertoont hij een obsessieve neiging om zijn buurman te bespioneren. Hij komt tot niets en lijdt voortdurend aan vreselijke hoofdpijnen die hem teisteren als een 'onzichtbare trein': 'sissend en fluitend, daverend en denderend'.

Drie Vics dus - verenigbaar zijn de verhalen niet - en Schönbergers roman wordt nog mysterieuzer als er een vierde Vic opduikt die zich zelfs niet meer onder de levenden bevindt. Terwijl de eerdere Vics een jaar of 45 zijn, is deze journalist op 27-jarige leeftijd gestorven. Hij vertelt zijn verhaal vanaf gene zijde, vanuit de wereld van de 'doodvallers' (doden worden ingedeeld naar stervenswijze).

Pas dan, als alles is gelezen en de Vics gekend zijn, blijkt Vic, met name een verassend contemplatief werk te zijn. Want wie is deze man, die zich manifesteert als een wezen zonder tijd en plaats en zich naar eigen wil een geschiedenis kan aanmeten? Welke reden is er voor zijn vluchtigheid en zijn onvermogen om zich onder de 'normale' mensen, de burgermannen met dagelijkse bezigheden, te begeven?

De sleutel tot de brij aan verdubbelingen - Vic droomde als kind van een tweelingbroer - ligt in de muziektheorie. Het project van zwerver Vic heeft dezelfde naam als een muziektheorie over harmonische structuren en identiteiten. En dat is niet toevallig. Ook Vic is een individu, maar hij lijkt niet gebaseerd op een akkoord dat met veel gevoel voor zorgvuldigheid en harmonie is gespeeld. In zijn wereld - vol avontuur, schizofrenie misschien - is de ideale oervorm ver te zoeken. Zíjn identiteit is eerder een 12-tonencompositie, een muziekstuk zonder natuurlijk ingegeven schoonheid. Hij leidt een leven zonder grondstructuur en wordt geplaagd door desintegratie, waanbeelden en vreselijke hoofdpijnen. Vic, de avonturier-violist-zwerver-wiskundige-journalist is niet normaal, noch slechts fictief (ook de literatuur heeft zijn harmonie). Hij is niet verdwenen zoals 7-tonenmensen kunnen verdwijnen, maar is opgelost in een veelheid van persoonlijkheden die allen op zoek zijn naar samenhang, maar in hun Vic-zijn als geheel onherroepelijk falen. Vic kiest voor alles en dus voor niets en wordt een fragmentarische outsider, dolend in een wereld die hij niet kan overzien. Hij is een 'man die zowel voor zichzelf als voor de buitenwereld altijd maar een deel van zichzelf was'.

En zo wordt Vic, met name van een spannend debuut over een verdwenen hoofdpersoon en een allegorische visie op de 20ste eeuw. Een zoektocht naar eenheid in een wereld die de harmonie allang voorbij is. Ondanks die melancholische ondertoon blijft Schönbergers stijl lichtvoetig muzikaal. Een moraal ontbreekt en dat is de kracht van het boek. Schönberger prikkelt en verrast door zijn zorgvuldige taalgebruik en de bijzondere opbouw. Zijn Vics draaien om elkaar en om de lezer heen, maar nergens laat Schönberger zijn hoofdpersoon echt van de werkelijkheid vervreemden. De lezer wordt uitgedaagd, zijn geest krijgt een flinke por en hij wordt wakker geschud uit die sluimerende harmonie van de banaliteit.

Vic zelf, de vierde Vic die de individualiteit ontstijgt, weet dat zijn tijd in het hiernamaals beperkt is en hij zijn ideale ik nooit zal benaderen. Het schenkt hem een wrange berusting. 'De tijd verstrijkt niet meer, de tijd is. Alle momenten, alle dagen, alle seizoenen, al die ooit zo duidelijk door een begin en einde gemarkeerde partjes op de schaal van chronos (. . .) zijn voor mij inwisselbaar geworden (. . .). Mijn gevoel voor verandering en vernieuwing [is] afgestompt. De dood maakt middeleeuws.'

Elmer Schönberger: Vic, met name.
Meulenhoff; 251 pagina's; euro 19,95.
ISBN 90 290 7372 1.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden