Een wereldmonument uit Batavia

De Groene Amsterdammer vindt op een zolder de LiRo-archieven die een bijna even aangrijpend verhaal vertellen als het dagboek van Anne Frank....

WIE WAT bewaart heeft wat, maar wat moet je bewaren, wat geef je aan de versnipperaar? De overheid kan voor zijn eigen dossiers mooie wetten maken, maar die regels zijn kinderen van hun tijd. Zij tonen hoe wij vandaag de dag over nut en noodzaak van archiveren denken. Maar dat kan over een paar jaar weer heel anders zijn. En dan is het te laat.

Het officiële beleid van Nederland ten opzichte van de Sovjet-Unie krijgt wel een plek in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, schreef de Volkskrant vorige week, maar de diplomatieke post niet. Historici zijn boos. Misschien terecht. Neem nou de VOC-archieven die de brieven van gouverneurs en gezanten wel bewaarden. Zij bieden een goudmijn aan informatie, ook, ter lering en vermaak, over de gedachtenwereld van de vaderlandse diplomatie zelf: een VOC-gezant knielt alleen voor God, maar als de koning van een bevriend land vindt dat ook de gezant voor hem moet knielen, wat dan?

Lodewijk Wagenaar, verbonden aan het Amsterdams Historisch Museum heeft een studie gemaakt van het 'knielen en buigen' van de VOC-gezanten voor de koning van Kandy op Ceylon (nu Sri Lanka) waar de VOC in het midden van de zeventiende eeuw de Portugezen had verdreven. De VOC had zich aan de kust gevestigd, de gezant knielde om bij de koning een wit voetje te halen, maar na een oorlog (1761-1766), die de VOC won, wilden de gezanten niet meer voor hem knielen.

In de nooit versnipperde verslagen staat hoe de gezant, volgens protocol met een zilveren schaal met een brief voor de koning op het hoofd, staande voor Zijne Majesteit, 'in een vreeselijk debat' raakte met de hofdignitarissen. Zij hadden zich wel eerbiedig ter aarde geworpen. De gezant kwam niet verder dan 'heel langsaam drie maal agter malkanderen' te buigen. 'Wij bleeven egter bij ons stuk en knielden niet meer.'

Bij ieder bezoek om de eeuwige vriendschap en de levering van kaneel te verzekeren verlangde het hof dat de gezant zou knielen. Het was een zaak van eer. De onderhandelingen werden dagen, weken gerekt. Beide partijen bedienden zich van subtiele dreigementen, en probeerden met het geven of weigeren van geschenken, juwelen en smeergelden hun zin te krijgen. Met gespeelde of boze minachting weigerde de gezant aan te zitten aan het koninklijk banket. Hij klaagde over het goedkope, zilveren bestek en het wachten in de zon of regen duurde pesterig lang. Ook de compagniesoldaten die de gezant in de stoet van olifanten, paarden, dragers, kanonnen, fluiten en trommels vergezelden naar het oude koninkrijk in het midden van het prachtige land, mochten niet knielen voor de koning die achter zes of acht gordijnen troonde.

Plotseling in 1782, toen, tijdens de vierde Engelse oorlog, de Britten een excuus kregen om de Hollanders uit Ceylon te verdrijven, ging de gezant door de knieën. Nog even had hij zich op zijn zwaarlijvigheid beroepen, maar het hielp niet en hij zeeg neer - met één knie - op het gouden kussen voor de troon. De koning nam de brief van de schaal op het hoofd en zei dat de gezant op de grond mocht gaat zitten, wat de stramme dikzak, zo schreef hij in zijn verslag, bijna even ongemakkelijk viel als het knielen. De Hollanders hadden de koning nodig als bondgenoot tegen de Engelsen. De koning had in het geheim, in strijd met het door de VOC opgelegd verbod, een Engelse gezant ontvangen. Deze Engelsman had wel geknield, zei de eerste minister. En hij had beloofd twintig maal zoveel geschenken te geven als die trouweloze Hollanders.

De verslagen, vertelt Wagenaar, geven een prachtig beeld van koppigheid, principe en opportunisme. 'De Hollanders begrepen niet dat je in Azië knielt uit respect; niet omdat je de mindere bent.'

Op speciaal verzoek gaven de Nederlanders de koning een leeuw. Die kwam in Ceylon niet voor. Bij iedere controlepost waar geschenken volgens vast ritueel werden gekeurd, schudden de koninklijke inspecteurs het hoofd en zeiden : 'Dit is geen leeuw.' De Hollanders konden niet duidelijk maken dat het wel degelijk een leeuw was. Ze snapten er niets van, totdat een hoveling zei: 'Het is geen leeuw. Een leeuw springt vier mijl over bergen en wouden. Dat kan dit beest niet.'

'Die culturele misverstanden zijn zo boeiend, vertellen zoveel over Azië, maar ook over Europees denken. Een VOC-ambtenaar ontdekt een prachtige tempel en schrijft dat de muren zo sterk zijn dat de tempel ideaal is om er een fort van te maken', zegt Wagenaar.

Vooraanstaande burgers hebben ook tijdens de VOC-tijd zelf herhaaldelijk geklaagd dat de Nederlanders in de Oost alleen maar uit waren op geld en geen oog voor schoonheid hadden. 'Inderdaad, het ging om de winst, maar om zo goed mogelijk handel te kunnen drijven en de plaatselijke bevolking te begrijpen of te vleien, probeerden zij zich wel te verdiepen in religie, gebruiken en geschiedenis. Daar rapporteerden zij uitvoerig over. Hun observaties kunnen historici in Azië hopelijk goed van dienst zijn. Ik ben gefascineerd door de beïnvloeding, ontmoeting van culturen, de ontmoetingsgeschiedenis. Daarom is het zo goed dat het VOC-archief in Djakarta weer open gaat.'

Het archief stond altijd wel op een kier, maar, aldus Wagenaar, die het herhaaldelijk heeft bezocht, het was moeilijk om binnen te komen. 'Dat heeft ook te maken met de cultuur van het land.'

Hij vertelt dat Nederlanders ervan uitgaan dat een archief toegankelijk moet zijn en dient om een beter inzicht te geven van het verleden. 'In Indonesië ligt dat anders. Daar wordt het als onbeleefd, onhoffelijk beschouwd als men de officiële geschiedenis, tracht te wijzigen of ondermijnen. Je mag dat niet louter zien als censuur en onderdrukking van de waarheid.'

Het archief in Djakarta is bijna drie kilometer lang en bevat veel documenten die ook in Den Haag zijn te vinden. De brieven, verslagen, traktaten van en naar Nederland werden gekopieerd door vele pennenlikkers en zorgvuldig bewaard. Als een schip verging kon alsnog een kopie worden verzonden. Djakarta heeft het grootste archief, omdat vaak ingekorte verslagen naar Patria, het vaderland, werden gestuurd en zaken van zuiver lokaal belang en notariële actes niet hoefden te worden gemeld. De andere vestigingen in Azië, zoals in Sri Lanka en Madras, die ook nog hun VOC-archief hebben, rapporteerden meestal via Batavia (Djakarta) en bewaarden zelf een kopie. De Nederlanders lieten bij vertrek hun archieven achter, de Britten namen ze mee.

De Leidse historicus Femme Gaastra vertelt hoe de visie op de VOC voortdurend is veranderd. Na de teloorgang in 1796 ontstond pas deze eeuw de grote herwaardering. In 1919 was het driehonderd jaar geleden dat Jan Pieterszoon Coen Batavia had gesticht en de kolonie was áf. De VOC vertelde de geschiedenis van helden en Hollands Glorie in de Oost. Daar was iets groots verricht.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond, in een mengeling van schuldgevoel en frustratie om het verlies, de mening dat de VOC schromelijk was overschat en dat Amsterdam zijn welvaart meer aan het graan uit de Baltische landen dan aan de bedenkelijke uitbuiters van de VOC te danken had gehad.

De laatste decennia rees de belangstelling voor de VOC, die in 1602 werd opgericht, als eerste, moderne multinational met uitstraling op vaderlandse handel en economie; zoals de Amsterdamse beurs, wiens wel en wee nauw samenhing met de veilige terugkeer van de Oostindiëvaarders. In de bijna tweehonderd jaar van het bestaan van de VOC werden bijna vijfduizend reizen naar Azië gemaakt en vertrokken bijna een miljoen mensen als ambtenaar of militair naar de Oost. Slechts één op de drie personen keerde terug. En dan te bedenken dat Nederland toen tussen de anderhalf en twee miljoen inwoners had. Er werden veel arme Duitsers gerecruteerd.

'In die archieven die nu weer aan elkaar gekoppeld worden - we kunnen ook weer naar het archief in Kaapstad - vind je alle aspecten van een zich vernieuwend, aanpassend wereldwijd bedrijf, de organisatie, financiering, het bespelen van de markten, de kosten, de groei, bloei en verval met de corruptie, beursspeculatie en wanhoopsdaden. Je vindt er de prijs van een jonge slaaf, van de zaag voor de chirurgijn om een been te amputeren en het aantal spijkers voor de reparatie van een schip', zegt Gaastra, in wiens hoofd alle scheepsbewegingen, ladingen, tonnages en prijzen schijnen te zijn geregistreerd.

Eenvoudig zal het niet zijn om, in nauwe samenwerking met het Rijksarchief in Den Haag, het archief in Djakarta weer helemaal op orde te brengen. De inventarisatie is flink verouderd, er staat nogal wat door elkaar en 'het klimaat is een ramp, althans voor een archief', zegt Wagenaar die net uit Indonesië is teruggekeerd. 'Wij hebben geen termieten en de muizen zijn te verwaarlozen. Al tijdens het bestaan van de VOC zijn honderden meters verloren gegaan. Onontkoombaar. Gelukkig gebruikte de VOC heel goed papier dat ze uit Holland of Zeeland hadden meegebracht. Maar een heel ander, algemeen probleem is, net als in Europa, de intkvraat. De inkt lost het papier op en de letters vallen als poeder door de gaten, als je de dossiers open maakt. Verschrikkelijk, heel ernstig. Hulp is nodig, Maar ja, je kunt niet alles bewaren. En dat is maar goed ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden