Een welkome vreemdeling

WIE BIJ het zien van de titel van het boek van Rob Giel denkt aan De vreemdeling van Camus, zit op het verkeerde spoor....

Giel, emeritus hoogleraar sociale psychiatrie in Groningen, is echter de grote betrokkene. Hij is erbij als mensen getroffen worden door politiek geweld, een natuurramp of ander ongeluk: het schrikbewind van Mengistu in Ethiopië, de kernramp in Tsjernobyl, de intifada in Israël, de aardbeving in Armenië.

Giel is ook geen vreemdeling zoals allochtonen dat zijn in bolwerk Europa; onwelkom, verdacht, gediscrimineerd. Overal waar hij komt - Nieuw-Guinea, Ethiopië, Egypte, Gaza, Roemenië, Uganda - staan mensen op het vliegveld om hem op te vangen en naar zijn hotel te brengen of in hun eigen huis te verwelkomen

Hij is meer de vreemdeling over wie het Ghanese spreekwoord zegt dat hij grote ogen heeft, maar niets ziet. Of misschien ziet hij wel veel, maar begrijpt hij er weinig van. Hij is het type vreemdeling dat gastvrijheid geniet en met egards behandeld wordt. Hij is immers een dokter, een psychiater zelfs, een expert, gezonden door de Nederlandse regering of de WHO. En ook al begrijpt hij soms nauwelijks wat er om hem heen gebeurt, zoals hij eerlijk toegeeft, hij brengt adviezen uit over de behandeling van mensen die gestoord of getraumatiseerd zijn en geeft gastcolleges aan 'vreemde' universiteiten.

Giel kijkt in 41 korte schetsen terug op zijn leven als 'arts ver van huis', zijn verblijf als gouvernementsarts op voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (1957-1960), zijn werk als psychiater-neuroloog in Ethiopië, en zijn belevenissen als expert en reiziger in tal van andere landen. De ervaringen die hij opdoet, betekenen een confrontatie tussen wat hij als universeel waar en moreel geldig beschouwt en wat men in een bepaalde cultuur of politieke situatie denkt. Zijn overtuigingen worden voortdurend op losse schroeven gezet en geleidelijk, schrijft hij, raakt hij zelf vervreemd. Als studenten en collega's hem vragen wat een verblijf in een vreemde cultuur voor hen zou kunnen betekenen, moet hij het antwoord schuldig blijven. De enige zekerheid is dat ze onmogelijk kunnen weten waaraan ze beginnen. Deze collectie van zijn eigen ervaringen is een verlaat antwoord op die vragen.

Enerzijds heeft De vreemdeling iets van een ouderwets 'jungle doctor'-boek, met sterke verhalen over de heldhaftige strijd tegen ziekte en dood onder primitieve omstandigheden, over barre tochten door dichte oerwouden en over woeste rivieren, operaties met scheermesjes en patiënten met mysterieuze kwalen en exotische klachten.

Anderzijds relativeert 'de held' zijn eigen bijdrage voortdurend en bekent zijn onzekerheid en onmacht. In 1984 verscheen van Giel een persoonlijk getinte beschouwing over de psychiatrische problematiek in ontwikkelingslanden. De titel was Vreemde zielen; de vreemdheid lag bij anderen. Nu lijkt hij zelf de 'vreemde ziel' te zijn. Een gebeurtenis in 1967 in het zuidwesten van Ethiopië illustreert dit mengsel van onmacht en vervreemding.

Hij wordt getroffen door het 'hopeloze gebaar' van een uitgemergelde zwerver langs de weg en neemt de oude man mee naar een gezondheidscentrum in de hoop dat hij daar opgenomen kan worden om op krachten te komen. Tegen zijn zin, maar omdat de geleerde en voorname gast het vraagt, neemt de arts de zwerver op.

Als Giel enkele dagen later terugkeert, is de oude man natuurlijk alweer ontslagen, volgens de arts in redelijke toestand. De volgende dag vindt Giel hem op dezelfde plek langs de weg, even ellendig als tevoren, maar 'niet geheel zonder hoop omdat we immers bekenden waren geworden'.

De arts kijkt zuinig als hij weer met de zwerver voor hem verschijnt. Het centrum heeft nu eenmaal andere prioriteiten. De schaarse bedden en geneesmiddelen zijn nodig voor kinderen, zwangere vrouwen en zieken die snel genezen. Kortom, voor mensen met 'toekomst'. Toch geeft hij weer toe, maar 24 uur later sterft de man, nadat hij, op voorspraak van Giel, nog een van de twee laatste infusen van het centrum heeft gekregen. Zijn lichaam wordt achter de polikliniek begraven. Verplegers graven het graf. Als Giel ze bezig ziet wordt hij, zoals zo vaak, bevangen door twijfel en ongemak en schaamt zich voor 'de wanverhouding tussen zijn en mijn aanspraak op een menswaardig bestaan'.

Dit eenvoudig relaas laat zich lezen als een parabel over de absurde verhoudingen tussen 'aanspraken op menswaardig bestaan' in verschillende maatschappijen. Giel heeft in zijn avontuurlijk leven die wanverhouding herhaaldelijk aan den lijve ervaren en het is goed dat hij er in deze beschouwing verslag van doet. De vreemdelingen in onze eigen omgeving zullen ons in toenemende mate laten delen in soortgelijke ervaringen van ongemak en gêne.

Maar of we ons scherper bewust worden van ons eigen vreemdelingschap in een ongelijke wereld, zoals Giel overkwam, is de vraag. Zolang we anderen vreemdelingen noemen, zullen we onszelf als autochtonen en rechtmatige bezitters van onze huidige welvaart en gezondheid blijven beschouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden