Een vuist op een oog De lievelingsboeman van Wenen stapt op als directeur van het Burgtheater

Wenen juicht over het vertrek van de dwarse, eigenzinnige en arrogante theaterdirecteur Claus Peymann. Hij was de man die de stukken bracht van de hedendaagse Oostenrijkse auteurs....

DOOR EEN toneelkijker zie je meer. In loge 5 links, eerste rang, wordt vanaf stoel nummer 1 tot op de bodem van het decolleté van Kitty Speiser (Arsinoé) gekeken. Maar als Michael Rotschopf (Acaste) en Johannes Kirsch (Clitandre) opkomen gaat het kijkertje omlaag in de ruststand. Die twee mannen hoeft de grijze dame niet zo te zien. Nou ja, mannen... Als Der Menschenfeind (Le Misanthrope) van Molière is afgelopen klapt zij alleen voor Speiser - heel hard - en een beetje nog voor Andrea Clausen (Célimène) en Tamara Metelka (Eliante). En niet voor de mannen. Nou ja, mannen...

Voordat het klappen afgelopen is, loopt de dame naar achteren, het boudoirtje in om alvast haar bontjas aan te trekken en haar hoed recht vast te spelden. Ze is een echte Burgtheater-tijger, zoals bijna alle Weense dames van haar leeftijd. Het theater is, zegt men, hun levenselixer. Onder het spelden voor de spiegel mompelt ze zuinig: 'Dat was niet écht zo heel erg slecht.' Ze houdt haar hoofd een beetje schuin en kijkt op naar haar loge-genoten: 'Het kon slechter...', dan richt ze zich weer tot de spiegel, '...in dit ''Schwulenverein'' dat ze van de Burg hebben gemaakt.' Hoezo homoclub? Dat viel toch wel mee? 'Wel mee?!! Heb je die twee dan niet gezien?! Puh' Ze schrijdt de loge uit en stevent al pratend af op de trappen. 'Goed dat er een nieuwe directeur komt. Maar ja, wie weet wat dat er weer voor een zal zijn.'

Het vertrek van de directeur - Claus Peymann - houdt Wenen bezig. Peymann gaat weg.

Vorige week stond het nieuws op alle voorpagina's van dag- en weekbladen, en zelfs op billboards in de stad stond het te lezen: 'Peymann hört auf.' Het was of de stad blij was dat Peymann ermee ophoudt, zo juichten de kolossale letters. Deze week is de tekst op de billboards veranderd. Nu roepen de koeienletters niet meer 'Peymann hört auf', maar: 'Peymann hört Radio Wien.'

Het was slechts reclame. Maar toch.

Claus Peymann gaat weg, en minstens een deel van Wenen is daar blij om. Men moet weliswaar nog twee seizoenen wachten - Peymanns contract loopt nog tot 30 juni 1999 - maar dan is het gedaan met de dwarse, eigenzinnige, arrogante Piefke ('mof'), de Duitse Zuzügler (immigrant). De 'lievelings-boeman' van Wenen heeft de eer aan zichzelf gehouden en niet meer op verlenging van zijn contract aangestuurd.

Als hij ophoudt heeft hij er toch al dertien jaar op zitten, waarmee hij sowieso de langstzittende Burg-directeur van deze eeuw zal zijn. Behalve de langstzittende zal Duitser Peymann in zekere zin ook de 'Oostenrijkste' zijn: in een recent interview in het weekblad Profil pocht hij: 'Ik ben waarschijnlijk de regisseur die de meeste premières van stukken van hedendaagse Oostenrijkse auteurs heeft geënsceneerd. Alleen daarvoor zou ik al alle mogelijke onderscheidingen moeten krijgen.' Hij regisseerde stukken van Elfride Jellinek, van Peter Turrini, van Peter Handke - en bovenal van Thomas Bernhard.

Behalve de langstzittende en de Oostenrijkste zal Peymann ook de 'Bernhardste' zijn: zijn enscenering van Bernhards Heldenplatz werd vorige week dinsdag voor de 102de keer gespeeld. Der Deutsche Mittagstisch wordt zaterdag zelfs voor de 231ste keer gespeeld en Peymanns streven is het aantal voorstellingen ervan nog voor zijn vertrek in 1999 tot boven de 246 te krijgen: dan zal een stuk van de bij leven gehate en verguisde Bernhard als het meest gespeelde aller tijden in de annalen van het theater staan.

'Die sportieve ambitie hebben we', zegt onderdirecteur Hermann Beil, Peymanns rechterhand. Peymann zelf heeft even genoeg gezegd. Hij doet er - geheel tegen zijn gewoonte in - even liever het zwijgen toe, laat hij weten. Hij wil er ten afscheid nog een laatste hatelijkheid mee nalaten voor het hypocriete Wenen dat zoals bekend nooit van Bernhard heeft gehouden, zoals het ook nooit van Peymann heeft gehouden, en zoals het überhaupt nooit van iemand houdt die modern is en tegelijk ook nog in leven. Beil: 'Zo is het hier altijd geweest: Schönberg kreeg in Wenen geen aanstelling, Mahler werd weggepest. Ze werden pas na hun dood erkend. Alles wat modern is vindt men hier ongemakkelijk. Tegen Berhards Heldenplatz werd bij de première in 1988 een hetze gevoerd die haar weerga in de geschiedenis niet kende. Tot bij president Waldheim ging dat. Zo'n stuk hoorde niet in het Burgtheater, heette het. Dat was in strijd met de goede smaak, zei men. Maar welke goede smaak is dat?'

De vraag is retorisch. Heldenplatz is inmiddels een erkend meesterwerk, een profetisch stuk dat al heel vroeg de pijnlijke kanten van de Weense ziel (sluimerend antisemitisme en fascisme) blootlegde. Het trekt nog altijd volle zalen. En Bernhard zelf is na zijn dood door dezelfde critici die hem bij leven probeerden te verwoesten, uitgeroepen tot de belangrijkste Oostenrijkse auteur van de laatste vijftig jaar.

Maar zo makkelijk kunnen ze er zich niet van af maken. De schrijver, die in 1989 overleed, verbood in zijn testament dat ooit nog een nieuwe enscenering van een van zijn stukken in Oostenrijk zou worden opgevoerd. Claus Peymann in Profil: 'Misschien is die hele lange minuut stilte die nu al tien jaar heeft geduurd, belangrijk geweest, opdat iedereen goed beseft dat men iemand die men zo beschimpt, gehoond en uitgestoten heeft als Thomas Bernhard, niet zomaar ineens toegeschoven krijgt, dat men zich hem niet zomaar mag toeëigenen.'

Na acht jaar wilde Peymann trouwens het liefst zelf een einde maken aan die lange minuut en proberen onder dat 'in een vlaag van woede opgestelde' testament uit te komen. Om bijvoorbeeld eindelijk Ruhestand in het Burgtheater te kunnen spelen (Peymann: 'Dat stuk past op de huidige maansverduistering in de Oostenrijkse politiek als een vuist op een oog'). Maar dat zei hij voordat hij zijn 'Abgang' bekendmaakte. Nu hoeft het misschien niet meer. Al heeft de directeur bij de aankondiging van zijn vertrek manhaftig nog wel twee tumultueuze jaren beloofd met 'grandioze, scandaleuze, woeste en opwindende premiëeres', 'ein tolles Peymann-Theater'.

De eerste woeste premiëere, die van Peter Handke's Zurüstungen für die Unsterblichkeit, werd vooral saai gevonden, of hoogstens 'interessant'. Enthousiast was niemand, maar ook venijnige kritieken die Peymann in zijn beginjaren steevast ten deel vielen bleven uit.

Misschien hoeft het voor de critici ook niet meer zo, nu Peymann toch weggaat.

Nergens lees je meer: hij jaagt de bezoekers weg (Beil: 'Het Burgtheater heeft een bezettingsgraad van tachtig procent, en het kleinere Akademietheater zelfs negentig'); hij geeft de voorkeur aan ingehuurde acteurs waardoor de leden van zijn eigen ensemble niet genoeg aan spelen toekomen (Beil: 'Het ensemble heeft 130 acteurs in vaste dienst, daartegenover staan 29 gasten, dat is niet zo gek, als je zoals wij veertig stukken per jaar op je repertoire hebt'); het aantal stukken is teruggelopen ('Veertig'); repetitieperiodes zijn langer geworden en producties duurder ('Topregisseurs als Zadek of Streler hebben een eigen manier van werken en stellen gewoon hun eisen').

Zelden lees je ook meer dat de programmering niet deugt. Hoewel Peymann de Oostenrijkers met die programmering in een diepe identiteitscrisis moet hebben gestort, als het waar is wat de mensen zeggen: dat in het Burgtheater het nationale gevoel van de Oostenrijkers wordt gemaakt. Een nationaal gevoel dat vóór Peymann alleen gevormd werd door vertrouwd repertoire moest zich de afgelopen tien jaar behalve met Molière, Büchner, Tsjechov, Brecht en Strindberg ineens ook gaan voeden met Bernhard, Peter Handke, Elfriede Jelinek, Christa Wolf, Peter Turrini en George Tabori. Stukken die het theater ontheiligden waar voorheen het mooiste hoog-Duits van de wereld werd gesproken.

Opwinding over de stukken zelf, zoals in Peymanns beginjaren, is er zelden meer. Maandagavond speelt bijvoorbeeld Tango van Slawomir Mrozek in het Burgtheater. Een gedateerd stuk uit 1964 dat, zegt Hermann Beil, 'plotseling weer razend actueel bleek'. Een van de hoofdpersonen, Edek, een toffe knul die zijn best doet door iedereen aardig gevonden te worden, neukt zich een weg door een familie met krampachtige jaren-zestig-idealen van vrijheid en vrije liefde. Als de tijd rijp is grijpt hij de macht, en dan blijkt zijn ware aard: 'Als jullie stilzitten en niet rondhupsen en doen wat ik zeg, hoeven jullie niet bang te zijn. Jullie zullen zien: bij mij heb je het goed. Ik ben prima. Ik ben in voor een lolletje en amuseer me graag, maar orde moet er zijn, dat zeg ik jullie! Ordnung muss sein!'

Beil: 'Die Edek, dat is helemaal Jörg Haider'

Maar over Edeks gelijkenis met Haider, de leider van de extreem rechtse FP & Ouml;, is in Oostenrijk nog niemand gevallen, en ook de pers heeft de gelijkenis niet opgepakt. Beil, verontschuldigend: 'Maar we hebben ook geen grote publiciteitscampagne om het stuk gemaakt.'

De pers is tegenwoordig meer bezig met Peymanns opvolging. Gedoodverfd kandidaat is Klaus Bachler, directeur van de Volksoper in Wenen, Oostenrijker (en geen Piefke zoals Peymann) en vooral: favoriet van minister-president Viktor Klima. Dat laatste zal de doorslag geven. Want de benoeming van de directeur is de bevoegdheid van de premier zelf, sinds Klima de minister van Cultuur heeft opgeheven.

Maar wie het zal worden, hij kan erop rekenen dat men hem de komende twee jaar bejubelt en dat men hem dan, zodra hij eenmaal is aangetreden zal beschimpen. 'Dat is', aldus Beil, 'een gezelschapsspel in Wenen.' En over tien jaar zullen de mensen opnieuw zeggen dat het Burgtheater helemaal niks meer is, 'maar vroeger, toen Peymann er nog was, ja toen stelde het nog wat voor' Want zo gaat het hier al tweehonderd jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden