Een vrouwenleven lang in het teken van Mussolini

Vincere..

Vijf minuten geeft de jonge Benito Mussolini God om hem met de bliksem te treffen. Blijft hij ongedeerd, dan is daarmee definitief bewezen dat God niet bestaat. Terwijl de tijd verder tikt, glijdt de camera aandachtig langs zijn kaarsrechte lijf, de scherpe neus, de ruwe, vieze vingernagels. Tussendoor, heel even, kruist zijn blik die van de vrouw die vooraan in het nerveuze publiek zit – en die het eigenlijke hoofdpersonage van Marco Bellocchio’s Vincere zal blijken.

Ze komen elkaar steeds weer tegen, Mussolini en de vrouw, maar het verhaal is alweer zeven jaar verder gedenderd eer je haar voor het eerst iets hoort zeggen; een zin die de rest van de film zal nagalmen. ‘Herinner je je mij?’ vraagt ze aan Mussolini, dan nog steeds een vreemde voor haar, vlak voordat ze zich aan hun eerste vrijpartij overgeven. Een uiterst geladen seksscène heeft regisseur Bellocchio (Bongiorno, notte) ervan gemaakt, vol desoriënterende close-ups, sinistere orkestmuziek, gekreun en duisternis, en steeds weer Mussolini’s ogen die wegdraaien tot ze letterlijk wit zien.

Na afloop staat Mussolini in zijn blootje op het balkon, terwijl het pamfletten regent waarop de Eerste Wereldoorlog wordt aangekondigd. Bellocchio combineert het met archiefmateriaal van een uitzinnige menigte op het plein, alsof Mussolini in de toekomst kijkt en voorziet welke massahysterie hij zal kweken. Wie de vrouw is die in zijn bed ligt, is dan nog steeds onduidelijk – haar naam, Ida Dalser, is niet eens genoemd.

Dat past bij een vrouw wier leven in Mussolini’s teken blijft staan, ook wanneer ze hem vervloekt omdat hij haar en hun zoon niet erkent. Zolang ze scènes delen, legt Bellocchio de nadruk op haar blik en perspectief; zodra ze door zijn volgelingen in het gesticht is gestopt en ze hem niet meer kan ontmoeten, zien ook wij hem niet meer – op enkele archiefbeelden na. En hoe groter Dalsers obsessie voor haar onbereikbare ex-minnaar wordt, en hoe groter zijn invloed op het land, hoe meer dat fascistische Italië tot decor inkrimpt en de toch al fragmentarisch gepresenteerde politiek naar de achtergrond schuift. Vincere blijkt dan echt Dalsers film.

Zodoende schaart Bellocchio zich volledig achter een vrouw die je buiten haar geldingsdrang en moederliefde nauwelijks leert kennen. En die – al laat de film weinig ruimte voor zo’n interpretatie – ook wel eens gewoon gek zou kunnen zijn. Die in het gesticht haar cel onderkalkt, en haar talloze brieven aan Mussolini desnoods de tuin in smijt om ze bij hem te krijgen. Het is lastig identificeren met zo’n heldin. Vincere wekt vaak dan ook eerder bewondering en verwarring, dan dat je je emotioneel erdoor laat meeslepen.

Soms ligt de symboliek van de film er te dik bovenop. Een stoet blinden die tastend door de donkere straten trekt, platter kan een metafoor voor een in zichzelf verdwaalde natie niet worden. Daar staan echter veel meesterlijk gechoreografeerde scènes en beelden tegenover – zoals de rook van een explosie die barokke gewelven langzaam in mist onderdompelt – en vooral de fenomenale prestatie van hoofdrolspeelster Giovanna Mezzogiorno. Zij geeft Ida Dalser zoveel koortsachtige energie en vastberadenheid mee, dat ze haast een Jeanne d’Arc-achtige martelaar wordt. Dan ga je toch hopen dat zo’n brief stiekem in Mussolini’s schoot waait.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.