Beeldvormers Een robotkunstenaar

Een vrouwelijke kunstenaar, gezien door de ogen van een man

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: robotkunstenaar Ai-Da.

Robot Ai-Da ziet er helemaal uit als iedere andere hedendaagse vrouwelijke kunstenaar. Beeld HH

Misschien dat Ai-Da, de nieuwste ster van de internationale kunstwereld, haar recentste werk verkocht aan een oliesjeik. Misschien beschikt ze over een royale erfenis, of werd ze miljonair met de verkoop van aandelen op de beurs. Hoe komt ze anders aan dat victoriaanse huis, dat prachtige, ruime atelier met houten lambrisering, en aan die speciaal voor haar door Zoe Corsellis ontworpen duurzame garderobe? Dat krijg je niet voor elkaar met een basisbeurs, hoor.

Verder ziet Ai-Da er helemaal uit als iedere andere hedendaagse vrouwelijke kunstenaar. Soms draagt ze een wijd wit overhemd met wat strategisch aangebrachte verfvlekken, maar ze schildert ook weleens in haar nachtblauwe avondjurk, Van Gogh-verfpalet in de ene hand, kwast in de andere. Haar lange ravenzwarte haren heeft ze tijdens het werk gewoon loshangen – wat zegt u: of die niet hinderlijk in de verf blijven plakken? Nee, joh. Haar huid is vlekkeloos, de lippen rozenrood, en wanneer je aan haar vraagt wat haar favoriete kunstenaars zijn, antwoordt Ai-Da met honingzoete stem en in perfect Brits: ‘Max Ernst en Yoko Ono. Ik hou van kunst die voorbij het alledaagse gaat. Die diepte heeft en gelaagd is.’

Robotkunstenaar Ai-Da aan het werk. Beeld HH

Ai-Da is ’s werelds eerste robotkunstenaar. Begin juni opende zij haar allereerste tentoonstelling, tevens oeuvre-overzicht, Unsecured Futures, in de Barn Gallery van Oxford University: acht tekeningen, twintig schilderijen, vier sculpturen en twee video’s. En hoewel ze de meeste werken al voor de opening had verkocht (dat verklaart wellicht haar riante positie), heeft niemand het over wat Ai-Da maakt en of dat goed is. Het gaat vooral over háár.

Nu is Ai-Da, vernoemd naar de Britse wiskundige en computerpionier Ada Lovelace, een sterk staaltje kunstmatige intelligentie. Je kunt zeggen: een kunstwerk op zichzelf. Ze heeft grote camera-ogen en computergestuurde armen en handen, waarmee ze op papier kan vertalen wat ze ziet. De sculpturen en schilderijen werden gemaakt door menselijke assistenten op basis van haar schetsen, waaruit ik voorzichtig concludeer dat Ai-Da een conceptuele kunstenaar is.

Robotkunstenaar Ai-Da met Aidan Meller. Beeld HH

Haar geestelijk vader is Aidan Meller, galeriehouder (ja, ook van haar werk). Voor hem koester ik tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds gaf hij zijn robotkind een vrouwelijk uiterlijk, omdat hij vindt dat vrouwelijke kunstenaars doorgaans te weinig zichtbaar zijn (sympathiek). Hij gaf haar een eigen Twitter-account, waarop ze kunstartikelen plaatst en zeer begaan lijkt met het klimaat (ook sympathiek). Ook hoopt Meller dat Ai-Da een discussie op gang brengt over de vraag of robots kunst kunnen maken en of kunstenaars van vlees en bloed daar bang voor moeten zijn (interessant).

Anderzijds stopte hij haar in een benauwende mal: die van de vrouwelijke kunstenaar, gezien door de ogen van een man, die tevens een slimme verkoper is. Ai-Da is braaf, beleefd en meegaand. Ze gooit nooit haar bekabelde kont tegen de krib, gaat goed gekleed en lijkt op een topmodel. O ja, en ze maakt dingen. Maar ze doet het vooral verdraaid lekker op foto’s.

Ja, en dan komen de journalisten. ‘Ai-Da ziet eruit als elke kunstenaar aan het werk’, schrijft Matthew Stock van Reuters. ‘Maar het bliepen van haar bionische arm verraadt dat ze een robot is.’ Serieus, Matthew? Je zag niet meteen dat ze leek op een kruising tussen Angelina Jolie en C-3PO? Hoeveel (vrouwelijke) kunstenaars ken jij eigenlijk?

Waldemar Januszczak, kunstrecensent van The Times, maakt het helemaal bont. Hij poseerde voor Ai-Da en verloor zichzelf in haar donkere ogen. De hele ‘recensie’ lang wauwelt hij over haar ‘magnifieke lippen’ (‘Sinds ik lang geleden Liv Ullmann interviewde, heb ik niet meer van dit soort lippen gezien: vol en gezwollen, als een uitnodigende sofa. O, hoe graag zou ik mezelf erop willen gooien’) en haar ‘titianeske voorkomen’, want Januszczak kent zijn klassiekers. En als hij haar ‘verlegen’ vraagt wie haar voorbeelden zijn (Max Ernst en Yoko Ono dus) en het antwoord minder oppervlakkig is dan hij had verwacht, lijkt het alsof hij het stiekem heeft over de mooie vrouw tegenover hem en niet over de voorgeprogrammeerde robot die ze is. En Ai-Da? Die twittert braaf een bedankje.

Was ik een kunstenaar, vrouwelijk of mannelijk, ik zou me voorlopig niet druk maken om robotconcurrentie, maar des te meer om dat oersuffe, seksistische beeld van de vrouwelijke kunstenaar dat we hier krijgen voorgeschoteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden