Een vluchteling bijna achterhaald

In de in 1996 gepubliceerde editie van zijn De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten nam Gerrit Komrij één gedicht op van Bob de Mets....

KEES FENS

Het lachen van een heil'ge

is 't lokken van 'n hoer,

En in de modder-goot ligt

'n Rozensnoer.

En - al die kleine meisjes

die hebben 't in d'r bloed -

Dat zie je aan d'r schoentjes

en aan d'r ondergoed.

Dat zie je nog veel beter

als 't hemdje is losgegaan

D'r hangt 'n grote vlinder

vlak vóór de maan.

In de oogwenk waarin Komrij honderdduizenden gedichten moet hebben gelezen, vond hij dit gedicht de moeite van het doorgeven waard. Hij vond het in de bundel Asfalt, 'poésie erotique', waarvan de tweede druk verscheen in Rotterdam in 1926. Achter de naam van de auteur staan twee vraagtekens: geboorte- en sterfdatum onbekend. Een spoorloze dichter dus.

Een Vlaamse, van huis uit roomse dichter kan men denken, om de Franstalige ondertitel, om het woord 'rozensnoer', om de lichte perversiteit, om de sprong van heilige naar hoer en vooral om al die dingen samen. Komrij gaf hem, in zijn chronologische ordening, een verondersteld geboortejaar: 1882, dat wil zeggen: hij plaatste het gedicht tussen werk van in 1882 geboren dichters.

Wie was de dader? Het literair-historisch onderzoek heeft soms iets van detectivewerk. En dat misschien op zijn aardigst wanneer voor een anoniem gevonden tekst een auteur wordt gezocht. Ik herinner me van een aantal jaren geleden het vernuft besteed aan het bewijs dat een auteurloos gedicht van Shakespeare was. De kleinste stilistische eigenaardigheden worden de vingerafdrukken voor de speurders. De uitkomst was: 'een niet zo sterke' Shakespeare.

Bijna even mooi is het zoeken naar levensbijzonderheden van een auteur. 'Over zijn leven is niets bekend', staat er al lang in de literatuurgeschiedenissen. Dat laat een onderzoeker niet op zich zitten. Het omgekeerde is ook aardig. Aan Bredero is vanuit zijn gedichten heel wat aan levensgebeurtenissen toegeschreven. Totdat in 1968 de Vlaamse literatuurhistoricus A.A. Keersmaekers aantoonde dat wat als directe lyrische poëzie werd beschouwd, bewerkingen waren van Franse, uit het Italiaans vertaalde novellen. Bredero was niet de dader!

De Parelduiker, opvolger van Het oog in 't Zeil, is een tijdschrift voor het kleine onderzoek, dat vaak even amusant of opwindend is als het grote. Twee redacteuren ervan publiceren in het jongste nummer een uitvoerig artikel onder de titel: 'Een vechttijdschrift, of de absolute nul'. Het tijdschrift waarvan hier sprake is, heet Het Woord; het kende vier nummers en het verscheen in de jaren 1925/'26. Het is aan de detaillisten niet helemaal onbekend, want Du Perron heeft er voor het eerst in Noord-Nederland in gepubliceerd.

Het tijdschrift is maar in twee openbare collecties in Nederland aanwezig en dan nog onvolledig. De redacteur van dit avant-gardistische tijdschrift, dat zich duidelijk modelleerde naar Merz van Schwitters, naar De Driehoek en naar De Stijl, was de Vlaming Jan Demets.

Hij was in 1895 geboren in een dorpje in Belgisch Limburg en week in 1914, na de val van Antwerpen, uit naar Nederland, waar hij op verschillende plaatsen woonde en zeer uiteenlopende beroepen uitoefende. Zijn literaire leven was kort. In 1924 publiceerde hij een dichtbundel, onder een schuilnaam. De bundel heette Asfalt en de auteur noemde zich Bob de Mets! Zo hebben de twee auteurs van het artikel de dichter opgespoord en zijn geboortedatum is nu bekend. In de tweede druk, die Komrij gebruikte, werden vijftien fouten uit de eerste hersteld. In 1926 publiceerde Demets, bibliofiel, nog een tweede bundeltje. En dan zijn er de vier nummers van Het Woord.

In het begin van de jaren dertig kwam Demets terecht in de journalistiek, maar in dat vak had hij weinig succes. In de tweede helft van de jaren dertig kreeg hij nationaal-socialistische ideeën. Hij belandde in het gezelschap van Jan Baars, Arnold Meyer en Alfred Haighton, die De Nieuwe Gids fascistisch maakte (Harry Prick heeft schitterend biografisch materiaal over hem gepubliceerd).

Niet bekend

Het is zonder meer prachtig wat de auteurs aan leegten hebben ingevuld. Het grootste deel van het artikel is een studie van dat kleine tijdschrift. En dat is voortreffelijk gedaan, juist in de situering ervan - naar ideeën, naar stijl, naar bijdragen, ook van beeldende kunstenaars, naar typografie - tussen de grote gelijktijdig verschijnende avant-garde tijdschriften. Latere grote namen hebben in Het Woord gepubliceerd: Du Perron, C.A. Willink, Rein Blijstra, Constant van Wessem (onder zijn pseudoniem Frederik Chasalle). En enkele latere groten, onder wie Werkman, stonden werk af als illustratie.

Een gedicht, een naam en twee vraagtekens hebben tot de reconstructie van een klein stukje vergeten literatuurgeschiedenis geleid. En de persoon van een onbekende dichter zichtbaar gemaakt, een derderangsauteur, maar als bij meer van zijn soort: in hem vormen zich heel wat lijntjes tot een figuur van zijn tijd. En bekenden van later komen voor het eerst even in het licht. Maar nog meer medewerkers aan het tijdschrift zijn helemaal vergeten. In de fraaie noten wordt hun persoon onthuld. De mieren van de letterkunde die zich even gevleugeld hebben gewaand. Ze zijn onmisbaar. Al is het maar voor de literatuurhistorici.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden