Een vette knipoog naar vroeger

Veel thriller-, horror- of fantasyregisseurs grijpen met hun beeldtaal terug op oude filmgenres, zo blijkt op Imagine. Soms dreigt de kitsch, maar ook zijn er interessante aanvullingen....

Hij kleedt haar uit met zijn ogen. Letterlijk. Onder de priemende blik van de taxichauffeur – ondanks de hitte gekleed in een zwart leren jack en dito handschoenen – beginnen de naden van haar blauwe zomerjurkje te scheuren. En te scheuren. En te scheuren. Tot ze verschrikt haar handen voor haar lijf slaat; haar jurk blijkt nog intact. Ze zijn er.

Verward tast ze in haar tasje naar geld. Hij pakt het aan, met die zwarte leren handschoenen en dan euro’s!

Dat is wel even schrikken. Niet vanwege de erotische dreiging van de scène, maar omdat een euro zo’n beetje het laatste is wat je verwacht in Amer. Tot dat moment had de film gemaakt kunnen zijn in de jaren zestig. De cameravoering, de muziek, de montage, de art direction, de iconografie, de kleuren: de Belgische filmmakers Hélène Cattet en Bruno Forzani leenden het allemaal van de zogenaamde giallo-films, Italiaanse erotische thrillers van regisseurs als Dario Argento en Mario Bava.

Niet dat Amer een klassieke giallo-film is, integendeel. Cattet en Forzani gebruikten voor hun poëtische vertelling vooral de experimentele scènes uit het genre; niet de rechttoe rechtaan verhaallijn. ‘We wilden een film maken over een vrouw die haar lichaam, begeerte en sensualiteit ontdekt in drie fases van haar leven’, vertelt Forzani aan de telefoon. ‘Dat wilden we de kijker laten voelen, via geluid en beeld, en in gialli vind je veel erotische of psychedelische sequenties waarin gevoelens vergroot worden. Daarom was deze beeldtaal voor ons de meest voor de hand liggende.’

Amer is een van de films die tijdens het fantastische filmfestival Imagine te zien is in het programma Retro-magie. Cattet en Forzani blijken niet de enige thriller-, horror of fantasyregisseurs die met hun beeldtaal teruggrijpen op oude filmgenres.

Na eerdere science fiction-parodieën maakte regisseur Larry Blamire Dark and Stormy Night, een film waarin de jaren dertig-horror op de hak wordt genomen. Met Island of Dreams creëerde Tetsuichiro Tsuta een geëngageerde Japanse thriller, in de stijl van die uit de jaren zestig. Scott Sanders maakte Black Dynamite, een film die alle komische elementen van de blaxploitation-films uit de jaren zeventig combineert. The House of the Devil (Ti West) lijkt sprekend op een jaren tachtig horrorfilm waarin – ouderwets! – een babysitter het slachtoffer wordt van een groep satanisten. Voor verzamelaars en jaren-tachtig-adepten is deze film zelfs op videoband uitgebracht, compleet met schreeuwerig hoesje.

Helemaal nieuw is dat spelen met oude filmgenres natuurlijk niet. Quentin Tarantino baande met films als Jackie Brown, Death Proof en Inglourious Basterds het pad voor veel filmmakers om als b-film-fans uit de kast te komen en ‘foute’ elementen openlijk in hun films te gebruiken. Blaxploitation-films worden eens in de zoveel tijd geparodieerd. En zoveel goodwill heb je niet nodig om zelfs de Austin Powers-serie te zien als een hommage aan de swinging sixties-films.

Maar het is wel opmerkelijk dat deze (vaak jonge) regisseurs nostalgisch lijken terug te verlangen naar de beperkingen van historische filmgenres, terwijl in het tijdperk van Avatar en 3D nu juist alles lijkt te kunnen. Hoe verschillend hun films ook mogen zijn, de regisseurs uit het Retro-magie-programma hebben namelijk een ding gemeenschappelijk: visueel zijn hun films tot in de kleinste details aan de conventies aangepast.

In Black Dynamite werden ook alle slordigheidsfoutjes van de slechtere blaxploitationfilms overgenomen: een microfoon bungelt zichtbaar in beeld en als iemand te hard wordt geslagen is hij – net onhandig gemonteerd – in het volgende shot vervangen door een ‘body double’. Kortom: de liefde voor de verschillende genres en de onvolmaaktheden ervan spat er vanaf. En wie per ongeluk halverwege in zo’n film valt, kan deze gemakkelijk verwarren met een onbekende oude film.

Toch zal die verwarring in het geval van Black Dynamite en Dark and Stormy Night niet lang duren: de knipoog naar het verloren tijdperk is te vet. Lang zijn die uitvergrotingen bijzonder grappig, vooral in het geval van Black Dynamite. Neem alleen al de manier waarop Sanders zijn hoofdrolspeler, uiteraard een eenmansleger met onstuitbare potentie, introduceert: aan de rand van zijn bed waar drie meisjes kirren dat hij hen de beste seks ooit heeft gegeven. ‘Ssshht’, zegt hij dan streng, ‘jullie maken de andere bitches wakker’, en wijst naar nog wat ledematen die slordig onder de dekens vandaan steken. Maar net als Blamire stapt Sanders uiteindelijk in de grootste valkuil van de parodie: het blijft alleen leuk voor genrefetisjisten die net als de makers maar geen genoeg kunnen krijgen van de verwijzingen.

In het van de buitenwereld afgesneden landhuis in de zwartwit-film Dark and Stormy Night wordt het licht zo vaak uitgeknipt, waarbij telkens een van de acteurs met een mes in zijn rug eindigt, en dolen er zoveel gemaskerde mannen door geheime gangen, dat het voor een doorsnee kijker eerder eentonig wordt dan hilarisch.

Interessanter wordt het als het genre – net als bij Amer – bloedserieus wordt genomen.

Forzani: ‘Al die leren handschoenen, dat zijn verwijzingen natuurlijk. Als je bekend bent met de giallo-film is het een spel dat we ook heel graag spelen met het publiek. Maar als je de gialli niet kent, geen punt. Dan kijk je gewoon naar het verhaal; we hebben de essentie van het genre gepakt om het verhaal te vertellen.’

Ook regisseur Ti West merkte dat het verhaal uiteindelijk de vorm bepaalde van House of the Devil. West is al sinds zijn jeugd geïntrigeerd door verhalen rondom satanisten. ‘In de jaren tachtig was paniek over satanisme een cultureel fenomeen in de Verenigde Staten’, vertelt hij in een online interview. ‘Het fascineerde me dat mijn moeder dingen dacht als: ‘je kunt nog niet eens in je eentje door het park lopen zonder dat iemand met een bestelbusje zonder ramen je naar binnen sleurt en je aan de duivel offert. Wat een krankzinnig idee was dat!’ House of the Devil speelt met dat idee en moest dus wel een ‘periodefilm’ worden, anders zou het wat geloofwaardigheid betreft nog lastiger worden dan het nu al is. ‘En ik ben nogal obsessief op details.’ Kortom, het is bijna een ‘kostuumfilm’ van de jaren tachtig: walkmans met oranje oorbeschermers. The Fixx op een bandje. Hoge spijkerbroeken. En naar voorbeeld van The Shining en Rosemary’s Baby veel meer suspense dan de bloederige ranzigheid die veel hedendaagse horrorfilms domineert.

De blik van een eigentijds publiek kan dan dodelijk zijn. West merkte dat ook: de een vindt het tempo ouderwets prettig, de ander oersaai. ‘Geloof me, genoeg mensen hebben zich doodverveeld.’

Wat ook moeilijk is: kitsch ligt op de loer. Dat merkten ook Amer-regisseurs Cattat en Forzani. Zij recyclen soundtracks van Ennio Morricone, Stelvio Cipriani and Bruno Nicolai. ‘We hebben scènes geschreven op die muziek, en dat heeft de film direct beïnvloed. De uitdaging is het zo te gebruiken dat het niet ironisch wordt. En dat is lastig, omdat het zo vreselijk retro voelt. Als je een stuk muziek een seconde te vroeg of te laat start, wordt het al snel grappig.’

Japanner Tetsuichiro Tsuta (geboren in 1984) blijft ook net op het randje. Het zwart-witte Island of Dreams heeft een aantal momenten die filosofisch bedoeld zijn, met een pingelende soundtrack op de achtergrond. Het wordt net niet drakerig, omdat het zo past in de traditie van Japanse geëngageerde thrillers uit de jaren zestig. De regisseur excuseert zich nog aan het begin van de film voor de vuiltjes en krassen op de print omdat hij de 16 mm-film helemaal zelf ontwikkelde, op de ouderwetse manier. Maar het is juist een van de sterke punten: de vraag is of het verhaal over eco-terrorist Alan anders had gewerkt. Ook hier zou het thema – Tsuta maakt zich enorm veel zorgen over het milieu – in een andere vorm misschien gedateerd aandoen.

Het knappe van Island of Dreams is, dat zijn boodschap wel actueel blijft omdat de film zich ontegenzeggelijk in het nu afspeelt. Een politieagent moet even googlen; er zijn flatscreen-tv’s en toch botst dat geen moment met de vorm van de film. Tsuta laat zien dat het genre niet gedateerd is en ook niet lachwekkend hoeft te zijn.

Amer weet van alle films de grenzen het meest op te rekken. ‘We gebruiken de codes op onze eigen manier’, vertelt Cattet. Zo zet de film de man-vrouw-verhoudingen in de – regelmatig – vrouwonvriendelijke gialli op zijn kop. ‘Ik wilde eens een giallo-film maken vanuit het vrouwelijke perspectief. Mannen zijn hier het onderwerp van fantasie, van verlangen. De ambigue relatie tussen moordenaar en slachtoffer uit gialli, de combinatie van afstoting en aantrekkingskracht, van verlangen en angst, hebben we zo omgebogen dat het gaat om de relatie van een meisje tot haarzelf, tot haar eigen donkere kant.’

En daarmee ontstijgt Amer de vormoefening en wordt een interessante aanvulling op het genre. Andere jonge filmmakers kunnen door films als House of the Devil, Island of Dreams en Amer zien dat er nog veel te putten valt uit ‘ouderwetse genres’.

Forzani: ‘Amer was nooit bedoeld als revival van het genre, maar ik ben nu eenmaal opgegroeid met giallo-films, die beeldtaal zit in me geworteld. Waarom hetzelfde doen als ze in Amerika doen? We vinden het belangrijk om juist iets anders te maken. Om cinema te verrijken, diversiteit te creëren. Niet mee te gaan in de globalisering.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden