ACHTERGROND

Een vergeten scheepsdrama van het kaliber Titanic

Honderd jaar geleden voltrok zich een scheepsramp van het kaliber Titanic voor de kust van Scheveningen. Over dit volkomen vergeten drama gaat vandaag een documentaire in première.

Beeld Cor Kuyvenhoven

Amper zeven weken is de Eerste Wereldoorlog oud als op dinsdag 22 september 1914 drie Britse kruisers op de Noordzee patrouilleren. HMS Aboukir, HMS Hogue en HMS Cressy zijn verouderde oorlogsschepen. Ze hebben onder meer geen goede bepantsering van de onderwaterlijn. Aan boord bevinden zich in totaal 2.300 bemanningsleden, een inderhaast opgeroepen allegaartje van reservisten, veteranen en zelfs dertien jongens van 15 en 16 jaar. De laatsten, zijn plompverloren van de cadettenopleiding geplukt.

Het is namelijk alle hens aan dek voor de Britse marine. Koste wat het kost moet de bevoorrading van de Engelse troepen in België intact blijven. De aanvoerroute via het Kanaal is heilig.

Het is zwaar weer geweest medio september 1914 en de torpedojagers die de logge en trage patrouilleschepen moeten begeleiden, zijn gevlucht voor de storm. Ook een vierde patrouilleschip, met aan boord de admiraal die leiding geeft aan het bataljon, heeft zich ijlings teruggetrokken naar de veilige Engelse kust. De drie schepen koersen in de ochtend na de storm zuidwaarts, onbeschermd, traag, levend lokaas.

Ook de Duitse U9, een kleine, fonkelnieuwe onderzeeboot, de negende pas die de Duitsers bouwden, is door het slechte weer uit koers geraakt. Op 22 mijl (40 kilometer) uit de kust van Scheveningen weet kapitein Otto Weddigen niet wat hij ziet als hij door zijn periscoop de drie Britse kruisers in het vizier krijgt. Van een afstand van nauwelijks 500 meter vuurt hij een torpedo af op het eerste schip, de Aboukir. Een voltreffer. Vervolgens richt hij twee torpedo's op de Hogue, beide keren raak. Dan schiet hij twee keer op de Cressy, waarvan er één mist. De laatste torpedo aan boord treft ten slotte de Cressy.

'In een tijdsbestek van anderhalf uur voltrekt zich de grootste scheepsramp uit de Britse maritieme geschiedenis. De drie schepen zinken naar de zeebodem. Van de 2.300 bemanningsleden komen er 1.459 om het leven, onder wie bijna alle tieners. Het aantal slachtoffers evenaart het aantal doden op de Titanic, twee jaar eerder. Maar het blijft decennialang stil rond deze scheepsramp', vertelt de voice-over in de documentaire The Live Bait Squadron (het levend lokaas-squadron) die vandaag in première gaat in Pathé Scheveningen.

Scheepsdrama

Filmmaakster en onderwatercameravrouw Klaudie Bartelink blikt aan de hand van interviews met nabestaanden terug op het scheepsdrama, dat zich honderd jaar geleden pal voor de Nederlandse kust voltrok. Ze ontmoet in Engeland een achter-achterneef van Duncan Stubbs, een van de 15-jarigen, die de aanslag op de eerste boot overleeft, maar verdrinkt bij een poging een oudere man te redden. De achter-achterneef, die Duncan Barrigan heet, beheert het archief van zijn oudoom en is verbijsterd over het gebrek aan belangstelling voor de scheepsramp tijdens de honderdste verjaardag van het begin van de Eerste Wereldoorlog in Engeland.

In de film komt ook een nazaat aan het woord van de Duitse kapitein die de fatale voltreffers afvuurde. 'Ik denk dat hij zich niet bewust was van het drama dat hij aanrichtte', zegt ze. 'Hij zag het meer als eerzucht en een sportieve topprestatie om alle drie de schepen te raken.' Het doet haar pijn dat haar vaderlandslievende voorvader, die de keizer adoreerde en een jaar later omkwam, in de geschiedschrijving daarna werd misbruikt door de nazi's. Met trucage voorzagen ze foto's van Van Weddigen in uniform achteraf van nazisymbolen.

Beelden van de gesprekken met de geïnterviewden worden afgewisseld met historisch materiaal over de ramp, foto's en geschriften uit persoonlijke archieven. Veel onderzoek naar het drama is verricht door Henk van der Linden. Hij is al jaren gefascineerd door de Grote Oorlog en stuitte bij toeval op een begraafplaats in Den Haag waar meer dan twintig Britse militairen uit de Eerste Wereldoorlog lagen begraven. Dat bleken bemanningsleden van de drie kruisers die op het strand van Scheveningen aanspoelden.

Pas in 1955 worden de drie scheepswrakken gevonden door een Hollandse visser. De Engelse regering, onder leiding van premier en oorlogsheld Winston Churchill, besluit onmiddellijk de wrakken te verkopen aan een Duits bergingsbedrijf, een nogal respectloze handelwijze die bij de nabestaanden kwaad bloed zet. Ook de nazaat van de Duitse kapitein van de U9 heeft er geen goed woord voor over. 'Lijkschennis', oordeelt ze resoluut.

Verder dan een eenmalige berging van 25 ton staal komt het echter niet. Meer en meer vormen de scheepswrakken een prachtig kunstrif, hard substraat waarop zich een bonte verzameling van schelpdieren, poliepen, anemonen en zeesterren afzet. De documentaire toont prachtige beelden van een reusachtige kabeljauw die uit een soort patrijspoort koekeloert. Scholen van duizenden zilvergrijze visjes zwemmen door vreemde bogen boven achteloos verspreide granaten. Luipaardgrondels schieten schichtig weg achter geribbelde munitiekisten en een Noordzeekrab scharrelt langs staafjes explosief cordiet die als mikadostokjes op de zeebodem liggen.

Het wrak van de AboukirBeeld Cor Kuyvenhoven

Meest bedoken wrakken

Het honderd jaar oude trio oorlogsschepen staat in de topvijf van meest bedoken wrakken in de Noordzee. Tientallen lijken zijn aangespoeld, maar HMS Aboukir, HMS Hogue en HMS Cressy moeten ook het zeemansgraf van honderden bemanningsleden vormen. Vreemd genoeg zijn er nooit botten of schedels gevonden, zegt Klaudie Bartelink.

Ze maakt zich zorgen over het gebrek aan cultuurhistorische bescherming van de wrakken. 'Ze zijn niet alleen geliefd bij bevlogen duikers die hun vondsten oppoetsen en naar een museum brengen, maar ook talloze souvenirjagers die hun schoorsteenmantel verfraaien of bergers die brons en staal optakelen weten intussen de weg naar de plek te vinden', zegt Bartelink.

Ze hoopt dat het tij keert voor de drie wrakken en hun ongelukkige bemanning. Het is een merkwaardige situatie met veel losse eindjes. Hoewel de schepen zich in de Nederlandse territoriale wateren bevinden, kan Nederland noch werelderfgoedorganisatie Unes -co iets uitrichten, aldus Bartelink. 'Formeel zijn ze eigendom van het Duitse bergingsbedrijf dat ze naar verluidt voor 500 pond kocht. Dat bedrijf is echter van de aardbodem verdwenen.'

En Engeland geeft tot nog toe geen sjoege. 'We zien nu dat de wrakken steeds kleiner worden en verder aftakelen. Dat is niet in het belang van de natuur en getuigt vooral niet van respect voor de slachtoffers. Misschien dat de Engelsen deze tragiek nu eindelijk onder ogen gaat zien, getuige het feit dat ze 22 september een bijeenkomst organiseren.'

Achter-achterneef Duncan onderneemt in de documentaire een duik naar het 30 meter diepe zeemansgraf. Ontroerd komt hij boven water. 'Het is een stad daar beneden. Ik heb zo veel gezien. Bogen waar je doorheen kunt zwemmen en overal wilde zeedieren. Het is heel passend dat een plek waar zoveel mensen zijn omgekomen nu wordt bewoond door zoveel leven van een totaal andere soort.'

Vanaf 25 /9 t/m 15/2 2015 draait The Live Bait Squadron dagelijks in Muzee Scheveningen, Neptunusstraat 90-92, 2586 GT Scheveningen, tijdens een tentoonstelling over de vergeten scheepsramp.

De documentaire is op dvd verkrijgbaar en te bestellen via www.duikdenoordzeeschoon.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden