Een veilig luisterend oor

Dit najaar viert het weekblad Mijn Geheim zijn dertigjarig bestaan. Het is onverminderd populair. De reden, volgens hoofdredacteur César Becx: 'We zijn een spreekbuis voor vrij gewone Nederlanders.'..

zijn beginjaren voor weekblad Mijn Geheim wilde de hoofdredacteur nog wel eens mistig overkomen, als andere feestgangers hem op een partijtje vroegen waar hij werkte. 'Bij een uitgeverij', antwoordde César Becx (47) dan. 'Maar wat doe je daar?', was de volgende vraag. 'Ik ben redacteur.' Doorvragen had niet zo gek veel zin: 'Nou eh... voor een tijdschrift met verhalen.' Die schaamte is Becx al lang voorbij, maar hij geeft opgewekt toe: 'Dat heeft even geduurd.' Toen hij als 19-jarige mislukte student econometrie begon bij Mijn Geheim, bestond zijn werk vooral uit 'het zetten van komma's en punten' in vertaalde verhalen over diepmenselijke zieleroerselen. Hij heeft nog steeds het sterke vermoeden dat de artikelen uit zijn begintijd, die voornamelijk handelden over Duitse en Amerikaanse intimiteiten, niet per se op waarheid berustten. 'Je had er geen enkele grip op dat het in het buitenland ook écht was gebeurd.'

De gesjeesde student was behalve jongste bediende van de uitgeverij ook de enige redacteur van het tijdschrift en daarmee officieus meteen hoofdredacteur. Onder zijn leiding is Mijn Geheim geleidelijk omgebogen tot wat het nu is: een blad waarvan de hoofdmoot bestaat uit wekelijks zeven levensverhalen van de eigen lezeressen. Over hun geheim, of beter gezegd: hun probleem. Zoals Becx stelt: 'Alles wat mensen aan problemen in hun leven tegenkomen is geschikt voor Mijn Geheim. Van jeugdpuistje tot seksueel misbruik en weer terug. Het is niet aan ons om te oordelen hoe groot het probleem van een ander is. Jeugdpuistjes kunnen je hele leven domineren.'

Mensen willen een geheim delen - zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar. In de woorden van Becx: 'Als je een geheim hebt, kan dat lastig zijn.' Erover vertellen tegen je beste vriendin is niet de beste oplossing, meent de hoofdredacteur. 'Als je echt een geheim kwijt wil, in de zin dat iedereen het te weten komt, moet je het tegen je beste vriendin vertellen. Ja, sorry, maar beste vriendinnen hebben ook weer een beste vriendin. Iedereen vertelt in vertrouwen door. Ie-der-een. Nou ja, er zijn uitzonderingen, maar die zijn zeldzaam.'

Hoe paradoxaal het ook klinkt: bellen, mailen of schrijven naar de redactie van Mijn Geheim in het Brabantse Gilze is veiliger, voor lezeressen die geprangd worden door privékwesties en een discreet luisterend oor zoeken. Mocht deze noodkreet tot een verder gesprek leiden, dan krijgt de geïnterviewde het artikel tevoren altijd te lezen. Schrappen mag. 'Af en toe loopt dat helemaal uit de hand, maar het is wat we beloven', zegt Becx. Hij waarschuwt ook: 'Vertel nou niet tegen je omgeving dat je met ons praat, want dan kijkt iedereen mee.' Soms is dat al te laat. En dan moeten allerlei details worden gewijzigd. Geen probleem, zolang ze de kern van het verhaal niet aantasten. 'Hockeyclubs worden korfbalclubs en een jongetje wordt soms een meisje.'

Zuur

Bijna elk verhaal in Mijn Geheim begint dus met de cursivering: 'Uit privacy-overwegingen zijn de namen in dit verhaal gewijzigd.' En naast bijna elke foto staat de mededeling: 'Foto in scène gezet.' De begeleidende verhalen hakken er diep in. Van de blinde geldzucht rond een erfenis ('Mijn schoonzus graait erop los') en het verdriet van een dochter over haar pestende moeder ('Ik mocht er niet zijn'), tot het hartzeer van de vrouw die is verlaten voor een jonger exemplaar ('Nu ruilt hij me gewoon in').

Mijn Geheim vraagt nooit om wederhoor. 'Wij doen hóór, geen wederhoor, want dan blijf je bezig', weet Becx. 'Ik zie mij niet iemand opbellen met de vraag: 'Klopt het dat u op 12 december 2005 in het bijzijn van uw kinderen uw vrouw de keel heeft dichtgeknepen, terwijl u uitriep: stérf dan, vieze vuile...?' Wederhoor kan zelfs gevaarlijk zijn.'

Dus kan de vrouw die is verlaten voor 'een jonger ding', in Mijn Geheim vierduizend woorden lang vrijelijk haar hart luchten over de boze - eveneens geanonimiseerde - ex-echtgenoot. Hij 'zette' haar na de scheiding 'weg' in een huis dat 'qua vloeroppervlakte even groot was als mijn vorige keuken en eethoek'. Even doorbijten dus. 'Je went toch snel aan luxe en comfort en daar stond ik opeens spaghetti met rode saus uit een pakje te koken achter een gasfornuis, in plaats van zalmfilet te grillen op mijn kookeiland.'

Het verhaal eindigt met een moraal. 'Annemarie' heeft geleerd: 'Ik kan Hans wel blijven verwijten dat hij mijn leven (en mijn keuken!) aan Jessica heeft gegeven, maar het verandert niets. Ik was er bovendien toch echt zelf bij toen ik zei dat hij carrière kon maken en dat ik het thuisfront wel zou runnen. Er zijn nu eenmaal geen garanties in relaties. Zuur maar waar.'

Herkenning

Zo heeft César Becx de artikelen graag. 'Lezeressen zien ons als een autoriteit. Wat ik met Mijn Geheim liever niet op grote schaal wil communiceren is: 'Ik heb zo'n hoop ellende meegemaakt, ik zie geen uitweg.' Persoonlijk vind ik de mooiste verhalen de interviews die vertellen: 'Ik heb een probleem dat er niet best uitzag, maar ik heb het overwonnen of ermee leren leven, en dit is mijn pad geweest.' Dat noem ik dan een happy ending - al ziet het er aan de buitenkant nog helemaal niet zo rooskleurig uit.'

Deze aanpak heeft succes: Mijn Geheim bestaat sinds dit najaar dertig jaar. De formule blijft aanslaan bij het trouwe lezerspubliek, al kalft de betaalde oplage iets af. Het weekblad heeft nu een verkoop van 58 duizend - menig opinieweekblad kan jaloers zijn - waarvan de helft in leesportefeuilles verdwijnt. Het aantal lezers komt zo op ongeveer een half miljoen, grotendeels vrouwen, voornamelijk in de op een na laagste welstandsklasse.

'Mijn Geheim is een spreekbuis voor vrij gewone Nederlanders', zegt Becx, in zijn glazen werkkamer, die uitkijkt op de bureaus van de zes redacteuren. 'Maar het is een enorm misverstand om mensen met een laag inkomen op een lijn te stellen met dom. Daar moet je nooit van uitgaan als je hier werkt.'

Herkenning is de belangrijkste pijler van het tijdschrift. 'Ik maak me sterk dat er elke week voor elke lezeres ten minste één verhaal bij zit over een onderwerp dat ook speelt in haar eigen leven.'

Nog een goede reden om Mijn Geheim te lezen: 'Gluren bij de buren', volgens de hoofdredacteur. 'Amusement. Daar moeten wij voorzichtig mee zijn, maar ik ga niemand verbieden het daarom te kopen.' En het blad biedt troost. Hoewel: 'Een ander zou het misschien leedvermaak noemen.' Maar, denkt Becx, de echtgenote die tobt met een chagrijnige echtgenoot kan er 'kracht' uit putten als ze leest over een vrouw die door haar man werd geslagen - en de moed vond bij hem weg te gaan.

Levensles

Zoals lezeres Roos, gefingeerde naam, opmerkt over de 'leuke verhalen' in Mijn Geheim: 'De ellende van een ander vind ik heel troostgevend. Het kan altijd nog erger, denk je dan.' Roos zegt het terwijl ze zelf een verslaggeefster van Mijn Geheim tegenover zich heeft zitten, in de woonkamer van haar huis in een niet nader te noemen dorp - privacybescherming boven alles. 'Ik viel op machomannen, nu val ik op teddyberen', vat ze haar levensles kort samen.

Zeven jaar geleden verliet ze Peter, de man die haar bijna wurgde, en vond een jaartje later het geluk bij Mark, een stabiele, 'tevreden man'. De twee wonen allang samen, hebben intussen een dochtertje, maar Roos bleef maar malen over haar verleden met de dominante, agressieve en luie Peter. 'Hoe heb ik me al die jaren kunnen laten onderdrukken? Het leek wel een rouwproces, ik was er elke dag mee bezig.'

Toen ze zich begon af te vragen of het niet eens tijd werd voor een 'psych', bedacht ze dat een schoonmaak, zoals ze het zelf uitdrukt, misschien beter was. 'Hallo, ik ben toch niet gek, dacht ik. Zal-ie dat ook nog eens op zijn conto kunnen schrijven.' Roos schreef een mail naar Mijn Geheim. Laatste regel: 'Vergeten doe ik het helaas nooit, maar ik ben wel blij dat ik in vrijheid kan leven.'

Ze vertelt haar verhaal weloverwogen tegen verslaggeefster Rachel Germans, van A tot Z. Hoe ze Peter tegenkwam op een jongerenreis naar Spanje. 'Een jonge blonde god, ik was helemaal hopeloos verliefd.' Hoe ze gingen samenwonen. 'Ik voelde me heel gelukkig, al was er steeds de dreiging van een klein donker wolkje.' Hoe slapjanus Peter zijn baan kwijtraakte. 'Hij compenseerde het door veel geld uit te geven, míjn geld.'

En toen ging het serieus mis. Ze kregen de zoveelste 'knallende ruzie' over werk en geld. Uit Mijn Geheim (nummer 06/44): 'Opeens zag ik het gebeuren: hij veranderde in een killing machine. Zijn ogen werden pikzwart; een blik die ik nooit meer zal vergeten. Hij zag me niet meer als zijn geliefde, maar als zijn vijand. Hij greep me bij de keel en probeerde me te wurgen. Ik had geen schijn van kans.'

Om een verhaal van drie uur kort te maken: Roos weet wel te ontsnappen, blijft evengoed nog een tijd bij hem, ook uit angst haar mooie huis en spulletjes kwijt te raken, en verlaat hem dan tóch, nadat ze een visioen heeft gehad. Ze droomde dat ze zichzelf zag lopen met twee kleine kinderen. Uit Mijn Geheim: 'We liepen hand in hand naar de Riagg en als ik goed keek, kon ik zien dat we alledrie bont en blauw geslagen waren... door papa. Die droom was niet zomaar een droom.'

Roos neemt de waarschuwing van hogerhand ter harte en vertrekt schielijk uit huis op het moment dat Peter in het buitenland zit. De boedelverdeling verloopt verre van soepel, uiteindelijk komt een advocaat bemiddelen. 'Ik liet hem achter op een sinaasappelkistje in een verder leeg huis', vertelt ze, met toch wel iets van triomf in haar stem, tegen verslaggeefster Germans. 'Wat geweldig dat je de kracht vond om weg te gaan', zegt de verslaggeefster. 'Ook toen je oog in oog met hem stond.'

Na het gesprek zegt Roos: 'Lekker om je verhaal zo verteld te hebben - niemand kent het hele verhaal. En nu staat het zwart op wit. Het is klaar.'

Loslaten

Dat is wat ze heel vaak hoort, na een interview, zegt Rachel Germans (39) later. ''Nu heb ik het echt op een rijtje', zeggen ze dan. 'Nu kan ik het beter loslaten.' Vaak zijn ze zelf het overzicht kwijt.' Ze werkt intussen twaalfenhalf jaar bij Mijn Geheim, na een baan als verslaggeefster voor een huis-aan-huisblad en een regionale krant. 'Daar waren dit soort interviews de extraatjes, een soort eer. En nu doe ik het alléén maar, de totale aandacht geven aan één persoon.'

Ach ja, af en toe wordt er lacherig gereageerd, als ze vertelt waar ze werkt. 'Dat is zeker zo'n fotoromannetje.' Of: 'Allemaal seks natuurlijk.' Germans: 'Het is niet een blad dat je als eerste uit de schappen haalt hè.' Anderen, die Mijn Geheim kennen uit de leesmap zeggen: 'Wat heb jij een leuke baan!' En vaak komt ook de vraag: 'Is het allemaal echt? Ga je er echt heen?' Ja dus: 'Wij komen overal.'

En soms staat ze voor verrassingen; wordt de deur gewoon niet opengedaan. Thuis afspreken behoort trouwens geregeld tot de onmogelijkheden - grote openhartigheid over een buitenechtelijke relatie noopt al snel tot een afspraak in de stationsrestauratie. Germans luistert, hoort aan, praat mee, maar waakt ervoor de psycholoog uit te hangen. 'Ik oordeel niet. Ik zeg ook niet: ik zou dit of ik zou dat. Ik kan er weinig zinnigs over zeggen.'

Hoofdredacteur César Becx: 'Door de jaren heen krijg je wel wat principes van de psychologie mee. Maar wij moeten niet gaan behandelen.' Per week zijn er ongeveer 25 reacties waarmee de redactie verder aan de slag kan. En natuurlijk komen er ook briefjes en telefoontjes binnen van mensen die dringend professionele bijstand behoeven. 'Wanneer gaat het alarmbelletje bij ons rinkelen?', vraagt Becx zich hardop af. 'Als iemand zich erg aan ons vastklampt, of heel warrig overkomt.' En soms is iets niet wat het lijkt. 'Af en toe krijg je verhalen binnen waarvan je denkt: dat is verzonnen. Maar de werkelijkheid is soms wilder dan de wildste fictie.'

Het blad kwam even in de publiciteit toen bleek dat tbs'er Wilhelm S. (hij vermoordde na zijn ontsnapping uit de kliniek in 2005 een oudere Amsterdammer) zijn latere echtgenote had gevonden via een contactadvertentie in Mijn Geheim. Die rubriek werd vorig jaar opgeheven, na een luisterrijk bestaan. In de jaren negentig had het tijdschrift wekelijks liefst 40 tot 50 contactadvertenties. De betaling verliep tamelijk onorthodox. 'Die dingen kostten toen nog een tientje', zegt Becx. 'Dat tientje lieten we de mensen gewoon meesturen in de envelop, hartstikke handig, zat je niet met al die administratieve rompslomp.'

De laagdrempelige rubriek bleek onverwacht populair bij tbs'ers en overige gedetineerden. Gemiddeld zaten er vier advertenties bij met mededelingen als: 'Ik kan u de eerste vijf jaar niet bezoeken.' Met de opkomst van internet verminderde het aantal advertenties, alleen het aantal contact zoekende tbs'ers en andere gevangenen bleef stabiel. Becx: 'Want wie hebben er geen internet? Alleen: vier tbs-advertenties op de vijftien is iets heel anders dan vier op de vijftig. Je kreeg een verkeerd beeld van onze doelgroep.' Tot zover het einde van de rubriek. Maar, beklemtoont Becx, probeer je ook eens in te leven in een gevangene. 'Wat zijn voor hem nou de mogelijkheden om een partner te vinden?'

Dezelfde fout

Becx, intussen 27 jaar hoofdredacteur van Mijn Geheim, houdt altijd rekening met het menselijke aspect. 'Ik ben een huilebalk van nature. Kijk ik naar E.T., dan is het meteen bingo. Phone home, dan ben ik al weg.'

Zijn ervaring: 'Mensen maken vaak dezelfde fout.' Hij haalt het voorbeeld aan van het type vrouw, dat zich heel snel in een relatie stort, na 'twee complimentjes of een halve chatsessie'. En vervolgens, net als de keer daarvoor, in een 'onderdrukte situatie' terechtkomt. Waar ze dan aan weet te ontsnappen ('soms heeft ze het geluk dat hij weer wordt opgepakt voor een vergrijp'), om meteen een nieuwe verhouding aan te gaan. Becx: 'Af en toe krijg ik zo'n vrouw aan de lijn, en die zegt dan: 'Nu is het afgelopen. Nu heb ik eindelijk een lieve man gevonden.' En dan praat je door en blijkt ze die man pas twee maanden te kennen. Dat is niet het moment om al een verhaal te maken. Als lezeressen dat zien, denken ze: twee maanden, hçllo.'

Als de gebeurtenissen vers zijn, is het hoogst onverstandig een artikel te schrijven, is de stellige overtuiging van Becx. Dus het echtpaar dat in januari belt, om een interview over hun in december overleden kindje, krijgt van hem te horen: 'Wacht nog even. Ik ga nu nog niet aan het grafje staan met een fotograaf.'

Nee, schudt de hoofdredacteur zijn hoofd: 'Je moet niet de chroniqueur van ellende willen zijn op het moment dat de ellende op zijn hoogtepunt is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden