Cartografie Reuzenatlas

Een van de grootste boeken ter wereld is deze zomer te zien in Amsterdam, niet ver van de maakplaats

In het Koninklijk Paleis start een expositie over de Gouden Eeuw van de cartografie, inclusief reuzenatlas.

De reuzenatlas weegt 125 kilo en is één van de allergrootste boeken ter wereld. Beeld Simon Lenskens

Johan Maurits van Nassau-Siegen (voormalig gouverneur in Nederlands-Brazilië, veldmaarschalk in het Staatse leger, een man die het beste dan wel het slechtste van onze nationale geschiedenis belichaamt, afhankelijk van wie je het vraagt) deelde graag cadeaus uit. In 1665 was zijn oude strijdmakker, de keurvorst van Brandenburg, aan de beurt. De privébibliotheek van de keurvorst was kort geleden voltooid – vandaar. Het cadeau in kwestie was toepasselijk: een boek, een atlas.

Het was geen niemendalletje, integendeel: Johan Maurits ging voor de wowfactor. De atlas woog 125 kilo en mat 170 bij 220 centimeter, wat, om een idee te geven, net iets kleiner is dan een tafeltennistafel – voorwaar geen boek voor in de trein. De Maurits-atlas, in feite 38 gebonden wandkaarten, was prestigieus. Want: gemaakt door de gerenommeerde cartograaf Joan Blaeu. Zeldzaam was-ie ook. Er bestonden slechts twee exemplaren van vergelijkbaar formaat, waarvan één in bezit van Karel II van Engeland (geschonken door Amsterdamse suikerhandelaren ter bevordering van de handelsrelaties), en één toebehorend aan de hertog van Mecklenburg, een cadeautje aan zichzelf.

Nu is de Maurits-atlas in bezit van de Staatsbibliothek zu Berlin, maar deze zomer bevindt hij zich in een expositie over 17de en 18de-eeuwse cartografie in het Koninklijk Paleis, niet ver van de oorspronkelijke maakplaats.

Amsterdam, vertelt Alice Taatgen, conservator bij het Paleis en drijvende kracht achter de tentoonstelling, gold vooral in de 17de eeuw als kaartenhoofdstad van Europa. Men vond er de meest ambitieuze uitgevers en drukkers. Wie een fraai uitgevoerde wereldbol of wandkaart wilde aanschaffen, wendde zich tot het gebied rond de Dam, toen nog ‘Plaetse’ geheten, waar cartografen bijeen klitten. Ter hoogte van het huidige Madame Tussauds, bijvoorbeeld, zat een goed aangeschreven globemaker. Claesz was zijn naam. De Amsterdamse kaartenmanie hing net als vele andere manies in die tijd samen met de teloorgang van die andere, zuidelijker gelegen havenstad: Antwerpen. Antwerpens val (in 1585) zorgde voor een uitstroom noordwaarts van getalenteerde ondernemers en handwerkers, onder wie de graficus Hercules Seghers en de schilder Frans Hals (toen nog een kind), alsook talloze cartografen.

Het gevolg, vertelt Taatgen, was een diversificatie van de kaartenmarkt. Je had nieuwskaarten, waarop naast een stadsplattegrond belangrijke krijgshandelingen waren beschreven, ANP’tjes avant la lettre. Je had zeekaarten, ofwel paskaarten, herkenbaar aan het netwerk van windrozen en paslijnen, en nodig om in een rechte lijn te kunnen varen. Je had bouwkaarten, onmisbaar bij stadsuitbreidingen en landwinning. Van allen bestonden zowel goedkope uitvoeringen, voor dagelijks gebruik, als luxere varianten, ter prikkeling van de fantasie en bekoring van het oog. Ze hingen in kantoren van de admiraliteit en in woningen van rijke burgers. Johannes Vermeer had er aardigheid in om ze in miniatuurversie weer te geven, bijvoorbeeld op zijn beroemde allegorie De Schilderkunst. Deze sierkaarten waren aan de prijs. Voor het geld van Blaeus veeldelige Atlas Maior (1662) kocht je een compleet grachtenpand.

Een van de fraaiste kaarten in dit genre is een 150 centimeter breed exemplaar, in 1693 uitgegeven door Mortier en geïllustreerd door de vermaarde karikaturist en etser Romeyn de Hooghe. Hij toont een plattegrond van het Middellandse Zeegebied, waaromheen vooraanzichten van belangrijke havensteden als Bilbao, Marseille en Istanbul (toen nog Constantinopel) zijn gegroepeerd. Geografie en fantasie lopen er vrijelijk in elkaar over, ten volle bewustheid van de eigenaar. Dat die Neptunus daar niet echt voor die baai zat, begrepen ze toen en begrijpen we nu.

De atlas, net iets kleiner dan een tafeltennistafel. Beeld Staatsbibliothek zu Berlin

De indrukwekkendste sierkaarten in de expositie zijn niet oprolbaar: het zijn de in de vloer ingelegde mozaïekkaarten in de Burgerzaal van het Paleis. Ze tonen het oostelijk en het westelijk halfrond, met daartussen een sterrenkaart, ofwel hemelplein. Deze kaarten, die zeven jaar kostten om te maken en per stuk zo’n achthonderd tegels bevatten, worden beschenen door een projectie waarop te zien is welke vreemde kusten in welk jaar door wie werden ontdekt. Best interessant. Antarctica gold tot diep in de 19de eeuw als terra incognita: men kijkt ervan op.

Ver voor die tijd verloor Amsterdam zijn reputatie als kaartenmekka. Begin 18de eeuw verplaatste de productie zich terug zuidwaarts, naar Parijs ditmaal, naar de Academie des Sciences, waar Franse landmeters met driehoeksmetingen de fakkel van de Hollanders overnamen waar het de kaartenmakerij betrof. Amsterdam had nog altijd goede cartografen, maar die liepen niet langer voorop. Je kon er nog steeds een prima atlasje kopen, alleen was die nu van Franse makelij.

Het Universum van Amsterdam. Schatten uit de Gouden Eeuw van de cartografie, Koninklijk Paleis, Amsterdam t/m 22 september 2019.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden