Een vaatdoek van een moordenaar PAPKINDJES EN ANGSTHAZEN KRIJGEN ER BIJ ARMANDO VAN LANGS

DE LAATSTE jaren zat er meer muziek in zijn vioolspel dan in zijn proza. Armando begon zo'n schrijver te worden die feitelijk uitgeschreven is, maar weigert zich daar bij neer te leggen....

De korte zinnen, de herhalingen, de ongewenst vertrouwelijke toon ('Ja hoor es'; 'Weet je wat ik denk?'), en de futloze vaststellingen ('Vreemd hè'; 'Het is niet veel zaaks meer'), die niet zelden werden gevolgd door een witregel (alsof er eigenlijk iets heel belangrijks was gezegd): Armando zat op een dood spoor. Dat vond ook Martin Bril, die in zijn verhalenbundel Het tekort van dit voorjaar een stuk opnam onder de titel 'Dromen van Armando'. Pesterig laat Bril de naam Armando steeds volgen door 'de grote kunstenaar en dichter', wat alleen maar ironisch bedoeld kan zijn. Hij droomt bijvoorbeeld dat de artiest in een bakkerswinkel om een gevulde koek vraagt met de amandel precies in het midden. Het bakkersmeisje houdt hem vijf stuks voor, die hij alle afkeurt. Het meisje zucht. Waarna Armando bijna hardvochtig besluit dan maar om een krentenbol te verzoeken.

Het moet hier een geval van vadermoord betreffen, want Martin Bril is evident beïnvloed door de droge stijl van Armando. Veertig bladzijden vóór 'Dromen van Armando' beëindigt Bril een In Memoriam voor de zanger Charlie Rich met: 'Ja. Zo gaan de dingen', die samen twee volle regels moeten dragen. Ik bedoel maar.

Bril en alle anderen die langzamerhand genoeg hebben gekregen van Armando, zouden toch een blik moeten werpen op diens nieuwe bundel De heideweg. Mirabile dictu, er zit weer wat leven in de man. Hij heeft zich ingespannen om verhalen op te zetten. Geen lange verhalen, we moeten ook weer niet meteen het andere uiterste verwachten. Het gaat in totaal om zeventig bladzijden ruim gezette tekst. 'Zeven absurdistische verhalen', maakt de flaptekstschrijver er deze keer van, maar het goede van de verhaaltjes is nu net dat ze dat niet zijn. De spanning die ze wekken, bestaat eruit dat ze niet uit een vreemde wereld komen, maar hier en nu hadden kunnen plaatsvinden. De voorvallen zijn niet zozeer alledaags, ze worden als zodanig gepresenteerd.

De wereld oogt soms vredig, maar vijandschap en gewelddadigheid liggen altijd op de loer, dus kijk er nooit van op als ze ineens je leven op z'n kop zetten.

Waarom houden mensen van uniformen, laarzen, geweren en plicht? Omdat er schoonheid kleeft aan rigoureus optreden en kaltstellen. De schoonheid van de orde. Daar is iets voor te zeggen, zeker als je een hekel hebt aan slappe huilebalken. In de verhalen van Armando krijgen de papkindjes en angsthazen er van langs. In 'In de kazerne' brengen een rechtlijnige koningin en een dikke koning een werkbezoek. 'O, de gangen van kazernes! Iets mooiers weet ik niet te noemen, echt niet. Nergens galmen de barse bevelen zo hard en daveren de laarzen zo luid tegen de kale muren op, kortom, het klinkt en het ruikt.' Een lelijke tegenvaller is de aanblik van de manschappen, bestaande uit oude drinkebroers die er een bende van hebben gemaakt. De koning krijgt een zenuwinzinking en huilt. Zijn vrouw neemt hem mee naar huis en legt hem in bed. Hij weet dat er geen redding is als de vijand komt. Die komt natuurlijk, steekt de kazerne in brand en stormt op het koninklijk paar af, om z'n plicht te doen.

Wat je er ook van zeggen kan, die doet tenminste zijn plicht. Zo onbegrijpelijk en beestachtig is dat helemaal niet, als je erkent dat er ook iets moois zit in vuur en bevelen. Dat vindt ook de ik-figuur die in 'De inbreker' tot twee keer toe een inbreker in zijn huis aantreft (over verhaaltitels hoeft Armando nooit lang te prakkezeren). De bezoeker is niet al te doortastend. Hij heeft de opdracht gekregen, vergezeld van een briefomslag met forse inhoud, de bewoner neer te schieten. De eerste keer is hij echter als een wezel op de vlucht geslagen en nu hij oog in oog met zijn slachtoffer staat, begint hij opnieuw te aarzelen. Eigenlijk walgt hij van zijn opdracht.

Dit zint de bewoner geenszins, die acht de inbreker een vaatdoek van een moordenaar. Hij voelt zich zelfs beledigd, en zendt hem heen. Vermoedelijk is dit zo'n als 'absurdistisch' aangemerkte wending, maar nogmaals, zo gek is het niet. Enkele weken later verwaardigt de moordenaar in spe zich opnieuw tot een inbraak. 'Kijk es aan', hoont de bewoner, 'u heeft moed gevat.' Hij vraagt de man of hij weet wie zijn opdrachtgever is. Die heeft hij nooit gezien, is het antwoord, maar inmiddels heeft hij wel een idee wie het moet zijn.

Dan is er geen vraag meer: ' 'Het wordt tijd', zei ik snel, 'om uw opdracht uit te voeren.' Hij grijnsde. 'Ja, het wordt tijd,' zei hij, 'het wordt tijd.' Toen schoot hij. Eindelijk was ik dood.' ' Die laatste zin klinkt curieus - als werd ons dit hele verhaal van gene zijde gedaan -, maar kan ook gelezen worden als een wens: stel dat het verhaal zo zou gaan, dán zou ik eindelijk dood zijn.

Met het geweld van de vijand die in de loopgraven ligt te wachten op een moment van zwakte, moet immer rekening worden gehouden. Met medeleven of boekenwijsheid ben je dan nergens. Je kon er op wachten, toch? En, wat meer zegt, je begrijpt het ook. Is het soms ongehoord dat de man die onderwijzer had willen worden, maar op de boerderij bij zijn oude moeder moest blijven wonen toen vader was gestorven, niet weet hoe gauw hij zich moet aansluiten bij de brandschattende soldaten die op zekere dag hun hoeve binnendringen. Mag hij met ze mee, vraagt hij, de buren een lesje leren, en dan ook zo'n uniform aan dat stinkt naar zweet en een beetje naar bloed?

Dat mag. Maar de ruwe buurjongens steken prompt een soldaat neer, en de overloper slaan ze de tanden uit zijn bek. Vol schaamte komt hij bij. Het enige echte avontuur in zijn leven is ten einde. 'Met de buren is er een hechte vriendschap ontstaan, ik vermoed juist door dit gebeuren, vreemd eigenlijk.' Dat kan de boer tegen-wil-en-dank zeggen, en ook anderen zal deze ontwikkeling absurd voorkomen. Maar is het wel zo raar, die gedeelde voorliefde voor de hardhandigheid die weinig woorden nodig heeft, maar kloeke daden? De winst van deze zeven nieuwe verhalen van Armando is dat het absurde eraan niet buitenaards blijkt te zijn. De gruwel zit in ons. Wij kunnen er zelf naar verlangen. Een slotsom, die de lezer de bibbers kan bezorgen. De heideweg is beroerd realistisch.

Arjan Peters

Armando: De heideweg.

De Bezige Bij; 80 pagina's; * 24,50.

ISBN 90 234 3769 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden