Een tuinhuis: ideaal om slechte gesprekken te mijden

Louis Paul Boon zat graag 'in de barak' in de achtertuin. Arjan Peters weet wel waarom: hoefde hij niemand te spreken.

Beeld Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Het zou me verbazen als ik de enige was met angst voor een praatje, die welbeschouwd de angst is om niet meer van het praatje af te komen.

In Boontjes 1970, de verzamelde columns die Louis Paul Boon in voornoemd jaar bijdroeg aan het Vlaamse dagblad Vooruit, trof ik een mooi voorbeeld aan (Roelants/Stichting Isengrimus; euro 30,-). Boon herinnert zich dat zijn vader tegen een kennis zei: 'Ha, dag Frans, hoe gaat het u?' En hierop begon Frans al zijn miserie uiteen te zetten. Zijn vader onderbrak hem en zei: 'Ik moet dat allemaal niet weten... ik vroeg u uit beleefdheid hoe het u gaat en ik dacht dat ge uit beleefdheid zoudt geantwoord hebben: 'Goed, en hoe gaat het met u?'

Dappere vent, de oude Boon: beleefd en beslist.

Als ánderen aan een praatje vastzitten, kan ik daar trouwens wel plezier aan beleven; misschien omdat ik er zelf niet aan deel hoef te nemen. In het zojuist door Kiki Coumans vertaalde schrijnende Gesprek in een parkje uit 1955 van Marguerite Duras leiden enige beleefdheden, uitgewisseld tussen een handelsreiziger en een dienstmeisje, tot een dialoog van bijna honderd pagina's. Verschrikkelijke zelfbespiegelingen komen daarin voorbij.

'Ik heb veel nagedacht', zegt het meisje, 'en ik ben jong, gezond, ik lieg niet, ik ben een van die vrouwen die je overal ziet en met wie de meeste mannen zich tevredenstellen. En het zou me toch verbazen als er niet op een dag een man langskomt die dat inziet en zich met mij tevredenstelt. Ik heb hoop' (Vleugels; euro 21,95).

Arme man, denk ik, want die zinnen krijgt hij al op pagina 14 voor de kiezen. En ik schenk mij er nog eentje in, de immer dorstige auteur indachtig.

Weet je waar ik graag zit op zaterdag tot in de zondagmiddag, schreef Boon zijn lezers op een andere dag in 1970. In de barak. Dat was zijn werkhuisje in de tuin. Daar knutselde hij wat, of maakte een schilderij, het deed er niet toe. Het ging natuurlijk om het alleen zijn.

In die barak floot hij een liedje, schikte zijn potten en pannen, en was gelukkig. Af en toe tikte zijn vrouw op het raam. 'Besjoer!', riep ze dan, of 'Eeëten!'.

Reuze gezellig vond Boon dat.

Ik zou me een beroerte schrikken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.