Een tsunami aan kiekjes

Mijn uitvinding zou de manier van fotograferen wel eens kunnen veranderen, schreef de ontdekker van de digitale camera in 1975 bescheiden aan zijn bazen....

Het eerste apparaat ziet eruit als een – ja, als wat eigenlijk? Een broodrooster? Een rare kijkdoos? Een cassetterecorder van meccano?

Niets van dat alles. Wie goed kijkt, ziet op het bovenste, blauwgekleurde deel van het 4 kilo wegende apparaat een vignet met de opdruk: Kodak. En ja, dat ronde ding ernaast is overduidelijk een cameralens. We staan oog in oog met de eerste digitale camera: de Still Image Digital Camera. Gebouwd door Steven J. Sasson in 1975, exact anderhalve eeuw nadat Joseph Nicéphore Niépce de eerste ‘gewone’ foto had gemaakt.

Steven Sasson, de Willy Wortel van Kodak (de jonge ingenieur werkte sinds 1973 bij de afdeling Apparatus Division Research Laboratory in Rochester in de staat New York), maakte voor zijn uitvinding gebruik van vondsten van andere wetenschappers, waaraan hij eigen ontdekkingen toevoegde. Hij kleedde zijn prototype aan met een lens van een Kodak filmcamera, als opslag gebruikte hij een cassettebandje, als sensor benutte hij een zogenoemd charge coupled device, een CCD, een sensor die beeld omzet in een elektronisch signaal.

‘Het was een no-budget project’, mocht hij later vaak vertellen. ‘Componenten stalen we uit afvalcontainers van de labs rondom ons. De lens kwam uit een vuilnisbak bij de productielijn van super-8-filmcamera’s.’

Precies 34 jaar geleden, in december 1975, maakte Sasson de eerste foto met zijn filmloze apparaat. Een laborante poseerde voor de broodrooster-met-lens van Sasson. De foto was snel genomen, het duurde vervolgens 23 seconden voordat het beeld was ‘weggeschreven’ op het cassettebandje. Nog eens 23 seconden waren nodig om het beeld terug te toveren naar het scherm van een televisietoestel.

Voilà, dat was alles.

‘Je kon het silhouet van het haar van de laborante goed zien’, herinnerde Sasson zich later. ‘Maar haar gezicht was een waas. Ons model was er niet zo gelukkig mee. Je zult er meer werk in moeten steken, zei ze. Daarna draaide ze zich om en liep weg.’

De eerste digitale foto is spijtig genoeg niet bewaard gebleven. Een iets later gemaakte ‘foto’ werd wel bewaard, als illustratie van het rapport dat Sasson over zijn bevindingen met eerste camera schreef voor de bazen bij Kodak. Het is een opname van een traditioneel gemaakte foto, van een jochie dat poseert met een hondje. Het beeld werd door het apparaat van Sasson overgezet naar een klein televisieapparaat. Van die opzet werd vervolgens weer een analoge foto gemaakt, die bewaard is gebleven.

Sasson besefte nog niet dat hij een revolutionaire ontdekking had gedaan. In hetzelfde rapport stond een zinnetje dat in het licht van de latere ontwikkeling van de digitale fotografie historisch mag worden genoemd: ‘Deze camera demonstreert een eerste poging tot ontwikkeling van een fotografisch systeem dat, mits goed verder ontwikkeld, de manier waarop foto’s worden genomen mogelijk substantieel zal veranderen.’

De eerste digitale camera stamt uit 1975, maar toch duurde het nog dertig jaar voordat de vinding gemeengoed werd. Dat lag deels aan de technische beperkingen. Sassons eerste camera was een 0,01 megapixelcamera, 10.000 pixels, nauwelijks voldoende voor een scherpe pasfoto.

Pionier Kodak, dat vanaf 1900 de massa aan het fotograferen had gekregen met de Brownie, slogan: ‘You press the button, we do the rest’, zag Japanse bedrijven met de vinding van Sasson aan de haal gaan. De ironie wil dat de uitvinding van een eigen werknemer er uiteindelijk toe leidde dat Kodak de miljardenverkoop van filmpjes en fotopapier zag kelderen. Die val werd slechts deels gecompenseerd door de inkomsten uit de sensoren die Kodak voor andere fabrikanten ging ontwikkelen. Het duurde lang voordat de uitvinder van de Brownie met eigen digitale consumentencamera’s kwam.

De Japanners waren er, zoals zo vaak, sneller bij. Sony introduceerde in 1980 zijn Mavica, de Magnetic Video Camera, een digitale camera die beelden als een videocamera nog analoog wegschreef op een floppy. Canon volgde snel met de RC-701. De kwaliteit van de toestellen liet te wensen over, de afbeeldingen haalden het niet bij die van gewone analoge camera’s.

Bij de Olympische Spelen van Los Angeles in 1984 experimenteerden persfotografen voor het eerst met de Canon RC-701. De Japanse krant Yomiuri Shimbun publiceerde als eerste digitale beelden van de wedstrijden. USA Today volgde niet veel later met digitale foto’s van de World Series honkbal. Van het oproer in Peking op het Tiananmenplein in 1989 maakten persfotografen ook digitale beelden, die zij via telefoonlijnen verstuurden naar redacties. De lage kwaliteit viel nauwelijks op in de kranten, die destijds foto’s grauw en grijs afdrukten.

De doorbraak van de digitale camera volgde pas in de tweede helft van de jaren negentig, vooral in de persfotografie, maar ook toen ging het nog met vallen en opstaan, vertelt Paul Neuray, destijds werkzaam op de fotoredactie van het ANP in Nederland. ‘In 1995 kochten we twee Canon-Kodak DSC 3 camera’s. De DCS 3 beschikte over 1,3 megapixels.’ De camera’s waren zeer prijzig: ‘Ze sloegen een gat in de begroting. Die dingen kostten bijna 30 duizend gulden per stuk!’ (14.000 euro, red.) Neuray heeft moeten praten als Brugman om de directie van het persbureau te overtuigen van het nut van de aankoop.

Op de eerstvolgende Prinsjesdag experimenteerde het ANP voor het eerst met de nieuwe camera’s. Met de traditionele camera’s was het altijd lastig om de beelden van de aankomst van de gouden koets en de Troontrede op tijd bij de middagkranten te krijgen, met de digitale camera’s was dat een fluitje van een cent.

Neuray: ‘Het maken en verzenden ging in recordtijd.’ Het slechte nieuws: ‘De eerste beelden van de aankomst van de koets waren vreselijk. Alles wat in werkelijkheid roodachtig van kleur was, resulteerde in een magenta-zweem, die er niet meer uit te fotoshoppen was. We hebben veel geleerd in die periode. Hoe we moesten omgaan met kleurzwemen, met ruisonderdrukking en wat al niet meer.’

De doorbraak kwam bij de Olympische Spelen in Atlanta, in 1996. Twee fotografen van het ANP, Raymond Rutting en Toussaint Kluiters, werden uitgerust met digitale camera’s. Rutting, die nu voor de Volkskrant werkt, coverde het roeien met een digitale camera. Kluiters haalde ondanks het nadelige tijdsverschil de deadline van de ochtendbladen met het beeld van de gouden volleybalploeg. Neuray: ‘De kwaliteit liet te wensen over, maar de snelheid maakte veel goed. De deadline hadden we nooit gehaald met analoge camera’s.’

Na dit ‘succes’ werden alle fotografen van het ANP vanaf 1997 uitgerust met digitale Nikon camera’s. Fotografen van de Nederlandse dagbladen volgden later, sommigen snel, anderen schoorvoetend. Na de millenniumwisseling was de digitale revolutie in de professionele fotojournalistiek een feit.

De consument volgde later, eerst aarzelend vanwege de hoge prijzen, maar na 2004, toen Canon de eerste betaalbare digitale spiegelreflex in de markt zette, gingen de remmen los. Terwijl de camerabedrijven hun ‘pixeloorlog’ voerden – het ging rap van 1 miljoen naar 12 miljoen pixels – maakte de prijs van de toestellen een duikvlucht. Waren camera’s met 12 megapixels voorheen onbetaalbaar, tegenwoordig zijn ze goedkoop. Een redelijke point & shoot-camera heb je al vanaf 100 euro. Een spiegelreflex met standaardlens waar een serieuze amateur redelijk mee uit de voeten kan, is er rond de 400 euro.

Inmiddels heeft 85 procent van de Nederlandse huishoudens een digitaal toestel. Alleen dit jaar worden er in Nederland naar verwachting 1,7 miljoen verkocht. In 2009 gingen er nog slechts 500 analoge camera’s over de toonbank.

34 jaar na de uitvinding van Sasson bezitten miljarden wereldburgers een digitale camera – als gewoon fototoestel, of weggestopt in een mobieltje. Waar je ook komt, tot in de meest afgelegen uithoek van Afrika, elke gebeurtenis, hoe klein, hoe geïsoleerd ook, wordt anno 2009 vastgelegd.

Van popconcert tot vliegramp, van hooliganrel tot moord, van aardbeving tot straatoproer in Iran. Op sites als Flickr, Picasa, Facebook, photobucket.com en mijnalbum.nl staan miljarden amateurbeelden – en er komen elke maand miljarden bij. Het is een tsunami aan kiekjes, die ook de professionele wereld teistert.

Werden beroepspersfotografen vroeger enigszins begrensd door de opnamecapaciteit van het filmpje (36 foto’s per rolletje), nu is er geen houden meer aan. Bij grote kranten als de Volkskrant komen op een gewone dag wel zesduizend foto’s binnen, in het analoge tijdperk bleef het beperkt tot een paar honderd. De moderne fotoredacteur krijgt er vierkante beeldschermogen van.

De professionele fotograaf ziet deze ontwikkeling – iedereen fotografeert altijd en overal, beelden zijn simpel te verzenden via internet – ongetwijfeld met lede ogen aan, maar dankzij die broodrooster uit Rochester kun je wel zeggen dat fotografie een democratisch medium is geworden. Iedereen kan nu met licht schrijven. Met dank aan Steven J. Sasson.

Bekijk alle 6.000 foto’s die op een willekeurige dag bij de fotoredactie van de Volkskrant binnenkomen op vk.nl/observatorium

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden