Een trieste balans

WIM BOSSEMA, die op zijn negentiende voor het eerst naar Afrika reisde en sindsdien het continent is blijven bezoeken, heeft zijn boek De trots van Afrika genoemd, maar de lezer zoekt vergeefs naar de betekenis van die titel....

Het boek, waarin Volkskrant-redacteur Bossema een aantal van zijn reportages en achtergrondverhalen heeft gebundeld en van verbindende teksten heeft voorzien, begint met het economische en morele failliet van het boeiendste postkoloniale experiment in Afrika, de ujamaa-dorpen in Tanzania, het geesteskind van Nyerere. Het tweede hoofdstuk gaat over de wrange vruchten van de onafhankelijkheidsstrijd in Mozambique en Zimbabwe.

In het derde wordt het gruwelijke geweld beschreven in Zuid-Sudan, Rwanda en Mozambique en het vierde schetst de fiasco's en de hypocrisie van ontwikkelingssamenwerking. Het vijfde hoofdstuk beschrijft de frustraties van het ANC in Zuid-Afrika na de apartheid. In het zesde gloort er enige hoop voor Angola en Mozambique, waar een einde lijkt te zijn gekomen aan jarenlang geweld, maar van trots kan hier geen sprake zijn. De prijs van beide vredes is te hoog geweest. Het zevende hoofdstuk gaat over verkiezingen in landen waar het begrip oppositie een cultureel monstrum is.

Het achtste en laatste hoofdstuk, 'De trots van Afrika', belooft eindelijk de sleutel naar een vrolijker toekomst. Bossema doet verslag van zijn gesprekken met diverse Afrikaanse schrijvers en dichters die hij blijkbaar beschouwt als de dragers van Afrika's zelfrespect. Zij zijn het immers die gestreden hebben tegen 'de valse voorstellingen, de mythen en de leugens waarin Afrika verstrikt was geraakt'. Maar ook in dit hoofdstuk voeren teleurstelling en cynisme de boventoon.

Een Zimbabwaanse schrijver vertrouwt Bossema toe: 'Eerlijk gezegd houd ik niet van mensen.' Drie maanden later sterft hij aan aids. De Somalische schrijver Nurudin Farah velt een hard oordeel over zijn continent: 'De Afrikanen hebben hun gevoel van eigenwaarde verloren, omdat zij de schuld voor alle ellende veel te lang op het kolonialisme hebben geschoven.' De Kameroense schrijfster Werewere Liking is niet minder bitter gestemd: 'In Afrika heerste de totale verveling. (. . .) Het verlangen is verdwenen.' De Keniaanse auteur Ngugi wa Thiong'o is gestopt met het uitgeven van zijn teksten. Wat hij schrijft, stopt hij in een la: 'Ik ben voorlopig de enige lezer van mijn stukken.'

Op een conferentie in Kampala merkt een vrouw op: 'Wij Afrikanen zeggen graag dat wij van die vriendelijke, aardige, gastvrije mensen zijn. Maar op elke straathoek staat een man met een groot geweer.' In het slotdocument van die conferentie staat dat Afrika de golf van geweld vooral aan zichzelf te wijten heeft. Dat geweld richt zich overigens niet alleen tegen mensen, maar ook tegen het milieu. Overal in Afrika wordt de natuur vernietigd in ruil voor kortetermijnwinsten ten gunste van enkelen.

Bossema vat de trieste balans van zijn gesprekken en observaties als volgt samen: 'In de jonge ongerepte naties leek van alles mogelijk. Daar waren leiders met hooggestemde idealen. Zij sleepten hun volkeren mee in sociale avonturen die in Europa onmogelijk leken. Maar sindsdien heb ik vooral treurige verhalen geschreven. Hoe ujamaa tot armoede leidde, hoe idealistische vrijheidsstrijders rigide systemen vestigden, hoe westerse hulp de Afrikanen hun gevoel van eigenwaarde ontnam. Idealen bleken gestoeld op mythen, ontwikkelingsmodellen op toverwoorden, politieke systemen op bedrog.'

Het zal wel het lot van de journalist zijn altijd slecht nieuws te moeten melden. Als al dat slechte nieuws gebundeld wordt, krijgen we een boek met heel veel slecht nieuws. Jammer, want er is wel degelijk veel waar Afrika trots op kan zijn. Dit boek doet geen recht aan de schoonheid en hoge menselijke beschaving die overal in Afrika te vinden zijn. De schoonheid waar de Senegalese schrijver en cineast Ousmane Sembne het over heeft als hij zegt: 'Het continent is mooier geworden. (. . .) We kunnen Europa niet inhalen, natuurlijk niet. Maar waarom zouden we ook? In moreel opzicht heeft Europa ons niets te leren.'

Ook Bossema moet weet hebben van die weinig gekende, nauwelijks beschreven kant van Afrika; hij is die hogere beschaving ongetwijfeld tegengekomen in de morele veerkracht van 'gewone mensen', tegen de stroom van geweld en bedrog in. Die trots van Afrika laat zich echter niet zo gemakkelijk beschrijven.

Men zou wensen dat Bossema een volgende keer zijn ongeschreven teksten bundelt en ons laat delen in zijn andere ervaringen, zijn observaties tussen de regels, zijn ontmoetingen met mensen en dingen waar Afrika terecht trots op kan zijn.

Sjaak van der Geest

Wim Bossema: De trots van Afrika.

Meulenhoff; 304 pagina's; * 45,-.

ISBN 90 290 5502 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden