Reportage Horrortheater Jakop Ahlbom

Een toneelpodium vol rondtollende hoofden, bloederige ledematen en zwevende geesten

V mocht backstage bij Horror van Jakop Ahlbom, theater met een goocheltwist.

Bloederige voorwerpen uit de show van Jakop Ahlbom. Beeld Renate Beense

Daar kruipt een meisje uit de tv. Of nou ja, meisje, een zombie eerder; een spook met dode ogen, holle wangen en een lijkwit gelaat. Daarnet kwam ze ook al in een onnatuurlijk geknakte houding achterwaarts de trap af gekropen, als een reusachtige spin. Ze zweeft in de kast. Ze verschijnt op plekken waar ze onmogelijk kan zijn. Gwen Langenberg is de geest uit The Ring, ze is Linda Blair in The Excorcist – maar dan op het toneel.

En dat kan eigenlijk niet.

Beeld Renate Beense

Met Horror maakte de Zweedse, in Nederland wonende regisseur Jakop Ahlbom een theatrale ode aan horrorfilms. Ahlbom maakte naam met virtuoze fysieke voorstellingen als Vielfalt (2006), Innenschau (2010), en Lebensraum (2012) en creëert vreemde, surrealistische werelden op toneel waarin Freudiaanse fantasieën en angstdromen tot leven komen.

Stijlkenmerken van zijn werk zijn acrobatiek, absurdisme, illusie en een bijna dierlijke gestiek: klauwen, kruipen, rollen, glijden, grijpen. En hoewel zijn beeldtaal speels en fantasierijk is, zijn de onderwerpen volwassen, vol onderdrukte verlangens, duistere dromen en gematerialiseerde angst. Mensen zweven, kruipen door de wand of de vloer, of verdwijnen zomaar in de bank. Ledematen leiden een eigen leven; lichamen nemen de vreemdste vormen aan. De wetten van de zwaartekracht lijken te worden doorbroken. Zo ook in Horror.

Beeld Renate Beense

Horror speelt zich af in een klassiek spookhuis, een mooi multifunctioneel ontwerp van Douwe Hibma. Een jonge vrouw (Silke Hundertmark) bezoekt het verlaten huis van haar jeugd met twee vrienden (Maurits van den Berg en Yannick Greweldinger). Ze blazen het stof van boeken en foto’s, halen de lakens van de meubels, draaien een krakerig muziekje. Maar algauw ontvouwt haar verdrongen traumatische verleden zich in volle, huiveringwekkende omvang. Eerst nog subtiel griezelig, met vreemde geluiden, babygehuil en spontaan bewegende meubels, tot uiteindelijk volgens de ‘splattermovie’-traditie het bloed met liters in het rond spuit. Denk: een woest rondmaaiende bijl, een afgehakte hand die zelfstandig aan de wandel gaat, een tong die wordt uitgerukt en met smaak wordt opgesmikkeld.

Beeld Renate Beense

Tussen de bloederige taferelen in het heden door, krijgt de toeschouwer in ingenieuze flashbacks te zien welke tragedie zich ooit heeft afgespeeld in dit gezin van twee dochters en hun griezelig vrome ouders (gespeeld door Luc van Esch en Judith Hazeleger). Een voor één raken de bezoekers van het huis bezeten door geesten uit het verleden. En dan arriveert een pasgetrouwd bruidspaar met autopech.

Naast eerder genoemde inspiratiebronnen komen citaten uit andere favorieten als The Shining, The Evil Dead, Oculus, The Blair Witch Project en Broken voorbij. Maar Ahlbom, die intussen de reputatie heeft van een theatermagiër, wil niet alleen citeren, maar herscheppen. Hij wil op toneel dezelfde bovennatuurlijke verschijnselen tonen die we in de films danken aan special effects. Maar dan met behulp van goochelarij, acrobatiek en illusie.

Beeld Renate Beense

Daarin is hij in Horror weergaloos geslaagd: je gelooft als toeschouwer je ogen niet. Hoe kunnen daar vier, vijf, zes mensen uit dat bad opduiken? Zoveel passen er niet eens in. Hoe kan het dat acteur Luc van Esch meters darmen van de bruidegom (Reinier Schimmel) door zijn mond naar buiten trekt? Hoe kan actrice Sofieke de Kater (de bruid) haar hoofd 360 graden ronddraaien? Hoe dan? Hoe?

Als kind wilde hij goochelaar worden, zegt Ahlbom. ‘Dat met goochelkunst dingen lijken te kunnen die in werkelijkheid onmogelijk zijn, vind ik magisch.’ En zo is het.

Ahlbom nagelt de toeschouwer aan zijn stoel van verbijstering, met deze griezelige, geestige en roerende ode aan de horrorfilm, die tegelijk een onvervalste liefdesverklaring is aan het theater. Niet voor niets is Horror een wereldwijd succes: de (tekstloze) productie toerde onder meer door Duitsland en Groot-Brittannië (‘A razorsharp delight’, schreef The Guardian), was te zien op de Biënnale van Venetië en speelde deze zomer in uitverkochte zalen in Melbourne, Sydney, Brisbane en Canberra, Australië. In Sydney vierde de cast de tweehonderdste voorstelling.

Beeld Renate Beense

Nu is Horror weer even in Nederland te zien, onder meer op 30 en 31 oktober (Halloween!) in Carré. Voor die gelegenheid mag de verslaggever bij hoge uitzondering eenmalig achter de schermen meekijken, op een dinsdagavond in Theater de Vest te Alkmaar. Pas op: wie de magie graag in stand houdt, kan hier beter niet verder lezen.

We spreken af dat ik de werking van de meest spectaculaire trucs niet zal openbaren. Wie wil weten hoe het kan dat Langenberg onder een laken de lucht in zweeft en daarna spoorloos verdwijnt – helaas. Dat is een zogeheten Asrah-truc, een klassieker in goochelkringen, waarvan de werking niet wordt onthuld – een erecode onder illusionisten.

Verder dien ik één uur en 15 minuten zwijgend en onbeweeglijk op een stoel backstage te zitten, naast een emmertje vol siliconen darmen. Want de watervlugge changementen en ‘snelverkledingen’ van de acht acteurs, bijgestaan door vier technici en een productieleider, hebben nog het meest weg van een geluidloze militaire operatie in het aardedonker. Grotendeels geluidloos althans: een technicus moet wachten met het scheuren van een stukje tape tot op toneel een donderslag klinkt. Zodra de muziek aanzwelt, kan een stoel worden verschoven of even fluisterend worden overlegd.

Beeld Renate Beense

Goed getimede ‘black-outs’ zijn cruciaal in deze productie. Een paar keer gaat het licht tussen de drie en acht seconden helemaal uit, wat de in zwart gehulde technici de kans geeft een keuken ongezien om te bouwen tot een badkamer of de vloer te dweilen nadat het bad is overgelopen. De acteurs op toneel moeten wennen aan het donker, maar de technici backstage houden een paar seconden eerder hun hand al voor de ogen, zodat ze direct in het donker kunnen zien. Om botsingen en struikelpartijen te voorkomen zijn bepaalde attributen (zoals een porseleinen schaal), de hoeken van de tafel, scherpe randjes en treden strategisch gemarkeerd met glow-in-the-darkstickers, die in de zaal niet zijn te zien.

In het donker wisselt Langenberg als geest pijlsnel van positie, geholpen door slim geplaatste luikjes in de vloer en kruipgangen onder het decor, waar elke paar minuten wel iemand doorheen tijgert. De acteurs zijn backstage bijna nog drukker dan op het toneel. Het is een uitgekiende, goed geoliede choreografie; soms bijna een dans – een-twee-drie-dóór. De een houdt een gordijn voor de ander open, zodat die er sneller doorheen kan glippen, een ander knipt in het voorbijgaan een lampje aan, terwijl de vierde verderop de rookmachine bedient – licht en rook versterken de illusies. Als Hundertmark op toneel dreigend haar arm heft met een schaar in haar hand, pakt een collega vanuit de coulissen – onzichtbaar voor het publiek – de schaar bliksemsnel van haar aan, terwijl haar slachtoffer op exact hetzelfde moment bloedend opkomt met een schaar al in de schouder van zijn pak genaaid.

Beeld Renate Beense

Wanneer in de voorstelling een hand wordt afgehakt, bedient achter de schermen iemand ‘de bloedpomp’, waarvan het uiteinde op toneel is verscholen achter een stapeltje boeken. Als de tijd het toelaat staan de acteurs in de coulissen vooral bloed over zichzelf heen te gieten, of zich juist verwoed schoon te boenen. Voordeel: dit nepbloed kun je eenvoudig met warm water verwijderen, zelfs uit een trouwjurk.

De samenstelling van dat bloed was nog wel een hersenkraker, aldus Ahlbom: ‘Het moest dun zijn, want ik wil dat het rondspuit als een fontein. Maar niet te dun, want dan ziet het publiek niks.’ Te dik echter, dat is weer niet realistisch en sproeit natuurlijk niet lekker. Het beste bloed, weet Ahlbom intussen, krijg je bij Rob Hillebrink, die met zijn Rob’s Prop Shop vele nationale en internationale filmmakers van bloederige maskers, prothesen en loshangende ledematen voorziet.

Beeld Renate Beense

Andere onmisbare attributen zijn volgens Ahlbom draden, magneten en piepkleine draagbare rookmachientjes – Langenberg heeft er een ter grote van een aansteker in haar decolleté. Die koopt hij als een volleerde illusionist bij goochelaccessoirewinkel Dynamite Magic Shop. En inderdaad: achter de schermen wordt duidelijk hoe cruciaal draadjes en magneten zijn bij het creëren van de meest opzienbarende illusies. Technici en acteurs zijn er voortdurend geroutineerd mee in de weer. Heeft u zich ooit afgevraagd hoe een nepmes zo stevig op een rug blijft zitten, alsof het erin steekt? Precies.

En die zelfstandig rondwandelende hand? Dat is eigenlijk net zoiets als een radiografisch bestuurbaar autootje, blijkt.

Ahlbom kan eindeloos piekeren over de oplossing voor vrij bizarre technische problemen. Ook de performers spelen daarbij een cruciale rol. ‘Ik verzin iets, en zij proberen of het kan. We zoeken het samen uit op de vloer. Dat kan soms weken duren.’ Niet voor niets duurt een repetitieperiode bij Ahlbom twaalf weken – flink meer dan bij een reguliere gesubsidieerde voorstelling (zeven à acht weken) en ruim het dubbele van een vrije productie (vijf of zes).

Beeld Renate Beense

Vaak loont dat geduld en gepriegel. Ook omdat Ahlbom op cruciale momenten wordt geholpen door het dramatisch narratief. De illusie wordt in zijn voorstellingen ingebed in scènes, een truc volgt logischerwijs uit het gedrag van een personage. Dat is verrassender, en voelt minder als bedrog dan bij de traditionele goochelarij, aldus Ahlbom. Ook komt hij daardoor met meer weg: nieuwe personages of een tweede verhaallijn vormen een perfecte afleidingsmanoeuvre. In Horror dweilen technici ongezien de keuken terwijl op het voortoneel het bruidspaar een geil dansje doet.

Maar nog altijd zijn er zaken die simpelweg niet lukken. In Horror wilde Ahlbom graag een doormidden gesneden lichaam hebben, waarvan het bovendeel zou wegkruipen terwijl het onderstel bleef liggen. Weken op gepuzzeld, niet gelukt. ‘Maar dat komt wel ooit in een volgende voorstelling. Ik heb thuis nog een vriezer vol ideeën.’

Beeld Renate Beense

Wie is Jakop Ahlbom?

Jakop Ahlbom (47) is geboren in Zweden en kwam begin jaren negentig naar Nederland, waar hij de mimeopleiding van de Amsterdamse Theaterschool doorliep. Bij zijn afstuderen in 1998 ontving hij de Top Naeffprijs voor meest veelbelovende student. Sinds 2000 werkt hij aan een eigenzinnig theateroeuvre, bestaande uit veelal tekstloze voorstellingen op het grensvlak van dans, mime, acrobatiek en illusie. Meerdere van zijn voorstellingen werden geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival; Lebensraum ontving de VSCD Mimeprijs. Als gastregisseur werkte hij o.a. bij het Staatstheater Mainz en de Deutsche Oper in Berlijn.   

Horror, 27/10 Schouwburg de Kunstmin in Dordrecht, 30 en 31/10, Carré, Amsterdam. Aansluitend tournee. In februari is Lebensraum opnieuw te zien, en in maart komt Ahlbom met een nieuwe productie, Le Bal

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden