Een ticket naar het paradijs

In de Kunsthal van Rotterdam legt het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst verantwoording af voor het subsidiebeleid van de laatste tien jaar....

door Jaap Huisman

ALLES hangt van subsidie aan elkaar in Nederland, wordt er wel eens geklaagd, zeker als het in verband wordt gebracht met 'handje ophouden' en 'afhankelijkheid'. Dat botst met het romantische beeld van de kunstenaar die op zijn zolderkamer stil aan een groot oeuvre werkt, gedreven als hij is door creativiteit en talent.

Maar zonder subsidie, zeggen de kunstenaars, hadden ze het niet gered. Dan waren ze er misschien wel nooit aan begonnen. Nu is een van de eerste vaardigheden die ze op academies hebben geleerd, het aanvragen van een startstipendium. En daarvoor bestaat sinds tien jaar een Fonds, gericht op de disciplines bouwkunst, vormgeving en beeldende kunst. Vormgeving, daar gaat het nu om; wat er is uitgekeerd en toegekend, daarvan wordt nu in de Kunsthal in Rotterdam (t/m 30 augustus) verantwoording afgelegd.

Het is een tableau van ontluikende en reeds gerijpte carrières, van grootse plannen en ook minuscule projecten. 'It's all subsidized', antwoordde ooit een grafisch vormgever aan een Amerikaanse journalist op zijn vraag waar het succes van Dutch Design aan te danken was. Subsidie als ticket naar het paradijs.

In die tien jaar heeft het Fonds BKVB (zoals het kortweg heet) 25 tot 30 miljoen gulden uitgekeerd aan 650 vormgevers. Zij dienden met elkaar 900 verzoeken in, niet alleen voor een startstipendium ter grootte van 35 duizend gulden, maar ook voor een werkbeurs, die nu 42 duizend gulden bedraagt maar aanvankelijk zevenduizend gulden lager lag. Dan zijn er nog wisselende bedragen uitgekeerd als projectsubsidie.

Melle Hammer, grafisch ontwerper, was de eerste maand dronken, dronken van de mogelijkheden die de werkbeurs hem allemaal bood. Hij werkte onmiddellijk zijn klanten de deur uit, maar verzeilde vervolgens in een proces waarin hij het gevoel had dat hij aan twintig touwtjes tegelijk aan het trekken was. 'Er zat geen structuur in.' Hij besloot les te gaan geven aan de Rietveld Academie, 'dan organiseert het zichzelf een beetje wat je wil'.

Het werd een jaar van 'knijperhard werken', een rijk jaar, zegt hij, omdat hij niet meer zo nodig voor jan en alleman een ontwerp hoefde te maken, maar eens nieuwe inzichten kon verzamelen. 'Ik ben zo iemand die eindeloos blijft doorgaan.' Een echte doener. Nu heeft hij het fonds niet meer nodig, hoewel grafische vormgeving nog steeds geen vetpot is, 'maar ik ben er op uit om zelf bedruipend te zijn'.

Op het overzicht in de Kunsthal, met de titel Standpunten, lijkt sprake van een oververtegenwoordiging van mode, sieraden en grafische vormgeving. 'Dat is nu eenmaal zo', zegt Hester Wolters, samenstelster. 'Het heeft te maken met hoe het in Nederland is georganiseerd. Industrieel ontwerpers lopen tijdens hun opleiding stage bij bedrijven; die hoeven niet alleen op een kamertje te zwoegen, en krijgen zo vanzelf al opdrachten en kansen. Tien jaar geleden waren er in Nederland overdreven gezegd twee modeontwerpers, Frans Molenaar en Frank Govers. Nu hebben ze de weg gevonden naar het fonds.' Niet voor een presentatie - daar zijn weer andere geldbronnen voor - maar voor, bijvoorbeeld, materialenonderzoek.

Viktor & Rolf worden genoemd als het succesverhaal van het fonds. Ze kregen een startstipendium, besteedden dat geld aan een intrigerende publiciteitscampagne, inclusief de lancering van een parfum, en wisten zo Parijs naar hun catwalk toe te loodsen. Het werd een van de openbaringen van de coutureweek afgelopen voorjaar.

'Je moet er even voor gaan zitten', zo beschrijft (sieraden)ontwerpster Mecky van den Brink de wijze van aanvragen; er moeten dia's worden toegestuurd en een voorstel worden geformuleerd. Vooral dat laatste biedt het voordeel dat je weer eens een rode lijn in je werk aanbrengt, zegt ze. Van den Brink wilde haar carrière verleggen, omdat ze wilde ontkomen aan de druk van de galerie. 'Ik wilde nu wel eens iets anders dan sieraden, en heb geschreven dat ik me wegwijs wilde maken in de computer.' Toen plotseling de persoonlijke omstandigheden tegenzaten, een echtscheiding, vond het fonds dat niet erg. 'Je hoeft niet als een bezetene te presteren, sterker zelfs: het is soms ook goed om de periode van de werkbeurs te gebruiken om je te bezinnen.'

Zou je er ook een jaar voor op de Bahama's mogen gaan uitrusten? 'Had gemogen', denkt Van den Brink, 'het is wel fantastisch als je het lef hebt.' Wolters namens het Fonds: 'Als iemand dat in zijn carrière nodig heeft, kan het.' Hij zal toch uiteindelijk moeten rapporteren; niet dat het Fonds dan sancties zal treffen maar het kan wel repercussies hebben bij een volgende aanvraag.

Tussen al het jong talent, dat het geld hard nodig heeft, hangt ineens Anthon Beeke, met affiches van de KunstRai en Toneelgroep Amsterdam. Plotselinge geldnood bij de gearriveerde vormgever? Beeke weet ook niet waarom hij er hangt, hoeft ook niet terug te vallen op subsidie. 'Ik word gewoon door Toneelgroep Amsterdam betaald.' Toch heeft hij voor een projectsubsidie aangeklopt bij het fonds, nadat hij al een ton zelf had besteed in een tentoonstelling voor het Stedelijk Museum. 'Ik had mijn best gedaan, ze zagen dat het geen commercieel project was. De 80 duizend gulden waarom ik vroeg, is aan de drukker en het papier opgegaan.'

Van de 650 ontwerpers is er werk van 160 uitgekozen, er draaien cd'roms maar er ligt ook een gehaakte mini-bikini. Soms ontkom je niet aan een typisch jaren zeventig-gevoel, destijds omschreven als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Dat gevoel ontstaat bij een cactusvormige vaas en een vingerhandschoen (of is het een gebreid condoom?) met de titel Alte Männer/Junge Mutter.

Gefreak? Wolters erkent dat het hier en daar het geval is. 'De verschuivingen zijn gering.' Na de spektakelstukken van de jaren tachtig is er een zekere moeheid ingetreden. 'Ze willen niet meer een asbakje ontwerpen. De aandacht is verlegd naar de huid, de oppervlakte. Met filosofieën kunnen de huidige ontwerpers niets. En functionaliteit is niet meer het hoogste goed. Vroeger was functionaliteit synoniem met techniek, nu kan daar ook emotie onder vallen. Een herinnering, een associatie.'

Het voelbare design rukt inderdaad op, in de vorm van rubberen tegels (soft tiles), laarzen van vliegertextiel, en ondoorzichtige glazen vazen. Hella Jongerius is vertegenwoordigd met haar rubberen vaas, met de verkoop waarvan ze 'de huur kan betalen'. Ook zij begon haar carrière met een startstipendium bij het fonds. 'Ik zag er tegenop want het kost veel werk. Bovendien moet je een jaar vooruitdenken. Maar wat wil ik of doe ik over een jaar?' Ze experimenteerde met rubber en recentelijk ook met aardewerk bij het Europees Keramisch Werkcentrum. Haar waterset heeft als kenmerk dat er nummers, duimafdrukken en foutjes in voorkomen. 'Keramisten doen altijd zo geheimzinnig over hun porselein en hun glazuur. Ik dacht, ik zet die getallen er gewoon in.'

Het fonds gaf haar steun. 'Je kunt van cultuur niet leven in dit land. Hoewel de musea mijn werk aankopen, gaat er weinig geld om. Waar ik dan van leef? Van een kaartenstandaard die ik drie jaar geleden heb gemaakt: gewoon een commercieel product, niet iets cultureels want dan zou het een verliespost zijn. Ik zit er nu over te denken om toch maar weer een subsidie aan te vragen.'

De grafisch ontwerper Hammer wilde juist geen beroep doen op het fonds toen hij begon. 'Ik was in dienst bij een reclamebureau, ging op een gegeven moment halve dagen werken. Maar ik kon het niet maken dat wat mij bezighoudt in mijn eigen gekte, daar ook nog eens subsidie voor te vragen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden