Boekrecensie

Een studie over Dostojevski en de liefde, heus? En toch is het spannend ★★★★☆

Er was geen tussenweg in de visies op Dostojevski, dankzij de studie van Alex Christofi is die er nu wel.

null Beeld Martyn F. Overweel
Beeld Martyn F. Overweel

Dit nieuwe boek over Fjodor Dostojevski van de Britse schrijver Alex Christofi vroeg erom genegeerd te worden. Ten eerste is het geschreven door iemand die geen woord Russisch leest en geen enkele bijzondere kennis over Rusland heeft. Stel dat iemand die geen Frans spreekt een boek over Flaubert zou schrijven – zou iemand dat serieus nemen? Ten tweede heeft het een belachelijk onderwerp: het liefdesleven van Dostojevski.

Nu is er geen schrijver in de 19de eeuw die een dramatischer en aangrijpender leven heeft geleid dan de schrijver van Misdaad en straf. De klassieke biografie van Dostojevski, van Joseph Frank bestaat dan ook uit vijf delen, meer dan tweeduizendvierhonderd bladzijden zeker niet wijdlopige tekst.

Wat een leven! Bittere armoede, politiek engagement, de doodstraf en schijnexecutie, tien jaar strafkamp Siberië, nog meer armoede, een epische gokverslaving, schulden, een schitterende, veelomvattende ziektegeschiedenis, met vooral een prachtig breed spectrum aan psychische stoornissen, enorme reisdrift, inkijk in het zakenleven (Dostojevski was ook ondernemer), en dan toch nog de werkelijke roem, een status als profeet, om uiteindelijk de romanschrijver te worden die volgens James Joyce ‘meer dan enig ander het moderne proza heeft geschapen’.

En dan wil je een boek schrijven over zijn liefdesleven? Echt? Ja, ook Dostojevski had een liefdesleven, hij had drie mislukte relaties, wat affaires plus de bijkomstige prostituees en trouwde toen met een vrouw die een veel beter karakter had dan hij en die enorm van hem hield. Alles aan deze man is kortom uitzonderlijk, maar zijn liefdesleven wel het minst.

Maar toegegeven: ik werd toch enigszins gegrepen door de beschrijving van Dostojevski’s schijnexecutie waarmee Christofi zijn boek begint en ook wel door de curieuze vorm die hij voor zijn onderwerp kiest. Toch maar doorlezen.

Verboden

Het boek is grotendeels opgebouwd rondom een veelheid aan citaten uit Dostojevski’s werk, die door Christofi aan elkaar gepraat worden. Het volgt eigenlijk het model van de populaire televisiedocumentaire, waarbij Christofi de voice-over verzorgt.

Hij doet daarbij iets wat zeer verboden is. Hij overtreedt een verbod dat zelfs de slordigste, meest talentloze, meest opportunistische biograaf altijd zal heiligen, in ieder geval voor de bühne. Hij vermengt egodocumenten, citaten uit brieven of dagboeken, met romanfragmenten die schijnbaar over hetzelfde onderwerp handelen, en presenteert die zonder onderscheid als de onvermengde stem van de schrijver zelf.

Juist omdat dit zozeer taboe is, vond ik het wel grappig en gedurfd. Ik geef toe dat fictie vaak autobiografische fragmenten bevat. En dat kan inzichten opleveren, omdat de schrijver zich in fictie misschien veel meer durft te laten gaan, dan in een brief of een autobiografie. Ik zou het niet durven, maar ja, in zo’n losse, populaire vorm, kan het misschien best, mits het maar goed wordt gedaan.

Vervolgens doet Christofi nog iets grappigs. Om deze boevige overtreding van de biografische regels te legitimeren, stopt hij zijn tekst vol met eindnoten en zelfs voetnoten, wat in zo’n boek natuurlijk helemaal niet nodig is. Eerst alle wetenschappelijke regels onbeschaamd overtreden, en dan een hoge borst opzetten met allemaal noten in de tekst.

Voetnoten

Nu is Christofi zelf ook hoofredacteur bij een uitgeverij, en uitgevers hebben een hekel aan eind- en voetnoten. Ze kosten papier, redactietijd, gedoe met vormgeving, en ze schrikken lezers af. Dat hij dus al die noten toevoegt – vaak zonder enige reden, het zijn meestal aardige terzijdes – is duidelijk een soort grap. Ikzelf ben dol op boeken vol noten, omdat ze erkennen dat een geschiedenis altijd meer lagen heeft, dat er wordt voortgebouwd op het werk van anderen, dat er altijd terzijdes mogelijk zijn, dat ieder narratief uit de aard der zaak altijd beperkt is. U begrijpt het, Christofi speelt een spel met de conventies van de biografische tekst. Maar niet op een manier dat je er last van hebt – het is godzijdank geen postmoderne genrestudie of zoiets.

Christofi schrijft vlot, spannend, grappig, en af en toe opent hij zomaar ineens een vergezicht. Via een kleine opmerking krijg je een inkijkje in Dostojevski’s psychologie, genoeg om de fascinatie voor zijn raadselachtige persoonlijkheid te verbreden. Al te diepzinnig wordt het overigens nooit. In zekere zin blijft Christofi trouw aan zijn onderwerp. Het boek is populair, spannend op een tikje platte manier, een tikje mysterieus, waarbij het alleen de personages zijn, niet de omstandigheden, die bijdragen aan het mysterie.

Het is ook een erg slordig boek. Nee Christofi, de grote Alexander Herzen is geen ‘geboren emigrant’, wat dat ook precies moge betekenen. En je kunt 19de-eeuwse Russen niet zomaar ‘socialist’ of ‘liberaal’ noemen. Die termen betekenden toen iets anders.

Maar die dingen neem ik hem nauwelijks kwalijk, omdat dit ondanks alles een van de leukste Dostojevski-boeken is die ik ken. Omdat Dostojevski’s personages zelf de wereld bekijken met dat zware, duistere aplomb, hebben critici en historici de neiging ook zo naar Dostojevski zelf te kijken. Elke kwalificatie staat in de overtreffende trap. Volgens Virginia Woolf waren ‘de romans van Dostojevski ziedende draaikolken, golvende zandstormen, waterhozen die sissen en koken’ en ons ‘tegen onze wil naar binnen trekken’. Of je krijgt Karel van het Reve, die met een zelfgenoegzaam beroep op Hollandse nuchterheid de boeken van Dostojevski als ‘keukenmeidenromans’ diskwalificeert.

Er was geen tussenweg, en die biedt Christofi wel. En dan begrijp je waarom hij koos voor Dostojevski’s liefdes. In zijn liefdesleven blijkt Dostojevski ineens relatief vreedzaam, en zelfs sympathiek. Vooral in de briefwisseling met zijn tweede vrouw Anna, komt een heel andere man naar voren dan de getraumatiseerde epilepticus die in de receptie van zijn werk overheerst. Wat een intellectuele gelijkwaardigheid tussen die twee mensen, wat een open discussies over alles wat hen bezighield, wat een liefdevolle kameraadschap en sensuele verstrengeling.

Of u het leuk vindt of niet, de wereld van Dostojevski is helemaal terug. De wereld van de ‘opstand tegen de rede’, van loepzuivere Dostojevskiaanse personages zoals Roger Stone of Willem Engel, van Twitter waar we dagelijks het gemompel en geschreeuw van duizenden ‘mannen uit het ondergrondse’ horen.

We hebben gidsen nodig in deze duistere Dostojevkiaanse wereld, en Alex Christofi probeert op een wat onconventionele, slordige, maar geslaagde manier zo’n gids te zijn.

null Beeld Meulenhoff
Beeld Meulenhoff

Alex Christofi: Dostojevski en de liefde. Uit het Engels vertaald door Catalien van Paassen. Meulenhoff; 304 pagina’s; € 22,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden