Een strijdlustige jazzdwerg

Recensenten worden zelf zelden gerecenseerd. Toen de schrijver J. Bernlef zo'n twaalf jaar geleden eens zijn gram uitte over de kwaliteit van de Nederlandse jazzkritiek, werd zijn beschuldiging door de aangesproken partij absoluut not done bevonden - alsof de jazzbladen het met hun treurige oplagecijfers al niet moeilijk genoeg hadden....

Bernlef vond het echter onverdraaglijk dat er zo kleurloos over zijn favoriete muziek werd geschreven - nooit eens een verrassende observatie of een formulering waar je wat aan had. Een remedie had de schrijver ook: minder bedreven scribenten adviseerde hij eens een boek te lezen, en te kijken hoe grand old men als Whitney Balliett the sound of surprise in woorden vangen.

Of het advies is opgevolgd, is de vraag, maar kleurloos kun je Jazz Nu tegenwoordig niet noemen. Integendeel: het blad lijkt te vrezen dat jazz gedachten oproept aan pijprokende middelbare heren. In woord en beeld wordt de boodschap uitgedragen dat jazz uitgaan en plezier betekent: liefst een maf grijnzend muzikantenhoofd op het omslag, uitbundige illustraties, korte, niet te theoretische stukken en een onbegrensde onderwerpkeuze (van avantgarde tot blues en latin), maar waarin jonge smaakmakers voorrang krijgen.

Jazz Nu is zijn twintigste jaargang ingegaan. Dat is op zichzelf al een verdienste, want de lijst van voortijdig gesneuvelde jazzperiodieken is lang. Het blad heeft nog maar weinig gemeen met de uitgave waar Bernlef zijn pijlen op richtte. Werd dat nog volgeschreven door onbezoldigde liefhebbers, tegenwoordig is er een betaalde redactie en een uitgever (in zijn eigen blad present met een advertentie voor 'Tommy, het dierenblad voor iedereen').

Het blad is professioneler geworden, maar moet zich als dreumes op de bladenmarkt ook meer rekenschap geven van zijn positie. Dat betekent minder aandacht voor 'moeilijke' genres, zoals verbindingen met moderne gecomponeerde muziek. Het is haast symbolisch dat Hans Dulfer in het maartnummer tweemaal in de prijzen valt: met zijn column en als auteur van een vermakelijke terugblik op zijn ontmoeting met Dexter Gordon. Dat stuk is wel een staaltje van recycling: het verscheen in 1987 in OOR, werd in 1989 opgenomen in de bundel Dulfers dumdum en mag nu nog eens meedoen ter gelegenheid van weer een nieuwe bundel met oude Dulferstukken.

Alerter is het interview met de muzikanten van Dazed, die 'de eerste Nederlandse jungle-cd' op hun geweten hebben. Het nogal tetterende proza is misschien op zijn plaats ('de populaire muziek is allang gevallen voor de verlokkingen van de eentjes en de nullen'), maar er zijn ook portretten en verhalen van meer klassieke snit. Zoals het omslagverhaal van Rudie Kagie over de strijdlustige Franse dwergpianist Michel Petrucciani ('wonderen zijn er om te accepteren, mijn carrière is het bewijs') en een gesprek met trompettist Angelo Verploegen, die in een mooi verhaal uitlegt waarom koperblazers vol zelfspot en twijfel zitten. En Coen de Jonge betuigt eer aan Reid Miles, de haast heilig verklaarde vormgever van de oude Blue Note-grammofoonplaten.

Mede dankzij de uitvoerige concertagenda is Jazz Nu voor veel lezers onmisbaar, maar als nieuwsbron schiet het blad te kort. Wie meer wil dan recensies en verhalen wordt door de oppervlakkige nieuwsrubriek slecht bediend: praatjes met bekende Nederlanders (deze maand: Mien Dobbelsteen houdt van Miles Davis) en in telegramstijl opgestelde in memoriams. De rubriek Bebop Business, waarin Bert Vuijsje ingaat op faits divers en polemieken in de buitenlandse jazzpers, is daarom geen luxe.

Aanzienlijk substantiëler is gelukkig de rubriek met cd-besprekingen, die ook om zijn onbekrompen afmetingen tevreden stelt. Al zal Bernlef zich vast niet als enige verslikken in de 'onderhuids wiegelende heupen' die een recensent voorbij ziet komen.

Erik van den Berg

Jazz Nu nr 225, maart 1998. Uitgeverij Scala, ¿ 8,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden