Een strakke voorstelling, maar verrassing blijft uit

Deel één van Percevals trilogie naar het werk van de Franse Émile Zola is een smaakvolle en strakke voorstelling. Knap, maar de betovering blijft uit. De personages blijven op zekere afstand, hoeveel ze ook moeten doorstaan.

Beeld Armin Smailovic

Een hellend vlak, of een grote zilvergrijze golf - mooi om te zien, maar moeilijk om je op staande te houden, lastig om niet kopje onder te gaan. Het decor van Annette Kurz biedt weinig houvast; hier en daar een paar uitstulpingen voor een voet, een touw om je aan op te trekken, maar vaak genoeg zullen de personages - net opgekrabbeld - weer afglijden. Zo verbindt ze scenografie mooi aan inhoud, hier in Luk Percevals nieuwe enscenering die woensdag in première ging in de Ruhrtriennale van intendant Johan Simons.

Voor zijn jongste productie liet Vlaming Perceval zich inspireren door niets minder dan het levenswerk van de Franse schrijver Émile Zola, dat wil zeggen diens 20-delige romancyclus Les Rougon- Macquart over de lotgevallen van een breedvertakte familie tegen de achtergrond van industrialisatie en maatschappelijke verschuiving. Er is een rijke en voorname tak en er is een tak die bestaat uit bastaarden en sjacheraars: Zola schiep een familie als microkosmos in een snel veranderende tijd. Perceval wil er de komende jaren bij het Hamburgse Thalia Theater een trilogie van maken, waarvan de afzonderlijke delen steeds in première zullen gaan in de Ruhrtriennale, met zijn prachtig industriële locaties als passende omgeving voor het werk. Uiteindelijk zullen de delen samen te zien zijn als marathon.

Voor het eerste, getiteld Liebe. Trilogie meiner Familie 1, gaat Perceval in zijn bewerking uit van L'Assommoir (1876) en Le Docteur Pascal (1893), met als rode draad de liefde. Centrale personages zijn de arts Pascal, die zich onder meer bezighoudt met het boekstaven van de familiegeschiedenis, en Gervaise, een veerkrachtige dame met een kleine handicap en een ongelukkige keuze waar het mannen betreft. Pascal, telg uit het rijke geslacht, ziet de hem uiterst toegewijde Martine niet staan en legt het uiteindelijk aan met zijn veel jongere nichtje Clotilde - een liefde die geen gelukkig einde beschoren is. En Gervaise, ploeterend aan de onderkant van de samenleving, ziet haar toekomst en die van haar kinderen opgaan in een damp van alcohol. Onnadenkendheid en spilzucht aan de ene kant van de familie, ontbering en verdoving aan de andere. Rijk of arm, ze glibberen en struikelen door het bestaan; heb je daar zelf als individu enige invloed op, of ligt alles vast bij geboorte? Mag je nog hopen je lot te kunnen keren? Kwesties die de makers met hun project willen bezien.

Familie

Kunnen we ons lot beïnvloeden? Het is de vraag die Perceval met Émile Zola verbindt.
'Iedereen wordt geboren in een familie, onherroepelijk met een geschiedenis, met gevoeligheden uit het verleden. Ik denk dat voor ieder van ons geldt dat we ons op zeker moment de existentiële vraag stellen of ons lot beïnvloedbaar is. Voor mij is dat de kern bij Zola. Mijn grootvader was veertien toen hij in de Belgische mijnen begon te werken. Op zijn vijftigste stierf hij aan stoflongen. Mijn vader heeft ons later verteld wat hij heeft moeten doorstaan en die verhalen doen mij denken aan Zola's Germinal. Dat verbindt mij met Zola, maar ook het feit dat ik als kind heb gezien hoe armoede mensen vernietigt. Drie keer in hun leven hebben mijn ouders alles verloren: er is een schip gezonken, een kroeg failliet gegaan, een woning overstroomd. Die tegenslag heeft onze familie diepe armoede gebracht. Als zoon, maar later ook als vader heb ik me afgevraagd hoe ik de familiebiografie, mijn karma, zou kunnen beïnvloeden.'

Luk Perceval in gesprek met dramaturg Susanne Meister

Methodiek

Zij leveren daartoe een helder stuk af, een strakke voorstelling van twee uur. Pascal (Stephan Bissmeier) is een charmante en soms wat wankelmoedige dokter, een sympathiek, warrig personage. Zijn tegenpool Gervaise (Gabriela Maria Schmeide) is ruimhartig en praktisch, maar niet opgewassen tegen de armoede. Om hen heen draaien hun geliefden; in kleine formaties bewegen de spelers zich van scène naar scène, van het Louvre naar stinkende achterkamertjes, van salons naar de goot. Rekwisieten zijn er nauwelijks, alleen de golvende houten speelvloer, de achtergrond van de fraaie Duisburgse Giesshalle, een mooie soundscape van Lothar Müller.

Zo krijgt het geheel gestalte op een smaakvolle, precieze manier, waarbij veel facetten van Zola's romans aan bod kunnen komen. Dat verdient bewondering, maar tegelijkertijd geldt die vooral de aanpak, de methodiek. Het is degelijk, het klopt, het is in die zin knap, maar verrassing en betovering blijven uit. Gedurfd en/of meeslepend, zoals bijvoorbeeld Percevals befaamde Ten Oorlog of Guy Cassiers' Proust-cyclus, is het niet. De personages, wat ze ook moeten doorstaan, blijven op zekere afstand, het verhaal kabbelt eerder dan dat het een woeste golf teweeg brengt. Vooralsnog dan, want Luk Perceval is een intense theatermaker. Wie weet wat er gebeurt in een later stadium.

Liebe. Trilogie meiner Familie 1.

Naar Émile Zola, bewerking en regie: Luk Perceval. Door Thalia Theater Hamburg/Ruhrtriennale. Giesshalle, Landschaftspark Duisburg-Noord, 9/9. Hier nog t/m 13/9; ruhrtriennale.de

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden