Een straat zoals die in Nederland niet meer bestaat

Kermis, daar doet Happy Street, het Nederlandse paviljoen op de Wereldexpo in Shanghai, al gauw aan denken. Maar in de vrolijke parade van John Körmeling valt ook een kritiek op de moderne stedenbouw zien....

‘Kijk eens hoe vakkundig dit is gemaakt’, zegt John Körmeling (Amsterdam, 1959), terwijl hij zijn besmeurde werkhanden teder over een ijzeren trapleuning laat glijden. ‘Dit is gewoon hier op de bouwplaats op maat gezaagd en aan elkaar gelast. Maar zie jij een lasnaad? Man, zo kunnen ze het in Nederland niet eens meer in een fabriek maken.’ Honderden, misschien wel duizend van zulke lasnaden zitten er in Happy Street, het Nederlandse paviljoen voor de Wereldexpo in Shanghai dat Körmeling heeft ontworpen. Hoewel, paviljoen?

Feitelijk bestaat Happy Street uit een kronkelende straat met een twintigtal huisjes. In de vorm van een acht – het Chinese geluksgetal – slingert deze ruim vierhonderd meter lange weg zich op tientallen pilaren naar een hoogte van ruim twintig meter en weer naar beneden. En van straat tot pilaar tot huisje tot trapleuning, werkelijk alles is van staal. Ter plekke gezaagd en gelast. Meer dan een jaar al duurt de bouw, waarbij Körmeling wordt bijgestaan door constructeur Rijk Blok. Zelf staat hij hele dagen in overall en bouwhelm op de bouwplek. Het allerliefst zou hij zelf af en toe wat lassen. ‘De bouwtekeningen hebben we al op de eerste dag weggegooid. Maar ik heb nog nooit een mooier bouwwerk gezien.’

Chinezen zullen het vast geweldig vinden, is het diplomatieke commentaar van zijn buitenlandse collega’s op het buitenissige ontwerp vol kleurige parasols, knipperende lampjes en rare huisjes die aan elkaar zijn geregen met een looproute die letterlijk als een achtbaan op en neer golft. ‘Waarmee ze bedoelen dat ze het afschuwelijk vinden’, zegt hij met een sappige Brabantse tongval. Kritiek die hem nauwelijks deert. ‘De bloem hebben ze het hier genoemd, vanwege de gele kroon op de VIP-room op het hoogste punt. Kijk, daar kan ik wat mee. Zo’n wereldtentoonstelling is toch ook één grote kermis.’

Daarbij, de Chinezen vínden het paviljoen geweldig, verzekert projectleider Walter van Weelden van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), het departement van het ministerie van Economische Zaken dat verantwoordelijk is voor de uitvoer van het gehele project. ‘Het paviljoen zonder dak, zo staat het al vanaf dag één bekend. Bij de presentatie stond de Chinese delegatie en masse op uit hun stoel om keihard te applaudisseren. Nou ik kan je vertellen, zo’n spontane reactie zie je zelden van Chinezen. Ze vonden het zo gedurfd, zo anders, dat ze bij voorbaat verkocht waren.’

Dat er iets gedurfds en anders zou komen, lag al besloten in de keuze voor John Körmeling. Weliswaar opgeleid als architect, is hij ook ontwerper, uitvinder en beeldhouwer, maar bovenal kunstenaar met een voorliefde voor ontregelende humor. Enkele van zijn bekendste werken zijn het Draaiend huis op een rotonde in Tilburg en de hilarische lichtinstallatie bestaande uit een repeterend Ha en Hi op Schiphol.

Enige twijfel was er wel in het selectiecomité dat Happy Street koos uit de shortlist met de gelauwerde architectbureaus UN Studio, Neutelings Riedijk en West 8 en productontwerper Marcel Wanders, blikt Mels Crouwel terug. Als Rijksbouwmeester drukte hij destijds een zwaar stempel op deze keuze door een comité samen te stellen met onder anderen architect Winy Maas (MVRDV), Erik Kessels van reclamebureau Kessels/Kramer maar ook SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan en de Nederlandse ambassadeur in China. ‘De culturele delegatie in het comité was meteen om.

Het Nederlands paviljoen valt op, daar gaat het om
De economen moesten overtuigd worden van de onderscheidende waarde van dit paviljoen. We wilden een alternatief bieden voor de hightech visuals en LED’s waarmee alle paviljoens straks zijn dichtgesmeerd. Daarbij biedt deze straat met huisjes ook voor bezoekers die het paviljoen niet betreden een inkijkje in hoe we in Nederland leven.’

Inmiddels is die ‘economische kant’ volledig bekeerd. ‘Met dit paviljoen laten we zien dat we een creatief en innovatief land zijn met een open en positieve mentaliteit’, zegt Van Weelden van de EVD. Ongeveer 22 miljoen euro zou het paviljoen kosten. ‘Daar hopen we nog steeds op uit te komen’, zegt de projectleider. Maar zijn bedrukte gezicht verraadt dat hij daarin weinig vertrouwen heeft.

Mooi of lelijk, het Nederlandse paviljoen valt in elk geval op – en ook daar gaat het natuurlijk om op de Wereldexpo. Bij deze promotiebeurs voor landen fungeert het paviljoen als een verbeelding van de nationale ambities. Waarvoor diep in de buidel wordt getast: de Duitsers pakken uit met een ingenieuze constructie van 80 miljoen euro. Of waarvoor hulp wordt ingeroepen van starchitects: de Verenigde Arabische Emiraten pronken met een lichtgevend zandduin ontworpen door Norman Foster. Met als klap op de vuurpijl natuurlijk het Chinese paviljoen: een zwevend rood (uiteraard) bouwwerk van dertig meter hoog, opgebouwd uit 56 gigantische houten balken, een getal dat verwijst naar het officiële aantal etnische bevolkingsgroepen in China.

Tussen dit architectonische geweld is de Nederlandse geluksstraat een oase van relativerende vrolijkheid. Alleen hier kunnen bezoekers zich op de foto laten zetten met hun hoofd door een absurdistische cartoon van Gummbah. Vanaf ruim 25 meter hoogte knipperen de lichtgevende woorden happy street als een flipperkast de bezoekers tegemoet. Ook de straat zelf is omlijnd met gekleurde lampjes. De strakke contouren van de spierwitte huisjes steken scherp af tegen dit kleurenbombardement. De begane grond is een plastic polder van kunstgras, inclusief slootjes in de vorm van blauwe stroken kunststof. ‘Dat vonden de Chinezen ook zo raar, dat je hier zomaar in en uit kunt lopen’, zegt Körmeling met een vette grijns. ‘Vroegen ze of ze er een schutting voor ons omheen moesten zetten. Hoe bizar. Dat uitgerekend Chinezen je vragen of je een schutting, zo’n lullig Vinex-ding, om je paviljoen wilt.’

Blij is Körmeling dan ook vooral met de directe buren uit Groot-Brittannië. Grinnikend: ‘Kijk nou toch, een groter contrast met de Happy Street is toch niet denkbaar.’ Inderdaad oogt het Britse paviljoen meer als een kunstzinnige sculptuur om omheen te lopen dan een uitnodigend pretpark om je in onder te dompelen. Met dat soort ‘hoogdravende conceptuele bouwsels vol verheven symboliek’ heeft hij niks. ‘Prachtig om naar te kijken, echt. Maar je gaat toch naar zo’n Expo om iets leuks te beleven?’

Daarbij had Nederland al in 2000 een conceptueel visitekaartje afgegeven met het paviljoen van MVRDV. ‘En daaraan kan nu nog geen paviljoen tippen.’ Laatst was hij trouwens naar Hannover gereisd om te zien hoe het erbij stond. ‘Vreselijk, staat die prachtige architectuur daar gewoon weg te rotten.’ Als het aan de maker ligt, dan wordt zijn Happy Street in oktober in stukken gezaagd en omgesmolten. ‘Zijn we meteen van dat geëmmer over duurzaamheid en recyclen af, haha.’

Ondanks alle gekkigheid – ‘had ik al verteld dat een draaiorgel wordt ingevlogen?’ – sluit het paviljoen nauw aan bij het thema van de Wereldtentoonstelling: Better city – Better life. ‘Nederland is een dichtbevolkt land. Daardoor hebben we een geschiedenis van doordachte woningbouw.’ De huisjes van Happy Street zijn geïnspireerd op iconen uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis. ‘Herken je ’m?’, zegt Körmeling wijzend op een huisje met ronde hoeken van glas. ‘De Citroëngarage naast het Olympisch Stadion in Amsterdam, een gebouw van Jan Wils!’ Ook niet te missen zijn de miniatuurtjes van de Rotterdamse Van Nellefabriek en het Cineac Theater in Amsterdam. In veel gevallen heeft Körmeling zich een ruime artistieke vrijheid gepermitteerd. Zo is aan het Rietveld-Schröderhuis een garage gebouwd voor een zelf ontworpen auto. ‘Eenmaal geparkeerd wordt de auto aan het huis geschakeld en kun je er in wonen.’

Niet alle gebouwen zijn verbonden aan bekende architecten, zoals het Amsterdamse klokgeveltje, een archetypisch Rotterdams havenpakhuis, een Noord-Hollandse bollenschuur en natuurlijk het oerdegelijke rijtjeshuis. Ook present is een replica van de eerste biologische boerderij van Nederland, ergens in Zeeland. ‘Daarin toont Philips zijn Food probes, een serie prototypes van apparaten voor voedselbereiding. Geloof ik.’ Want helemaal zeker weten doet hij het ook niet meer. ‘De EVD heeft natuurlijk ook zo zijn wensenlijstje.’ Dus kunnen bezoekers gratis water drinken dat ter plekke uit regenwater wordt gezuiverd. ‘Watermanagement moest natuurlijk ook aan bod komen. Dit leek me wel een vriendelijke manier.’

In de huisjes worden presentaties gemaakt van Nederlandse technologie, wetenschap, kunst en design. Een ‘flinke aderlating’ was het, toen bleek dat bezoekers de huisjes niet in mochten van de Chinese organisatie. ‘Wat geloof ik iets met de doorstroom van de bezoekers had te maken’, meent Körmeling. Waar hij zich ook wel weer iets bij voor kan stellen. ‘Er worden 70 miljoen bezoekers verwacht. Als daarvan zelfs maar één op de tien langskomt, moeten er nog steeds minstens vijfduizend bezoekers per uur door het paviljoen lopen.’ En ach, het heeft ook wel wat – miljoenen Chinezen die nu het oud-Hollandse gezelschapsspel gluren-bij-de-buren moeten spelen.

Voor het overige ademt het paviljoen een bijna on-Nederlandse gastvrijheid uit. De grondlaag ervan is een open terras. Maar dan niet met witte plastic stoelen en Heineken-parasols, zoals MVRDV overkwam in Hannover. ‘Ze waren amper klaar of de overalls kwamen al binnengelopen met de bierdozen.’ Dus vroeg hij het Rotterdamse ontwerpbureau ZUS om iets verrassends te verzinnen. Wat uiteindelijk een even simpele als originele oplossing opleverde. ‘Als de begane grond een weiland is, dan moeten daar toch ook koeien of op z’n minst schapen lopen.’ Uiteindelijk bleek Hans Lensvelt, de in Shanghai woonachtige directeur van meubelmerken Gispen en Lensvelt bereid om de productie van de kunststof krukken in de vorm van koddige schapen op zich te nemen.

De scherpe observator zal in de vrolijke parade van Körmeling ook een kritiek op de moderne stedenbouw zien. Het paviljoen verbeeldt zijn ideaalbeeld van een straat met woonhuizen, fabriekjes, een treinstation, boerderijtjes en een winkel. Een straat zoals die in Nederland niet meer bestaat. ‘De A2, dat is een doorsnee Nederlandse straat.’ In China daarentegen wordt er nog op straat geleefd. ‘Daar vind je eetkraampjes, kleine werkplaatsjes en ja, ook hopen vuilnis gewoon naast elkaar. Zoals het hoort.’ Maar tegenwoordig worden ook in China complete steden op een tekentafel gevormd. Met een gezicht vol afgrijzen: ‘Voor je het weet, heb je hier ook Vinex-wijken en bedrijventerreinen. Een stad moet je niet te veel plannen. Die moet je gewoon laten ontstaan. Net als dit paviljoen eigenlijk.’

Zie ook pagina 42/43

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden