Een stille kleedkamer

Zeven maanden per jaar, vier keer per week, treedt de Golden Earring op. Soms speelt de band elektrisch; vaker, zoals deze avond in Groningen, akoestisch....

De soundcheck verloopt rustig. De mannen van Golden Earring spelen een paar halve nummers, Barry Hay roept wat van one two, one two three, de hond van bassist Rinus Gerritsen scharrelt gezellig over het podium. Na een minuut of twintig lopen ze gevieren in stilte van het podium, de gang door, via de trappen naar de kleedkamer op de eerste verdieping van cultureel centrum De Oosterpoort in Groningen. Bij de deur draait Barry zich om. 'Zo', zegt hij. 'Wat gaan jullie nu doen? Een uur naar de kroeg zeker?'

Lulverhaal

We zouden hem toch volgen? Dat was toch afgesproken? 'Ja?' Ja, zeggen we.

Het ging zo. Op woensdagmiddag om 15.43 uur belden we naar het huis van Barry Hay in Amsterdam. Een vrouw nam op, vermoedelijk de kunstenares met wie Hay in 1992 trouwde in Las Vegas en twee kinderen heeft. 'Heeee', zei ze. We maakten ons bekend en zeiden dat we eigenlijk voor Barry belden. 'Bel over zeven minuten terug', zei ze. 'Ja? Dan hou ik hem heel even voor je vast. Zeven minuten. Zet je klok erop gelijk.'

Om 15.50 uur nam Barry zelf op. Met de stem van iemand die zojuist ergens achter in de kroeg van een barkruk is gevallen, zei Barry: 'Heeee.' We vertelden wat onze plannen waren. 'Dat is toch príma?', zei Barry. 'Dat is toch góéd?' De interviewtjes ook? Vooraf? Achteraf? 'Ja, joh, dan hou je toch af en toe gewoon even een lúlverhaal?'

'Vreemd', zegt hij nu. 'Want we doen niets. En zeggen ook niets. Er valt helemaal niets te volgen.' Even houdt hij de deur open, zodat we met eigen ogen kunnen zien dat er bij Golden Earring in de kleedkamer niets te beleven valt. Binnen is het stil. Het licht is gedimd. Drummer Cesar Zuiderwijk zit te knikkebollen achter een boek, gitarist George Kooymans ligt languit op de bank. 'En daar', zegt Barry, wijzend op een leunstoel, 'ga ik zo meteen op zitten. Even een tukje doen. Dat is alles.'

Cordon bleu

Het zijn stille uren die aan een concert van de grootste rockgroep van Nederland voorafgaan. Het materiaal wordt per vrachtwagen naar de Oosterpoort gebracht, een groot, multifunctioneel en rookvrij gebouw met glas in de pui en een watertje naast de entree.

Tegen zessen arriveren de bandleden, allemaal met eigen auto. Misschien heeft het te maken met de Johnnie Walker die hij in bedachtzame hoeveelheden door zijn cola mengt - als enige komt Barry met de trein.

In een ruimte met rieten stoelen op de eerste verdieping gaan de mannen aan tafels zitten, terwijl meegereisde cateringmensen het eten beginnen te bereiden. Golden Earring speelt zeven maanden per jaar zo'n vier keer per week. Dan kun je beter je eigen eten meebrengen, zegt George, 'dan weet je tenminste wat je eet'.

Na de maaltijd - kip cordon bleu met gebakken aardappelen, wortelen en vanillevla met slagroom toe - is het even uitbuiken. Rinus bladert wat in kranten en tijdschriften, George kijkt rustig voor zich uit, Barry trekt zich terug voor de make-up.

Nu komt John Ohello ook een maaltijd halen. Als Barry het over 'security' heeft, bedoelt hij John, een vriendelijke, gespierde kerel van in de vijftig. Overdag bewaakt hij mensen als Holleeder, wanneer die van de gevangenis naar de rechtszaal moeten worden vervoerd. 's Avonds doet hij Golden Earring erbij. Dat is goed opletten dat fans geen gekke dingen doen met Barry, en verder vooral thee zetten voor de jongens.

'Mijn collega's bij justitie willen allemaal wel met mij ruilen', zegt John. 'Dit zijn gewoon fantastische jongens. Als er iemand in een rolstoel in de zaal zit, gaan zij daar altijd even naartoe. Ik heb ook wel met Bløf gewerkt. Maar denk maar niet dat die jongens aandacht voor zulke dingen hebben. Nee hoor, daar is het gewoon optreden en wegwezen. Daarom ben ik ook zo dankbaar dat ik dit mag doen.'

Als zijn gezicht is bepoederd, laat Barry zich door een medewerker naar een kamer met gemakkelijk stoelen brengen. Voor de soundcheck is er nog net een kwartiertje voor een gesprek. Als je met Barry moet praten, gaat het natuurlijk al snel over de internationale successen. De superhit Radar love (1973) en de daaropvolgende dertien tournees door de Verenigde Staten. Het duurde lang voordat de kritische pers in Nederland een beetje respect voor ze op kon brengen, maar ondertussen hebben ze met iedereen gespeeld: Santana, Eric Clapton, Kiss, Aerosmith.

Toch is het aan de plotselinge unplugged-hype van de jaren negentig te danken dat de groep nog bestaat. 'Wij zijn te groot voor Paradiso', zegt Barry. 'Daar past ons drumpodium niet eens in. Sporthallen zijn er maar weinig en feesttenten zijn toch seizoensgebonden. De theaters waren dus een godsgeschenk. Onze redding. Nu kunnen we toch veel blijven spelen.

'Maar in het begin vonden we er niets aan; helemaal niet rock-'n-roll. Elektrisch spelen is toch een heel ander soort humor. Minstens twintig keer zo hard. Diabolisch. Maar goed. Je zult zien dat we van een akoestisch concert ook een enerverende toestand kunnen maken.'

Rondje

Om twintig over acht komen de bandleden uit de kleedkamer. Gehuld in strakke zwarte kleren lopen ze zwijgend door de gangen naar de achterzijde van het podium. Daar doet Cesar wat rek- en strekoefeningen, pingelt George wat aan een gitaar en duwt een voorovergebogen Barry een paar ijsklontjes tegen zijn ogen. 'Héérlijk', zegt hij als hij overeind komt. 'Hier word je pas wakker van. Ik was toch even drie kwartier in tralala-land.'

Hij loopt naar de rand van het podium en kijkt de zaal in. 'Weinig bejaarden, hè?' zegt hij. 'Valt mee, toch?'

Het is inderdaad niet alleen maar oud wat er in de zaal zit. Er zitten ook kinderen, magere pubers, echtparen met tasjes op schoot en Duitse rockers met tatoeages en lange haren. Dit publiek weet waar het voor komt. Niet opeens allemaal nieuwe nummers waar geen mens een woord van mee kan zingen, maar gewoon: een degelijke greep uit het rijke oeuvre. Twilight zone. Radar love. When the lady smiles. Dat werk. Net als vorig jaar.

Dan worden de zaallichten gedoofd. Het publiek begint te gillen. Barry pakt zijn whisky-cola en loopt het podium op. 'Nu gaat er wat gebeuren', zegt hij.

Ruim tweeënhalf uur later - er zat ook een pauze van een half uur bij - stappen de rockers bezweet van het podium. Vlak voordat ze de gang op gaan, legt een medewerker bij ieder bandlid een fl eece-dekentje over de schouders. Opnieuw wandelen ze rustig door de gangen naar de kleedkamer boven. Opnieuw ook houdt Barry stil bij de deur. 'Ik neem even een kwartiertje rust', zegt hij. 'En daarna doe ik mijn rondje.'

Met 'rondje' bedoelt hij: aandacht geven aan de fans waarmee de ruimte met de rieten stoelen intussen is volgestroomd. Het zijn vooral vrouwen. Niet al te jong, maar wel mooi aangekleed en opgemaakt. Er zit ook een jongen tussen van een jaar of twaalf. Hij kan nog steeds niet geloven dat een band als Golden Earring in zoiets als De Oosterpoort heeft opgetreden. Hij hoopt op een handtekening, misschien een beetje aandacht, maar zal straks in de drukte niet door de frontman worden opgemerkt.

Na een kwartier komt Barry naar buiten. Hij draagt halfhoge schoenlaarsjes, een lichte spijkerbroek met beschaafde scheuren, een shirt met horizontale strepen, een sjaaltje en een zonnebril met blauwe glazen. Hij lacht wat, schudt wat handen en zet hier en daar een handtekening. Fans met camera's neemt hij per twee. Dan gaat hij tussen hen in staan, legt zijn armen over hun schouders, laat zijn hoofd een eind zakken en kijkt even stoer de camera in. Veel enthousiasme straalt Barry er niet bij uit. Maar hij is een rocker, het moet een beetje lijzig allemaal, anders is er ook weer niets aan.

Tegen twaalven maken de bandleden zich op voor vertrek. Barry schenkt zich nog wat in en praat met twee bekenden over zijn huis op de Antillen. Helemaal zelf laten bouwen. Bijna klaar. Er moet nog iets aan de vloer gebeuren. En volgende week gaat hij het hang- en sluitwerk uitzoeken. 'Wat dachten jullie van roestvrij staal? Ja, toch? Met die zoute zeelucht?' Hij pakt zijn jas van een stoel - een donkere van suède, met franjes onder de mouwen en op de borst. 'Nog één optreden', zegt hij, 'morgen in een feesttent. Iets ter ere van de schaatsster Ireen Wüst. Daarna zijn we weer een hele maand vrij. Drie keer raden waar deze jongen dan naartoe gaat.' Hij trekt zijn jas aan. 'Je loopt daar de hele dag alleen maar in een korte broek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden