Een sterke openingszin componeren, niet iedereen kan het

Boekenweek

Beeld Eva Roefs

Het begin van een verhaal hoeft geen spektakel te bieden; als er maar een toon klinkt, die niet vals is. Hugo Claus begon zijn Boekenweekgeschenk De zwaardvis (1989) als volgt: ‘Sibylle Verhegge, die acht maanden geleden nog Sibylle Ghyselen heette, zit in haar bikini in een ligstoel op het terras haar teennagels parelmoer te lakken.’ Voor Sibylle stond actrice en fotomodel Elly Overzier model, met wie Claus getrouwd is geweest en in een landhuis te Nukerke woonde, zoals biograaf Mark Schaevers toelicht in zijn Claus-bloemlezing Het verdriet staat niet alleen (De Bezige Bij; € 22,90). Dat is leuk om te weten, maar allereerst zien we meteen dat deze zin stáát. Er is sprake van gratie, en van een raadsel dat we alleen kunnen oplossen door verder te lezen.

Waarom het verhaal Paulus en Poetepoet  van Jean Dulieu is herdrukt in de reeks Gouden Klassiekers, is ook geen vraag meer voor wie de eerste pagina herleest (De Meulder; € 17,50): ‘Ik begrijp niet wat er aan de hand is’, zei Paulus tegen zichzelf. ‘Het is net of ik hoor snuffen.’

En dat snuffen verplaatste zich. Soms werd in de struiken gesnuft, dan weer achter boomstammen. Als het maar geen beer is, denkt de kleine boskabouter. ‘Welnu, het was een beer, een echte. Maar groot? Nee, groot was hij beslist niet. Eigenlijk was het nog maar een erg klein beertje en hij heette Poetepoet.’

Sterk beginnen, niet iedereen kan het. EO-presentator Marleen Stelling schreef onlangs een eigentijds Hooglied, Alle bloemen zijn op weg naar jou (Kok; € 15,-), en dat gaat prompt mis: ‘Mijn wekker gaat als jij nog slaapt. Je ligt op je zij met ogen dicht en armen dubbelgevouwen tegen je aan. Het vet en vel van je gezicht valt richting je kussen en als je echt diep weg bent, dan hangt je mond een beetje open.’

Gauw een dokter bellen, denk je dan. ‘Er ligt hier een man te slapen, maar het vet en vel van zijn gezicht valt richting het kussen.’ ‘Oei. Hangt zijn mond ook open?’ ‘Een beetje.’ ‘Ik laat een ambulance komen.’

Stelling is geen Salomo (‘uwe wangen zijn als een stuk van eenen granaatappel tusschen uwe vlechten’), en geen Judith Herzberg (‘Plezier heeft de vorm/ van jouw lichaam gekregen’), maar Marleen: ‘Mensen zijn als bomen wiens wortels kunnen vervlechten.’ Stelling had beter uit haar duivenogen moeten kijken.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.