Reportage Scrabble als topsport

Een spelletje? Scrabble is topsport, zo blijkt uit een middag steentjes leggen in Mechelen

De regels van het spel zijn simpel: het woord moet in de Van Dale staan en België wint.

Topoverleg in de jurykamer op het ‘interclubkampioenschap’ in het Vlaamse Mechelen (tweede van rechts: Jan ‘Federer’ de Ridder). Beeld Sas Schilten

Een beetje wordfeuder kent z’n QAT, NEY en SAZ. Een gemiddelde scrabbelaar deinst niet terug voor een QUANT, YEN of incidentele PAX. Maar wie probleemloos QUENAST, MAAMPJE of KSITJES legt, behoort tot een select groepje topspelers.

Voor dit soort fanatieke scrabbelaars voldoen onlinespellen als wordfeud of webfeud niet. Je weet immers nooit of de speler aan de andere kant van de lijn een scrabblewoordenboek naast zich heeft liggen. Nee, deze fanaten zoeken elkaar op in clubhuizen en kantines in Nederland en Vlaanderen, om elkaar het leven zuur te maken met RABABBELTJES, YLIDEN en GUARGOM. Dit is de wereld van het competitiescrabble.

In de ons omringende landen wordt competitiescrabble beschouwd als serieuze denksport, vergelijkbaar met schaken of bridge. Toernooien in Frankrijk trekken algauw meer dan duizend spelers. Toen de Engelse topspeler Allan Simmons vorig jaar werd gestraft voor vals spel, werd dat breed uitgemeten inThe Guardian.

In Nederland is het nog niet zover, maar Wytze Groen, secretaris van de Nederlandse Scrabblebond, constateert dat de populariteit van het bordspel toeneemt. ‘Van achter je schermpje mis je toch het sociale element. Daarom schakelen ook jonge mensen over naar competitiescrabble.’

Onschuldig gezelschapsspelletje?

Bij steeds meer verenigingen, verspreid over het land, kan gescrabbeld worden. Ze hebben klinkende namen als Lettergreep (Amersfoort), De Aanlegsteiger (Veldhoven) en de Alpha-Beten (Alphen aan de Rijn). Behalve in interne clubkampioenschappen komen de ware cracks tegen elkaar uit in een grote competitie waaraan Nederlandse en Vlaamse verenigingen deelnemen.

Een van die cracks is Bert van der Loo (56), die speelt bij het Amsterdamse Arendsoog. Hij is al twintig jaar wedstrijdscrabbelaar en won zes toernooien. Vorig jaar werd hij gedeeld kampioen van het Nederlandstalig Scrabbleverbond (NTSV).

Om ons te tonen dat Scrabble meer is dan een onschuldig gezelschapsspelletje neemt Van der Loo ons op een zaterdag mee naar een zogeheten ‘interclubkampioenschap’ in het Vlaamse Mechelen, een competitie tussen spelers van verschillende scrabbleclubs. Ter voorbereiding heeft hij licht gegeten en zwaar getraind tegen de computer. ‘Daarnaast is het belangrijk verhitte discussies te vermijden. Ik ging ooit vlak voor een wedstrijd in debat met een medespeler: weg concentratie. Toen was de kans op een hoge klassering eigenlijk al verkeken.’

Harteljik ontvangst op het ‘interclubkampioenschap’ in Mechelen met taart en thee. Beeld Sas Schilten

Van verhitte discussies is geen sprake als we de kantine van de Mechelse Tuinbouwschool betreden. De ontvangst is hartelijk, de meeste van de 128 spelers zijn geen onbekenden van elkaar. De laatste nieuwtjes en scores worden doorgenomen. Zoals de indrukwekkende 1.100 punten die de jonge Bert Leyssens zes weken terug scoorde in Dendermonde of de negen ‘scrabbles’ (maximumscores) die onlangs werden gelegd in Koksijde. Ook de wijzigingen in de laatste versie van de Officiële scrabblewoordenlijst (SWL, zie het kader op pagina 21) zijn onderwerp van gesprek.

Vooraf is het belangrijk twee dingen te weten, legt Bert van der Loo uit. Ten eerste: bij het NTSV wordtduplicate-scrabble gespeeld. Duplicate is iets heel anders dan puntenscrabble of wedstrijdscrabble zoals dat door de meeste mensen thuis of op telefoons wordt gespeeld. Bij duplicate wordt de geluksfactor (zo veel mogelijk) uit het spel gefilterd door iedere speler dezelfde letters op zijn plankje te geven. Het woord met de hoogste score komt op het bord te liggen.

Ten tweede: Belgen zijn veel beter in scrabble dan Nederlanders. Dit is een verschijnsel dat we van meer taalspelletjes kennen. Denk aan Tien voor Taal en het Groot Dictee der Nederlandse Taal; meestal zijn het de Vlamingen die er met de prijzen vandoor gaan. Om een indruk te geven: er vonden tot op heden 25 officiële scrabble-interlands plaats tussen Nederland en België. België won er 25.

Ligt het aan de Belgische taalstrijd? Of aan het niveau van het onderwijs? Hoe het ook zij, ook de clubcompetitie van de NTSV, waaraan 24 Vlaamse en 5 Nederlandse verenigingen deelnemen, regeren de Vlamingen. Het klassement wordt op dit moment aangevoerd door Littera uit Tessenderlo, voor ’t Peirt uit Dendermonde en Heureka uit Mechelen. Beste Nederlandse club is Arendsoog op de 15de plaats. In de individuele NTSV-ranking bestaat de top-10 volledig uit Belgen. De beste Nederlander is Henk Jongepier op plaats 12, gevolgd door Bert van der Loo op plaats 13.

Behalve Van der Loo is ook Jongepier vandaag van de partij. Deze gepensioneerde medewerker van de Belastingdienst is woonachtig in Zeeland en speelt om die reden voor de Vlaamse vereniging De Wase in Sint-Niklaas.

Duplicate- en wedstrijdscrabble 

Thuis en met de smartphone-app Wordfeud wordt vaak wedstrijdscrabble gespeeld. Daarbij gaat het er alleen om de partij te winnen. In deze variant, die in Engelstalige landen het gangbaarst is, wordt één tegen één gespeeld.

Bij duplicate-scrabble, dat in België en Frankrijk het populairst is, strijden alle spelers tegen elkaar. Zij leggen allemaal dezelfde zeven letters op hun plankje, de hoogste score komt op het bord te liggen. De resterende letters gaan terug in het zakje. Er is telkens tweeënhalve minuut bedenktijd en een halve minuut om een woord op te schrijven en in te leveren. Ga je daar overheen of is je woord ongeldig dan krijg je een nulscore genoteerd. Het spel is afgelopen als er minder dan zeven letters of alleen klinkers overblijven.

Woordenschat

Wat maakt een speler tot een goede scrabbelaar? Jongepier: ‘Bij puntenscrabble kun je tactisch spelen door letters te bewaren of door een ander te blokkeren. Bij duplicate telt alleen de hoogste woordwaarde. Daar komt het dus zuiver aan op woordenschat.’

En toch, niemand kent alle 800 duizend woorden van de SWL uit zijn hoofd. Ook in duplicate-scrabble is er een gokelement: speel je op safe, dan leg je alleen die woorden waarvan je zeker bent dat ze worden goedgekeurd (zie de spelregels bovenaan pagina 21). Echter, een topspeler zal ook op zijn intuïtie afgaan.

‘Met alleen veilige woorden ga je nooit winnen,’ zegt Bert van der Loo. Proberen de SWL in je hoofd te stampen heeft dan ook weinig zin, vindt deze ex-horeca-ondernemer. Het komt aan op visueel geheugen en gewoon veel spelen. ‘Kijk, als je iets met een V als eindletter wil leggen, komen de meeste mensen nog wel op PILAV of LEV. Maar om te weten dat SICAV ook mag, moet je het woord een keer zijn tegengekomen in een eerdere wedstrijd.’

Een reus met lange, witte haren betreedt minzaam lachend de speelzaal. Er wordt gewezen, gefluisterd, geknikt. Het is Jan De Ridder, volgens Van der Loo ‘de Federer van de scrabblesport’. Het palmares van deze Vlaming is inderdaad indrukwekkend, met 149 interclubkampioenschappen, 127 meer dan de nummer twee.

De naam van Jan De Ridder wordt met veel respect uitgesproken in de scrabblewereld. Van der Loo is dan ook deels opgelucht en deels teleurgesteld dat De Ridder vandaag, als lid van de organiserende vereniging, zitting heeft in de jury. Een overwinning telt pas echt als Jan De Ridder meedoet. Maar het betekent wel dat de kansen van de rest nu aanzienlijk zijn gestegen.

SWL

Discussies over de geldigheid van een woord zijn een onlosmakelijk onderdeel van scrabble. Begin jaren negentig ontstond onder competitiescrabbelaars ernstige behoefte aan duidelijkheid. In 1994 werd daarom de eerste officiële scrabblewoordenlijst (SWL) gepubliceerd, met alle geldige woorden tot en met acht letters. Bij de spellingshervorming van 1995 moest die lijst worden herzien. Daar was Henk Jongepier voor het eerst bij betrokken. In september 1997 volgde een tweede lijst. Kort daarna werden de scrabblebonden ontboden bij Van Dale. Jongepier: ‘Zij zochten samenwerking. Sindsdien hebben zij de rechten op de lijst, wij zorgen voor de inhoud.’

De SWL is intussen uitgebreid met alle 9-, 10-, 11- en 12-letterige woorden. Denk aan ‘pimpautootje’ en ‘afgetekendst’. Aan de uitbreiding met alle 13-letterige woorden wordt gewerkt. De lijst telt in totaal nu bijna 800 duizend woorden.

In principe volgt de SWL de taalontwikkelingen in Van Dale. Worden er in de online-editie van de Dikke Van Dale een hoop ‘expertes’ toegevoegd, dan worden die ook in de SWL opgenomen: een islamexperte, griepexperte en cyberexperte. En krijgt ‘fruittella’ nu opeens een dubbel-t, vroeger nog gespeld als ‘fruitella’, dan zullen scrabbelaars ook daaraan moeten wennen.

We naderen 2 uur, aanvangstijd. Plaatsen worden ingenomen, scrabbleborden in allerlei formaten uitgestald, vergezeld van blocnotes, glaasjes water, bananen, handcrèmes, dropjes en brillendoekjes. De man-vrouwverhouding is vandaag min of meer gelijk. De gemiddelde leeftijd is naar schatting 60. De oudste deelnemer is 94, de jongste 30.

De Mechelse schepen van cultuur, Björn Siffer, opent de wedstrijd: ‘Ik hoop dat jongeren hun weg vinden naar de prachtige scrabblesport.’ Daarna trekt hij de eerste zeven letters uit het zakje. De wedstrijd kan beginnen.

‘Brussel, Quebec, Italië, Xantippe, Egypte, Oostenrijk en nog eens Oostenrijk,’ roept de spelleider om. Er gaat een zucht door de zaal. BQIXEOO, meteen lastige letters, die op twee reuzenformaat scrabbleborden links en rechts in de zaal worden uitgestald. Hiermee moeten de spelers de komende tweeënhalve minuut het beste woord vormen, wat zij dan op hun wedstrijdbriefje moeten neerpennen. Daarna worden de briefjes ingenomen door de twee ‘hazen’. De jury bestudeert die briefjes vervolgens in de jurykamer, waarna het verlossende woord, OBEX, in een mandje weer retour speelzaal gaat.

Voor de meeste spelers vormt deze rooms-katholieke term geen probleem. Hetzelfde geldt voor COUPEN in ronde 2 en HOBT in de derde beurt. Wie tot nu toe drie topscores heeft genoteerd, staat op een totaal van 86punten, een voor wedstrijdscrabbelaars bescheiden tussenscore.

Een van de ‘hazen’ haalt de beurtbriefjes op. Beeld Sas Schilten

Dat je het gelukselement ook in duplicate-scrabble nooit helemaal kunt buitensluiten, wordt duidelijk in speelronde 4. Op het bord verschijnen de letters LNKPEAR. Mooie letters. De E van COUPEN biedt perfecte aanlegmogelijkheden. Een scrabble (wanneer alle zeven letters in een beurt worden weggespeeld) lijkt in aantocht. Maar als de wedstrijdleiding voorafgaand aan de volgende ronde de scores bekendmaakt, regent het nulscores. Wat blijkt? Een klein aantal spelers koos voor het geldige NEERPLAK, maar 36 anderen gaan de mist in met NEERKLAP, wat niet wordt goedgekeurd.

Na beurt 6 wordt de jonge Vlaming Bruno De Bouvere naar voren gehaald. Uit de letters NURQSGT fabriceerde hij GRUNTS, en daarmee scoorde hij een ‘solo’ (als enige het hoogste puntenaantal voor die ronde halen). Als beloning krijgt hij een doos chocolaatjes.

Beurten 7 tot en met 10 (WAALDE, KOMIEKJE, VINDEN en RYTON) worden afgewerkt. Het is pauze. Er vormt zich een rij voor het tafeltje waar abrikozen- en kersentaart wordt geserveerd. De discussie in de hal gaat vooral over NEERKLAP. ‘In Vlaanderen een volkomen gangbare term’, zegt iemand verontwaardigd. Toch blijft de sfeer gemoedelijk.

Henk Jongepier is lid van de taalcommissie en dus medeverantwoordelijk voor de samenstelling van de SWL. ‘Wij baseren ons op Van Dale. In de 15de editie kwam ‘neerklappen’ niet voor. Zodra dat in de online-editie is veranderd, zullen we de SWL hierop aanpassen.’

Hoe secuur er ook wordt omgesprongen met de samenstelling van de woordenlijst, het spel zal altijd taaldiscussies blijven uitlokken. Soms lijkt het wel alsof scrabbelaars juist hier genoegen aan beleven.

Jongepier: ‘Gewestelijke uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld lastig. ‘Bakkelen’, in de West-Vlaamse betekenis van licht vriezen, was in navolging van Van Dale uit onze lijst geschrapt. Maar onder druk van onze achterban hebben we die beslissing teruggedraaid.’

Andersom had Bert van der Loo ooit succes met PARTUUR. Toen de Vlamingen kwamen vragen of dat toch niet PARTITUUR moest zijn, kon hij ze vertellen dat het een term uit het kaatsen is. ‘Je moet je streektermen kennen. Ik ken alle synoniemen van plassen uit mijn hoofd: mijgen, miegen, sassen, zeiken, enzovoort.’

In de pauze wordt nog druk gedelibereerd. Beeld Sas Schilten

De tweede helft vangt aan met QRZMEEE. ZWEM levert 51 punten op. In de jurykamer is de lucht zwanger van de wedstrijdspanning: blaadjes worden gesorteerd, woorden ingevoerd in de computer, scores berekend. Juryleden roepen in rap tempo de twijfelgevallen af. Jan De Ridder laat zich niet van zijn stuk brengen. Hij oogt wat als een verstrooide professor, intussen is hij de kalmte zelf: ‘COQUE? Nee, dat gaat niet, hè. HENNAS? Nee, HENNA heeft geen meervoud.’ Uiteraard worden alle woorden altijd nog gecheckt in de SWL, maar De Ridder zit er nooit naast.

Na DIEN, FESES, NAWARE, ENGEND, AFZENGEND en QUE volgen op de valreep nog twee scrabbles. Eerst valt INVLOED en in de slotronde kan er vet gescoord worden met GIJNTJES op negen keer woordwaarde.

Henk Jongepier staat dan nog tweede, maar in plaats van het winnende GIJNTJES legt hij GIENTJES, dat door de jury wordt afgekeurd. Eén letter verschil tussen winnen en verliezen. Ook Bruno De Bouvere mist de boot door twee nulscores, hoewel hij in zestien andere ronden de topscore haalde.

Na afloop is men het erover eens: het was een lastige wedstrijd met een bijzonder spannend eindschot. Jan De Ridder analyseert: ‘Omdat de lange woorden pas tegen het eind vielen, zat het bord lange tijd potdicht. Dan is het lastiger hoge scores te realiseren.’

Winnaar is Frans Symons van Littera Tessenderlo. Een Vlaming: hoe kan het ook anders. Hij scoort een indrukwekkende 955 punten en ontvangt een fles cava en een cadeaubon voor het Kruidvat. ‘Ik had vandaag misschien niet de hoogste woorden, maar ik haalde geen enkele nul. Dat heeft me de overwinning opgeleverd’, zegt hij bescheiden.

Als de uitslag is bekendgemaakt, gaan de glazen Palm en Leffe rond. En er zijn de sterke verhalen. Over Annemie, die als enige wist dat je KRUISZEE kunt verlengen tot KRUISZEEL. Of over Jan De Ridder, die eerder dit seizoen in de voorlaatste ronde iedereen achter zich liet met HOUWMESJE. En dat terwijl hij een nul had gescoord in een ronde waar 104 punten konden worden verdiend.

Tegen half 7 vertrekken de laatste scrabbelaars. De spelers van Heureka, de organiserende club, ruimen de kantine van de Tuinbouwschool op. Jan De Ridder, de beste scrabbelaar van de lage landen, tilt wat bierkratten mee. Ook dat is wedstrijdscrabble.

Zaterdag vindt het NK duplicate-scrabble plaats in Amersfoort.

Woorden voor winnaars

AFZENGEND tegenwoordig deelwoord van ‘afzengen’: door schroeihitte afblakeren

FESES tweemaal met een halve noot verlaagde F

GIJNTJES verkleinwoord van ‘gijn’ (takel)

GUARGOM plantaardig verdikkingsmiddel

HOBT 1. hobbelen, 2. bewerken met een hobstempel

KRUISZEEL draagband van kruiers en lastdragers

KSITJES verkleinwoord van de Griekse letter ksi

MAAMPJE verkleinwoord van ‘maam’ (botervis)

NAWARE aanvoegende wijs van ‘nawaren’ (met de ogen volgen)

OBEX gebrek waardoor het geldig ontvangen van het sacrament wordt verhinderd

PARTUUR 1. evenknie, gelijke, 2. partij in het kaatsspel

QUANT kleinste natuurlijke karakteristieke eenheid van een natuurkundige grootheid

QUENAST soort van porfier uit de omgeving van Quenast (België)

RABABBELTJES verkleinwoord van ‘rababbel’ (1. oorveeg, 2. suikerballetje, 3. geelgroene bosvrucht van de aardappelplant)

RYTON hoornvormige drinkbeker

SICAV 1. (Belg.) beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, 2. aandeel in een beleggingsfonds

WAALDE verleden tijd van keren, kenteren, draaien

YLIDEN neutrale dipolaire molecule waarin een negatief geladen atoom direct aan een heteroatoom met een formeel positieve lading is gebonden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.