PoëzieGoed & Slecht

Een sonnet kan heel wat hebben, maar niet alles

Arjan Peters las aparte sonnetten van Kreek Daey Ouwens en Roelof ten Napel.

Beeld Getty, bewerking studio V

Een sonnet kan heel wat hebben. De aloude dichtvorm doorstaat alle winden van parlando en rijmloosheid, en weerstaat elke avant-garde alsof dat modieuze grillen zijn die geen stand zullen houden. Zelfs gemorrel aan het eigen systeem kan het sonnet moeiteloos verdragen. Aan de bundel Rebelse sonnetten (Wereldbibliotheek/Nieuw Amsterdam; € 10) droeg Kreek Daey Ouwens (1942) dit bij, getiteld ‘(Grootmoeder)’:

Al te verlegen
Al te zwaar
Konijn
Dat rilt

Iets
Als
Een
Schot

Alleen een kraai
Komt
Dichterbij

Pikt
Zonder
Haast

In Nederland geldt het vaak als verdienste wanneer de schrijver ijverig schrapt. Alleen het wezenlijke zou overblijven. Dan maar níét wezenlijk, denk je echter bij dit suffe konijn dat terecht wordt doodgeschoten (zwaar en verlegen, daar gaan we niet op wachten) en tot voedsel dient voor een kraai. Het sonnet is hier uitgekleed tot een geraamte. Pakken we er een stoffer en blik bij, dan zijn die 21 woorden vlug in de afvalcontainer verdwenen.

In zijn omvangrijke bundel In het vlees weet Roelof ten Napel (1993) de klassieke vorm danig te testen, maar bij hem past dat bij zijn onophoudelijke filosofisch-religieuze zelfondervragingen (Hollands Diep; € 25,98). 

Hier is ‘Sonnet XCII’:

een ander woord nodig –
ons?
daar loopt een ons rond, daar
stond een ons, ik zag twee
onzen praten –

wel zo eerlijk, niet
te doen alsof dat woord niet al aan groepsvorming doet –

een religieuze oefening: in elke tekst het woord mens
door ons vervangen, en kijken wat er opvalt, wie er wegvalt,

welk ons wij niet meer kunnen zien, welk ons niet bij ons hoort,
welk ons niet als ons wordt behandeld, blijkbaar toch
anders is, niet precies een ons, niet precies niet, iets
wat vooral moet worden vergeten, zodat wij weer begrijpen
wie wij denken te zijn

Je kunt niet eens meer zien dat het een sonnet is. Deze dichter is een worstelaar, met zichzelf en met het geloof dat hij achter zich moest laten. Maar ook kan hij zó losjes vragen stellen dat zijn taal nooit stroef wordt, en hijzelf nooit muurvast komt te zitten.

Dit is dichten als een geslaagde uitbraakpoging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden