Bezoekers van de Stonewall Inn na de rellen van 28 juni 1969.

Achtergrond stonewall inn

Een slagveld zette aan tot de eerste Pride: ‘We staken prullenbakken in de fik en gooiden die door de ruiten’

Bezoekers van de Stonewall Inn na de rellen van 28 juni 1969. Beeld Getty Images

De Volkskrant blikt terug op die avond in gaybar Stonewall Inn met Tree Sequoia (80), die erbij was.

Waarom moet je trots zijn op je seksuele geaardheid, je hebt er toch niks voor gedaan? Elk jaar is er wel iemand die zoiets roept, als Pride eraan komt. Er is zelfs een tegenbeweging. In Boston wilden drie mannen onlangs een ‘Straight Pride Parade’ organiseren, om het volk ‘te onderwijzen over de heterogemeenschap en de unieke problemen waarmee wij te maken hebben.’

Wat deze tegenstanders vaak niet weten, is dat de wereldwijde Pride-vieringen zijn ontstaan uit de zogenoemde Stonewall-rellen in 1969, in New York. Na de zoveelste politie-inval in de gaybar Stonewall Inn in de wijk Greenwich Village, besloten homo’s, lesbiennes, drag queens en transgenders dat het genoeg was en vochten zij nachtenlang tegen de politie. Deze maand wordt het 50-jarig jubileum van deze ‘uprising’ herdacht, tijdens een extra grote World Pride in New York, die zondag wordt afgesloten met een mars en optredens. Ook tijdens Pride Amsterdam (van 27 juli tot en met 4 augustus) wordt stilgestaan bij dit keerpunt in de roze geschiedenis.

De Stonewall Inn in 2012. Beeld Getty Images

Om het belang van deze opstand invoelbaar te maken, blikken we terug met veteraan Tree Sequoia (80), een New Yorker in hart en nieren. Hij ging geregeld met zijn vrienden stappen in de Stonewall Inn aan Christopher Street, destijds het hart van de homogemeenschap in New York. Sequoia was erbij bij toen de politie op 28 juni 1969 de bar binnenviel. ‘Die bewuste avond kwamen ze niet voor ons, maar voor de maffia die de tent runde.’ Maar het waren de gays die terugvochten. ‘Ik was op het verkeerde moment op de juiste plaats, of op het juiste moment op de verkeerde plaats.’

Vogelvrij
Waarom sloeg juist die avond de vlam in de pan? Daarvoor moeten we eerst begrijpen hoe schrijnend de situatie van lhbti’ers eind jaren zestig was. ‘Je kon mijn baas opbellen en zeggen dat ik homo was, zodat hij me zou ontslaan. Of ik kon uit mijn huis worden gezet’, zegt Sequoia aan de telefoon. Het boek Stonewall – the Riots That Sparked the Gay Revolution van David Carter (2004) en de daarop gebaseerde documentaire Stonewall Uprising (2010) maken ook goed duidelijk hoever die klopjacht ging. Homoseksuelen werden door bijna alle artsen, politici en burgers gezien als seksuele ‘perverselingen’ en ‘psychopaten’. Tv-campagnes stookten ouders op om hun kinderen – als die werden verdacht van homoseksueel gedrag – te onderwerpen aan aversietherapieën, in het ergste geval met elektroshocks, chemische castratie of hersenchirurgie.

Veel homoseksuele jongeren vluchtten daarom naar San Francisco en New York, gestimuleerd door verhalen van andere gays. Aan de oostkust verzamelden intellectuelen, kunstenaars en gays zich in Greenwich Village. Homoseksuelen mochten niet samenscholen. Ook mocht hun geen alcohol worden geserveerd. Maar ze troffen elkaar in bioscopen, theehuizen of boekenwinkels en probeerden te cruisen in parkjes. Sprak je de verkeerde man aan, dan kon je in elkaar worden geslagen. De politie deed undercoveracties om homoseksuele mannen in de val te lokken. Ook hingen ze opnameapparatuur in openbare wc’s. Werd je betrapt, dan vermeldden verslaggevers zonder scrupules je naam en achternaam in de krant. 

Maffia
Ondanks die belemmeringen werd in 1967 de Stonewall Inn geopend, nota bene door de maffia, die het aandurfde de wet te negeren. Ze waren zeker geen bondgenoten, maar zagen homo’s als een doelgroep waaraan geld was te verdienen; lhbti’ers konden immers nergens anders heen. De ramen van de bar waren zwart geverfd, zodat je niet naar binnen kon kijken. Een zware deur met kijkluik hield pottekijkers buiten. Je moest eerst langs uitsmijter Blond Frankie, die je vroeg het interieur te beschrijven, om te checken of je goed volk was.

De Stonewall Inn was geregistreerd als ledenclub, dus je moest voor de vorm het gastenboek ondertekenen – met een alias natuurlijk. Daarna kocht je een entreeticket, waarvoor je twee drankjes kreeg. Iedereen wist dat je alleen bier in flesjes moest bestellen, want de sterke drank was aangelengd en omdat er geen stromend water was, werden alle glazen gewassen in dezelfde emmer water. De Stonewall Inn was zo smerig, dat onder de bezoekers hepatitis uitbrak.

Maar dat namen ze voor lief. ‘De Stonewall Inn was destijds een van de weinige plekken waar mannen met mannen konden dansen en vrouwen met vrouwen’, zegt Sequoia. Seks had je in badhuizen of in lege vrachtwagens in de Meat Packing District, die – vreemd genoeg – na het lossen vaak open werden gelaten. Maar in de Stonewall Inn kon je praten, sjansen en dansen op muziek uit de jukebox, kortom: even jezelf zijn. Het publiek was divers: homo’s, lesbiennes en transgenders; wit, zwart en Latino; van ‘hustlers’ tot bankiers. De Stonewall Inn hield lhbti’ers letterlijk van de straat.

De politie viel geregeld de bar binnen. ‘Om steekpenningen te innen bij de maffia’, zegt Sequoia. Volgens auteur David Carter incasseerde de politie van het zesde district maandelijks zo’n 1.200 dollar van de Stonewall-eigenaren. ‘Maar de bezoekers waren ook vaak de pineut’, zegt Sequoia. Dan gingen de lichten aan, moesten we op een rij gaan staan en onze ID-kaarten laten zien. De politie zei dan minachtend: ‘Girls, line up!’ Drag queens en transgenders werden apart gecontroleerd in de wc’s, want die moesten volgens de wet minstens drie kledingstukken van het eigen geslacht dragen – desnoods onder hun jurk. Sequoia is zelf meerdere malen voor de rechter verschenen, alleen omdat hij een homobar had bezocht. ‘Maar na een nacht in de cel en een borgtocht van 20 dollar stond ik weer buiten – en ging direct stappen.’ Het getreiter van de politie was haast routine.

Genoeg
Wat maakte de nacht van vrijdag op zaterdag 28 juni 1969 zo anders? Eerder die week was er al een inval geweest in de Stonewall Inn, de bezoekers waren opgefokt. Ook werd de bar die avond bezocht door de zedenpolitie, die achter de maffiabazen aan zaten. ‘Deze agenten waren veel hardhandiger dan de reguliere wijkpolitie’, zegt Sequoia, die die avond binnen was. ‘Mijn vrienden en ik zagen eruit als vriendelijke jongens, dus ze lieten ons gelukkig snel gaan.’ Maar de transvrouwen en drag queens pikten het geduw en getrek niet en zetten een grote mond op tegen de agenten.

De zedenpolitie maakte de fout die zomeravond om één uur ’s nachts binnen te vallen: op dat moment stond er een menigte voor de ingang te wachten. Die joelde en zong geuzenliederen terwijl de bezoekers de bar uit werden gezet. Al snel raakten de agenten ingesloten door honderden mensen, waarop zij uit angst van binnen uit de ingang barricadeerden. In de documentaire beschrijven ooggetuigen dat moment; ineens was de machtsbalans omgedraaid. De ruim vijfhonderd aanwezige lhbti’ers besloten toen collectief dat het genoeg was. ‘The guys lost that wounded look that fags had ten years ago’, zei Beat-dichter Allen Ginsberg, die op Christopher Street woonde, nadat hij de relschoppers had gezien.

Het is onduidelijk wie de eerste steen gooide, ook omdat er bijna geen foto’s zijn van de rellen. In de meest recente, overigens neergesabelde, speelfilm Stonewall (2015) wordt die heldenrol toegedicht aan een fictieve, masculiene, witte boerenkinkel, wat tot veel woede leidde bij de veteranen, omdat de sleutelrol van lesbiennes, transgenders, drag queens en personen van kleur buiten beschouwing werd gelaten. Het is aannemelijker dat de rellen begonnen nadat de ‘cross-dressing’ lesbienne Stormé DeLarverie schreeuwde: ‘Waarom dóén jullie niets?’, toen ze werd afgevoerd door de politie. Ook transactivisten Sylvia Rivera en Marsha P. Johnson hebben een leidende rol gehad.

Marsha P. Johnson, activist voor de rechten van transgenders. Beeld filmbeeld

Die nacht veranderde Christopher Street in een slagveld. ‘Er werd een parkeermeter uit de grond gerukt om de deur in te rammen en de bar in te gaan’, zegt Sequoia. ‘We staken ook prullenbakken in de fik en gooiden die door de ruiten.’ De Stonewall Inn werd verwoest, toegesnelde agenten werden bekogeld met stenen en afval, en een ‘paddy wagons’ (codetaal voor politieauto’s) werden vernield, terwijl demonstranten ‘Gay power!’ schreeuwden. 

Zaterdagochtend was Christopher Street leeggeruimd, maar die avond begonnen de rellen opnieuw. Dit keer kwamen er meer dan duizend mensen naar de Stonewall Inn. Ze scandeerden leuzen, staken weer vuilnisbakken in de fik en raakten slaags met de politie, die ook met meer agenten naar de buurt waren gekomen. Na een rustige zondag, maandag en dinsdag ging het woensdag nog een derde en laatste keer los, al duurde dit opstandje maar een uur. Opvallend is dat er die week slechts 21 demonstranten zijn opgepakt door de politie. 

Omdat alle media over de opstand schreven, kreeg de beweging momentum. De gay lobbygroep Mattachine Society, die het debat sinds de jaren vijftig op een beschaafde manier wilde beïnvloeden, gekleed in nette pakken, maakte plaats voor het activistische Gay Liberation Front. Dat verspreidde flyers met de tekst: ‘Do you think homosexuals are revolting? You bet your sweet ass we are!’ (revolting betekent zowel ‘walgelijk’ als ‘in opstand komen’). De Stonewall Inn bleef gesloten, maar op 28 juni 1970, een jaar na de rellen, werd de eerste Christopher Street Liberation Day georganiseerd, een herdenkingsmars van Christopher Street naar Central Park. Al snel waaide deze herdenking over naar andere wereldsteden. Daarom is de maand juni in veel landen  omgedoopt tot Pride Month.

Campy verzet

Tijdens de Stonewall-rellen probeerde de oproerpolitie de menigte met geweld terug te dringen. Ze zagen het totaal niet aankomen toen de lhbti’ers een chorus line vormde, synchroon hun benen de lucht in trapten en een campy geuzenlied zongen met de tekst: ‘We are the Stonewall girls! We wear our hair in curls! We don’t wear underwear! We show our pubic hair!’

Ontucht
Lhbti’ers in Nederland volgden een ander, maar net zo fascinerend pad naar bevrijding. Weinig mensen, vooral de jongeren van nu, weten dat enkele maanden vóór de Stonewall-rellen al een demonstratie voor homorechten plaatsvond in Den Haag. Op 21 januari 1969 protesteerden studenten op het Binnenhof tegen artikel 248-bis van het wetboek van strafrecht, dat de leeftijdsgrens voor homoseks op 21 jaar stelde, terwijl die voor heteroseks op 16 jaar lag. Brak je deze wet, dan kon je voor maximaal vier jaar de cel in, wegens ontucht.

Joke Swiebel was een van de initiatiefnemers van de demonstratie en vertelde begin dit jaar in een lezing dat de situatie voor lhbti’ers destijds even nijpend was als in Amerika. ‘Het artikel heeft veel leed veroorzaakt. De zedenpolitie kwam bij je thuis, mensen werden ontslagen of raakten hun woning kwijt, allerlei ellende – nog afgezien van de schaamte en morele narigheid die ze over zich heen kregen.’ Over een periode van vijftig jaar zijn er zo’n zevenduizend mensen onderzocht op homoseksueel gedrag, blijkt uit het rapport Bewaar mij voor de waanzin van het recht – 100 jaar strafrecht en homoseksualiteit in Nederland (2012). Tweeënhalf duizend lhbti’ers kregen een geldboete of celstraf.

Deze eerste homodemonstratie in Europa was vrij braaf vergeleken met de Stonewall-rellen, met teksten als: ‘Wij zijn toch ook mensen van vlees en bloed, wij zijn toch ook mensen met gevoel. Vernietig daarom artikel 248-bis, a.u.b.’ Na inspanningen van het COC en onderzoek door de Gezondheidsraad werd artikel 248-bis twee jaar later afgeschaft. Op 4 mei 1970, tijdens de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam, werd ook gedemonstreerd: twee studenten wilden een krans te leggen ter herdenking van homoseksuele oorlogsslachtoffers. Ze werden gearresteerd, maar dit incident leidde wel tot de oprichting van het Homomonument in 1987.

Een beeld van een demonstratie tegen discriminatie in 1969 op het Binnenhof in Den Haag. Beeld ANP

Toch duurde het nog jaren voordat Nederland zijn eigen Pride kreeg. Pas in 1978 vond de eerste grote demonstratie plaats, georganiseerd door de Internationale Lesbische Alliantie, tegen de anti-homocampagne van zangeres Anita Bryant. Dit werd een jaarlijks evenement dat nu Roze Zaterdag heet en ieder jaar in een andere stad wordt gehouden. Sinds 1996 heeft Amsterdam een eigen Pride, om vrijheid en diversiteit te vieren. Hoewel dat de Pride toegankelijker maakte voor een breed publiek, willen activisten niet dat de politieke wortels van Pride verloren gaan in een commercieel volksfeest.

Onveilig
De emancipatie is namelijk nog lang niet voltooid. In Nederland hebben lhtbi’ers al veel van de rechten waarvoor ze hebben gevochten, maar ze voelen zich nog geregeld onveilig op straat en krijgen nog steeds te maken met discriminatie. En Amerika mag dan de geboortegrond zijn van Pride, onlangs verbood het Witte Huis ambassades om de regenboogvlag te hijsen. Pride, hoe die ook wordt gevierd of ingevuld, is dus nog hard nodig. Lhbti’ers zijn niet trots op hun geaardheid, maar op het overwinnen van de schaamte die hen nog steeds wordt aangepraat. Ze vieren het recht om hun seksualiteit en/of genderidentiteit veilig te kunnen uiten.

Dat de jaarlijkse herdenking van de roerige roze geschiedenis ook kan leiden tot verzoening en gerechtigheid, bleek onlangs nog. Politiechef James O’Neill van New York zei begin deze maand dat ‘de NYPD destijds verkeerd heeft gehandeld’ en dat de wetten uit die tijd, die homoseksualiteit verboden en het strafbaar maakten om een gaybar te bezoeken, discriminerend waren. ‘Daarvoor bied ik mijn excuses aan.’ In Nederland heeft minister Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toegezegd dat er onderzoek zal worden gedaan naar de vervolging van homo’s in de 20ste eeuw.

Activist Tree Sequoia in 2011. Beeld FilmMagic

Activist Tree Sequoia staat inmiddels 23 jaar achter de bar van de heropende Stonewall Inn, waar hij jongere klanten uit de hele wereld vertelt over de strijd die zijn generatie heeft gevoerd voor de rechten die zij nu genieten. ‘Ik zeg altijd: ga studeren, heb veilige seks, zorg goed voor jezelf. Ik had vroeger niks, maar heb nu een heerlijk leven. Ik ben 80, maar werk nog drie avonden in de week tot 3 uur ’s nachts en feest net zo hard als de jonkies. Ik leef nu in een vrijheid die ik nooit voor mogelijk had gehouden.’ 

Lees ook:

Lhbti’ers krijgen veel te verduren, maar onderling zijn ze ook niet tolerant
Tegen alle vijandigheid zouden lhbti’ers één front moeten vormen. In plaats daarvan is er nog veel onderlinge strijd, uitsluiting en destructieve seks.

Hiv-preventiepil biedt homo’s seks zonder angst
We volgden drie jaar lang gebruikers van PrEP, een preventief medicijn tegen hiv. Hoe werkt hetverandert de pil hun seksuele gedrag en neemt de angst voor hiv af?

‘Ik wil laten zien dat lhbt’ers een verrijking zijn voor de kerk’
Wielie Elhorst is de eerste dominee voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders in Nederland. Als het aan hem ligt, wordt niemand meer buitengesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden