EEN SERIEUS VAK

Voormalig toneelcriticus Hans van den Bergh is een liefhebber van acteurstoneel. Voor een lijvig boek over toneelspel ondervroeg hij bijna vijftig acteurs zeer uitgebreid....

'Ik wil niet zeggen dat het allemaal krankzinnigen zijn, toneelspelers,maar helemaal normaal vind ik ze niet.' Deze uitspraak van Ko van Dijksiert de eerste pagina van het boek De sterren van de hemel waarin auteurHans van den Bergh op zoek gaat naar de kunst van het toneelspelen. Deafgelopen vier jaar heeft hij bijna vijftig acteurs aan de hand van eenenquête met 86 vragen over hun vak geïnterviewd.

Prof. dr. Hans van den Bergh, hoogleraar cultuurwetenschappen en van1965 tot 1997 toneelcriticus van Het Parool, is een echte liefhebber vanacteurstoneel. 'Toen ik over mijn boek begon na te denken had ik eigenlijkmaar één vraag: Hoe doen ze dat, toneelspelen? Gaandeweg ben ik mijnnieuwsgierigheid gaan uitsplitsen in een reeks vragen over talent,opleiding, visie op het vak, de repetities en het spelen.'

Is toneelspel een creatieve kunst? Is aanleg noodzakelijk? Spelen deBritten beter? Is mooi zijn een pluspunt? Heeft u ooit profijt gehad vaneen recensie? Het zijn enkele van de 86 vragen die in De sterren van dehemel uitgebreid worden behandeld.

Ko van Dijk, in 1972 overleden, behoort uiteraard niet tot degeïnterviewden maar komt in het boek (met maar liefst 36 vermeldingen)veelvuldig te sprake. Hij is kennelijk de oervader van het Nederlandsetoneel, het archetype acteur die zowel de tragische kant van het acteursdomals de bon-vivant in zich verenigt.

De romantiek van het acteursbestaan wordt in Van den Berghs boek vanflink wat kanttekeningen voorzien. De geïnterviewde acteurs - van PierreBokma tot Ton Lutz, van Marieke Heebink tot Ellen Vogel - doen hun uiterstebest hun kunstvorm neer te zetten als een zeer serieus vak, waarvoorintelligentie, discipline, uithoudings- en incasseringsvermogen enpsychologisch inzicht eerste vereisten zijn. Niks lang leve de lol,billenknijperij in de coulissen, lallend de bus naar Meppel in.

Nadat de auteur zijn omvangrijke materiaal gewikt, gewogen en geordendhad, ontstond een boek van 573 pagina's waarin een ding duidelijk wordt:geen acteur lijkt op de ander. Het acteursbestand biedt een rijk palet aanstijlen, opvattingen en gedachten die de acteur in staat stellen op hettoneel een eigen universum te scheppen, en absoluut geen nabootsing van hetechte leven na te streven. Want dat is wat de geïnterviewde acteurs bindt:een hekel aan imiteren, aan typetjesmakerij, aan het 'in de huid van eenander kruipen', een uitdrukking die algemeen wordt verfoeid. Ton Lutz:'Oscar Wilde zei het al: de kunst begint waar de imitatie ophoudt.'

Is de toneelspeler in wezen een halfkunstenaar, die de tekst van eenander zegt en uitvoert wat de regisseur hem opdraagt? Van den Bergh: 'Wijstaan nu eenmaal op de schouders van anderen, zegt Hans Croiset en zo ishet ook, daar hoef je verder niet filosofisch over te gaan doen. Maar kijknaar twee verschillende opvoeringen van Hamlet en zie hoe twee acteurs daarzo verschillend invulling aan kunnen geven, en je ervaart de magie van hetacteren.'

Van den Bergh gaat al ruim 45 jaar naar het theater en heeft de rol vande acteur behoorlijk zien veranderen. 'De Aktie Tomaat is in die zinnatuurlijk een breekpunt geweest. De acteur is daarna veel autonomergeworden, mondiger, zelfstandiger ook. Vroeger zei de regisseur: 'Annetje,jij gaat dáár staan en dan barst Bartje in huilen uit.' GerardjanRijnders zegt nu tegen Joop Admiraal: Joop, kom maar op en laat maar watzien. Aan de andere kant zie je inderdaad dat door het steeds belangrijkerworden van de regisseur de acteur deel uitmaakt van een concept, van eengroter geheel waarin vormgeving, licht, geluid en beeld van even grootbelang zijn. Regisseurs als Theu Boermans, Dirk Tanghe en zeker ook Ivo vanHove plakken dat concept stevig op hun spelers.'

In Van den Berghs boek worden theorieën over de acteerpraktijkveelvuldig verluchtigd met anekdotes en wetenswaardigheden die op eenprettige manier inzicht verschaffen. 'Het is juist zo aardig om niét tebegrijpen wat je moet spelen, dan kun je zelf aan de slag', antwoordt SachaBulthuis op de vraag of een acteur op de repetitie wel eens vragen overzijn rol stelt.

Zelf acteur worden, Van den Bergh heeft er in het begin wel eens overgedacht maar, nee toch maar niet. 'Ik heb in de eerste regie van Ton Lutzgestaan, destijds bij het Amsterdams Studententoneel. En ach, ik zou besteen redelijk acteur zijn geworden, maar ik was ook wel een lezertje, dusheb uiteindelijk gekozen voor de wetenschap. Bovendien: het is geen pretjehoor, dat acteursbestaan. Ze zijn in een continu gevecht met zichzelf, enmet elkaar. Je moet puntige ellebogen hebben in dat vak.'

Acteurs zijn ondanks al hun gedoe, hun ijdelheid en hun pronkzucht aufond onzekere mensen, vindt Van den Bergh. 'Paul Steenbergen zei eens tegenmij: Elke postbode of verpleegster weet dat wat hij doet zinvol is, maarwat wij doen is toch vooral malligheid. Dat gevoel van een eendagsvliegzijn, dat moet toch ook knagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden