Een schrijversleven op geliefd familiebezit

Met het geld van de Nobelprijs bekostigde de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf de verbouwing van haar familielandgoed, Mårbacka, dat ook figureerde in haar romans....

ADRIAAN DE BOER

BIJNA zestig jaar na haar dood krijgt iedere Zweed Selma Lagerlöf nog zo vaak onder ogen dat hij haar niet langer ziet. Op elk biljet van tjugo kronor (vijf gulden) glimlacht ze schraal vanonder een imposante aanschaf uit de oudedameshoedenwinkel, met naast haar de beginzinnen van het manuscript van Gösta Berlings saga. Op de achterzijde klapwiekt de tamme ganzerik Akka boven een mathematisch patroon van akkers, met op zijn rug de kleine Nils Holgersson, bezig aan zijn wonderbare reis voor het boek dat eigenlijk bedoeld was als veelzijdig hulpmiddel in de klas, bij aardrijkskunde, natuurlijke historie en geschiedenis.

Het beantwoordde niet helemaal aan dat doel, Lagerlöf had verzuimd de hoofdpersoon met de rode muts de kleine provincie Halland te laten aandoen , maar over de hele wereld sloten lezers het boek voor altijd in hun hart.

Ze werd in 1858 geboren in het hart van Värmland, ondanks de vroegere mijnbouw en de geleidelijk weer verdwenen ijzerindustrie een vrijwel ongerepte provincie in het westen van Zweden, op het kleine landgoed Mårbacka. Ze hield zielsveel van het simpele doosvormige donkerrode houten huis met de witte raamkozijnen en de kleine veranda, dat nog was gebouwd door haar overgrootvader. Met zijn vier kamers, keuken en twee zolderkamers was het aanvankelijk een pastorie.

De vele verhalen die in de (predikanten)familie van generatie op generatie werden doorverteld, deden haar schrijverschap ontluiken, mede doordat Selma na een aanval van kinderverlamming op haar derde min of meer aan huis was gebonden. Mårbacka stond al meteen model voor het Lövdala van Gösta Berling in haar eerste roman.

De onverwachte dood van haar vader betekende een dubbele slag. Het gezin bleek zo diep in de schulden te zijn geraakt dat het huis moest worden verkocht en de inboedel geveild. Voor Selma, die in Stockholm voor onderwijzeres had gestudeerd en - behalve het jaar dat ze vrijaf kon nemen als winnares van een schrijfwedstrijd voor het blad Idun, dat een aardig bedrag had uitgeloofd - voor de klas stond van de meisjesschool in Landskrona, was ook het verlies van haar geboortehuis bijna ondraaglijk.

Maar als in een sprookje dat ze zelf had kunnen bedenken, slaagde ze er later in van de opbrengst van haar boeken het huis, bijgebouwen en landerijen terug te kopen, plus een deel van hun oude spullen. Na een grondige verbouwing in twee fasen - voor een deel bekostigd van de aan de Nobelprijs van 1909 verbonden som, die nu een waarde van 1,3 miljoen gulden zou vertegenwoordigen - leefde ze er te midden van een te ruime hoeveelheid personeel en landarbeiders (neen zeggen kon ze niet als iemand om werk vroeg) nog lang en redelijk gelukkig. Ongetrouwd, maar ze had twee rivaliserende hartsvriendinnen die hun jaloezie niet goed wisten te verbergen, elkaars voornaam niet eens over de lippen kregen en nooit tegelijk op het landgoed verbleven.

De verbouwingen getuigen vooral van eerbied voor het familiebezit: Mårbacka werd bijna in zijn geheel overhuifd, een stuk oude kaas onder een flinke stolp. Lagerlöf liet het schuine dak eraf halen en de keuken vergroten en bouwde er een licht en stijlvol landhuis overheen met twee verdiepingen. De bezoeker komt binnen via het halletje van het tweehonderd jaar oude deel, waar een boekenkast staat met uitgaven van het Selma Lagerlöf Genootschap, proefschriften en biografieën die aan haar zijn gewijd. Op het kastje de gans die ze kreeg van een jongetje dat 'm zelf had geschoten en opgezet.

Erboven een sneeuwlandschap van provinciegenoot Gustaf Fjaestad, een cadeau van de bevolking van Värmland toen ze zeventig werd. Ze was tamelijk beroemd en geliefd, actief geweest in de beweging van de suffragettes en als eerste vrouw gevraagd voor de Zweedse Academie. Haar boeken waren verfilmd door vooraanstaande Zweedse regisseurs, met Greta Garbo als Elisabeth Dona in Gösta Berling. Alleen de dorpsbewoners aan de andere kant van het meer zagen af van een bijdrage: de schrijfster was - het zweemt naar belgenmop - 'in Västra Ämstervik niet zo bekend'.

Op de benedenverdieping verder een smaakvolle salon, de oude provisiekast en de nieuwe keuken, die zij bewust in de traditionele stijl liet houden, met een rood koperen aanrechtblad. Supermodern was wel het crèmekleurige fornuis van AGA dat twaalf uur nodig had om op temperatuur te komen en 24 om weer af te koelen. (De gids vertelt de anekdote van de bezoeker uit Brazilië, die indertijd zo onder de indruk was dat hij er ook een bestelde bij de fabriek in Lidingö. Netjes kopieerde hij alle gegevens op het apparaat en richtte zijn correspondentie aan: 'AGA Patent, Klep gesloten houden, Zweden.')

Met haar belangrijkste vriendin Sophie Elkan, die ook romans schreef en aan wie ze haar literaire vorderingen voorlas, had ze grote delen van Europa bereisd, Egypte en Palestina. De tocht naar Jeruzalem had een bijna journalistieke inslag. In twee delen legde ze de lotgevallen vast van een boerengemeenschap uit Näs, die zich in het Heilige Land had gevestigd. Ze staan met de rest van haar oeuvre en de vertalingen achter glas in de omvangrijke bibliotheek op de eerste etage.

Op een van de planken Mijn Italiaantjes van Christina Doorman, een Nederlandse leeftijdgenote die ook een biografie aan haar wijdde, en De grote stille knecht van A. van de Werfhorst uit 1936, die op latere omslagen voluit Aar heet. De knecht is 'een eenvoudig man afkomstig uit het Veen, die zwervend in het oosten van het land terechtkomt', volgens een tekstje van Querido uit de jaren zestig. Wanneer een pestepidemie de streek teistert, 'ontlaadt de uit doodsangst geboren haat zich met alle kracht op de vreemdeling'. Het moet een geschenk zijn geweest, vermoedelijk was Aar een bewonderaar.

Naast de bibliotheek de grote, lichte slaapkamer met eenpersoonsbed. In de garderobe een paar zwarte schoenen met hakken van ongelijke hoogte. Na de dood van Sophie richtte Selma te harer nagedachtenis een aangrenzend vertrek in met meubilair en persoonlijke bezittingen die aan haar vriendin hadden toebehoord. Op Sophie's sofa legde ze zich ook te rusten om te sterven.

De tweede verdieping van Mårbacka, nu een nationaal monument, is, bepaalde ze bij testament, alleen toegankelijk voor bloedverwanten en hun nageslacht. Voor het familiegraf waarin ze begin maart 1940 werd bijgezet, heeft ze een uitzondering gemaakt. De trouwe huishoudster Ellen kreeg haar laatste rustplaats tussen de Lagerlöfs.

Adriaan de Boer

Dit is deel 13 van een reeks over schrijvershuizen, die elke dinsdag en zaterdag verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden