Een schilderij is niet om aan te ruiken

EEN FRANSMAN heeft ooit beweerd dat je een vervuild schilderij het beste kan schoonmaken door 'er domweg op te piesen'....

PAUL DEPONDT

Stel dat je na sluitingstijd in de Londense National Gallery of het Parijse Louvre in de duisternis wordt opgesloten en je bent in het bezit van een ultraviolette lamp. In het schijnsel van de lamp krijg je op de schilderijen die er hangen niet de taferelen te zien die je anders ziet, niet de sierlijke madonna's of Hollandse luchten, maar fluorescerende dots en blobs. Het ultraviolette licht bevrijdt weggeschilderde of onder het stof van de tijd geraakte voorstudies of zelfs 'andere' schilderijen die jaren achter craquelures en vergeelde verfpigmenten verborgen zaten.

Soms is ook de meester onzichtbaar. De modderige teint van het schilderij verbergt diens handschrift. Vaak zijn zulke schilderijen sleepers, oude meesters die na verloop van tijd teruggevonden worden. En wie geluk heeft, kan er geld mee verdienen. Veel geld.

Dealer Deborah Gage kocht in 1992 een landschapje dat ze boven de buffetkast had zien hangen in het huis van een van haar Amerikaanse klanten. Die had het naar het werk van John Constable geschilderde tafereeltje twintig jaar eerder bij Sotheby's gekocht voor 250 pond.

In de catalogus stond by J. Constable. In veilingcatalogi wijzen initialen bij de naam van een schilder doorgaans op de twijfelachtige toeschrijving. Daarom was het Constable-schilderijtje ook zo goedkoop. Gage liet de morsige en vettige stoflaag en de latere overschilderingen verwijderen. Het was een Constable, een schets voor zijn Valley Farm. Het is intussen meer dan honderdduizend pond waard.

Philip Archibald Reginald Parker, bijgenaamd Buffy, een van de bekendste 'runners', had een bijzonder oog voor zulke verborgen oude meesters. Hij rook het. Voor 180 pond kocht hij een portret van paus Clemens VII. De herkomst en de geschiedenis van het schilderij waren bij het veilinghuis onbekend, maar Buffy was ervan overtuigd dat het een Titiaan, een Veronese of zelfs een Giorgione kon zijn.

Hij liet het roet van het schilderij halen en ging op zoek naar de verborgen provenance. Het was, ontdekte hij, zonder twijfel een Sebastian del Piombo. Het Getty Museum in Malibu verwierf het voor 6,5 miljoen pond.

In 1925 merkte Hofstede de Groot al op dat het hardnekkig toeschrijven van een schilderij aan een bekende of een mindere meester zoiets is als het 'zoeken van spijkers op laag water'. Het heeft niet zoveel betekenis of De Poolse Ruiter, dat ietwat groezelige schilderij uit de New Yorkse Frick Collectie, wel of niet aan Rembrandt of Drost wordt toegeschreven. De Groot had 'huiver bij de gedachte dat het in de toekomst regel zou kunnen worden meesterwerken van de oude schilderkunst aan een laboratoriumonderzoek te onderwerpen'. Schilderijen, noteerde Victor Hugo in zijn dagboek, 'zijn er niet om aan te ruiken'. Daar kijk je naar.

Oude meesters kunnen op een frappante wijze ouder worden. Paolo Veronese, schrijft Peter Watson in Wijsheid en kracht - een boek over de 'levensgeschiedenis' van Veroneses beroemde schilderij Allegorie op Wijsheid en Kracht, had in een eerdere opzet van het doek een opbollend stuk stof geschilderd en dat vervolgens weer overgeschilderd. Hij had zich bedacht.

Het stuk stof werd na verloop van tijd op het schilderij weer zichtbaar en ontsierde het beroemde werk. Zo'n verandering heet pentimento en is het opvallendste aspect van het verouderingsproces van oude meesters.

Die gouden gloed, het vergelen of bruiner worden van een tafereel, is wellicht wat de mensen zo aantrekt in oude meesters. Elk schilderij heeft zijn geheimen. Beetje bij beetje ontsluiert de verschijning van pentimenti de manier waarop de schilder te werk is gegaan of wie het heeft gemaakt.

De Rembrandt-verzamelaar W. Hope bezat naar eigen zeggen ooit een schilderijtje van de meester op mahoniehout dat hij voor een goede prijs had kunnen kopen. Kenners wezen hem erop dat in Rembrandts tijd nooit op zo'n houtsoort werd geschilderd. Hope verbrandde het schilderijtje. Na onderzoek, veel later weliswaar, bleek dat in de tijd van Rembrandt juist wel mahoniehout werd gebruikt.

Hij had er eigenlijk domweg op moeten piesen.

Echt of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden