BoekrecensieKort

Een scherp oog voor de criminelen van de Weimarrepubliek

Ze hebben zich schuldig gemaakt aan meineed, biljetten vervalst of zeden geschonden. Geknokt, gestolen, moorden gepleegd. In de rechtbankverslagen van Gabriele Tergit, opgetekend tussen 1924 en 1933 in Berlijn (er zit één naoorlogse zaak tussen), komen ze allemaal voorbij, de kleine en grote criminelen van de Weimarrepubliek.

De auteur van de Joods-Duitse familieroman De Effingers, vorig jaar een groot succes in Nederlandse vertaling, werkte haar stukken voor de krant vaak uit aan de hand van een enkele opgevangen zin (ze durfde aanvankelijk geen aantekeningen te maken in de rechtbank). ‘Vrouwen moeten zulke dingen niet doen.’ Of: ‘Jullie kunnen m’n rug op met je Reichswehr.’ Het zijn levendige karakterschetsen, soms bijna korte novellen, altijd geschreven met aandacht voor veelzeggende details. Zo eindigt haar verslag over een man die duizenden mensen een nepmiddeltje aansmeerde: ‘Twee oude dames vonden dat het middel goed tegen hoofdpijn werkte en deden een nabestelling…’

In de loop der jaren wordt de sfeer grimmiger, en Tergit steeds scherper in haar kritiek op de politieke en rechterlijke macht. Samen geven de verslagen in Over de lente en de eenzaamheid een veelzijdig en beklemmend beeld van een land dat nog veel lelijks te wachten stond.

null Beeld Van Maaskant Haun
Beeld Van Maaskant Haun

Gabriele Tergit: Over de lente en de eenzaamheid. Uit het Duits vertaald door Jan Bert Kanon, Kris Lauwereys en Isabelle Schoepen. Van Maaskant Haun; € 22,99.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden