Review

Een roofkoning was Willem III allerminst

Een roofkoning was Willem III allerminst, maar wat dan wel blijft onduidelijk. Historicus Bosman sleurt de lezer heen en weer door de tijd en dat schaadt de helderheid.

'In de Nederlandse geschiedschrijving is verbazingwekkend weinig aandacht besteed aan prins Willem III, de belangrijkste staatsman die het land heeft voortgebracht.' Over het laatste valt te twisten, maar met de eerste vaststelling heeft de historicus Machiel Bosman zeker gelijk. Tijdens de viering van het William & Maryjaar, 1988, werden de stadhouder-koning en diens Glorious Revolution even afgestoft, maar op de lijst van grootste Nederlanders - democratisch opgesteld in 2004 - prijkt zijn naam op de 72ste plaats. Achter Dick Bruna, André van Duin, Leontien van Moorsel, Van Kooten en De Bie, Johan Cruijff en enkele Oranjetelgen - onder wie de laatste drie koninginnen en, uiteraard, Willem van Oranje.

Bosman heeft prins Willem III zijn rechtmatige plaats in de geschiedenis willen teruggeven. Met een handzaam boek over zijn meest memorabele wapenfeit - misschien afgezien van de redding van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën in het 'rampjaar' 1672: de invasie van Engeland met een vloot van vierhonderd schepen en de verwerving van de Engelse kroon. De Roofkoning heet het boek. Die titel doet geen recht aan de vaak geuite, en ook nageleefde, verzekering van Willem III dat hij niets van de Engelsen wilde afpakken of hen iets wilde opdringen. Hij stelde zich slechts ten dienste van hún revolutie.

En zo werd het door de tijdgenoten ook opgevat. Getuige alleen al het feit dat de Engelsen de afzetting van de katholieke koning James (Jacobus) II als hún werk zien. Net als de daarop volgende Glorious Revolution, de beperking van de koninklijke privileges ten gunste van het parlement. Een roofkoning was Willem III dus allerminst.

Machiel Bosman

De Roofkoning - Prins Willem III en de invasie van Engeland
Non-fictie
Atheneum-Polak & Van Gennep; 267 pagina's; euro 19,99.

Onduidelijk

Wie de stadhouder-koning was en wat hem dreef, blijft onduidelijk. Hij 'heeft plannen met Engeland, al weet hij zelf nog niet precies welke', schrijft Bosman op pagina 100. Daarvoor heeft hij Willem III al enigszins raadselachtig getypeerd als iemand 'die met twee tongen (kan) spreken zonder zichzelf te verloochenen'. En wat te denken van: 'Hij is een vriend voor zijn vrienden, een vijand voor zijn vijanden, en voor de rest gelooft hij het wel'. Of: 'Hij is, wat boze tongen ook beweren, niet uit op de heerschappij. Hij is uit op de macht'. Dat Willem III zich er tijdens de overrompeling van Engeland over opwindt 'dat zijn Bredaas bottelbier niet tijdig wordt geserveerd'en ook nog eens naar zeewater smaakt, draagt niet bij aan Bosmans streven de nevelen rondom zijn persoon te verjagen.

Een boek over de dynastieke verwikkelingen die leiden tot de troonbestijging van Willem III zou moeten uitblinken in helderheid. Maar helderheid is de laatste kwalificatie die van toepassing is op Bosmans boek. Hij schuwt de chronologie en sleurt de lezer heen en weer door de tijd. Op het ene moment is die lezer nog getuige van de geboorte van een koningskind, zonder precies te weten om welk kind het gaat en wanneer deze 'meest omstreden bevalling van de eeuw' plaatsvond. Vervolgens wordt in Hellevoetsluis een grote vloot vaarklaar gemaakt. Twintig jaar eerder is de hertog van York, de latere koning Jacobus II, overgegaan naar de rooms-katholieke kerk. Weer zo'n twintig jaar dáárvoor is Jacobus' vader, Karel I, onthoofd. Al deze gebeurtenissen worden met verbale zwier opgedist. Maar het onderlinge verband blijft nogal duister.

En dan verwijst Bosman in het voorbijgaan ook nog eens naar gebeurtenissen waarvan de relevantie voor het eigenlijke thema niet meteen in het oog springt, zoals de belegering door de Turken van Wenen, een oorlog in Italië en de dood van een bisschop in Keulen. Er is geen touw aan vast te knopen, hoe graag je dat als lezer ook zou willen, want Bosman spant zich er overduidelijk voor in om een mooi en spannend verhaal te vertellen. En hij gaat voor de hedendaagse lezer door de knieën met zinnen als: 'Je schoonvader maakt er een zootje van en wie kan dat straks opruimen? Juist, jij.' Willem III wordt echt niet minder ongrijpbaar door de spreektaal die Bosman hem in de mond legt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden