REPORTAGE

Een rondleiding door het gestripte huis van Pieter Teyler van der Hulst

Het gestripte Pieter Teylers Huis. De neoclassicistische stijl was indertijd een anti-orangistisch statement.  Beeld Studio Johan Nieuwenhuize
Het gestripte Pieter Teylers Huis. De neoclassicistische stijl was indertijd een anti-orangistisch statement.Beeld Studio Johan Nieuwenhuize

Het Teylers Museum in Haarlem verbouwt het huis van naamgever Pieter Teyler van der Hulst. De Volkskrant krijgt een unieke rondleiding op de bouwplaats. Het was balanceren tussen publieksvriendelijkheid en een huiselijk gevoel, zegt directeur Marjan Scharloo.

Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778) was een slimme man. Sla zijn ­biografie erop na, en je vindt voorbeelden van schranderheid te over.

Denk aan Teylers vele gelukkige investeringen als handelaar en bankier, maar ook aan het uitgekookte systeem dat hij bedacht om te garanderen dat de vijf bestuurders die zijn stichting na zijn dood zouden bestieren netjes democratisch samenwerkten. Hij liet een deur bouwen met vijf sloten en evenzoveel sleutels. Bleef één bestuurder weg, dan kon men niet bij de kluis. Deze deur-met-de-vijf-sloten treft men nog altijd op de bovenverdieping van Teylers voormalige woonhuis aan de Damstraat in Haarlem.

Dat huis, in feite vier aaneen­gestucte huizen (een Rijksmonument), zal als de omstandigheden het toelaten in november opengaan voor publiek. Het zal deel gaan uitmaken van – en toegankelijk zijn via – het aanpalende Teylers Museum, de eigenaar. Het werd de afgelopen jaren ingrijpend gerenoveerd door TPAHG architecten. Kosten: 7,5 miljoen euro.

Pieter Teyler van der Hulst

‘Pieter Teyler was een bescheiden man, zegt Teylers Museum-directeur Marjan Scharloo. ‘Hij behoorde tot de doopsgezinden, wat wilde zeggen: de revolutionairen. Hij gaf veel aan armenzorg en technologische innovatie, zoals de ontwikkeling van betere molens. Hij was een praktische man. Indertijd gangbare filosofieën over God die een horlogemaker was die de wereld als een ingenieus klokwerk in elkaar had gezet waren aan hem niet besteed.’

Architectuurhistorische bezienswaardigheden

Bij wijze van voorproefje leidt ­directeur Marjan Scharloo rond door het gestripte gebouw. Van de antichambre in neoclassicistische stijl (‘een anti-orangistisch statement indertijd’) gaat het langs het binnenplaatsje naar de voorkamers, en vandaar de trap op naar de deur met de vijf sloten.

Een van de best bewaarde interieurs van ons land, volgens directeur Marjan Scharloo.  Beeld Studio Johan Nieuwenhuize
Een van de best bewaarde interieurs van ons land, volgens directeur Marjan Scharloo.Beeld Studio Johan Nieuwenhuize

Onderweg wijst Scharloo op allerlei architectuurhistorische bezienswaardigheden, waaronder een ‘waanzinnige schouw’ met eikenhouten ornamenten, een vloer van zeldzaam marmer en een inhuizige toiletpot, ‘een zeldzaam comfort indertijd’. Een van de best bewaarde interieurs van ons land, noemt Scharloo Teylers huis. Daar zit niet veel overdrijving bij.

Tot 1885 fungeerden deze panden als de ingang van Teylers Museum, zegt Scharloo. Toenmalige bezoekers toonden bij de voordeur een kaartje en bereikten via de lange gang en ­Teylers tuinkamer de ovale zaal, het huidige hart van het museum.

Later, nadat het museum was uitgebreid en de ingang verplaatst naar het Spaarne, deden de panden dienst als bibliotheek en kantoorruimte voor de Teylers Stichting. Ook boden ze onderdak aan de directeur van het museum. Scharloos voorganger woonde er net als diens voorganger met een alarminstallatie onder zijn bed: een revolver.

Scharloo, die liever zonder wapens onder haar bed slaapt, en die de beveiliging van het museum heeft uitbesteed aan collega’s, bedankte er toen ze directeur werd voor om haar ­intrek te nemen in de ouderwetse en muffe vertrekken. Later besloot ze de woning weer onderdeel van het ­museum te laten maken.

De oude vertrekken lenen zich bij uitstek om de geschiedenis van het museum uit de doeken doen. Beeld Studio Johan Nieuwenhuize
De oude vertrekken lenen zich bij uitstek om de geschiedenis van het museum uit de doeken doen.Beeld Studio Johan Nieuwenhuize

Daarvoor waren architectonische redenen, maar ook educatieve. De oude vertrekken lenen zich bij uitstek om de geschiedenis van het museum uit de doeken doen: wie was Teyler? Wat dreef hem? Hoe kwam het naar hem vernoemde museum precies tot stand? Over die totstandkoming, weet Scharloo, bestaan hardnekkige misverstanden. Veel mensen, zegt ze, denken dat Pieter Teyler al die fossielen en schilderijen in het museum zelf bijeen heeft gezocht. Ook denkt men dat het museum op zijn instigatie werd gebouwd.

Dat was nadrukkelijk niet het geval. Pieter Teyler was de financiële kracht achter het museum, niet de drijvende; het museum werd gerealiseerd na zijn dood.

Sterker, in Teylers testament kwam het woord ‘museum’ helemaal niet voor. De realisatie daarvan was het werk van de bestuurders die konden beschikken over Teylers twee miljoen gulden tellende legaat.

Ze handelden in diens geest, dat wel. Teyler was een man van de Verlichting, een pleitbezorger van het idee dat iedere burger het recht heeft om te streven naar geluk. Hij liet twee genootschappen oprichten, waarvan de een zich bezighield met de vraag welke rol godsdienst diende in te ­nemen in een vrije samenleving en de ander zich boog over (tot dan toe) onverklaarde natuurkundige fenomenen. Dat laatste vormde de kiem van het huidige museum.

Een van de vertrekken in het gestripte Pieter Teylers Huis. Beeld Studio Johan Nieuwenhuize
Een van de vertrekken in het gestripte Pieter Teylers Huis.Beeld Studio Johan Nieuwenhuize

Balanceer act

De verbouwing, zegt Scharloo, was bewerkelijk. Er werd een fundering gelegd, iets wat de woning, waarvan sommige stukken dateren uit de Middeleeuwen, tot nu toe had ontbeerd en wat had geleid tot niveauverschil tussen de panden. Met alle ellende van dien: kamers die elkaar uiteen trokken, muren met scheuren. Blootliggende leidingen, tien stuks dik, en dikke lagen witsel, werden ook weggewerkt. De verbouwing was een ­balanceer act, zegt de directeur. De gebouwen moesten publieksvriendelijk worden gemaakt, maar zij mochten niet te institutioneel aanvoelen.

Marjan Scharloo: ‘Je moet straks wel het gevoel hebben dat je door een huis loopt.’ Je loopt, voegt ze toe, overigens niet tussen Teylers oorspronkelijke meubels, want daarvan is amper iets bewaard gebleven. Scharloo: ­‘Direct na Teylers dood heeft men het huis gemoderniseerd. Het enige wat bewaard bleef, en wat we straks ook zullen laten zien, zijn Teylers geld­kisten.’

Scharloo hoopt met de uitbreiding nieuw publiek aan te boren, zoals ­architectuuraficionado’s, maar ze hoopt ook dat het een plek wordt voor reflectie.

De bovenverdieping is gereserveerd voor groepsbezoek en staat in het teken van de maatschappelijke noden van de huidige tijd. Scharloo: ‘Teyler handelde vanuit een egalitair verlichtingsideaal. Hij gaf niet alleen aan zijn eigen mensen, de doopsgezinden, maar ook aan de protestanten en katholieken. Hij gaf aan de ­samenleving als geheel. Wij vragen het publiek: stel dat jij Pieter Teyler was, met alle middelen van dien, waar zou jij je geld aan uitgeven? In welke projecten zou jíj investeren? Wie zou jíj helpen?’

Marjan Scharloo: ‘Je moet straks wel het gevoel hebben dat je door een huis loopt.’  Beeld Studio Johan Nieuwenhuize
Marjan Scharloo: ‘Je moet straks wel het gevoel hebben dat je door een huis loopt.’Beeld Studio Johan Nieuwenhuize

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden