Een romancier zei het vorig jaar beter dan de biografen

Vraag een boekengigant als Selexyz wat ze op het gebied van wetenschap het beste verkopen en het is vooral oud werk wat de klok slaat....

Mooie boeken, maar verscheen er het laatste jaar dan geen prachtig nieuw werk? Zeker wel en de nummer 1 van de boekhandels geeft aan waar wetenschapslezers in Nederland, hoe hoogopgeleid ook, op zitten te wachten: mooie boeken in het Nederlands.

Cordula Rooijendijk schreef met Alles moest nog worden uitgevonden zo’n boek, over de geschiedenis van de Nederlandse informatica. ‘Fijn voor de Nederlandse nerds dat ze in Rooijendijk een echte vriendin hebben gevonden’, schreef recensent Sjaak Priester in de Volkskrant over haar bestseller.

Ook opmerkelijk was het kleine nieuwe boekje van theoretisch fysicus Sander Bais De sublieme eenvoud van relativiteit, waarin hij met potlood en ruitjespapier de lezer meevoert in de redeneringen over ruimte en tijd van Albert Einstein.

En ook Nederlands, maar vooral vanwege de verzuiling een bestseller was Omhoog kijken in platland van nanofysicus en belijdend christen Cees Dekker en anderen. Het derde, maar weinig overtuigende deel van een reeks die wil bewijzen dat geloven en wetenschap elkaar niet in de weg staan.

Geen bestseller en een vertaling, maar wel gewoon prachtig was De Wereld zonder ons van Alan Weisman, dat haarscherp toonde hoe de mens de aarde verziekt door ons even weg te denken. Ook Pat Shipmans na zes jaar eindelijk vertaalde Dubois-biografie De ontbrekende schakel was een verademing. Evenals De Archmimedes Codex over de wiskunde van de Grote Griek door Reviel Netz en William Noel mocht er wezen. Simon Winchester schreef met De kaart die de wereld veranderde een prachtboek over de geboorte van de geologie. Bruce Knechts Beet!, over illegale overbevissing van de wereldzeeën bleef bij. Net als het wonderlijke Een bezetene droomt van turingmachines van Jana Levin, over het verknipte leven van informaticapionier en homoseksueel Alan Turing.

Biografieën waren er in 2007 sowieso te over. Behalve de achterstallige over Eugène Dubois die op Java de Homo erectus vond, was er het even brave als monumentale Einstein van Walter Isaacson. Of Faust in Copenhagen van Gino Segré, over de Knabenphysik van Bohr en Heisenberg. Net als David Lindley in het fraaie Uncertainty.

Topper van 2007 is echter een boek dat strikt genomen niet eens in de wetenschapsbijlagen werd behandeld, omdat het misschien ook wel literatuur zou kunnen zijn: The Indian Clerk van de Amerikaanse schrijver David Leavitt.

In deze roman gaat het over de geniale Indiase wiskundige Srinivasa Ramanujan (1887-1920) die begin vorige eeuw naar Cambridge werd gehaald door G.H. Hardy, toen een van de belangrijkste wiskundigen ter wereld. Ramanujan kon er niet aarden, werd ziek en stierf jong, terug in Madras.

Leavitt, zelf geen wiskundige, beschrijft de subtiele relatie tussen de nerveuze Cambridge-elite en de stille Indiër. Veel ervan is op feiten gebaseerd en Leavitt gebruikt sans gêne wiskundige formules. Maar anders dan echte biografen gunt hij zich ook literaire ruimte en bedenkt hij plausibele maar fictieve situaties en gesprekken.

In haar recensie van The Indian Clerk vroeg Kristien Hemmerechts zich in deze krant (Cicero, 2 november) af waarom Leavitt zich al die moeite had getroost voor een toch vooral psychologische roman. Vanwaar dan al die wiskunde? Dat is een perspectiefkwestie. Literair is het misschien overkill. Maar lees Leavitt als een wetenschapsboek en het is een mirakel van indringende popularisering.

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden