Een rijk en zelfbewust land

WAAROM ZIJN de veranderingen in Nederland in de twintigste eeuw groter geweest dan in de andere landen? Als dat zo is - wat in Lage landen, hoge sprongen wordt gesuggereerd -, dan kan hierover nog twee jaar worden gefilosofeerd....

PETER DE WAARD

Dankzij de Rabobank is de periode van het terugkijken op deze eeuw nu definitief begonnen. Twee jaar voordat de twintigste eeuw afloopt, zijn de eerste honderd jaar van de Rabobank al voorbij. En ter gelegenheid van dit eeuwfeest heeft de bank de uitgave mogelijk gemaakt van een stuk Nederlandse geschiedschrijving, dat wil zeggen de geschiedenis van deze eeuw.

In Lage landen, hoge sprongen proberen Jos van der Lans en Herman Vuijsje de maatschappelijke veranderingen tussen 1898 en 1998 aan de hand van een aantal thema's te illustreren. Hieruit komt als conclusie dat Nederland van een armetierige, conservatieve en bescheiden natie is uitgegroeid tot een rijk en zelfbewust land, dat bij wijze van spreken Europa zal laten weten wie er president van de nieuwe Europese centrale bank moet worden.

Dat de Rabobank dat wil laten zien, is niet verbazingwekkend. Ook zij pretendeert na een eeuw uit haar schulp te zijn gekropen. Daarnaast is de bank zich de laatste tijd zelfbewuster gaan afzetten tegen het op winstmaximalisatie gerichte beleid van de beide grote concurrenten, ABN Amro en ING. Een portret van de omgeving van de bank past beter bij dit imago dan een zelfportret van de bank.

Lage landen, hoge sprongen heeft op het eerste gezicht een hoog 'Het aanzien van. . .'-gehalte: vaak lijken de vele foto's belangrijker dan de tekst. Ook de gekozen thema's zijn niet echt verrassend. Maar ze zijn vaak wel vanuit een interessante invalshoek en goed gedocumenteerd beschreven. Zij illustreren daarbij even kort als krachtig de geweldige dynamiek van de laatste honderd jaar.

In 1898 - toen de eerste boerenleenbanken zich verenigden in een landelijke coöperatie - was het overgrote deel van de Nederlanders nog nooit een bankgebouw binnen geweest, eenvoudigweg omdat ze geen cent over hadden. Honderd jaar later bulkt Nederland van het geld en zijn de banken de grootste winstmakers van de natie geworden.

De materiële vooruitgang ging echter ook gepaard met groeiende nostalgie. In 1900 waren er grote verschillen tussen de regio's. Het rijke protestantse westen stond tegenover het arme katholieke zuiden. Tegen het eind van de eeuw is een hoge mate van nationale gelijkheid bereikt, maar wil iedere Nederlander weer graag Limburger, Fries of Tukker zijn. De auto - in 1898 kreeg de Groninger A. van Dam het allereerste kentekenbewijs in Nederland - die de natie zo dicht bij elkaar bracht, is van heilige koe een zwart schaap geworden.

Ook de televisie bracht Nederland even heel dicht bij elkaar, vooral in de jaren zestig en zeventig toen niemand nog zapte en iedereen naar Ja Zuster, Nee Zuster, Een van de Acht en Ajax tegen Independiente keek. Aan de andere kant voelden veel Nederlanders zich al in de jaren dertig vreemdelingen in eigen land worden, toen ze gedwongen werden huis en haard te verlaten om bij de nieuwe industrieën in Eindhoven, de Zaanstreek en IJmuiden te gaan werken.

De boer is ook de boer niet meer. En waar zijn de arbeiders gebleven? 'De working class heroes, de geharde proletariërs die in de jaren zeventig onder geradicaliseerde studenten nog een kleine schare fanatieke bewonderaars hadden gevonden, zijn als maatschappelijke klasse verdwenen', constateren de auteurs.

Arbeidsorganisaties zijn sterk veranderd. Er wordt meer vergaderd en de omgangsvormen zijn informeler, maar de kameraadschap van de werkvloer is verdwenen. Stress, overspannenheid, burn-out en lagerugpijnen - het zijn nieuwe ziektebeelden waarvan de pioniers van het Nederlandse bedrijfsleven van honderd jaar geleden zich geen voorstelling konden maken.

Ondanks alle nostalgie is het saldo van alle veranderingen volgens de auteurs positief voor Nederland. Nederland heeft zich in een verbazingwekkend tempo bevrijd van het traditionele autoritaire gezag. Revolutie, oproer en muiterij waren tot ver in de twintigste eeuw vloeken in Nederland. In de jaren zestig werden de teugels gevierd en Nederland maakte er dankbaar gebruik van.

Wie alles leest, zou bijna denken dat Nederland deze eeuw eigenlijk maar twee echt belangrijke perioden kende. Er wordt veel aandacht besteed aan de jaren dertig plus de Tweede Wereldoorlog en de jaren zestig tot twee jaar na de autoloze zondagen van 1973. Iedere gebeurtenis in deze periode krijgt ineens een extra historische dimensie.

Open het dorp was in 1962 niet alleen de eerste maar naar later bleek ook de meest legendarische televisie-inzamelingsactie. De gouden medailles van Anton Geesink (1964 in Tokio), Ada Kok (1968 in Mexico) en Ard Schenk (driemaal in 1972 in Sapporo) hebben een grotere glans dat de medailles van sporthelden die buiten deze perioden eremetaal wonnen.

In het boek staat wel Wim Sonneveld, maar niet Youp van 't Hek. Wel Hoepla en Swiebertje, maar niet Medisch Centrum West en GTST. En daarom misschien ook een foto van bisschop Bekkers en niet van bisschop Bär.

De jaren zestig hebben in Nederland een ingrijpender en vooral meer structurele verandering op gang gebracht dan in andere landen. Misschien is dat toch een overreactie geweest op het bekrompen verleden.

Peter de Waard

Jos van der Lans & Herman Vuijsje: Lage landen, hoge sprongen - Nederland in beweging 1898-1998.

Inmerc; 240 pagina's; * 49,95.

ISBN 90 6611 385 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden