Een rel van wereldformaat

Was Willem Drees - tussen 1948 en 1958 minister-president en volgens velen de beste die Nederland ooit heeft gehad -, was deze Drees 'lankmoedig', 'angstig', 'not the most resolute of men', 'vermoeid' en tegen het einde van zijn premierschap zelfs 'uitgestuurd'?...

Al deze kwalificaties vallen in Drees en Soestdijk, het nieuwe boek vanDrees-biograaf Hans Daalder. Tien jaar lang ziet Drees zich gesteld voorhet ene na het andere schandaal op het paleis. Zijn 'crisis-management'lijkt er vaak vooral uit te bestaan geen besluiten te nemen. Dat komt hem,van mensen die zijn modus operandi aanschouwen, op de geciteerde oordelente staan.

En toch is het resultaat van Drees' handelwijze: geen echtscheiding vankoningin Juliana en prins Bernhard, geen abdicatie van de koningin (beidewaren een serieuze dreiging geweest) en wel de gewenste verwijdering tussenJuliana en Greet Hofmans, nadat deze 'gebedsgenezeres' de politiekegemoederen - en later ook de krantenburelen - jarenlang had beziggehouden.

Daalder zelf is er de man niet naar om pertinente oordelen te vellenover de politicus naar wie hij al veertig jaar onderzoek doet. Zoals bekenduit de eerste twee delen van zijn biografie (en nóg twee delen te gaan)is hij een man die bij voorkeur de feiten laat spreken. Maar het zal geentoeval zijn dat hij het volgende citaat, van een dan 99-jarige Drees, totslot van zijn boek verkoos: 'Interessant is intussen, buiten de zuiverpolitieke kwesties, dat ik contacten had met drie koninginnen, met wie deverhoudingen merkwaardig goed zijn geweest.'

Drees, kortom, was van het soort dat ook nu tegenstrijdige reactiesoproept: hij wilde de boel bij elkaar houden.

In dit subdeel van de grote Drees-biografie zijn het Juliana en Bernharddie het uiterste vergen van Drees' - bij alle denkbare kritiek -onmiskenbare politieke vernuft. Hij moet in uiterst roerige jaren zorgdragen voor een voortgezette vereniging van parlementaire democratie enconstitutionele monarchie.

Daalder schreef zijn boek vooruitlopend op de monografie vanWilhelmina-biograaf Cees Fasseur over de zaak-Hofmans, die in 2009verschijnt. Hij heeft van koningin Beatrix exclusief toegang gekregen tothet rapport dat een Commissie van Drie opstelde over deze 'rel vanwereldformaat', zoals kamerheer Van Maasdijk de kwestie ooit kwalificeerde.Maar Daalder geeft, nu Juliana en Bernhard zijn overleden, alvast deDrees-documenten vrij, en in samenhang met enig overig nieuwarchiefmateriaal doemt een duidelijk beeld op van de toenmalige spanningenbinnen de Kroon. Het boek laat zich tevens lezen als een precizering vande uitlatingen van prins Bernhard in diens postuum gepubliceerdeVolkskrant-interview.

Drees krijgt een eerste idee van de verstoorde verhoudingen opSoestdijk als hij in 1949 persoonlijk kennismaakt met Hofmans, die'doorgevingen' van Christus ontvangt. Zij heeft zich aan het hof eenpositie verworven, omdat zij de oogkwaal zou kunnen verhelpen van prinsesMarijke (later Christina).

Voor Drees is meteen duidelijk dat zij in 'orakeltaal' spreekt. Helaasheeft zij een grote invloed op Juliana, die haar ziet als 'een profeet uithet Oude Testament' en zelfs zegt: 'Ik zou zonder dit niet meer kunnenleven.' Hofmans is zo gek niet of zij probeert met haarreligieus-pacifistische ideeën politieke invloed uit te oefenen opJuliana.

In de hofhouding heeft Hofmans enkele medestanders, onder wie degrootmeesteres en de particulier secretaris, moeder en zoon Van Heeckerenvan Molecaten. Het komt in de zomer van 1951 tot zogenoemdebezinningsbijeenkomsten op slot Het Oude Loo in Apeldoorn. Drees zelf enenkele van zijn ministers krijgen ook een uitnodiging, maar slaan dezepertinent af. Het is een van de momenten waarop Drees wél heel beslist is,omdat hij vindt dat de gang van zaken de onpartijdigheid van hetstaatshoofd in gevaar brengt. De stemming in het kabinet is dan al zovergevorderd, dat de meeste bewindslieden hopen 'dat mej. Hofmans onder detram zou komen', zoals een staatssecretaris zich laat ontvallen.

Na de Oude Loo-conferenties volgt in de jaren '51-'52 een cumulatie vanconflicten waarvan, in de analyse van Daalder, de scherpte groter is dantot nu toe werd gedacht.

Ruzie is er over de vestingsplaats in Nederland van de moeder vanBernhard, prinses Armgard. Ruzie is er ook omdat Juliana het ministeriëleweigeringsbesluit op het gratieverzoek van de oorlogsmisdadiger Lages nietwenst te tekenen. En ruzie is er omdat Juliana de redevoeringen die zijhoudt tijdens het staatsbezoek aan Amerika zelf schrijft en pas na zeerveel moeite enigszins wenst aan te passen. Juliana wil geen speeches 'meteen visie die kleinzieligheid tot horizon kiest' - zij wil gedachten 'opeen hoger plan' kunnen uitspreken. De constitutionele ruimte die zij bijdie laatste twee zaken neemt, schiet menig minister in het verkeerdekeelgat. Maar Drees dekt de boel af en Juliana komt ermee weg.

Waar Drees besluiteloos lijkt, wijst Daalder erop dat zowel de reeksconflicten in 1952 als die in 1956 zich afspelen in tijden vanKamerverkiezingen, in tijden dus van eerst politieke campagnes envervolgens een demissionaire status van zijn opeenvolgende kabinetten. Maghij de koningin weigeren afsluitende gesprekken te voeren met (nog net)zittende ministers? Met hoofdredacteuren om over 'de internationalesituatie' te praten? Ook deze zaken leiden tot wrijvingen tussen koninginen kabinet.

Intussen verblijven de echtelieden ten paleize respectievelijk in hunSoestse en Baarnse vleugel, voorzover de ontrouwe Bernhard niet op reis is.De prins ergert zich mateloos aan de situatie. Zoals uit hetVolkskrant-interview bekend is, heeft hij al vroeg besloten dat publiciteithet sterkste wapen is om uit de impasse te geraken. Hij heeft evenwel jarennodig om het zwijgpact tussen politiek en pers te doorbreken; hij slaagtpas als op 13 juni 1956 met een artikel in Der Spiegel de Soestdijk-crisiseen internationale affaire wordt.

Maar dan is de geest ook definitief uit de fles, hoewel de Nederlandsehoofdredacteuren, als zij op 8 juni vertrouwelijk worden ingelicht, nogaltijd geen haast hebben met publiceren. Volgens Juliana getuigt hetSpiegel-verhaal van 'een door en door geperverteerde' zienswijze.

Zoals eerder deze week bekend werd is de Commissie van Drie die dehofrel moest apaiseren, buiten aanvankelijk medeweten van Drees tot standgekomen. Hoewel de zaak hem boven het hoofd dreigt te groeien, treedt hijwel weer kordaat op als secretaris Van Heeckeren op persoonlijke titelbelet vraagt bij Drees. Hij wil dat de prins 'in staat van beschuldiging'wordt gesteld, maar Drees laat kortaf weten zijn stap, als lid van dehofhouding, ontoelaatbaar te vinden.

Als na twee maanden, op 24 augustus 1956, het eindrapport van de 'wijzemannen' gereed is, leidt dat tot een nieuwe crisis. Juliana hoort dat aanhet offciële communiqué een mondelinge mededeling is toegevoegd waarinwordt gepreludeerd op een aanstaand vertrek van de 'Hofmanskliek'. Er komtuiteindelijke een tweede commissie, de Commissie-Van Hamel, aan te pas omeen modus vivendi voor de echtelieden te vinden. Ook alle correspondentievan die commissie zal pas openbaar worden in het toekomstige werk vanFasseur.

Vaststaat dat de Hofmanskliek inderdaad verdween en dat aan Drees'premierschap een einde kwam - evenals aan wat hij ten slotte typeerde als'een schandaal van de eerste orde'.

Remco Meijer

Hans Daalder: Drees en Soestdijk - De zaak-Hofmans en andere crises1948-1958Balans282 pagina's 19,50ISBN 90 5018 739 0

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden