REPORTAGE

Een reis langs de Noorse wortels van Roald Dahl

Op 13 september wordt de 100ste geboortedag gevierd van de Britse schrijver Roald Dahl. Ook in Noorwegen, waar zijn beide ouders vandaan kwamen. Dahls Noorse wortels hebben zijn werk onmiskenbaar beïnvloed.

Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Daar zijn de blauwe kwallen waar Roald Dahl als jongetje altijd met zijn vingers in prikte, hangend uit de roeiboot met zijn moeder en zusjes. Ze dobberen in groepjes langs een van de stille strandjes bij het Noorse eiland Tjøme, in het kraakheldere Oslofjord.

Magisch eiland

Een paar kinderen spetteren in een poel, hun ouders zitten op de massieve bruine stenen die boven het water uittorenen en de warmte van de zon hebben opgezogen. De zee is eindeloos en leeg. Het is zo'n 20 graden, heerlijk strandweer in Noorwegen.

'Roald Dahl, die was toch Brits?' zegt Roar Bogerud (62), die met een schuin oog zijn kleinkinderen in de gaten houdt die op de rotsen spelen. 'Ik ben hoofd van een school en vertel vaak over hem. Ik ben dol op zijn verhalen. Maar dat hij hier als kind vakantie vierde, wist ik niet.'

Roald Dahl, op 13 september honderd jaar geleden in Wales geboren, bezocht tussen zijn 4de en zijn 17de ieder jaar het 'magische eiland', zoals hij Tjøme later omschreef in Boy, een van zijn twee autobiografische werken. Hij keek verlangend uit naar deze zomers. Hier roeide het gezin iedere dag van eilandje naar eilandje - later hadden ze een motorboot - om eindeloos te vissen en te zwemmen. Maar vooral was hij hier verlost van de strenge Britse kostscholen waar zijn moeder hem vanaf zijn 9de naartoe had gestuurd. Waar hij door de meester met afschuwelijke precisie op zijn achterste werd geslagen met een riet en waar de jongere jongens de slaafjes waren van de oudere, en op straffe van een aframmeling moesten zorgen voor perfect boven de open haard geroosterde toast en een persoonlijk opgewarmde wc-bril, zodat hun 'meester' geen koude billen zou krijgen bij een bezoek aan het buitentoilet.

En waar hij gedurende het schooljaar zijn moeder en zusjes moest missen. Zijn vader had hij toen al verloren, net als zijn oudste zus. Beiden overleden toen Dahl 3 jaar oud was.

Wortels

Dahls Britse kostschooltijd en het overlijden van zijn vader hebben zijn kinderboeken sterk beïnvloed. In Mathilda moet de gelijknamige hoofdpersoon de gewelddadige juffrouw Bulstronk zien te overleven. Veel van zijn hoofdpersonen zijn wees (James in De Reuzenperzik, Sofie in de GVR, de verteller in De Heksen) of moeten het zonder hulp van hun ouders zien te rooien (Mathilda).

Toch hebben ook zijn Noorse wortels een onmiskenbaar stempel op zijn kinderboeken gedrukt. Roald Dahl had Noorse ouders die in zijn jonge jaren ook Noors met hem spraken. Zijn vader was als twintiger naar Cardiff getrokken om een scheepvaartbedrijf te beginnen en ontmoette op een boot naar Noorwegen zijn latere vrouw.

Na zijn overlijden trok Dahls moeder, Sofie Magdalene Hesselberg, tussen 1920 en 1932 iedere zomer per veerboot met haar vier kinderen, twee stiefkinderen en een volgens Dahl permanent jammerende en zeezieke nanny naar Oslo, dat toen nog Christiania heette. Daar gingen ze, als tussenstop, langs bij haar ouders, de opa en oma (bestepapa en bestemama). De opa zat stil in zijn stoel bij de haard met een enorme pijp. Zijn oma genoot van de schare kleinkinderen die door het huis rende. Het bezoek werd ieder jaar onthaald op vis. In Noorwegen betekent dat verse vis, dus niet langer dan 24 uur geleden gevangen, zoals Dahl in Boy ietwat hooghartig beschrijft: een gigantische witte bot, geserveerd met gekookte aardappelen en hollandaise saus. Dahl zou er een levenslange voorliefde voor verse vis aan overhouden. Daarna: ijs met krokan, gebrande stukjes toffee.

Roald met zijn drie zusjes op het strand, v.l.n.r.: Else (uit 1918) , Astri (1912) en Alfhild (1914). Daartussenin staat Roald (13 september 1916). Beeld The Roald Dahl Museum and Story Centre

Wereld vol trollen

Dahls moeder vermaakte haar kinderen door ze Noorse verhalen en sprookjes te vertellen. Zij las graag voor uit de verzameling van Peter Christen Asbjørnsen en Jørgen Moe, die ook wel de 'Gebroeders Grimm' van Noorwegen worden genoemd. 'In de boeken van Dahl vind je de typische mix terug van enge verhalen en zwarte humor die de Noorse sprookjes kenmerkt', zegt Donald Sturrock, de Britse biograaf die in 2010 het boek Storyteller: The Life of Roald Dahl publiceerde. Hij interviewde Dahl, die in 1990 overleed, meerdere malen . 'Dat aspect vind ik onderbelicht gebleven in analyses van zijn werk. Zijn zussen herkenden in zijn boeken elementen van deze sprookjes.

De sprookjes nemen de lezer mee in een wereld vol trollen die van gedaante veranderen en monsters die opgaan in de natuur. Ze weerspiegelen het vroegere Noorse leven in geïsoleerde boerengemeenschappen, waarin mensen avonden lang bij de haard zaten omringd door het donker en de woeste natuur. Aanvankelijk waren de verhalen niet bedoeld voor kinderen. 'Het zijn satires over de consequenties van hebzucht, over gigantische insecten of het verslaan van reuzen en trollen', zegt Sturrock. 'Ze zijn eng, niet sentimenteel en hebben inktzwarte humor. Er spreekt ook een sterke eenzaamheid uit van de mens in de natuur.'

Viswinkel en krab vangen in Sandosund bij Tjøme. Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Omstreden

Die sfeer komt tot leven in een verduisterde zaal in het Nationalmuseet in Oslo, waar een aantal schilderijen hangt van Theodor Kittelsen (1857 - 1914), een van de twee illustratoren van de sprookjes. De Dahl-familie was fan van zijn werk, dat omstreden was omdat het te eng zou zijn voor kinderen. 'Kijk', wijst Arnhild Skre, oud-literair criticus voor de Noorse krant Aftenposten en auteur van een boek over Theodor Kittelsen, 'deze trol moest Kittelsen in de 19de eeuw aanpassen van de Deense uitgever.' In een kijkgat speciaal voor kinderen gemaakt, is de ongecensureerde versie te zien: een grote trol zonder hoofd staat voor een hut. Het hoofd, dat ze onder haar arm heeft, staart de bezoeker recht aan. De nek eindigt in een soort staak, een grote teen steekt door een sok. 'In het boek kijkt het hoofd de andere kant op, en zijn de tenen bedekt.'

Kittelsen tekende veel trollen en reuzen, en maakte ook een serie met gigantische insecten. Volgens zowel Sturrock als Skre zijn elementen terug te zien in het werk van Dahl: de reuzen in de GVR, de pratende insecten in De Reuzenperzik met wie James de wereld rondgaat. Ook de Fantastische mijnheer Vos en de Minpins hebben magische elementen.

Beeld The Roald Dahl Museum and Story Centre

Heksen

Maar de duidelijkste verwijzingen zitten in De Heksen. 'In dat boek veranderen vrouwen in heksen. Ik zie hen als trollen, die van gedaante veranderen', zegt Skre. In de verhaallijn komt bovendien Dahls eigen jeugd terug. 'De Noorse oma in De Heksen is een ode aan zijn eigen moeder, die een begenadigd verhalenverteller en -verzinner was. De oma is praktisch, niet te shockeren en niet sentimenteel, net als zijn eigen moeder. Daarbij komt dat de hoofdpersoon vanwege een dodelijk auto-ongeluk van zijn ouders met zijn oma vanuit Oslo moet verhuizen naar Groot-Brittannië. Iets dergelijks overkwam Dahl toen zijn vader overleed. Zijn vader had in zijn testament bepaald dat zijn Noorse vrouw met de kinderen in Groot-Brittannië moest blijven vanwege het goede Britse onderwijs.'

Dahls directe stijl viel overigens niet altijd in goede aarde. 'Britse critici vonden Dahls boeken uitzonderlijk donker en vulgair', zegt Sturrock. 'Maar dat is hoe kinderen de wereld zien. Dahl begreep dat.'

Populariteit

De schrijver is wereldwijd nog altijd zeer populair. Zijn 100ste geboortejaar wordt in Groot-Brittannië uitgebreid gevierd met lezingen en festiviteiten voor kinderen, onder meer in het Roald Dahl-museum in Great Missenden waar hij heeft gewoond. Ook in Noorwegen, waar hij nog altijd de op drie na populairste kinderboekenschrijver is, staat zijn uitgeverij hierbij stil, zeker nu de nieuwe Spielbergfilm van de GVR uit is.

Maar waar in Dahls geboortestad Cardiff het plein met de van oorsprong Noorse zeemanskerk waar Dahls is gedoopt, tot 'Roald Dahl plass' (Noors voor plein, red.) is hernoemd en de snoepwinkel uit zijn jeugd een plakkaat op de deur heeft, herinnert niets in Oslo of Tjøme aan de geschiedenis van de familie Dahl. Of het moet het hoofdstedelijke museum zijn van Roald Amundsen, de poolreiziger naar wie Roald Dahl werd vernoemd.

Toch staat de villa van opa en oma Hesselberg er nog in Oslo, op de chique Josefines Gate 33 vlak bij het koninklijk paleis. Een groot geel huis, niet het mooiste pand in de straat. Het ruime gebouw, met de oude dienstbode-ingang nog aanwezig, is inmiddels opgedeeld in drie appartementen. De bovenste bewoners zijn zich niet bewust van de geschiedenis. Net als veel Noren beschouwen ze Dahl vooral als Brits. 'Hij had een stiff upper lip', lacht bewoonster Olaug Stalesen.

Vakantienotitie van Roald Dahl als tiener over Tjøme, Noorwegen. Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Erg Engels

Ook op Tjøme zelf, circa twee uur rijden van Oslo, lijken de bewoners 'hun' Roald Dahl een beetje vergeten. Het personeel van het grote witte Havna Scandic Hotel, het na een brand grotendeels herbouwde hotel waar Dahl als kind verbleef, weet van niets. Alleen een oudere dame die op de hoek woont en getrouwd is met de zoon van de vorige hoteleigenaar, weet nog dat Dahl en zijn familie in de peisestua sliepen, het witte gebouwtje met de grote open haard dat er nog staat.

In Boy schrijft Dahl liefdevol over het eiland. 'Misschien iets te liefdevol', glimlacht Trine Amble, gepensioneerd lerares die actief is bij de lokale historische vereniging van Tjøme. In haar kleurrijke houten zomerhuis op het eiland haalt ze een oud artikel tevoorschijn met een foto van een handgeschreven vakantienotitie van Dahl in zijn tienerjaren. 'Hij schrijft over een kerk die honderden jaren geleden door enkele vissers is gebouwd. Dat is ietwat geromantiseerd. Ook schrijft hij later dat er bijna geen strandjes waren, behalve het ene geheime strandje waar zij altijd heengingen. Er waren er toch wel een paar.'

Ach, wie neemt het hem kwalijk? Dahl was een verhalenverteller. Wie is er geïnteresseerd in de feiten als je ook je fantasie kunt gebruiken? Hoewel hij dol was op Noorwegen, en ook later met zijn eigen gezin aan het Oslofjord op vakantie ging en Noorse familierecepten opschreef, hield hij er niet van de Noorse invloed op zijn werk te analyseren, zegt Donald Sturrock. Tegenover hem presenteerde Dahl zich als 'very English...very English indeed.' En hij grapte weleens dat alle Noren saai zijn. Sturrock: 'Dahl wilde Engels zijn. Maar hij heeft altijd de psychologie van een emigrant gehouden, een buitenstaander. De Britten vonden hem een buitenbeentje, excentriek. Hij werd behoorlijk vrij opgevoed en hoorde ook niet tot een bepaalde klasse.'

Sporen

Is er dan geen enkel fysiek spoor meer te vinden van de kinderboekenschrijver die ook in Noorwegen tot op de dag van vandaag zeer populair is? Ja, toch. In Fevik aan het Oslofjord is een hotel dat een Roald Dahl-bar heeft. De schrijver kwam daar op latere leeftijd met zijn eigen gezin. Maar het grootste eerbetoon staat in Sarpsborg, het stadje waar zijn vader vandaan kwam en zijn grootvader een slagerij runde. Daar is afgelopen juni ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Dahl een standbeeld onthuld naar het verhaal De jongen die met dieren praatte, over een jongetje dat een schildpad wil redden. Daar staat hij, in de grootste winkelstraat van het stadje: een bruine schildpad met op zijn rug een jongetje met wapperende haren. Een piepklein bordje meldt de naam van de kunstenaar en daaronder de naam van Roald Dahl; verder niets.

Ook het huis waar de vader van Dahl heeft gewoond, vanaf viel en zijn arm brak, staat nog overeind in Sarpsborg. Daarover schrijft Dahl in Boy dat een opgetrommelde dronken arts aan de gebroken arm begon te trekken in de veronderstelling dat hij uit de kom was. Zijn vader gilde het uit en uiteindelijk moest de arm worden geamputeerd. Het is een goed verhaal, zoals Sturrock opmerkt. Misschien wel te goed, al had de vader van Dahl echt een geamputeerde arm. Was er echt een dronken arts? Of stuntelende familieleden?

Met Roald Dahl weet je het nooit.

Deze reis vond plaats op initiatief van de Volkskrant, met een financiële bijdrage van Visit Norway.

Lilleskagen in Tjøme, de plaats waar Roald Dahl gezwommen zou hebben. Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Reuzensandalen

De sandalen van de GVR zijn getekend naar Dahls eigen Noorse exemplaren. Aanvankelijk wilde hij hem grote zwarte laarzen laten dragen, maar na een paar tekeningen van Quentin Blake te hebben gezien, wilde hij het toch anders. Blake kreeg per post een sandaal van Dahl opgestuurd: zo moest het worden. In het boek de GVR staat dat de Grote Vriendelijke Reus 'een paar belachelijke sandalen aanhad die om een of andere reden gaten aan de zijkant hadden en een groot gat waar zijn tenen uitstaken'.

Noorse sandaal van Roald Dahl, die hij opstuurde naar Quentin Blake en ter inspiratie diende voor de schoenen van de GVR. Beeld The Roald Dahl Museum and Story Centre
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden