InterviewJelle Brandt Corstius

Een reis in je hoofd is volgens Jelle Brandt Corstius misschien wel de interessantste reis die je kunt maken

Beeld Martin Dijkstra

Jelle Brandt Corstius (41) is een enthousiaste reiziger, vooral reizen vol ontberingen trokken hem aan. Hij is een uitgelezen interviewkandidaat voor deze reisspecial. Maar het gesprek neemt een andere wending. ‘Ik ben blij als ik Nederland uit ben, want dan weet ik zeker dat niemand me herkent.’

Op zijn 8ste bladerde schrijver, Rusland­kenner en programmamaker Jelle Brandt Corstius al met grote ogen door de Bosatlas. Urenlang kon hij wegdromen bij de landkaarten, terwijl zijn zussen en zijn vader nog lagen te slapen. Zijn moeder stierf vijf jaar daarvoor aan kanker, waarna zijn vader, columnist Hugo Brandt Corstius, alleen voor de opvoeding van zoon Jelle en dochters Aaf en Merel stond. Zij werden veel aan hun lot overgelaten, hun vader zat veelal te tikken in zijn werkkamer.

Eén kaart in het bijzonder kreeg de volle aandacht van de jonge Jelle: die van Siberië. ‘Aan de rand van de kaart kon je net West-Europa zien liggen, met steden en wegen die vochten om de beperkte ruimte’, schrijft Brandt Corstius in zijn onlangs verschenen boek BAM. ‘In Siberië stond slechts hier en daar een stipje met de naam van een dorp, dat nooit zou zijn afgebeeld in de drukte van West-Europa.’ Hoe zou het zijn om daar te wonen? vraagt hij zich af. Als hij vervolgens leest dat de Sovjets bezig zijn met een nieuwe spoorlijn (de BAM), dwars door Siberië, ruwweg parallel aan de Trans-Siberische spoorlijn, maar dan zo’n zevenhonderd kilometer noordelijker, neemt hij zich stellig voor om er later, als hij groot is, heen te gaan.

Dik een jaar geleden keerde je terug van die treinreis, waarna je je avonturen optekende in BAM, een reis van niets naar niets. De trip is een aaneenschakeling van extreme kou, vies eten, oncomfortabele slaapplekken, gevaarlijke situaties en andere ontberingen. Wat trekt jou daarin aan? 

‘Dat vraag ik me ook wel eens af. Waarom heb ik eerder ook vijf jaar als correspondent in Rusland gewoond? Want dan ben je vijf jaar lang non-stop omringd door die treurige ellende. Ik heb me daar lang thuis gevoeld, alsof het klopte bij mijn geest of zo. Maar ik merkte tijdens deze treinreis dat ik het journalistiek gezien nog wel interessant vond, maar dat ik niet meer dacht: halleluja, wat ben ik blij dat ik nu weer in een of ander Siberisch gat zit. Ik ben anders gaan denken. Dat gebeurde tijdens een jaarlijkse trektocht door de Alpen. Ik liep met een vriend over een smal pad. Aan de ene kant van het pad was een bergwand, aan de andere kant een ravijn, en ineens was een deel van dat pad weggeslagen door de regen. Die vriend keerde terug, maar om de een of andere reden vond ik het belangrijk om toch door te gaan. Dus ik sprong eroverheen, wat best een gevaarlijke manoeuvre was. Daarna stuitte ik weer op zo’n weggeslagen stuk, waar ik ook overheen sprong. En dan kom je op het punt dat ­teruggaan net zo riskant is als doorgaan, dus uiteindelijk ben ik over zeven van die stukken gesprongen. Het was echt ontzettend naar. Daarna heb ik mijn vriendin ­Marscha gebeld, of ze me alsjeblieft wilde zeggen dat ik zoiets nooit meer moest doen. Ze zou drie maanden later ons kind krijgen, en het was niet eens voor mijn werk! Dit was gewoon een fucking vakantie. Wat bezielt mij?, dacht ik. Waarom neem ik zo veel risico’s?’

En?

‘Ik denk gewoon erg op de korte termijn. Ik begin ergens aan zonder daar de gevolgen van te overzien. Niet lang nadat ik Marscha had gebeld, maakte ik een serie ­reportages in de Oekraïne. Daar was oorlog en we konden in de loopgraven filmen. Dat is natuurlijk hartstikke tof, dat levert geheid een mooie scène op. Maar dat heb ik toen heel bewust niet gedaan. Ze liggen niet voor niets in een loopgraaf, daar vallen gewoon bommen, granaten, doden. Maar soms gaat het ondanks mijn voornemen nog wel­eens mis. Afgelopen jaar was ik in Canada waar het min 50 graden was en ik acht uur een sneeuwscooter moest besturen. Ik had geen gevoel meer in mijn vingertoppen ­– dat heb ik tot op de dag van vandaag nog altijd niet, en kon op een gegeven moment niet meer ademen, dat was heel spannend. En dit was ruim na de geboorte van mijn dochter Mae. Maar goed, uiteindelijk had ik wel een mooi verhaal.’

Dat zei je zus Aaf inderdaad, dat dat misschien wel de belangrijkste drijfveer achter het opzoeken van al die ontberingen is: om met een goed verhaal terug te komen. 

‘Maar ook: het geeft je het gevoel dat je leeft. Ik heb ooit een documentaire gezien over de Eerste Wereldoorlog, en daarin zei een veteraan: ‘Het was de ergste tijd uit mijn leven, maar ook de mooiste tijd.’ Dat kan ik me goed voorstellen. Want als het leven intens is, dan voel je echt elke seconde. Dat is ook een soort van verslaving.’

Door je vele reizen naar Rusland, riepen mensen toen je in 2014 met de as van je overleden vader naar Frankrijk fietste om de urn in de Middellandse Zee uit te strooien steeds: ‘Hé Jelle, Rusland is de andere kant op hoor.’ Gebeurt dat nog steeds? 

‘Ja, dat Rusland blijft gewoon aan me kleven. Daar heb ik lang tegen gestreden door ook andere projecten te doen, zoals de regie van de Japan-serie Tokidoki met Paulien Cornelisse, terwijl ik nu denk: waarom deed ik daar zo moeilijk over?’

Beeld Martin Dijkstra

Het is beter dan wat je nu aan je broek hebt hangen. Die Ruslandlink is nu vervangen door een #MeToo-associatie.

‘Ja, al is dat denk ik tijdelijk. Dit jaar neem ik een nieuwe serie op in Centraal-Azië, het jaar daarop in Rusland, misschien is daarna alles weer anders. Ja... Maar goed, het antwoord op je vraag. Ik weet natuurlijk niet wat mensen over me denken, maar in mijn onzekerheid projecteer ik van alles op de blikken die ik zie op straat. Ik ben twee jaar lang voor leugenaar, fantast en gek uitgemaakt, dus ik kan me voorstellen dat dat wel invloed heeft op hoe mensen over me denken. Dat vind ik super ingewikkeld. Dat is voor mij nu de belangrijkste reden om te reizen. Ik ben blij als ik Nederland uit ben, want dan weet ik zeker dat niemand me herkent en mensen hooguit denken: daar zit een behoorlijk kalende man. Dat is echt verrukkelijk.’

Het is op de #MeToo-golf dat Jelle Brandt Corstius een stuk in Trouw schrijft. ‘In het prille begin van mijn tele­visiecarrière ben ik tijdens mijn werk gedrogeerd, en gedwongen tot orale seks, wat verkrachting is. Toen hij mij ook anaal wilde verkrachten nam een overlevingsinstinct het over en ben ik naar buiten gevlucht,’ tekende hij op. Daarna volgt een optreden in DWDD waarin hij uitspraken doet over ‘deze hufter die dit nog vaker onderneemt’, ‘want ik ben heus niet de enige.’ Hoewel hij geen naam noemt, vindt tv-producent Gijs van Dam dat de beschuldigingen duidelijk naar hem leiden en ontkent hij bij Pauw de verkrachting. Brandt Corstius doet vervolgens aangifte tegen Van Dam, die op zijn beurt weer aangifte van smaad en laster doet tegen Brandt Corstius. Hij noemt hem een leugenaar en een fantast. Uiteindelijk staakt Brandt Corstius zijn juridische strijd, maar Van Dam laat de smaadzaak niet lopen. Afgelopen zomer heeft hij het Openbaar Ministerie verzocht om toch strafvervolging in te stellen.

Op wat voor manier heeft deze zaak je veranderd? 

‘Tja, waar te beginnen? Ik denk dat ik wat introverter ben geworden, in de letterlijke zin van het woord, ik kijk meer naar binnen.’

Je vriendin Marscha zei: ‘Het enige voordeel is dat Jelle’s nachtmerries zijn opgehouden.’

‘Ja, zoals ik in BAM schrijf, heb ik al jaren een nachtmerrie die steeds terugkomt. Daarin lig ik in een donkere kamer. Ik ben bij mijn volle bewustzijn, maar ik ben verlamd. Zowel mijn armen, benen als mijn stem doen het niet meer. En dan komt er iemand binnen. Door het tegenlicht kan ik niet zien wie het is. Die figuur zaagt op z’n gemakje een arm of een been van mij eraf. Ik voel de pijn, ik ben erbij, ik probeer uit alle macht te gillen, maar het lukt niet. In werkelijkheid schreeuw ik op dat moment de boel bij elkaar. Zo heb ik mijn vriendin en mijn geluidsman geregeld wakker gemaakt. Maar die nachtmerrie heb ik vreemd genoeg niet meer. Iemand schreef me dat de straf op zwijgen levenslang is. Dat vond ik heel treffend. Alleen: ik had mijn uitspraken ook op een andere manier kunnen doen. Ik had hem daarmee ook zelf kunnen confronteren. Terugkijkend op wat voor ellende er allemaal is geweest, was dat beter geweest.’

Zachtjes: ‘Maar dat is echt niet makkelijk... Hoe doe je zoiets? Ik was zó kwaad, en tegelijkertijd schaamde ik me kapot. Ik heb erover gedacht om het hem te zeggen, bij een reünie, maar toen kwam hij niet. Om de een of andere reden had ik een aanleiding nodig, wat natuurlijk absurd is, want je kunt iemand ook opbellen. Maar dat zijn moeilijke dingen. De rationele Jelle zegt: ja, dat had ik moeten doen, maar de emotionele Jelle zegt: maar dat kon ik helemaal niet.’

Beeld Martin Dijkstra

Als je hem had gebeld had hij misschien óók gezegd: je wilde het zelf. 

‘Ja, maar dat zal me eerlijk gezegd worst wezen, dan had ik het in elk geval gezegd. Alleen de manier waarop ik het heb gedaan was niet verstandig, en daar heb ik, met de wetenschap van nu, spijt van.’

Wat verwijt je jezelf precies?

‘Het was niet zozeer dat stuk in Trouw, maar vooral mijn optreden in DWDD. Daarna kreeg het ineens het karakter van een heksenjacht, die heb ik nooit willen ontketenen. Ik heb het stuk geschreven omdat ik seksueel misbruik tegen mannen bespreekbaar wilde maken en om mensen ervan te overtuigen sneller aangifte te doen. Ik heb dat, toen het net was gebeurd niet gedurfd, ik vond het zo extreem genant. Ik ben nu bang dat mijn stuk alleen maar averechts heeft gewerkt. Dat juist minder mensen, mannen ook, geneigd zijn aangifte te doen of hun verhaal te vertellen. Als ik daaraan denk krijg ik een knoop in mijn maag. Na die Pauw-uitzending heb ik er echt alles aan gedaan de boel te de-escaleren. Ik heb twee jaar lang geen enkel interview gegeven over deze affaire en mediation voorgesteld, via een wederzijdse vriend, zodat we niet naar de rechtbank hoefden. Maar dat heeft Gijs allemaal afgewezen. Terwijl ik me sterk afvraag of hij er een belang bij heeft om deze rechtszaak te laten doorgaan. Zelf denk ik dat de enige manier om vooruit te komen is, om met elkaar aan tafel te zitten en het te hebben over die avond.’

Kun je je die avond nog helemaal voor de geest halen?

‘Ja, maar daar ga ik verder niet op in. Ik wil niet dezelfde fout maken en dit weer in de media uitvechten. Dit is een zaak voor de rechter. Wat ik wel even wil zeggen, is dat de aangifte van Gijs nog enkel gaat om smaad. Eerder klaagde hij mij ook aan voor laster. Smaad gaat over het aantasten van iemands eer, laster over het beschuldigen van iemand van een onwaar feit. Dus twee jaar lang ben ik uitgemaakt voor leugenaar en fantast, en dat deel is nu doodleuk ingetrokken. Daar hoor je verder helemaal niemand over; dat is gewoon karaktermoord.

‘Ik snap ook nog steeds niet waarom mensen denken dat ik het uit mijn duim zuig. Je hebt er carrière-technisch helemaal niks aan om je naam te verbinden aan zo’n ongelooflijk gevoelig onderwerp als seksueel misbruik tegen mannen. Dat kan je alleen maar schaden. Ik had een prima carrière. Ik had werk zat, ik had aandacht zat, ik zit in alle talkshows, daarom zat ik ook bij DWDD. In de eerste plaats voor mijn tv-serie over kunstmatige intelligentie. Ik zat daar op de voorste rij op mijn beurt te wachten en zag dat Matthijs al die onderwerpen erdoorheen zat te jassen. Ik zag de klok aftellen naar het eind van de uitzending, en ineens zag ik dat er voor het gesprek met mij nog 20 minuten over waren. Dus dan weet je dat je twee keer zoveel tijd krijgt als normaal. Shit, dacht ik toen al. Maar hoe moet je dat dan oplossen? Ik had er nooit moeten gaan zitten. Ik vind het vooral erg voor mijn gezin. Die pogingen tot ­mediation deed ik ook voornamelijk voor hen. Een rechtszaak is een vervelende donderwolk die maar boven je hoofd blijft hangen. Ik zit hier nu al meer dan twee jaar aan vast en God weet hoe lang dit nog gaat duren. Ik mag van geluk spreken als de zaak dit jaar nog wordt behandeld.’

Niet lang nadat jij en Marscha een relatie kregen, kregen jullie een kind. Dat dat zo snel ging lag aan jou, vertelde ze. Je wilde graag een gezin. Je had daarbij een ideaalplaatje voor ogen, wilde het anders doen dan je vader, je had een onuitputtelijke aandacht voor je dochter. Maar uiteindelijk ben je door alle stress juist erg verdrietig geweest in haar bijzijn.

‘Het ergste vond ik dat ik niet meer naar mijn dochter luisterde. Ik kon de aandacht niet bij haar houden omdat mijn hoofd steeds afdwaalde naar weer een andere aangifte of uiting die Gijs in de media deed. Dat is pas voorbijgegaan toen ik met hulp van een psycholoog accepteerde dat ik de situatie gewoon niet in de hand had. Daarvoor werd ik voortdurend afgeleid om plannetjes te verzinnen om alles te herstellen zodat mijn leven weer werd zoals het was voordat ik dat stuk in de krant schreef. Maar dat leven krijg ik gewoon niet meer terug. De zaak heeft mijn hele leven aangetast. Alleen al de advocatenkosten. En je komt erachter wie je echte vrienden zijn en wie je echte naaste familie is. Dat is heel leerzaam, maar ook deprimerend.’

Je hebt een spartaanse opvoeding gehad. Je vader parkeerde je als kleuter met een gerust hart een half uur in je uppie bij een tankstation zodat jij de benzinelucht op kon snuiven terwijl hij boodschappen deed. Kun je er door die achtergrond beter tegen dat je door deze zaak in de steek wordt gelaten door bepaalde mensen? 

‘Ik kan er wel tegen, het is alleen niet fijn. Maar ik ben een overlever. Dat is het voordeel van mijn jeugd, uiteindelijk kan ik alles aan. Er komt echter een punt in je leven dat het goed is om die overlevingsmechanismes uit te zetten, en gewoon te zíjn, in mijn gezellige, veilige gezin. Dat wordt de komende tijd de kunst om te leren. Want mijn hele jeugd was als die treinreis in Rusland. Dat is mijn standaardmodus. Maar ik wil af van die Russische trein. Ik wil leren toe te geven aan warmte en onvoorwaardelijke liefde. Al leer je dat niet zo makkelijk af. Ik zwem nu heel veel in open water. Dat is een vrij extreme activiteit met deze watertemperatuur, maar dat is mijn manier om die standaardmodus weer even te voelen zodat ik daarna weer thuis gezellig kan zijn. Dat slaat helemaal nergens op, maar die ontberingen heb ik af en toe nodig. Ik moest steeds weer bewust die knop omzetten en denken: oké, thuis kan ik me veilig voelen. Dat is nog geen automatisme.’

Op wat voor momenten heb je die bewustwording?

‘Ik heb het de hele dag door. Ik moest mezelf steeds toespreken. Het was voor mij bijvoorbeeld een enorme overwinning om Marscha een knuffel te vragen. Door mijn jeugd kwam dat gewoon nooit in me op. Ik wist helemaal niet dat dit er allemaal was: lichamelijk contact, een knuffel. Door die jeugd heb ik ook de valkuil om mijn dochter ter compensatie helemaal dood te knuffelen, daar moet ik echt mee oppassen. Als ik haar ook maar eventjes in de woonkamer alleen zie spelen, heb ik al de neiging om mee te gaan doen.’

Beeld Martin Dijkstra

Wat zie je als je haar alleen ziet spelen? 

Geëmotioneerd. ’Ja... Wat zie ik dan?’ Na een tijdje: ‘Zat ik daar, weet je wel... Ik zie mezelf daar dan zitten.’

Later, als hij zich herpakt heeft en zijn gezicht heeft droog geveegd: ‘Ik zal uitleggen waarom ik wat geëmotioneerder ben dan normaal. Ik heb twee weken geleden met Marscha een ayahuasca-sessie gedaan. Dat was heel heftig. Op voorhand werd er gevraagd met welke intentie je het ging doen. ‘Ik ben gewoon benieuwd wat ik nodig heb’, zei ik tegen de sjamaan. Daarna kreeg ik een lepeltje met dat geestverruimende spul. Niet veel later keek ik in mijn hoofd naar het hoekje van een laken dat daar lag, anderhalf uur lang. Dat klinkt heel saai, Marscha zag allemaal vliegende paarden, maar er zat ongelooflijk veel gevoel bij dat stukje laken. Vervolgens kreeg ik nog zo’n lepeltje en toen heb ik de sinterklaasavond voordat mijn moeder overleed opnieuw beleefd. Zij stierf op 12 december en op 5 december wilde ze nog per se Sinterklaas vieren met ons. Daar had ik geen herinneringen aan, ik was 3, maar er is een foto dat ze op sinterklaasvond in het ziekenhuisbed ligt, misschien heeft dat laken daar iets mee te maken. En ik heb gewoon... ik heb haar echt... ze keek mij ineens aan. Ik voelde haar pijn van de kanker en haar verdriet dat ze ons niet meer zou zien. Maar ik voelde vooral de liefde. Voor het eerst in mijn leven voelde ik het, en het was zoiets fantastisch. Ik heb het gewoon gevoeld. Echt gevoeld...

Ik heb heel hard gehuild. Die liefde voelde zo verrukkelijk. Het lijkt een beetje op het gevoel dat ik had als ik bij vriendjes logeerde en in bed werd gestopt door die moeder, maar dan tien keer zo intens. Ik vroeg wat ik nodig had, en kennelijk was dit het. En dat vind ik nu een veel interessantere fase dan reizen over de wereld. Want een reis in je hoofd is ook een reis. Misschien wel de interessantste die je kunt maken.’

CV Jelle Brandt Corstius

9 april 1978Geboren in Bloemendaal

1990-1996VWO, Amsterdams Lyceum

1997-2003Geschiedenis en Journalistiek aan de Universiteit Groningen

2002-2005Redacteur Barend & Van Dorp

2005-2010Woont in Moskou, correspondent Trouw en De Standaard

2008Publiceert Rusland voor Gevorderden

2009Presenteert VPRO-serie Van Moskou tot Magadan

2009-2014Publiceert reisboeken

2010-2015VPRO-series over Rusland, India en buurlanden van Rusland

2010-2011Presentator Zomergasten (VPRO)

2014Boekenweekessay Arctisch Dagboek

2016As in tas

2017Presenteert VPRO-serie Robo Sapiens.

2019Regie Tokidoki (VPRO), gepresenteerd door Paulien Cornelisse

Jelle Brandt Corstius woont in Amsterdam en heeft een relatie met Marscha Holman.

Lees meer verhalen uit onze Europa reisspecial

Het onsterfelijke Europa en de bronzen glans van de tijd
Hoe Arie Elshout ontdekte dat het Europagevoel diep in hem zit.

Het vooroudergevoel van afstammelingen van Europeanen in Amerika
Je hoeft niet ver te reizen om je in een andere cultuur onder te dompelen, menen sommige afstammelingen van Europeanen in Amerika. En andersom voelen sommige Europeanen zich op gezette tijden enorm Amerikaans en dragen dit met enthousiasme uit

Is interrailen door Europa tegenwoordig nog wel zo romantisch als het klinkt?
Journalist Janne Heling ging op haar 17de voor het eerst interrailen. Vijftien jaar later stapt ze weer in. Gaat het deze keer beter? Is het reizen per trein veranderd?

Reisredacteur Noël van Bemmel duikt in de bron van de Rijn
Onze brede en sombere Rijn, de belangrijkste rivier van Europa, begint bruisend en tintelend op 2600 meter hoogte.

Eerste hulp bij vliegschaamte: reis niet minder, maar beter
Reisjournalist Sander Groen vliegt al twintig jaar de wereld rond, maar kampt nu met vliegschaamte. Kan een weldenkend mens in tijden van klimaatcrisis en overtoerisme nog wel verantwoord de wereld verkennen? Groen biedt soelaas.

Aaf Brandt Corstius gaat kijken waarom Europa-Park het beste attractiepark ter wereld is
Het Duitse Europa-Park combineert ultra-enge achtbanen met schlagerzangers en iconen-schilders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden