Reportage De schatten van Iran

Een reis door Iran in het Drents Museum, en in het echt

Vanaf morgen te zien in het Drents Museum in Assen: de oude cultuur van Iran. V reisde af naar het land, in de hoop te worden overrompeld.

Beeld Floor van het Nederend

Persepolis

8 maart 2018

Voor wie de documentaire The Greatest Party on Earth nog nooit heeft gezien, geldt slechts één advies: kijken! Het geeft een prachtig, ontluisterend en amusant beeld van hoe de laatste sjah van Perzië in 1971, op de toppen van zijn macht en rijkdom, voor de rich and famous een buitensporig luxueus feest in de woestijn van Persepolis organiseerde om het 2.500-jarig bestaan van Perzië te vieren.

Mohammad Reza Pahlavi, aan de macht gekomen in de jaren veertig, wilde voor eens en altijd benadrukken dat hij de juiste monarch voor het land was, de waardige opvolger van Cyrus de Grote en Darius I, die Perzië hadden gesticht en grootgemaakt. Iets wat een jetsetfeestje wel kon rechtvaardigen, met historische optochten en son-et-lumièrespektakels, onder het genot van een hapje en drankje: 18 ton eten, 2.500 flessen champagne, 1.000 Bordeaux, 1.000 Bourgogne, cognac uit 1860; alles rechtstreeks vanuit Frankrijk ingevlogen, net als een vier hectare groot bos, inclusief 50 duizend zangvogels – die in de hitte allemaal het loodje legden.

Nu ligt hetzelfde Persepolis er verlaten bij, op enkele nieuwsgierige jongeren en families na, die de archeologische vindplaats bezoeken. Ze hebben een virtualrealitybril op die een beeld geeft van hoe het er hier een paar duizend jaar geleden uit heeft gezien: imposant. Een ceremonieel paleiscomplex met hoge, donkere muren, glanzende vloeren en bont beschilderde beelden. Nu is het er stoffig, met hele en vooral halve zuilen, en afgebrokkelde trappen die nergens naartoe gaan; maar ook met verrassend goed geconserveerde kalkstenen reliëfs. Een groots maar vergaan operadecor, waartussen eens, in een ver verleden, buitenlandse koningen en koninginnen hun entree maakten.

In 1971 waren het vergelijkbare koningen en koninginnen, presidenten en staatshoofden die hun opwachting maakten, 62 stuks om precies te zijn. Afkomstig uit alle delen van de wereld, onder wie keizer Haile Selassie van Ethopië, prins Philip van Groot-Britannië, vice-president Spiro Agnew van de VS, Grace Kelly en Reinier van Monaco en prins Bernhard. Buiten het oude paleis had iedereen een eigen tent met airco, keuken, toilet, marmeren bad en een kluisje voor de juwelen; binnen de muren werd de gasten een uitgebreid festiviteitenprogramma voorgeschoteld.

1971: de sjah van Perzië tijdens de festiviteiten Beeld Getty

Achteraf lijken die festiviteiten op deze historische grond een gimmick te zijn geweest, maar voor wie de geschiedenis van Iran wil begrijpen, de oude én hedendaagse, was deze theatrale opvoering cruciaal. En dat voel je, lopend tussen de rudimentaire overblijfselen, nog steeds. Hier ligt de bakermat van wat Iran is: een gigantisch land, met een lange historie waarop alle Iraniërs trots zijn, hoe onwelgevallig sommigen ook over de erfenis van de sjah denken, of over het huidige, theocratische bewind. ‘U schrijft toch wel positief over ons’, is het meest voorkomende advies dat een buitenlandse journalist te horen krijgt, niet alleen tussen de brokstukken van het oude ­Perzië, maar ook in de straten van het hedendaagse ­Teheran.

Teheran

3 maart 2018

Iran – Bakermat van de beschaving, luidt de ronkende titel die het Drents Museum in Assen heeft gegeven aan de tentoonstelling die komend weekend opent, en waarvoor een clubje journalisten is uitgenodigd om Iran met eigen ogen te bekijken. Wat betekent: een bezoek aan de oude en nieuwe paleizen, moskeeën en pleinen die kriskras over het land zijn verspreid, van Bisotun tot Isfahan en Shiraz, van de tombes van dichter Hafez en Cyrus de Grote tot de ruïnes van Persepolis. En dat alles beginnend in het ­National Museum of Iran in Teheran, waaruit het Drents Museum de bruiklenen zal krijgen. En waar de directeur, Jebrael Nokandeh, gelijk een misverstand wil rechtzetten. Want Iran als ‘bakermat van de beschaving’ klinkt goed, maar is toch iets te veel van het goede, vindt hij. ‘Bij bakermat denk ik eerder aan Mesopotamië.’

Neemt niet weg dat Nokandeh bijzonder trots is op zijn museum en de verzameling. En op wat er in Assen te zien zal zijn. Achter een vergadertafel met pennenhouder, koekjesschaal, suikerpot en een uitstalling van meerdere vlaggetjes legt hij uit dat de tweehonderd voor het Drents Museum geselecteerde objecten stammen van de vroege paleo­lithische tijd, 3 miljoen jaar geleden, tot de opkomst van het islam, in de 7de eeuw. Een meer dan verantwoorde keuze, volgens de directeur, uit alle perioden van de Iraanse geschiedenis en uit de collectie van maar liefst drie miljoen voorwerpen die het museum bezit.

Ter illustratie nodigt hij ons uit om in de kelder een kleine keuze te bekijken die voor het journalistengezelschap is gemaakt en in Assen te zien zal zijn. Wat een goed idee is, maar minder spectaculair uitpakt dat verwacht. In een kamertje, achter dikke kluisdeuren, liggen spulletjes uitgestald die zonder spotlicht en begeleidende teksten zich maar moeizaam op waarde en zeldzaamheid laten beoordelen.

Oké, de gouden halsketting, armbanden en drinkbekers met leeuwenkop ogen aantrekkelijk, maar het groen­stenen kommetje, de aardewerken vaas, porseleinen kan en dofzilveren pijlenkoker stralen je niet gelijk tegemoet. Komt bij dat alles als een zooitje bij elkaar ligt, even wan­ordelijk als de uitleg ter plaatse van meerdere conservatoren die elkaar constant onderbreken. Het oudste voorwerp is een vuistbijl van 250 duizend jaar geleden. Op de grond van de krappe ruimte staan reliëfstenen uit ­Persepolis, die veel te zwaar zijn om op de wankele tafel te worden geëtaleerd.

Nu pas dringt het tot je door dat het vinden, ontsluiten en presenteren van oude schatten een vak op zich is. En dat een goede museale setting voor het belang en de aantrekkelijkheid van die objecten van cruciaal belang is. Hoe maak je duidelijk dat een bepaald object van grote culturele waarde is, en geen weggegooid gebruiksvoorwerp?

Dat het Drents Museum deze tentoonstelling überhaupt organiseert, is overigens arbitrair: Drenthe heeft weinig tot niets met de Iraanse cultuur te maken. Net zo min als de Chinese, Egyptische, Joodse of Amerikaanse. En toch presenteerde het museum exposities van Chinees ­keramiek, mummies, Dode Zee-rollen en realistische schilderkunst van de Amerikaanse westkust. Dus waarom ook geen archeologische vondsten uit de Iraanse aarde? Reden: het museum heeft zijn bestaansrecht gekoppeld aan bezoekersaantallen, en heeft daarvoor zelfs een ­slogan bedacht: ‘Het Drents Museum toont een blik op de wereld en biedt de wereld een blik op Drenthe.’ Met ­succes: het afgelopen jaar trok het museum 190 duizend bezoekers.

Ondertussen smult de meegereisde conservator van het Drents Museum. ‘Uniek spul’, rolt er uit zijn mond. ‘Kijk naar die gouden drinkbeker. Het is toch de Rembrandt ­onder dit soort oude voorwerpen. Om je vingers bij af te likken.’

Bisotun

4 maart 2018

Wie verzint dat hier? In the middle of nowhere, waar geen hond langskomt, is toch een allejezus prachtig reliëf in de rots uitgehakt. We hebben een uurtje in de bus gezeten, na een avondlijke vliegreis vanuit Teheran in een aftands ­toestel, want van Amerikaanse makelij en dus slecht ­onderhouden, omdat er geen onderdelen voor te vinden zijn door het importverbod voor Amerikaanse goederen, zo is ons gezegd.

Het maakt niet uit. Vroeger reisde men ook niet per bus of vliegtuig om dit verlaten oord te bezoeken, maar grotendeels te voet, zoals ook nu nog, getuige de groep pelgrims die we tegenkomen en die op oud schoeisel, gewapend met wapperende vlaggen, van westelijk Irak naar oostelijk Iran wandelen, 3.000 kilometer verderop.

Het reliëf zelf bevindt zich aan de oever van stromend water en is nu een zomerse trekpleister voor toeristen, veelal Iraniërs, die er graag hun thee en fris drinken in ­afzonderlijke prieeltjes. Naar verluidt was de locatie, hoe afgelegen ook, al eeuwen geleden een nederzetting langs de beroemde en druk bereisde zijderoute tussen West en Oost. De uitgebeelde figuur van Darius I te paard moet een reminder zijn geweest waar men zich destijds bevond: in het geweldige rijk waarin hij heerste, dat zich uitstrekte van Griekenland tot China. Bijzonder: het kunstwerk, ­uitgehakt in een architectonische setting, kan op artistiek niveau wedijveren met het beste dat door de oude Grieken rond dezelfde tijd, vijf eeuwen voor Christus, uit steen werd gebeiteld – terwijl de Perzische variant nooit dezelfde status heeft gekregen.

Isfahan

5 maart 2018

Het is toch een droom die uitkomt: een bezoek aan de Blauwe Moskee in Isfahan, net als aan de stad zelf, die bekendstaat om zijn lommerrijke parken, de ongedwongen bevolking, zijn beroemde Armeense wijk en de befaamde boogbruggen over de traag stromende Zayandeh Rud die de stad in tweeën splitst.

De Blauwe Moskee in Isfahan Beeld Getty

Bij het binnenrijden van de stad meldt zich gelijk een kleine tegenvaller. Ergens schijnt door iemand de waterkraan dicht te zijn gedraaid: er stroomt helemaal niets door de kurkdroge bedding van de ‘rivier des levens’. De bruggen staan er als burchten die de oevers met elkaar verbinden. Onder een van hen, de Khaju, dient zich een onverwachts extraatje aan: oudere mannen zingen er liefdesliedjes, die galmen onder de gewelven.

De blauwe Masjed-e Shah Moskee blijkt inderdaad zo mooi als je na het zien van de afbeeldingen mocht ­verwachten, geglazuurd in verschillende tinten azuur, waarbij de Iraniërs destijds, vier eeuwen geleden, werden geadviseerd door Chinese keramisten hoe de decoraties te maken. Het is hallucinerend om naar boven te kijken, waar het blauw je blik opzuigt, als een bij onbewolkte hemel, terwijl op de achtergrond kinderstemmen klinken van op de ruime binnenplaats spelende scholieren.

Een rondwandeling door de stad, met name over het ruime Plein van de Imam, waaraan ook het Ali Qapu Paleis ligt, leidt uiteindelijk naar de Armeense wijk met zijn ­bakstenen Vank kathedraal. Mag er in Iran geen enkel ­religieus plaatje te vinden zijn, de uitbundigheid van ­herkenbare muurschilderingen in deze kerk is overweldigend, als striptekeningen met scènes vol religieuze martel- en moordpartijen van heiligen en ongelovigen. Terwijl bovenin, bijna onzichtbaar voor het blote oog, het scheppingsverhaal wordt verbeeld met een naakte Adam en Eva.

De beeltenissen lijken het seculiere, mondaine karakter van Isfahan te willen benadrukken: de weelderige stad met zijn opzichtige hoeveelheid BMW’s, geschoren buxushaagjes, het gelanterfant op straat en de zwaanvormige bootjes aan de droge Zayandeh, de ‘grootste stofstraat ter wereld’.

Shiraz

7 en 8 maart 2018

Tegen alle verwachtingen in, ligt de tombe van Cyrus de Grote, de ‘Vader aller Iraniërs’, er tamelijk verlaten bij. Op een verdwaalde plastic tuinstoel na is er niets wat op enig teken van leven wijst. In de wijde omtrek waait alleen de wind. De tombe zelf is een eenvoudig huisje op een plint van zes lagen kalksteen. Ruim genoeg voor een eenpersoonssarcofaag (van goud) en kilo’s aan sieraden, die hem volgens de overlevering waren meegegeven als betaalmiddel voor het hiernamaals, maar die al eeuwen geleden werden leeggeroofd.

Tombe van Cyrus de Grote Beeld Rutger Pontzen

Je zou haast vergeten dat, hoewel de reis van het ene cultuurhistorische hoogtepunt naar het andere voert, de bustocht die we inmiddels hebben afgelegd er vooral een is van honderden kilometers woestijn, zand en rotsen, tegen een achtergrond van besneeuwde en ontoegankelijke, nauwelijks bevolkte bergtoppen. Een vlak landschap waarin, naast de kleine dorpjes met hun bedrijvigheid van talloze garages, een enkele metaalgieterij en landerijen vol bloesem, kleine karakteristieke stofbergjes te zien zijn. Bij nadere bestudering blijken het lage beschuttingen te zijn rondom smalle openingen die toegang geven tot de ondergrondse waterkanalen.

Deze ‘qanat’ vormen een stelsel van aquaducten, met een lengte van soms wel honderden kilometers, waardoor smelt- en regenwater vanaf de berghellingen naar de steden en dorpen wordt geleid. Voor een land dat droog en dor is, maar wel beschikt over bergketens waartegen af en toe een regenbuitje valt, een ware uitkomst voor irrigatie en drinkwater – wat men al enkele eeuwen voor ­Christus begreep.

Zo afgelegen en uitgestorven het graf van de Grote ­Cyrus erbij ligt, zo druk bezocht is het graf van die andere grootheid uit de Iraanse geschiedenis: de befaamde dichter Hafez. Diens tombe is iets bescheidener, maar wel zo elegant. Hij staat midden in de stad, in een paradijselijke omgeving tussen naaldbomen en geurende rozenstruiken, zoals het een liefdespoëet betaamt; een baldakijn waaronder een eenvoudige wit marmeren sarcofaag ligt.

Het schijnt dat elke Iraniër wel een paar strofen van deze Hafez (1315-1390) uit het hoofd kent. En ook wie er niet naar vraagt, krijgt ze op een zangerige toon spontaan aangeboden. Zangerige dichtregels over het leven, de dood en vooral de liefde; poëtica die men in het aanpalende grafwinkeltje kan kopen, gebundeld in goud op snee. Voorzien van een verrassende inleiding waaruit blijkt dat ­Hafez met zijn gedichten de lezer een niet-religieuze wereld voorschotelt; hij omarmde liefde, tolerantie, satire, drank en relativering. Een verkapte vrijheidsstrijder die in zijn tijd daardoor werd gedwongen een dubbelleven te ­leiden.

Plots begrijp je beter waarom hij zo wordt aanbeden en men zijn graf zo uitbundig bezoekt. Door naar Hafez’ graf af te reizen, en een blijk van verbondenheid te geven door driemaal op de tombe te kloppen, betuigen de liefhebbers hun liefde en respect voor deze tegendraadse dichter die wijn dronk, tolerantie predikte en het geloof betwijfelde. Zijn bedenkingen bij de autoriteiten zijn zowel 14de-eeuws als eigentijds.

Persepolis

8 maart 2018

De oude wereld en hedendaagse wereld schuiven zelden zo samen in één beeld, als de aanblik op de roestige tribune waarop de sjah in 1971 zijn koninklijke en presidentiële gasten liet kijken naar het son-et-lumièrespektakel. Want geloof het of niet, ondanks de islamitische revolutie staat die tribune er nog steeds: groen-beige van kleur, met vijfhonderd zittingen voor even zo vele koninklijke achterwerken, te midden van de brokstukken van het paleis van de oude Darius. Net zoals, iets verderop, ook de stokken nog overeind staan van het tentenkamp, waar destijds de prins Bernharden en Grace Kelly’s van toen hun liters bordeaux, bourgogne en 111 jaar oude cognac dronken.

Het feest in Persepolis luidde met knallende champagneflessen de val in van het regime van de sjah, een regime dat in de jaren veertig misschien nog met nobele bedoelingen was begonnen, maar eindigde in het tegendeel. Uiteindelijk gingen de gewenste aansluiting bij het Westen, de ontginning van de olievelden en modernisering van het land hand in hand met geldverspilling, buitensporige luxe, nepotisme en repressie van alle mogelijke tegenstanders. Ze zouden, in 1979, leiden tot het vertrek van de sjah en de terugkeer van ayatollah Khomeini.

Persepolis Beeld Getty

Zoals het Darius-paleis uiteindelijk een archeologisch vindplaats is geworden, zo geldt dat ook voor de tribune en het tentenkamp die de sjah liet bouwen – resten van een tijdperk dat, net als het vroegere Perzische Rijk, zijn begin, hoogtepunt en ondergang kende. Dat is wat ­Persepolis zichtbaar maakt: de samenkomst van oude en moderne archeologie in een stuk woestijn, ter grootte van een paar voetbalvelden.

Iran. Bakermat van de beschaving. Drents Museum, ­Assen. 17-6 t/m 18-11.

Vijf hoogtepunten uit de tentoonstellingen in Assen

Spectaculair is een replica van een heel rots­reliëf uit de omgeving van Bisotun. Je zou het kunnen zien als een van de eerste kranten ter ­wereld: met een afbeelding van hoe koning ­Darius de Grote met een voet zijn tegenstander probeert te vermorzelen en daaromheen de uitleg in drie verschillende talen, Oud-Perzisch, ­Babylonisch en Elamitisch.

‘De Rembrandt onder de drinkbekers’, zo ­omschreef conservator Vincent van Vilsteren deze gouden beker, ­‘ryton’, met gevleugelde leeuw, gemaakt rond 450 v. Chr. Gevonden in een graf in Ekbatana, westelijk Iran. Je ziet ze ook, als goedkope replica’s, in elk toeristenzaakje te koop staan, of als betonnen bloembak langs de straatkant.

Persoonlijke voorkeur: schenkgerei in de vorm van mannetje en lastdier behangen met potten. Keramiek uit de ijzertijd, rond 1000 v. Chr., ­cartoonesk van vorm, elegant en dun van ­substantie.

Alsof de man rechtstreeks uit Persepolis, het ceremoniële woestijnpaleis van Darius de Grote, naar het Drents Museum komt aanlopen. Reliëf, uit 559 - 331 v.Chr., dat de statigheid van het koningsverblijf verbeeldt, waar buitenlandse koningen en diplomaten zich meldden.

Het gebruik van het hakenkruis, linksdraaiend of rechtsdraaiend, is geen exclusief recht van de nazi’s geweest, maar al eeuwenoud en in gebruik van West tot Oost. Ook als merkteken aan een gouden halssieraad, gevonden in de provincie Gilan, aan de Kaspische Zee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.